Skip to main content

Full text of "Tijdschrift van het Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde"

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



fKOPERTT Or 



Miclimn 



%wies, 




«»»7 




ARTES SCIENTIA VERITAt 



TIJDSCHRIFT 



VAN HET 



KONINKLIJK NEDERLANDSen GENOOTSCHAP 



VOOR 



MUNT- EN PENNINGKUNDE 



TIJDSCHRIFT 



VAN HET 



KONINKLIJK NmRLAND&CH CENOOmHAP 



MUNT- EN PENNINGKUNDE 

ONDER DE ZINSPREUK 

„Concordia res papvae crescunt" 



AMSTERDAM 




9* Jaargang 

AMSTERDAM 

G. THEOD. BOM en ZOON 
1901 



J.SCHULMAM 



CT 

9. ^f^O 



AMSTERDAM 



/' 



- r 



n 






Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland 
en Nederlanders betrekking hebbende Pen- 
ningen, geslagen na November 1863 

(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks) 

DOOR 

W. K. F. ZWIERZINA 

( Vervolg,) 



180. 1869. 30 Mei. 

Prijspenning der bloemententoonstelling 

te Batavia. 

Vz. Geheel gelijk n°. 56. 

Kz. In een lauwerkrans: 

BLOEMENTENTOONSTELLING 

TE 

BATAVIA 

30 MEI 
1869 

Brons, 40 m.M., Verz. Teyler. 



Van dezen penning schijnen twee stempels te bestaan, zie Cat. 
Num. Ver%. Bat. Gen. v. K. en IV. 1896, no. 113. Volgens schrijven 
van Mr. van der Chijs, is de 2e stempel dezelfde, welke hiervoor 
onder n**. 58 is beschreven en op grond eener mededeeling van den 
heer Roest op 16 Oktober 1865 is geplaatst, als vervaardigd bij gelegen- 
heid der op dien dag geopende landbouwtentoonstelling te Batavia. 

131. 1869. I Juni. 

250 Jarig bestaan der Remonstrantsche 
Broederschap te Rotterdam gevierd. 

Vz. Het Geloof slaat den rechterarm om 
de Vrijheid, terwijl het in den linkerarm een 
boek houdt, waarop gegraveerd is: ^^^"^ en 
een gebroken keten onder de voeten ver- 
treedt; de Vrijheid houdt in de rechterhand 
een olijftak: Op den sokel gal: v: 6. 

Omschrift in twee regels : nihil spectavimvs, 

NIHIL OPTAVIMVS, NIHIL QVAESIVIMVS ALIVD, 

QVAM AVREAM ILLAM ET QVAE INTER SERVI- 

TVTRM ET LICENTIAM MEDIA INTEREST LIBERTATEM. 

In de afsnede : episc. soupta synod. 

Kz. tusschen twee saamgebonden palmtakken: 

SOCIETATIS REMONSTRANTIVM 

NATALLS 

DVCENTESIMVS QVINQVAGESIMVS 

CELEBRATVS ROTERODAMI 

KAL. JVN. CllIDCCCLXIX. 

Brons, 61 m.M., Verz. 2. 

De Remonstrantsche broederschap dankt haren naam aan de z.g. 
Remonstrantie, het in i6io aan de Staten van Holland en Wcst- 
Friesland ingediende betoog of verweersclirift van enkele predikanten, 



die zich niet met konfessie en katechismus der vaderlandsche kerk 
vereenigen konden, doch wier gevoelens op de bekende Dordtsche 
Synode in 1618 en 1619 werden verworpen, tengevolge waarvan zij 
en hunne aanhangers de bestaande kerk verlieten en zich op de in 
1619 te Rotterdam gehouden z.g. Anti-Synode tot een genootschap 
vereenigden onder den naam van Sociëteit of Broederschap. In 1633 
nam zij de door Wtenbogaert opgestelde kerkorde aan en stichtte 
in 1634 hare theologische kweekschool te Amsterdam, welke in 1873 
naar Leiden werd verplaatst. 

Volgen» het tegenwoordig Alg. Reglement van 1879 heeft de 
broederschap ten doel op den ^ondslag van het Evangelie van Jezus 
Christus en getrouw aan haar beginsel van vrijheid en verdraag- 
zaamheid, het godsdienstig leven te bevorderen. 



132. 1869. 30 Juni. 

Prijspenning der tentoonstelling tijdens het 
23« landhuishoudkundig kongres te Kampen. 

Vz. Omschrift: xxiii nederlandsch land- 

HUISHOUDKUNDIG CONGRES 

In het veld : tentoonstelling 

TE 

KAMPEN 

XXX JUNI 

MDCCCLXIX 

Kz. Glad veld omgeven door twee samenge- 
strikte eiketakken, boven gescheiden door het 
gekroonde wapen van Kampen. 

Brons 45 m.M., Tijdschift 1895, blz. 45, als 
gesneden door d. van der kellen. 



■->- N..-* -'S./-^^ N. -X^-^-' 



Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland 
en Nederlanders betrekking hebbende Pen- 
ningen, geslagen na November 1863 

(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks) 

DOOR 

W. K. F. ZWIERZINA 

( Vervolg,) 



130. 1869. 30 Mei. 

Prijspenning der bloemententoonstelling 

te Batavia. 

Vz. Geheel gelijk n°. 56. 

Kz. In een lauwerkrans: 

BLOEMENTENTOONSTELLING 

TE 

BATAVIA 

30 MEI 
1869 

Brons, 40 m.M., Verz. Teyler. 



Van dezen penning schijnen twee stempels te bestaan, zie Cat. 
l/um. Verg. Bat Gen, v. K. en JV. 1896, no. 113. Volgens schrijven 
van Mr. van der Chijs, is de 2e stempel dezelfde, welke hiervoor 
onder n". 58 is beschreven en op grond eener mededeeling van den 
heer Roest op 16 Oktober 1865 is geplaatst, als vervaardigd bij gelegen- 
heid der op dien dag geopende landbouwtentoonstelling te Batavia. 

Uil. 1869. I Juni. 

250 Jarig bestaan der Remonstrantsche 
Broederschap te Rotterdam gevierd. 

Vz. Het Geloof slaat den rechterarm om 
de Vrijheid, terwijl het in den linkerarm een 
boek houdt, waarop gegraveerd is: ^^^"^ en 
een gebroken keten onder de voeten ver- 
treedt; de Vrijheid houdt in de rechterhand 
een olijftak: Op den sokel gal: v: 6. 

Omschrift in twee regels : nihil spectavimvs, 

NIHIL OPTAVIMVS, NIHIL QVAESIVIMVS ALIVD, 
QVAM AVREAM ILLAM — - ET QVAE INTER SERVI- 
TVTEM ET LICENTIAM MEDIA INTEREST LIBERTATEM. 

In de afsnede : episc. scripta synod. 

Kz. tusschen twee saamgebonden palmtakken : 

SOCIETATIS REMONSTRANTIVM 

NATALLS 

DVCENTESIMVS QVINQVAGESIMVS 

CELEBRATVS ROTERODAMI 

KAL. JVN. CI^IDCCCLXIX. 

Brons, 61 m.M., Verz. 2. 

De Remonstrantsche broederschap dankt haren naam aan de z.g. 
Remonstrantie, het in 1610 aan de Stalen van Holland en West- 
Friesland ingediende betoog of verweerschrift van enkele predikanten, 



die zich niet met konfessie en katechismus der vaderlandsche kerk 
vereenigen konden, doch wier gevoelens op de bekende Dordtsche 
Sjmode in 1618 en 1619 werden verworpen, tengevolge waarvan zij 
en hunne aanhangers de bestaande kerk verlieten en zich op de in 
161 9 te Rotterdam gehouden z.g. Anti-Synode tot een genootschap 
vereenigden onder den naam van Sociëteit of Broederschap. In 1633 
nam zij de door Wtenbogaert opgestelde kerkorde aan en stichtte 
in 1634 hare theologische kweekschool te Amsterdam, welke in 1873 
naar Leiden werd verplaatst. 

Volgen» het tegenwoordig Alg. Reglement van 1879 heeft de 
broederschap ten doel op den ^ondslag van het Evangelie van Jezus 
Christus en getrouw aan haar beginsel van vrijheid en verdraag- 
zaamheid, het godsdienstig leven te bevorderen. 



132. 1869. 30 Juni. 

Prijspenning der tentoonstelling tijdens het 
23« landhuishoudkundig kongres te Kampen. 

Vz. Omschrift: xxiii nederlandsch land- 

HUISHOUDKUNDIG CONGRES 

In het veld : tentoonstelling 

TE 

KAMPEN 

XXX JUNI 

MDCCCLXIX 

Kz. Glad veld omgeven door twee samenge- 
strikte eiketakken, boven gescheiden door het 
gekroonde wapen van Kampen. 

Brons 45 m.M., Tijdschift 1895, blz. 45, als 
gesneden door d. van der kkllen. 



8 



1J13. Als voren. 

Hulde aan Z. M. Koning willem iii. 

Geheel als boven, op de Kz. in den krans 

(geslagen) : 

AAN 

WILLEM III 

KONING 

DER NEDERLANDEN 

ENZ. 

Brons, 45 m.M. Verz. Teyler. 
Oranjepenningen N°. 1280. 

1:14. 1869. 4 Juli. 

Presentiepenning van de Société Royale de 
Numismatique de Belgique met borst- 
beeld van HUBERTUS GOLTZIUS. 

Vz. = N^ 54. 

Kz. Omschrift: • société royale de numis- 
matique DE BELGIQUE 

In het veld binnen een parelcirkel een kom- 
partiment van 7 boogjes, in elk waarvan een 
roosje e>, tusschen de boogjes en den parel- 
cirkel 7 sterretjes •, opschrift: 

4 

JUILLET 
1869 

Brons, 33 m.M. Medcdeeling van den heer 
Alphünse de Witte. 



135. 1869. 15 Juli— Oktober. 

Internationale Tentoonstelling te Amsterdam. 

Vz. Een smid, staande met een voorhamer 
in de linkerhand bij zijn aanbeeld, waartegen 
een nijptang leunt, reikt over een bijenkorf 
(beeld van de nijverheid), de rechterhand aan 
een timmerman, staande met een zaag in de 
hand bij zijn schaaf bank; op den achtergrond 
opgaande zon. Onder het gekroonde wapen 
van Amsterdam tusschen het jaartal 18 — 69 
Kz. Gezicht op het Paleis voor Volksvlijt. 
Omschrift: intern- tentoonst. van voor- 
werpen VOOR DE HUISHOUDING EN HET BEDRIJF 
VAN DEN HANDSWERKSMAN • 

Onder het gebouw: amsterdam 
Gebronsd tin, 49 m.M. Verz. Z. 

136. Als voren. 

Vz. Het gekroonde wapen van Amsterdam 
in een lauwerkrans, omwonden met een lint 
waarop links : wurtt — o. h. mona — belgie — 
FRANKR en rechts : zwede — • denem — n d. bond 

— ENGELAN 

Omschrift op matten rand : 

TER HERINNERING DER INTERNATIONALE 

TENTOONSTELLING 1869 

• AMSTERDAM • 



lO 



Kz. Onder een vijfpuntige stralende ster, 
een gevleugelde bijenkorf, waaruit allerlei 
handwerktuigen vallen, daaronder een gedeelte 
van den wereldbol; om den bijenkorf is een 
lint gewonden, met het opschrift: tot nut en 

VEREDELING VOORDEEL EN WELVAART. Op den 
wereldbol j. d. posthumus — amsterdam. 

Tin, 52 m.M. Verz. Z. 

1:I7. Als voren. 

Prijspenning. 

Vz. Een links gezeten vrouw in antiek 
gewaad, eenige lauweren in een voor haar 
staande vaas werpende en met de linkerhand 
op het wapen van Nederland steunende, voor 
haar, behalve de vaas, een kan, kamrad, werk- 
bank, dommekracht, truweel en bijenkorf. 

Omschrift : vereeniging ter bevordering van 

FABRIEK EN HANDW: NIJVERHEID IN NEDERLAND. 

Kz. Een krans van eike- en lauwertakken. 
Omschrift: internationale tentoonstelling. 

AMSTERDAM 1869. 

Brons, 52 m.M. Verz. teyler. 

138. Als voren. 

Aan de leden der jury geschonken. 

Vz. en Kz. geheel gelijk als n^ 137 doch 
binnen een cirkel in den lauwerkrans: 

SERVICES. 



II 

Brons, 52 m M. Verz. Z., geslagen aan 
\s Rijks-Munt. 

1:I9. 1869. 5-8 Augustus. 

9^ Nederlandsch nationaal Zangersfeest te 
Amsterdam. 

Vz. David en face, staande met opgeheven 
rechterhand, de linkerhand rustende op de harp. 
Omschrift : 

9DE NED. NAT. ZANGERSFEEST 1869 
♦ AMSTELS MANNENKOOR ♦ 

Kz. Glad. 

Ovaal met oog en ring; tin, 30 bij 35 m.M., 
Verz. Z. 

Zie de aanteekening bij np. 64. 

140. 1869. 16 — 21 Augustus. 

Schietwedstrijd te Utrecht. 
Vz. Het gekroonde wapen der gemeente 
Utrecht, met twee leeuwen als schildhouders. 
Kz. In een lauwerkrans: 

DEN 
BESCHERMHEER 

Omschrift : schietwedstrijd 

1869 
Brons, 55 m.M. 

Tijdschrift 1895, t^^^- 44» ^^ gesneden door 
D. VAN der kellen. Oranjepenningen 1275. 

Door de gfemeente Utrecht aangeboden aan den Koning. (Mede- 
deeling van den heer Bksuui). 




12 



141. 1869. 3^ Augustus. 

Prijspenning der gemeente 's-Gravenhage, 
voor langdurigen dienst. 

Vz. Het gekroonde wapen van 's-Gravenhage 
met twee leeuwen als schildhouders. 

Kz. Glad veld, omgeven door samengestrikte 
eike- en lauwertakken. 

Brons, 50 m.M. Leidsch Pen. Kab. 

Ingesteld bij besluit van 31 Augustus 1869. 

143. 1869. 21 September. 

Paardententoonstelling te Breda. 

Geheel gelijk Dirks n°. XXX, doch met het 
jaartal 1869 op de Kz. 
Brons, Verz. Snoeck. 

Volgens. Bijdragen 2e druk n®. 531 zou het in DiRKS vermelde 
jaartal 1860 foutief en de daarin niet beschreven, doch in den atlas 
afgebeelde penning van 1869 zijn. 

143. 1869. September. 

Prijspenning van de nederlandsche vereeni- 

ging „het Roode Kruis", voor de inzenders 

op de tentoonstelling van voorwerpen 

tot hulp en verpleging van zieken en 

gewonden te 's-Gravenhage. 

Vz. In het veld, het roode kruis. 
Omschrift: nederlandsche vereeniging 
Kz. In een parelcirkel: 



13 



TENTOONSTELLING 

AAN 
liv. '869 Ji 

daaronder in een kompartiment PdM 
Brons, 36 m.M. Leidsch Penningkab. 

Dc Nederlandsche Vereeniging tot het verleenen van hulp aan 
zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog, naar het bij de 
op 22 Augustus 1864 te Genève aangenomen onderscheidingsteeken 
gewoonlijk Vereeniging „het Roode Kruis" genoemd, is opgericht 
bij K.B. 19 Juli 1867, n". 60 (St.bl. 1869 n». 210). Zie omtrent de overeen- 
komst van Genève, Staatsblad 1865 n". 85, 1869 n». 22, 1894 n». 45 
en 1900 n®. 125. 

144. 1869. 17 November. 

Onthulling van het monument ter herdenking 

van Nederlands 50-jarige onafhankelijkheid 

18 13 — 1863 te 's-Gravenhage. 

Vz. De voorzijde van het monument. 
Omschrift: 

FREDERIK PRINS DER NEDERLANDEN 
TER HERINNERING 

In de afsnede : aan 

17 Nov. 1863 — 69 

Kz. De afbeelding van de achterzijde van 
het monument. 

In de afsnede: november 

1813 
en rechts j. p. m.(enger) f. 

Brons, 61 m.M. Kon. Penningkab. 

Oranjepenningen 1276. 



H 



In goud vereerd aan de leden van het hoofd-comité ; Jhr Mr. J. DE 
KuijPER. griffier van het gerechtshof te 's Hertogenbosch, bezit het 
exemplaar van zijn vader, waarop ingeslagen op de Vz. onder aan : 

Jh^ M^ 
E. J. C. M. DE KUIJPER 

Mededeeling van Jhr. M. A. Snoeck. 

Het onderscheidingsteeken dier kommissie was de penning Dirks 
n '. 905, bevestigd op een koperen gesp (liggend ovaal), die vastgehecht 
was op een rood, wit, blanw lint (staande kleuren) met afhangende 
zilveren franjes, *t geheel boven omgeven door rozet vormig gewerkt 
oranjelint. 

145. Als voren. 

Zilveren draagteeken door Prins Frederik 

der Nederlanden geschonken aan de 

leden der Comité's tot inzameling 

van geld voor het standbeeld. 

Vz. In krans van eiken- en lauwerbladeren. 

NATIONAAL 

GEDENKTEEKEN 

1813 

Kz. In geheel gelijken krans 

17 

NOVEMBER 

's GRAVENHAGE 

1863 \ 1869 

18 bij 12 m.M., Verz. Z. Vervaardigd aan 
's Rijks-Munt. 

Werd gedragen aan i c.M. breed lint, wit-oranje-wit-oranje-wit. 

146. Als voren. 

Draagpenning. 



15 



Vz. Het monument van voren gezien. 
Daaronder: f. pauwels 
Kz. In het veld: 1863 

17 Nov. 181 3 
1869 
Omschrift: ♦ hulde aan Nederland en 

ORANJE 

Tin, 22 m.M., met oog en ring. Verz. Z. 
Oranjepenningen 1277. 

Op de in 1863 uitgeschreven prijsvraag voor dit monument kwamen 
verschillende antwoorden in, waarvan bekroond werd dat met de 
zinspreuk: Eben Haëzer^ hetwelk ingezonden bleek door de heeren 
VAN DER WAAYEN PIETERSZEN, gemeente-architekt en Koelman, 
dekoratieschilder, beide te *s-Gravenhage. Het beeldhouwwerk is 
van Simons. 

147. Als voren. 

Draagteeken. 

Rechtsgewend hoofd van Z. M. Koning 
Willem III in cirkelvormig medaillon, omschrift 
tusschen 2 cirkels: 17 nov: 18 13 1869 

1863 
Onder: gekruiste lauwertakken. 

Lood, met oog en ring, hoog 31, breed 24 
m.M., aan oranjelint. Kon. kab. 

Oranjepenningen 1278. 

148. 1869. 

Eeuwfeest van het Bataafsch Genootschap 
voor Proefondervindelijke Wijsbe- 
geerte te Rotterdam. 



i6 



Vz. Gelijk aan die van den prijspenning(n°. 88) 
zonder het opschrift in de afsnede, waar nu 
staat (rechts): j. p. menger f. 

Kz. Omschrift: 

IN MEMORIAM STEPHANI HOOGENDIJK FUNDATORIS. 

MDCCLXIX • MDCCCLIX 

In het veld binnen een slangenrond : 

SOCIETAS 

PHILOSOPHIAE 

EXPERIMENTALIS 

BATAVA 

ROTERODAMI 

CENTESIMUM 

NATALEM 
CELEBRANS. 

Brons, 40 m.M. Verz. Z. 

Zie Tijdschrift 1894, blz. 14, en de noot bij n*». 88. 

Steven Hoogendijk, uurwerkmaker te Rotterdam, overleden aldaar 
3 Juli 1788 in den ouderdom van 91 jaar, richtte het genootschap in 1769 
op eigen kosten op. Het verkreeg oktrooi bij resolutie der Staten 
van Holland van den 5 Juli 1770. 

149. 1869. 

25 Jarig bestaan der muziekschool 

te Rotterdam. 

Vz. In een krans van eike- en lauwertakken : 

JARIG 

BESTAAN 

DER 

MUZIJKSCHOOL 

1844 — 1869. 



17 



Kz. In het veld: 

AFDEELING 
ROTTERDAM 



Omschrift: • maatschappij tot bevordering 

DER TOONKUNST 

Brons, 31 m.M., Verz. teyler. 

De maatschappij, opgericht in 1829 door A. C. G. Vermeulen, 
voert werken voor solo, koor en orkest uit, sticht muziekscholen, 
ondersteunt jongelieden in de voortzetting hunner studiën, bekroont 
kompositien. In 1854 werd het 25 jarig bestaan onder leiding van 
Verhulst met o. a. Liszt en Rubinstein als gasten te Rotterdam 
schitterend gevierd. De muziekschool aldaar stond eerst onder het 
bestuur der maatschappij, daarna achtereenvolgens onder w. bargiel, 

F. GERNSHEIM, R. VON PERGER en J. W. SIKEMEIJER ; zij kwcckte 

kunstenaars, op wie Nederland trotsch mag zijn. 

150. 1869. 

Aan W. BoRSKi, bij zijn aftreden als kom- 

missaris der „Associatie Cassa", 

te Amsterdam. 

Vz. Opschrift omgeven door 50 sterren : 

AAN 

WILLEM BORSKI 

VAN 182 I TOT 1869 

COMMISSARIS DER 

ASSOCIATIE CASSA 

BIJ ZIJN AFTREDEN 

AANGEBODEN 

^/ <:^ 

•^4'^, DOOR ^V^ 



''^'^'OKBEStOV^ 



V^ 



V>^' 



i8 



Kz. In zwaren lauwerkrans : 

.c,OClATl^ 

^ OPGERICHT r 

TE AMSTERDAM 

MAART A° 1806 

DOOR 

WILLEM BORKSKI, VADER, 

COMMISSARIS 

TOT 18 14 

Brons, 60 m.M. Tijdschrift 1895, t>^-2- 43» 
als gesneden door D. van der Kellen. 

151. 1869. 

Prijspenning voor den wedstrijd voor 

geweermakers. 

Vz. 's Konings rechtsgewend borstbeeld, 
daaronder v. d. k (ellen). 

Omschrift op matten rand: WILLEM III 
KONING DER NEDERLANDEN. ^ 

Kz. Twee buksen en sautoir op een lauwer- 
krans, op het boveneinde van den krans onder 
een koninklijke kroon een schild met het 
jaartal 1869. 

Omschrift onderlangs: 

wedstrijd voor geweermakers. 

Brons, 45 m.M. Verz. Teyler. 

Tijdschrift 1895, ^Lz. 45. 

Oranjepenningen 1 2 79. 



19 

152. 1869. 

Fotografietentoonstelling te Groningen. 

Prijspenning. 

Vz. De nederlandsche maagd de face 
staande met lauwerkrans in de uitgestrekte 
rechterhand, de linker latende rusten op een 
ovaal schild met het gekroonde nederlandsche 
wapen. 

In de afsnede: 1778 v.d.k. 

Omschrift : nederlandsche maatschappij ter 

BEVORDERING VAN NIJVERHEID. (Zie DlRKS n°. 849 ) 

Kz. Glad veld, met het omschrift: 

TENTOONSTELLING VAN PHOTOGRAPHIE. NATUUR 
ZELFDRUK EN KLEURENDRUK • TE GRONINGEN • 1869 

Brons, 54 m.M., Verz. Rijks-Munt. 

153. 1869. 

25 Jarig lidmaatschap van de Aartsbroeder- 
schap der H. F'amilie in de S'. Jozefskerk 

te *s-Hertogenbosch. 

Medaillon rustende op een versierd, door 
parelrand omslingerd kruis. 

Vz. Jezus, Maria en Jozef, daarboven de H. 
Geest in den vorm eener duif, in parelgirkel. 

Omschrift: * üartsDrocdcTScDap . der . B: 
tamillc . 3cztt$ • marla • 3ozct 



^ö 



Op de armen van het kruis: 

Ontst. Jlar. 

links: u £uik rechts: Broeder 

1844 1847 

Boven: Wapen der aartsbroederschap. 

Onder: Wapen van den bisschop van Luik. 

Kz. De voorgevel van de S^ Jozefskerk 
te 's-Hertogenbosch in parelrand. 

Omschrift: XXV Sarlfl « otiafacDrokcti • lidmaat^ 
scDap • In • de • kerk . oati • den • f>* 3o$cpl) • $• Boscl) ^ 

op de armen van het kruis: 

Boven: Wapen van paus Pius ix. 

Onder: Wapen van paus Leo xiii. 

Links : wapen van den Aartsbisschop van 
Utrecht. 

Rechts wapen van den bisschop van 
's-Hertogenbosch. 

Zilver met oog en ring, aan wit, blauw, wit 
lint, 53 m.M. Verz. Snoeck. 

Bijdragen 2e druk n^. 532. 

154 Zilveren bruiloft van P. Smidt van Gelder 

en H. Koster. 

Cat. ScHULMAN 30 Oktober 1894 n^ 618. 
Tevergeefs in het Tijdschrift opgevraagd. 

155. II November 1869 — 9 Januari 1870. 
Krijgsbedrijven ter kust van Guinea. 



21 

Vz. Tusschen twee saamgebonden lauwer- 
takken een antiek scheepsroer, zwaard en 
anker en sautoir. 

Omschrift: de amstel, de vice-admiraal 

KOOPMAN. 

Kz. In het veld, binnen een cirkel.: 

COMMENDA 

GETUCHTIGD XI NOV. 

ANOEMA-ATJIRM 

VERBRAND IX DECEM. 

KWASSIE-KROM 

VEROVERD IX JAN. 

Omschrift: het wettig gezag hersteld. 

1869 — 1870 

Zilver en Brons, 45 m.M., door D. van der 
Kellen, Verz. Z. 

156. Als voren. 

Militaire draagpenning. 

Het gekroonde nederlandsche wapen met 
twee leeuwen als schildhouders, rustende op 
lofwerk, waarover een lint hangt met het op- 
schrift: je maintiendrai. 

Omschrift: moed en trouw 

1869 — 1870 

Brons, zeskant met oog en ring, 34 m.M., 
Leidsch Penningkabinet. 



22 

157. Als voren. 

Gesp als beschreven onder n°. 127 met het 
opschrift : 

KUST VAN GUINEA 1869 — 187O. 

Bij traktaat van grensregeling tusschen Nederland en Engeland 
gesloten 5 Maart 1867 kwamen enkele plaatsen ter kust vanGuinea 
aan Nederland o. a. Commenda, welks bewoners niet met dien 
overgang ingenomen bleken en in 1868 gedurig aanvallen deden op 
de gedebarkeerde schepelingen van „Het Metalen Kruis" (Kapt t./z. 
J. Vos), 26 Mei 1869 geraakte een sloep van de „Amstel" in de 
branding bij de Abrobyrivier, enkelen der bemanning verdronken, 
een der officieren en 4 matrozen kwamen aan land, doch werden 
door de bewoners van Anoema Atjenim gevangen genomen, terwijl 
• een matroos, die vluchten wilde, gedood werd. Na betaling onzer- 
zijds van 300 onsen goud (pi. m. f I2CXX). — ) werden de gevangenen 
vrijgelaten. Aan het stoomschip „Vice- Admiraal Koopman", dat 14 
Augustus 1869 de reede van Texel verliet en 17 September d.a.v. 
te St. George d*Elmina aankwam, werd opgedragen in samenwerking 
met de „Amstel" en de vaste bezetting van Elmina, de bewoners te 
tuchtigen en het wettig gezag te herstellen. 10 November 1869 
werden de troepen gedebarkeerd en reeds den volgenden dag Gom- 
menda genomen, zonder veel moeite, terwijl 9 December 1869 
Anoema Atjenim werd genomen en in brand gestoken. 

Na vele verliezen werd ook 9 Januari 1870 de hoofdplaats der 
Commendeezen Kwassie Krom genomen en dit door de medeuit- 
getrokken boschnegers zonder daartoe gegeven bevel in brand gestoken. 
Het kampement te Commenda werd daarna opgebroken en de terug- 
tocht aanvaard. De Commendeezen bleven in hun verzet volharden, 
de losprijs ontvangen voor de gevangen genomen Nederlanders werd 
niet terugbetaald, de bevolking scheen zich naar Cape Coast en het 
binnenland te hebben teruggetrokken, althans bij latere verkennings- 
tochten vond men de Kroms verlaten. Bij overeenkomst te 
's-Gravenhage gesloten 25 Februari 1871 j° . protokol van 2 November 

187 1 (zie St.bl. 1872 n*> . 17) goedgekeurd bij de wet van 20 Januari 

1872 St.bl. n» . 6 werden de bezittingen ter kust van Guinea aan 
Engeland overgedragen tegen betaling van hoogstens £ 24000. 



23 

I 

168. 1870. 14 Februari. 

Prijspenning der Nederlandsch-Indische 
regeering voor bevordering van kennis én 
beschaving onder „den inlander." 

Vz. Het gekroonde nederlandsche wapen 
met twee leeuwen als schildhouders, daaronder 
op een lint ingestempeld : je maintiendrai 

Kz. In het veld: . 

DE REGEERING 

VAN 

NEDERLANDSen INDIE 

ALS ERKENTENIS VAN 

BIJZONDERE VERDIENSTEN 

TOT BEVORDERING 

VAN KENNIS 

EN BESCHAVING 

ONDER 
DEN INLANDER. 

Zilver en Brons, 38 m.M., Verz. Tevler. 
Tijdschrift 1895, blz. 46, als gesneden door 

D. VAN DER KeLLEN. 

Ingesteld bij Gou vernemen ts besluit van 14 Februari 1870 n®. 9. 

169. 1870. Februari. 

Meubelmakers- Vereeniging „Utrechtsch 
Eendracht" opgericht. 

Vz. Het gekroonde wapen der gemeente 
Utrecht met twee leeuwen als schildhouders, 



24 



rustende op een ornement, omgeven door een 
parelcirkel. 

Kz. MEUBELMAKERS VEREENIGING (in boOg.) 



• ZD» 



UTRECHTSCH 
EENDRACHT 

OPGERICHT 
FEBR. 1870 

ter zijden staat: begeer utrecht 
Brons, 28 m.M. Verz. Z. 

Waarschijnlijk later geslagen, het jaartal is den heer Begeer niet 
bekend. 

160. 1870. 6 April. 

350 Jarig bestaan van het Burgerweeshuis 

te Amsterdam. 

Vz. In het veld binnen een cirkel: 

BURGER 
WEESHUIS 

TE 
AMSTERDAM 

Omschrift: drie honderdvijftig jarig bestaan 

1870 

Kz. In het veld: 

J. P. CROMMELIN 

W. BLAAUW 

L. M. SCHOUWENBURG 

J. BACKER JR. 

C. R. VAILLANT 

J. DEN TEX BONDT 

REGENTEN. 



25 



Brons, 28 m.M. Verz. Teyler. 



161. 1870. 29 April. 

100 Jarig bestaan van het Evangelisch 
Luthersche weeshuis te Rotterdam. 

Vz. In het veld: Rotterdam 

Omschrift: ♦ weeshuis der evangeliesch (sic) 

LUTHERSCHE GEMEENTE 

Kz. In het veld: 

29 APRIL 

Brons gegraveerd, 45 m.M. Leidsch Pen- 
ningkabinet. 

162. 1870. 28 Mei. 

25 Jarig huwelijk van 
Dr. A. VAN DER Willigen Pz. en 

G. A. VAN VOORTHUIJZEN 

te Haarlem. 

Vz. Hymen de face staande, met de 
linkerhand een brandende fakkel en met de 
rechter een lauwerkrans boven een altaar 
houdende. Op het altaar zijn twee brandende 
harten geplaatst en op de voorzijde er van is 



26 



het getal 25 ingestempeld. In de afsnede: van 
DER KELLEN j^^ . F. (Zie DiRKS n°. 234, enz.) 
Kz. In een bloemenkrans: 

25 JARIG HUWELIJK 

VAN 

D*. ADRIAAN 

VAN DER WILLIGEN PZ. 

EN GEERTRUIDA ALETTA 

VAN VOORTHUIJZEN 

HAARLEM 

29 MEI 

1870 

Brons, 42 m.M., Verz. Teyler. 

163. 1870. 7 Juni. 

Maskerade der Leidsche Studenten. 

Vz. Een links staande gemuilbande beer, 
die een stok vast houdt, binnen een lint met 
het opschrift: honi soit qui mal y pense 
Kz. Glad veld met het omschrift: 
in memoriam festi diei natalis ccxcv acad. 

LUGD. bat. VII JUN. A. MDCCCLXX. 

Brons, 32 m.M., Verz. Teyler. 
Tijdschrift 1895, blz. 46, als gesneden door 
D. van der Kellen. 

De Maskerade stelde het bezoek voor van den Graaf van Leicester 
aan Leiden in 1586. De Vz. is volgens den heer Besier een 
vrije navolging van het zegel van Leicester. 

164. 1870. 19 Juni. 

Tachtigste verjaardag van D. Jut te Breukelen. 



27 

Vz. Zwevende engel met opgeheven armen 
tusschen acaciatakken. 

Omschrift : tot hiertoe heeft de heer geholpen 
Kz. Opschrift: DIRK JUT 

oud 8o jaren 
op vroeglust 
te breukelen 

19 JUNI 1870 

Brons, 30 m.M., nal. j. elion. 

165. 1870. 3 Juli. 

Presentiepenning van <ie Société Royale de 

Numismatique de Belgique met borstbeeld 

van HuBERTUS Goltzius. 

Vz. = n°. 54. 

Kz. Zg. zegel van Salomo, twee over elkaar 
geplaatste gelijkzijdige driehoeken omgeven 
door zes cirkeltjes o . 

Op de zijden van den eenen driehoek: 

* SOCIÉTÉ ROYALE ©> 

DE NUMISMATIQUE ®> 

®> DE BELGIQUE ^ 

Binnen de driehoeken: 

3 

JUILLET 
1870 

Brons, 33 m.M. Mededeeling van den heer 
Alph. de Witte. 



28 



166. 1870. i6 Juli. 

Internationale zangwedstrijd, 
Rotte's Mannenkoor te Rotterdam. 

Vz. Het gekroonde wapen van Rotter- 
dam met twee leeuwen als schildhouders, 
rustende op ornement met banderol, daaronder: 
A. FiscH, in parelcirkel. 
Omschrift: 
^ liedertafel: rotte's mannenkoor ^ 
beschermheer z. m. de koning 
Kz. In een verdiept veld: 

INTERNATIONALE 
ZANGWEDSTRIJD 

VOOR 

MANNENKOOR 



GEHOUDEN TE 

ROTTERDAM 



Juli i^ * 



Brons, 48 m.M. 

Mij ter beschrijving gezonden door den Sekretaris van R. M den 
heer J. R. Kornacker. Uitgeloofd in zilver en brons (lo ex), ook 
de gemeente, de burgemeester en de Koning als beschermheer loofden 
gouden penningen uit. Rotte's Mannenkoor werd ii Maart 1854 in 
eene vergadering van 21 leden opgericht, en telt thans (1897) 115 
werkende leden en 25 eereleden zij die zich voor de muziek in het 
algemeen of de vereeniging in het bizonder buitengewoon verdienstelijk 
hebben gemaakt). Z. M. Koning Willem lil aanvaarde in 1867 het 
beschermheerschap. 



29 

1«7. 1870. 16 Juli. 

Als voren. 

Vz. Het gekroonde wapen van Rotterdam, 
met twee leeuwen als schildhouders, rustende 
op een banderol. 

Omschrift boven : 

• LIEDERTAFEL ROTTE's MANNENKOOR. • 

beneden: beschermheer z. m. de koning 

Kz. In het veld: 

concours 

• 16 JULI "k 

1870 

ROTTERDAM 

daaronder : a. kisch brux. 

Koper verguld draagt eeken, 22 m.M., Verz. 
v. Dijk v. Matenesse. 

168. 1870. Augustus. 

Schietwedstrijd te Apeldoorn, (niet door gegaapt,) 

Vz. Het links gewend hoofd van Z. M. 
Koning Willem III, daaronder s. de vries 'shage. 

Omschrift : 

WILLEM III KONINC; DER NEDERLANDEN. 

Kz. Twee buksen en sautoir geplaatst op 
een patroontasch, een lauwer- en een eike 
tak, op het geheel rust het gekroonde wapen 
van Apeldoorn; daaronder: APELDOORN 



30 
Oinschrift: * ned. weerbaarheidsbond * 

NAT. WEDSTRIJD • IN • AUG. 187O 

Brons en tin, 33 m.M. Verz. Teyler. 
Oranjepenningen 1284. 

Ten gevolge van het uitbreken van den Fransch-Dultschen oorlog 
had deze wedstrijd niet plaats. 

169. 1870. 12 Oktober. 

De Koning aan W. G. ten Houte de Lange, 

te Alkmaar. 

Vz. = n°. 22. 
Kz. In mirtenkrans: 

AAN 

W. G. TEN HOUTE DE LANGE 

TE ALKMAAR 

DEN IJVERIGEN 

KLINISCHEN LEERAAR 

DEN BEVORDERAAR 

DER VOLKSGEZONDHEID 

DEN GETROUWEN ARTS 

GEDURENDE 50 JAREN 

VAN WEGE 

DEN KONING 

12 OCTOBER 

1870. 

Zilver en brons, 51 m.M., Tijdschrift 1896, 
blz. 265. 

Willem Geldolf ten Houtb de Lange werd geboren te Alkmaar 
15 November 1799 en overleed aldaar 27 Februari 1882. In 1820 vestigde 
hij zich als heel- en vroedmeester, werd eerst stads-verloskundige, in 



31 



1S44 li<l der plaatselijke geneeskundige kommissie, later lid der 
Haarlemsche provinciale geneeskundige kommissie en in 1856 lektor 
aan de klinische school. 

12 Mei 1825 huwde hij Sara de Leeuw. De penning werd 
aangeboden in zilver, hij liet 4 bronzen afslagen maken voor zijne 
kinderen. 



170. 1870. 13 Oktober. 

Ter eere van M. van Geuns, 50 jaren werkzaam 
bij de Associatie Cassa te Amsterdam. 

Vz. In een eikekrans: 

AAN 

MATTHIAS 
VAN GEUNS Jbz. 

VIJFTIG JAREN 

ONAFGEBROKEN 

WERKZAAM 

1820 — 1870 

Omschrift: •<?.? associatie cassa * 

AANGESTELD 182O • DIRECTEUR 183I • 
WAARNEMEND 1856 • COMMISSARIS 1857. 

Kz. In een verdiept veld: 

TOT 

HULDE EN AANDENKEN 

AANGEBODEN DOOR 

HONORAIRE 

EN 

EFFECTIEVE 

MEt)EBESTUURDERS 

13 OCTOBER 

1870. 



32 



Omschrift: "^k w. borski. h. d. a. martin. 

F. VAN TAACK TRAKRANEN. W. BORSKI JR. 
C. F. OVERHOFF. W. Th. ESSER 

Brons, 60 m.M. Kon. Kab. 

Tijdschrift 1895, blz. 47, als gesneden door 
D. VAN DER Kellen. In goud aan den jubilaris 
aangeboden. 

171. 1870. 17 Oktober. 

Onthulling van het standbeeld voor Piet Hein 

te Delfshaven. 

Vz. Piet Hein in bevelende houding rechts 
gaande, in de rechterhand houdt hij den kom- 
mandostaf, terwijl hij met de linker het ge- 
vest van zijn zwaard omklemt ; aan zijne voeten 
ligt een anker, daaronder: J. p. M.(enger) f. 

Omschrift : standbeeld van pieter pietersz. 
hein. 

Kz. In een eikenloof kroon : 

ONTHULD 

TE 

DELFSHAVEN 

17 OCTOBER 

1870 

Brons, 48 m.M. Verz. Teyler. 

Pikt Hein, wiens naam steeds in den mond des volks voortleeft 
door het bekende liedje op zijn kleinen naam en groote daden, werd 
in 1578 te Delfshaven geboren en koos het zeemansbedrij f, doch 
werd door de Spanjaarden krijgsgevangen gemaakt en aan de roei- 
banken van een van Spinola's galeien gekluisterd. Na zijne uitwis- 



33 



seling tegen spaansche gevangenen, voer hij 1608 — 161 7 ter koop- 
vaardij, werd bij de oprichting der West-Indische Compagnie tweede 
bewindhebber voor Rotterdam, in 1623 vice-admiraal, in 1626 admi- 
raal, in 1629 luitenant-admiraal van Holland, in welke betrekking 
hij 20 Juni 1629 voor Duinkerken sneuvelde, waarna zijn lijk in de 
Oude kerk te Amsterdam werd bijgezet, waar de Staten een praal- 
graf deden verrijzen. Zijne belangrijkste krijgsbedrijven waren het 
veroveren van San Salvador op 8 Mei 1624, de overwinninjir op de 
Portugeezen in de Allerheiligen-baai in 1626 en de beroemde ver- 
overing van de Spaansche Zilvervloot in de baai van Mdtanzas in 1628. 

172. 1870. 

Ter eere van Prins Frederik der Nederlanden 
beschermheer van het St. Hubertsgilde 

(te Haarlem?). 

Vz. St. Hubert onder een boom, geknield 
voor het hert met het kruis tusschen de horens ; 
voor hem zit zijn hond en achter hem staat 
zijn paard. In de afsnede: j. p. M.(enger) f. 

Omschrift: s^. huberts gilde, «cfe 

Kz. In een lauwerkrans: 

HULDE 

AAN 

DEN PRINS 

PROTECTOR 

1820 — 1870 

Brons, 46 m.M. Kon. Kab. 
Oranjepenningen 1 282. 

173. 1870. 

Het Nederlandsch Indisch Gouvernement 

aan Malim S()?:tan, voor zijne als 

tolk bewezen diensten. 



34 



Vz. Het nederlandsche wapen met twee 
leeuwen als schildhouders, daaronder op een 
lint ingestempeld : je maintiendrai 

Kz. HET 

GOUVERNEMENT 
VAN NEDERLANDSen INDIÊ 

AAN 

MALIM SOETAN 

ALS BELOONING 

VOOR ALS TOLK BEWEZEN 

GOEDE DIENSTEN 

BIJ GELEGENHEID 

DER 

GEWAPENDE DEMONSTRATIE 

TEGEN 

HET EILAND SI BEROET 

IN 1870 

Brons, 38 m.M., Verz. Tevler 

Tijdschrift 1895. blz. 47, als gesneden door 

D. VAN DER KeLLEN. 

174. 1870. 

Herinnering voor hen, die zich verdienstelijk 

hebben gemaakt in den oorlog van 1870, 

uitgereikt door de vereeniging 

„Het Roode Kruis". 

Vz. De vlag der vereeniging, daarboven 
1870, daaronder: job. xxiv. 12 

Omschrift: ♦ ANIMA - VULNERATORUM • 
CLAMAVIT. ♦ 2 2. AUGUSTUS. 1864 



35 

Kz. In het veld het wapen van Genève, 
waarboven op een lint: genève en waaronder: 
XXVI. ocT. 1863 — s. DE VRIES. LA HAYE Daarom- 
heen in een cirkel de wapens der tot de 
vereeniging toegetreden staten, boven elk 
derzelve een lint. waarop de namen der staten, 
als: Nederland, Denemarken, Spanje, Frankrijk, 
Hessen, Italié, Portugal, Pruissen, Wurtemberg, 
Saksen, Oostenrijk, Beieren, Zweden en Noor- 
wegen, Engeland, Amerika, Egypte, Rusland, 
Zwitserland, België en Baden. 

Brons en tin, 43 m.M., Verz. Z. 

Zie omtrent deze vereeniging de aanteekening bij no. 143. 

175. Als voren. 

Met oog en ring, brons, i6 m.M., aan gewa- 
terd oranjelint. Verz. J. Karreman, te Oud- 
Beierland. 

17«. 1870. 

Prijspenning van de Hollandsche 
Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem. 

Vz. Het linksgewend borstbeeld van 
CiiRiSTiAAN HuYGKNS, daaronder: j. euon f. 

Omschrift: CHRISTIAAN HUYGENS. 

Kz. Glad veld omgeven door een lauwerkrans. 

Omschrift : 
SOCIETATIS SCIENTIARVM HOLLANDICAE 

MAGNVM PRAEMIVM 

Brons, 75 m.M. Verz. Rijksmunt 



36 



Penning welke om de vier jaren in goud aan dien geleerde wordt 
uitgereikt, wiens onderzoekingen in de laatste twintig jaren de grootste 
vorderingen in een der exakte wetenschappen hebben doen maken. 

Voor het eerst in 1870 uitgereikt. 

Het doel dezer in 1752 opgerichte maatschappij is de bevordering 
van de studie der wetenschappen, inzonderheid der natuurwetenschap. 
Zij geeft een tijdschrift uit, geschreven in het Fransch en bevattende 
verslag van de in Nederland en zijne koloniën gedane wetenschappe- 
lijke onderzoekingen. 

Christiaan Huvgens, geboren te 's-Gravenhage 14 April 1619, 
was een groot wiskundige en werktuigkundige. De kansrekening werd 
door hem in nieuwe banen geleid, de verrekijkers werden aanmerkelijk 
verbeterd, een der wachters in den ring van Satumus ontdekt, de 
slingeruurwerken ui^evonden; tal van geleerde werken bestaan vsm 
zijn hand. Hij overleed te 's-Gravenhage 8 Juni 1695. 

177. 1870. 

A. Vlielander te Numansdorp, 50 jaren 
rentmeester van Cromstrijen. 

Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, de trois 
quarts, rechts in het veld: j. elion f. 
Omschrift : 

ARIE VLIELANDER, 50 JAREN RENTMEESTER 

1820 — 1870 

Kz. In een zwaren eikenkrans, die met een 
lint omwonden is: hulde 

VAN 

AMB ACHTSH EEREN 

GRONDEIGENAREN 

VAN 

CROMSTRIJEN 

Zilver en brons, 6i m.M., Verz. Z. 

Deze penning werd den jubilaris door eene kommissie uit de 
gezamenlijke eigenaren der heerlijkheid in goud aangeboden. 



Wordt vervolgd 



» •Vii^^N/*^ 



Iets over het Vettewariersgilde te Middelburg 

en over een tot nu toe onbekenden 

begrafenispenning van dit gilde. 



v,Wy achten het voor een aangenaam tijtverdrijf 
„ons selven te vermaecken in eygen oudheden: daer- 
„toe heeft ons de begeerte tot het algemeen welwesen 
„van het vettewarygilde een bysonder spoor geweest. 
„Het heeft ons gelust ordentelijk te laten verschry- 
„ven alle de voorrechten en ordonnantien die Haar 
„Edelachtbaarheden tot welwesen van het gemeene 
„gilde in den jare 1593 hebben vergunt, mitsgaders 
„alle de ampliatien die van tijt tot tijt daar zijn by 
„gedaan 

„Wy willen hopen, dat onse naarcomelingen dit 
„alles met zooveel vermaack sullen doorsnuffelen, als 
„wy het met yver voor het gemeen hebben *t zamen 
„gesteld, soo sal onsen geringen arbeyt niet ydel 
„geacht werden maer den bescheydenen sal altijt 
„connen afnemen hoe dat wy zijn geweest.** 

Aldus schreef in den jare 1698, Aüraham 

3 



3« 

RoosE, deken van het Vettewariersgilde te 
Middelburg, in de voorrede van het prachtige 
Privilegeboek door hem vervaardigd en ver- 
sierd met afbeeldingen der wapens van voor- 
malige overdekens van het gilde. 

Men kan nagaan, dat dit in rijken pracht- 
band gebonden boek spoedig een „Danckbaere 
erkentenis" van Deken en Beleders van het 
gilde uitlokte, wij lezen dan ook op de vol- 
gende bladzijde: 

„De welstand van het volck bestaat in wel te letten, 
„Op haar oud voorrecht en op redelycke wetten, 
„Sulcx is zoo billick, dat een ider zijn gemoet] 
„Getuygt, dat borgerrust door wetten werd gevoet 
Soozijn wy oock verplicht om danckbaarlijk 't erkenne — 
Ons overheden, die soo gunstig door haar penne 
„Tot welstand van dit gild dees wet gegeven heeft 
„Waardoor dat ider lid van ons gerustlijck leeft 
f^lVy, die in talrijckheyt en menicht overtreffen 
„Al d'andere gildens, hooft voor hooft; seer wel beseffen 
„Hoe ons oock schuldige plicht steets nootsaackt dese wet 
„*t Omhelsen, en met een oock 't oude voorrecht/' 

Wij willen ons niet langer met deze rijme- 
larij bezighouden, maar kijken liever het prach- 
tige boek wat verder in, om daaruit het een 
en ander omtrent dit uitgebreide gilde te 
weten te komen. 






39 

Uit de rekeningboeken i), die evenals het 
Privilegeboek in de Oudheidskamer op het 
Raadhuis worden bewaard, zullen we daarna 
opteekenen, wat omtrent het uitgeven van gilde- 
penningen vermeld staat. 

„Wy die in talrijckheyt en menicht over- 
treffen al d'andere gildens hooft voor hooft," 
schreef de ons onbekende dichter in 1698. 
Die zelfde talrijkheid was oorzaak, dat in 1593 
het toen aanwezige cramersgild gesplitst werd 
en daar o. a. een afzonderlijk gilde van de 
vettewariers, kaas- en melkvercoopers, potten-, 
kannen- en glazenvercoopers, mitsgaders heye- 
en ryse en besemvercoopers uit samen te 
stellen, die „bequamelijck souden werden ge- 
regeert by deken en beleders, daerover aan- 
testellen." In nog vroegeren tijd heette het 
Gilde van kaersghieters en vettewafë; het 
kreeg in 1430 een nieuwe keur en ordonnan- 
tie 2), waarin we o. a. lezen, dat wie valsch 
gewicht gebruikte, boete beliep, terwijl schalen 
en gewichten voor zijn deur stuk geslagen 
werden. Verschillende zaken als boter, kaas, 
vorkstelen, houten lepels, enz., mocht men toen 
slechts in „periewaarde" (penningwaarde) ver- 



1) Privilegcboek en rekeningboeken zijn mij door het Stedelijk 
Kestuur welwillend ter inzage afgestaan. 

2) De Stoppelaar. Inventaris van het OuU-Archüf voft Middel- 
burg, 1217 -1581, \v\ 166. 



40 

koopen. Men mag dus aannemen, dat het gilde 
der vettewariers tot de oudste van Middelburg 
heeft behoord. 

Het ligt niet in mijn bedoeling de geschie- 
denis van het gilde te gaan verhalen, ik 
wensch slechts enkele eigenaardige zaken te 
vermelden. 

Wie in het gilde wilde komen, moest poorter 
zijn van Middelburg, dat sprak van zelf. Men 
betaalde 20 ^ gr. vl. als inleggeld en voorts 
voor „willecomme" twee stoopen Rijnsche wijn, 
of „de weerde van dien." Het jaargeld bedroeg 
ïï^ 1593 twee |9 gr. vl. 

Zij hadden nu het recht hun winkels of ma- 
gazijnen te openen, maar bij ordonnantie was 
het verboden iets anders daarin te hebben 
dan: „Boter, kaas, speek, gekoockte en gezou- 
„ten hammen, gekoockte tongen, roet ofte talck, 
„kaarsen, seepe, weidassen, potasschen, raap- 
wen lijnsaatoly, wit zout by groote en kleyne 
„marckte, grutte-, haver- en geerstegort, mos- 
„tert, solferpriemen, allerhande soorten van 
„heye- en ryze besems, vlercken, potten, pan- 
„nen^ alderhande aerde geleyers en glaswerck, 
„Danswijkse flessen en voeders, stroo- en 
„biesen matten, honick, sousicen, asuyn, eye- 
„ren, gist, klein bier en sant.'' Wie andere 
dingen dan de opgenoemde verkocht werd be- 
boet. 



41 

Deken en beleders gingen er viermaal in 
een jaar op uit om dat alles te onderzoeken. 
En wie bij zoo'n gelegenheid deken of bele- 
ders „dus in 't feyt van haarlieder officie 
susinieerde, 't sy met woorden ofte wercken", 
die werd nogmaals beboet. 

Er waren in Middelburg twee marktdagen, 
's maandags en donderdags ; buiten die beide 
dagen was het verboden iets op straat te ver- 
koopen. 

Nu waren de standplaatsen op de groote 
markt, waar de vrije jaarmarkt ook gehouden 
werd, niet alle gelijk voordeelig, vandaar dat 
bepaald werd, dat viermaal in een jaar over 
het staan van de kramen op de markt zou 
gecaveld, d. i. geloot worden. 

Die cavel moest beginnen aan 't oost- 
einde der markt aan de zuidzijde, dus op het 
punt waar Langedelft en Burcht te samen 
kwamen. Dat deel was niet alleen toen, maar 
nog heden ten dage het drukst bezochte 
punt. 

Kwam men er voor den eersten keer, dan 
was het verplichtend zijn kraam aan de 
noordzijde westelijk van het plein, hoek Vlas- 
markt, op te slaan. Dat winkeltje mocht 
niet worden opgesteld naar keuze van den 
eigenaar; de ordonnantie gaf aan, dat alle 
kramen even hoog van „schragen en ook 



42 

van vorsten" moesten zijn, dit werd aldus 
bepaald met het oog op wind en regen. Ook 
was het verboden ze wijder te maken dan 9 
stadsvoeten. 

Van af half „Maarte tot Baefmisse toe als 
de kloeke zeven sloeg'' en het overige van 
het jaar om 8 uur, moest men op de markt 
present zijn, wie er op die uren niet was, werd 
„uytgekraamt'' . en mocht dien dag niet meer 
opslaan. 

Een punt van groote zorg waren de maten 
en gewichten. Deken en beleeders, kortom het 
uitvoerend bestuur, mochten op ieder uur van 
den dag deze in de winkels gaan onderzoeken, 
en zij waren verplicht vooral op den laatsten ijk 
der stad te letten. Waren de schalen ongelijk, 
dan moesten ze in orde worden gebracht 
„door loot aan de snoeren van de schalen 
vast te maken en geenszins niet met losse in- 
gelegde waren als kaes of diergelijcke, gelijck 
voor desen — en ook nog wel in later dagen ! — 
wel pleeg te geschieden." 

Daarenboven had men geen vrijheid zooveel 
gewicht in huis te hebben als men verlangde. 
„Om de fraude te remedieeren die begaen 
werden in 't recht van de balans," werd den 
28 maart 1538 aan balansmeesters opgedragen 
toe te zien, dat kruideniers, vettewariers en 
anderen, zich met gewichten „geneerende" geen 



43 

hooger gewicht in hunne huizen hadden of 
gebruikten dan 22V2 ^. i) 

In 1581 kwam die zaak op nieuw ter sprake, 
niemand mocht in huis of in zijn kraam hooger 
wegen dan 22 ^. Ten gerieve van het publiek 
zou echter op de marktdagen en ook des Za- 
terdags een balans op de markt worden ge- 
bracht voor het wegen van vleesch, boter, enz., 
tot een gewicht van 200 pond. 2) Van stads- 
wege bouwde men er een tentje voor. 

Wat het gewicht zelf betrof, men zal in 
hoofdzaak het middelburgsche hebben gebruikt. 
Dit was verdeeld in 8 ons = 32 lood, ieder 
lood in 8 achtstelooden ; het stond in verhou- 
ding tot het hedendaagsche nederl. pond als 
I ned. pond = 3) 2 pond, 4 looden, 1.4 acht- 
stelooden. Het woog 469.4 wichtjes. 

In 1508 zond men iemand van hier naar 
Antwerpen om looden en koperen gewichten 
te halen, want regeering en poorters hadden 
besloten, het gewicht alhier gelijk te maken 



1) Uit het Register ten Rade der stad Middelburg 1599— 1614. 
Excerpt in m.s. van H. M. Kesteloo, dat mij door den schrijver 
welwillend is ter inzage verstrekt. 

2) Ix>c. cit. n*>. 3566. 

3) J. DE Kanter. Handboekje voor de ingezetenen der Provincie 
Zeeland, inhoudende: Vergelijking der aldaar in gebruik geweest 
zijnde maten en gewigten met die van bet metrieke of nieuwe ned. 
stelsel. Middelburg 1852 blz. 42. 



44 

met dat van Antwerpen, i) Het oude antwerp- 
sche gewicht woog 470.2 wichtjes. 

Ongeveer een eeuw later schijnt dit middel- 
burgsch-antwerpsche gewicht nog in gebruik te 
zijn geweest, ofschoon men er ook al niet mede 
tevreden was, want den 12 aug. 1606 hadden 
deken en beleders van het kruideniersgilde en 
eenige kooplieden bij Weth. en Raad een klacht 
ingediend, dat het gewicht van Amsterdam 
5 ten 100 zwaarder was dan dat van Middel- 
burg — Antwerpen, en daar dit last veroorzaakte, 
beloofden W. en R., dat het middelburgsche 
pond aan 't amsterdamsche zou worden gelijk 
gemaakt. 2) Dit amsterdamsche pond woog, 
volgens DE Kanter, 494.1 wichtjes. 

De nieuwe toestand schijnt niet aan aller 
verwachting te hebben beantwoord, want we 
lezen dat in 1608 eenige kooplieden en gilden 
werden gehoord, naar aanleiding van hunne 
klachten aangaande de zoo even vermelde ver- 
zwaring van het gewicht. 

Het resultaat van deze bijeenkomst is ge- 
weest dat alles weer op den ouden voet werd 
hersteld. 



i) H. M. Kesteloo, De stadsrekeningen van Middelburg 1500 — 1549. 
In Archief Zecuwsch Genootschap, deel VI blz. 353. 

In een rekening van 1529/30 wordt gesproken van een uurwerk 
dat woog 4760 "^ middelburgsch groot gewicht, ook antwerpsch ge- 
wicht genoemd. 

2) Reg. ten Rade, blz. 167. H. M. Kesteloo, m. s. 



45 



„Op den marktdag", vermeldt het Register 
ten Rade, „na de trèves (25 april 1609), zal 
worden afgekondigd, dat het gewicht hier blij- 
ven zal op den ouden voet, gelijk met het 
antwerpsch gewicht." 

Een aantal looden gewichten, gestempeld 
met „de hand" van antwerpen, vond ik on- 
langs in een middelburgsch huisgezin terug. 
Zij wegen respektievelijk 470, 117.5 en 59 
wichtjes. 

Een bron van groot verdriet en van voort- 
durende oneenigheid, waren de leurders van 
buiten de stad, die met hunne schepen binnen 
kwamen. De een of andere gildebroeder pro- 
fiteerde daar dan van en kocht op zeer voor- 
deelige voorwaarden de waren, die zij hadden 
medegebracht. Om deze onrechtvaardigheid 
ten opzichte der overige leden van 't gilde te 
voorkomen, werden bepalingen gemaakt, dat 
de leurders hunne goederen niet uit de sche- 
pen aan wal mochten brengen, alvorens de 
knape alle gildebroeders bijeen had geroepen, 
en dus een ieder in de gelegenheid werd ge- 
steld zijn voordeel er mede te doen. 

Kwam een medelid te overlijden, dan waren 
de overige leden verplicht hun overleden con • 
frère de laatste eer te bewijzen; zij werden 
daartoe door den knape bij „vernachte wete" 
opgeroepen. Bij die gelegenheid heeft hij als 



46 

kontrolemiddel een begrafenispenning uitge- 
reikt, i) 

Een dergelijke hoogst zeldzame penning van 
het jaar 1648, bevindt zich in mijne verzameling. 

Het schijnt, dat de knaap voor dat oproepen 
een vaste belooning ontving en wel van één 
schelling vlaamsch. Dat was ten minste zóó 
in 1670. De vettewariers vonden dit, en te- 
recht, een veel te kleine toelage, vandaar dat 
zij aan de stadsregeering een rekest indienden 
om een ampliatie op hunne ordonnantie te 
mogen ontvangen, waarin zou worden opgeno- 
men, dat de knape voortaan een pond vlaamsch 
voor het bijeenroepen der broeders zou ont- 
vangen. Immers schrijven zij „Uw Edel Acht- 
„bare connen wel oordeelen of bemercken, dat 
„men geen 500 menschen voor een schellinck 
„ter begraevinge kan bidden (d. i. oproepen) 
„daer twee dagen werck aan is." De regeering, 
hun verzoek zeer billijk vindende, stond toe, 
dat hij voor het oproepen van het geheele gild 
een pond vlaamsch zou mogen eischen, voor 
het halve 10 schellingen, en voor het waar- 
schuwen van een kwart van 't gilde 5 sch. vL, 



i) Zij zullen bij het overlijden van een gildebroeder of zuster ge- 
houden zijn te compareren ter begravinge op de boete van 1 2 gr. vis. 
en zullen de laatst Incomelingen gehouden zijn den overledene ter 
aerden te dragen, of iemant van de gildebroeders uyt baarlieden 
name daer toe te verwittigen, mits daertoe gehad hebbende een 
vernachte wete op de verbeurte van 2 sch. gr. vis. 



47 



„gelijck alle knapen van vry kieynder orildens 
dit evenzoo deden." 

Laten wij nu, na deze kleine inleiding, met 
behulp van de drie nog aanwezige rekening- 
boeken, nagaan, welke uitgaven op het punt 
van penningen daarin worden verrekend. 

Mr. J. DiRKS beeldt in zijn standaardwerk 
drie verschillende penningen van dit gilde af. 
Het zijn de nommers 48, 49 en 50 van plaat 
LXXI. MiNARD VAN HoORENBEKE Vermeldt 
slechts den eersten en laatsten. (n". 390 en 391). 

DiRKS n°. 48, van geel koper, heeft datum 
noch opschriften, het gildenummer uitgezon- 
derd. Deze penning draagt echter bij Minard 
het jaartal 1647 daarop gegraveerd. 

Van deze penningen, die aan beide zijden bijna 
gelijk zijn en waarvan ik drie onderling in teeke- 
ning der figuren afwijkende stempels bezit — gil- 
denummers 30, 5 1 en 83 — bestaat een begrafenis- 
penning, die tot nu toe niet was teruggevonden. 




De voorz. vertoont die zijde van den klei- 



48 



nen geelkoperen penning (Dirks n**. 48) waarop 
tusschen de weegschalen een botervlootje ? is 
afgebeeld, terwijl op de keerzijde een lijk- 
baar zichtbaar is, in het midden waarvan de 
attributen van het gild, kaarsen, hammen en 
een stapel kazen? in een fraaie cartouche zijn 
aangebracht. Het gewone omschrift, aan alle 
middelburgsche begrafenis-gildepenningen ei- 
gen, het „HEDEN • MY • MORGHEN • DY" is OOk 

hier aanwezig. Daaronder: • A°. 1648. 

Of oudere penningen van dit gilde bestaan 
hebben, is niet te zeggen, daar de bewaard 
gebleven rekeningboeken eerst met het jaar 
1670 aanvangen. Denkelijk zijn de kleine geel- 
koperen penningen tot 1684 in gebruik geble- 
ven, toen zij, zooals we zullen zien, door een 
tinnen exemplaar zijn verruild. 

Vermoedelijk hebben de volgende posten op 
den kleinen penning van 1647 betrekking. (Dirks 
n**. 48, MiNARD VAN Hoorenbeke n°. 390.) 

1670. Ik (Hendrik Davidsen) bekenne ontfangen 
te hebben van het maken van penningen van 
het g^lde £ 0.4.4, 

1670. Item betaelt aan Matthis Hoofft over 't ma- 
ken van 50 nieuwe penningen en vernomberen 
van de ouwe £ 8.0.10. 

1 67 1 . Item . betaelt aan Matthis Hoofft over 't ma- 
ken van 50 nieuwe penningen en eenichte te 
vernomberen £ 8.0.10. 



49 

Uit deze posten blijkt, dat toen geen nieuwe 
stempel is gebruikt, want de bestaande wer- 
den met nieuwe nommers voorzien en ook dat 
de penningen ongeveer 19 st., met het ver- 
nommeren er bij, hebben gekost. Een zeer 
hoog bedrag voor dezen kleinen penning, dat 
voor de gildekas bij het voortdurend toenemen 
van het aantal leden, bezwarend moet zijn ge- 
weest. Misschien werd daarom besloten een 
penning in het veel goedkoopere tin te doen 
vervaardigen. Dit had in 1684 plaats, toen 
deken Joh. Schoonakker het eerst in eene 
rekening van dat jaar van „tynne penningen" 
melding maakt en een nieuwe stempelvorm 
werd aangeschaft. 

1684. Betaelt aan GiLLYS van de gilde over maeken 
van den cooppere vorm om penningen in te 
gieten £ 3.6.8. 

1684. Betaelt aan mijnselven (den genoemden JOH. 
Schoonakker) voort maeken van 200 tynne 
penningen en teyckenen saemen . . £ 1.16. 

1688 Betaelt aan FiLlPS van den g^lde voor 't mae- 
cken van 52 penningen voor 't g^lde . £ 1.9. 

1 688. Betaelt aan Anthony Gerretsen voor *t tee- 
kenen van 125 penningen £ 0.8. 

Deze tinnen penningen (Dirks pi. LXXI 
n**. 49), hoewel van grooter formaat, waren 



50 

evenwel minder kostbaar. Zij kostten dan ook 
slechts I st. in den beginne, later iets meer 
dan 3 st. per stuk, terwijl voor de kleine ko- 
peren, zooals wij gezien hebben, ongeveer 19 
st. in rekening werd gebracht. 

In het jaar 1698 verscheen het rijk versierde 
privilegeboek, dat aan den overdeken Palma 
DE St. Fuentes was opgedragen. Een gebeur- 
tenis van gewicht, die het verklaarbaar maakt, 
dat men in plaats van den eenvoudigen tinnen, 
liever een van meer kunstzin getuigenden gil- 
depenning, als in harmonie met de feestelijk- 
heden bij het verschijnen van een nieuw pri- 
vilegeboek, wenschte te bezitten. 

Zoo kwam de fraaie artistieke penning van 
1698 (DiRKS pi. LXXI n\ 50), tot stand, i) In de 
volgende rekening van 7 oktober 1699 wordt 
hierover verslag uitgebracht. De rendant brengt 
een som van £ 33 5 |>' 2 gr. vl. „in uitgeef 
voor soo veel heeft gekost de silver gedre- 
ven model met desselfs nagegoten mettale 
penningen, om de gildebroeders daermeede ter 
begraaffenis en anders te dagvaarden, mitsga- 
ders oock hetgeen betalt is voor het nieuw 
verschreven previlegieboek/' 



I) Deze heeft het aardige opschrift: 

DAT WELVAART KN SEGKN SY RYCK EN MILDE 
BY AL DE LEDEN VAN T VETTE WARY GILDE 



51 



Aan Anthonis Felles voor het maken van 
152 mettale penningen volgens beding tot 10 stuy- 
ver het stuck, waeraf is gerekent eenig oud ko- 
per £124/5. 

Jammer genoeg is in de rekeningen verder 
niets meer over deze penningen vermeld, zoo- 
dat wij niet te weten zijn gekomen, wie de 
vervaardiger is geweest van dezen gedreven 
zilveren gildepenning en naar wiens teekening 
het model is vervaardigd. 

In het Zeeuwsch Genootschap is een prach- 
tige zilver vergulde penning van 1698 aanwezig. 

In een rekening van 171 7 — 19, dus een twin- 
tigtal jaren later, wordt voor het maken v^an 
2 penningen £o.2|:? berekend. Ze zijn dus van 
10 st., zooals ze door Anth. Felles zijn ge- 
leverd, op 6 stuivers teruggebracht. 

1747. Aan CORNELis Blaauwbeen voor het ver- 
gulde van een sulvere penning ter gedngtenisse 
aan onzen nieuwen aangestelden heer overdekeii 
d. hr. mr. Daniel Tulleken i) . £ 0.18.8. 



I) Er bestaat een fraai ex-libris van mr. Daniel Tullkkkn (o. a. 
te vinden in het Res^ter op de Ktxolutiën van de Staten van Holland 
en West'Fritsland 1564 — 1575. Men ziet Minerva gezeten te midden 
van boeken, globes, zuil en andere attributen, alles door een lint om- 
geven. Omschrift: Mr. Dan. TuixtKKN, Toparcha Meliskerk et Ma- 
rickerkae Medioburgens : consul. Onderaan staat: Repos ailleurs, en 
op de beide uiteinden van het lint: Schouman del. P. W. van Mk- 
GEN sculp. 



52 



1 74^. , Betaalt aan den zulversmit Jan Taarling 
voor een zuivere penning .... £ 1.12.8. 

1803. Betaald aan den zilversmit J. ROELOFSE voor 
het maken en leveren van twee zilveren in 't 
vuur vergulde gildepenningen, volgens reke- 
ning en quitantie £ 3.15. 

1806. Betaald aan den zilversmit J. C. HOKKE voor 
het maken en leveren van een zilver in 't vuur 
vergulden zuiveren penning, volgens rekening 
en quitantie £ 1.19. 

1808. Betaald aan den zilversmit ROELOFSE voor 
het maken en leveren van twee zilveren in het 
vuur vergulde gildepenningen, voor de nieuw 
benoemde commissarissen, volgens rekening en 
quitantie £ 4.18.8. 

Meer posten over geleverde penningen zijn 
in de rekeningen niet te vinden, trouwens in 
1808 waren de dagen van het gilde geteld. 
In 1795 reeds waren de moeilijkheden begon- 
nen, toen de Vergadering van de Represen- 
tanten van het volk van Zeeland geld noodig 
had en Middelburgs ingezetenen hun goud en 
zilver aan dien geldnood moesten offeren. Ook 
de gildegoederen, niettegenstaande vele rekes- 
ten, deelden in ditzelfde lot. Zoo gingen de 
fraaie zilveren bezittingen van de vette wariers, 
volgens een verantwoording van het jaar 1797, 
naar den smeltkroes, waarvoor een som van 



53 



£ 92.6.9. aan hen werd uitbetaald. Het ging 
niet meer met de gilden ; wel is waar probeerde 
men in 1807 ^^S ^^^ verzoekschrift aan den 
Koning in te dienen tot instandhouding er 
van, waarvoor de Vettewariers £ 1.2. 10. be- 
taalden, het mocht niet baten, het vettewa- 
riersgilde sloot den 2y^^^ november 18 10 zijn 
laatste rekening. 

Dat het gilde niettegenstaande de bezwa- 
rende moeilijkheden, op het laatst der i8« 
eeuw nog finantiëel in bloei verkeerde, bewijst 
wel o. a. het uitreiken van zoovele zilverver- 
gulde penningen. Aan geld ontbrak het hun 
schijnbaar niet, want hun maaltijd kostte in 
1804 de enorme som van £ 197.19. waaronder 
een bedrag van £ 84.14.19. aan wijn. 

Dit was vrij wat hooger dan toen men vol- 
gens opgaaf, van 1669, bij het verkiezen van een 
nieuwen deken, een maaltijd aanrichtte, waar- 
voor slechts £ 64 in rekening werd gebracht. 

Het behoeft niet verzekerd te worden, dat 
in de rekeningboeken posten van allerlei aard 
voorkomen, die een blik doen slaan in het 
maatschappelijk leven onzer gildebroeders. 

Zoo las ik van sommen gelds, die betaald 
werden voor het lossen van een zoon of knecht, 
die door de Turken gevangen was ; zeer vele 
andere, het fraai gekleurde gildeglas in de 
nieuwe kerk, dat hun toebehoorde, betreffende. 



54 

Dit raam in 1664 ten geschenke gegeven, kostte 
de belangrijke som van £ 74.16.6. 

In 1804 betaalde men £2. — voor het uitne- 
men der wapenschilden uit dit glas — wij waren 
toen in den anti-wapentijd — , het laatste wat 
men omtrent het fraaie gildeglas vernomen 
heeft; sedert is het sieraad spoorloos verdwe- 
nen. 

Deken Abraham Roose heeft, zooals de voor- 
rede van het privilegeboek verhaalt, in hoofd- 
zaak de geschiedenis van het gilde bij één 
geschreven „tot vermaack van zyne naarcome- 
lingen'* en opdat „de bescheydene tevens zou 
kunnen weten hoe de gildebroeders zijn ge- 
weest." Welnu wat mij betreft, ik heb met 
„veel vermaak** die oude zaken doorgesnuf- 
feld en vertrouwende, dat ook anderen er 
eenigszins belang in zullen stellen, heb ik het 
bovenstaande medegedeeld. 

Middelburg 1900. Marie de Man. 



Onze nieuwe guldens. 



Het nederlandsche muntwezen, d. w. z. het 
muntwezen van het Koninkrijk der Nederlan- 
den, werd het eerst geregeld bij de wet van 
28 September 181 6, Staatsblad n°. 50, waarbij 
een dubbele standaard werd aangenomen, met 
den gulden als munteenheid. 

Zilveren standpenningen waren de driegul- 
den, gulden en halve gulden; gouden stand- 
penning was het tien-guldenstuk. 

Zilveren pasmunt waren de stukken van 25 
cents (kwartjes), 10 cents, (dubbeltjes), en 5 
cents (stuivertjes), koperen: de centen en halve 
centen, prijkende met de trek- of drukletter 
W onder een koninklijke kroon, de Kz. ver- 
toonende het wapen. 

De gulden volgens deze wet woog 10.766 gram 
en bevatte ^3/, 000 fijn zilver. 

Bij de wet van 22 December 1825, Staats- 



56 

blad n°. 80, werden daarenboven gouden stand- 
penningen van vijf gulden ingevoerd. 

Bij de wet van 22 Maart 1839, Staatsblad 
n°. 6, werden de guldens en drieguldens ver- 
vangen door nieuwe guldens van 10 gram, 
bevattende 945/,ooo fijn zilver en door stukken 
van 21/2 gulden (rijksdaalders). Deze slechts 
een enkele maal voorkomende stukken met 
het hoofd van Koning Willem I zijn nog 
gangbaar; ook de guldens en rijksdaalders 
van de koningen Willem II en Willem III en 
de guldens van Koningin Wilhelmina, (rijks- 
daalders met H. M's. hoofd zijn nooit aange- 
maakt), werden alle geslagen ingevolge laatst- 
gemelde wet. 

De bepalingen, daarin voorkomende omtrent 
pasmunt, interesseeren ons minder, daar ze 
nimmer toepassing erlangden. 

Nevens onze rijksmunt was nog steeds het 
oudere geld in omloop, tot de wet van 18 
December 1845, Staatsblad n°. 90, dit buiten 
koers stelde. 

Bij de wet van 26 November 1847, Staats- 
blad n°. 69, werd besloten tot afschaffing der 
gouden munten; de bepalingen omtrent de zil- 
veren standpenningen bleven dezelfde; een 
nieuwe beeldenaar werd aangenomen voor de 
zilveren pasmunt, n.m. 's Konings hoofd als 
Vz., de waarde in krans als Kz. 



57 

Bij K. B. d.d. 29 Juni 1848, Staatsblad n^ 
27, werden de middelHjnen der munten bepaald 
als volgt: 

Stuk 2.50 I.- -.50 -.25 -.10 -.05 -.01 -.cx>^ 
m.M. 38 28 22 19 15 12^ 22 16 

Bij de wet van i Juni 1850, Staatsblad n"*. 
25, werd het toezicht en de zorg voor de za- 
ken van de Munt opgedragen aan den Minister 
van Financiën, het onmiddellijk toezicht aan 
het MuntkoUege, welks werkzaamheden bij 
K. B. d.d. 2 September 1850, Staatsblad n^ 56, 
nader uitvoerig werden geregeld. Art. 6 der 
laatstgenoemde wet bepaalt, dat alle stempels 
voor de munt aan 's-Rijks munt worden ver- 
vaardigd. 

De wet van 14 December 1853, Staatsblad 
n°. 126, verklaarde die van 26 November 1847 
toepasselijk voor West-Indie ; de wet van i 
Mei 1854, Staatsblad n°. 75, verklaarde laatst- 
genoemde wet tevens toepasselijk voor Oost- 
Indi^i, doch alleen voor zoover de standpen- 
ningen betreft. Ingevolge laatstgemelde wet 
en die van 20 April 1855, Staatsblad n°. 12, 
worden voor Oost-Indië afzonderlijke pasmun- 
ten geslagen. 

Maakte de daling der zilverprijzen herhaal- 
delijk maatregelen noodig tot schorsing van 
de bevoegdheid van partikulieren, tot het doen 
aanmunten van zilveren standpenningen, ove- 



58 

rigens heerschte er op wetgevend gebied, wat 
het muntwezen betreft, een groote rust, tot- 
dat bij de wet van 6 Juni 1875, Staatsblad 
n^ 117, tot den dubbelen standaard werd te- 
ruggekeerd. De gouden standpenning — het 
tienguldenstuk — weegt 6.720 gram, met een 
gehalte van 900/1000, de middellijn is 22^ m.M. 
(K. B. d.d. 26 Juni 1875, Staatsblad n°. 124.) 
Daar de eerste slag niet goed stapelde, wer- 
den in 1876 nieuwe stempels gemaakt. Die 
van 1875 vertoonen het jaartal boven het wa- 
pen, het omschrift : koningrijk der np:derlan- 
DEN, onder langs den rand loopende, die van 
1876 en later hebben het jaartal boven het 
wapen en het omschrift boven langs den rand. 
Deze gouden standpenningen werden ook voor 
Nederlandsch-Indië ingevoerd als zoodanig, 
(met herhaling van het omtrent de zilveren 
standpenningen bij de wet van i Mei 1854 
bepaalde), bij de wet van 28 Maart 1877, 
Staatsblad n^ 42. 

Bij de wet van 28 Maart 1877, Staatsblad 
n°. 43, werd de koperen pasmunt door bronzen 
vervangen, t.w. stukken van 2^, i en | cent, 
met een middellijn van 23^, 19 en 14 m.M. 

(K. B. d.d. 18 April 1877, Staatsblad n**. 84.) 

Voor Suriname en Cura^ao werd het neder- 
landsche gouden tienguldenstuk als standpen- 
ning ingevoerd bij de wetten van 28 Juni 188 1, 



59 

Staatsblad n"**. 1 20 en 121; de nederlandsche 
bronzen pasmunt werd mede aldaar ingevoerd 
bij de wetten van 24 December 1886, Staats- 
blad n**'. 233 en 234. 

Thans iets over het geld met den beelde- 
naar van H. M. Koningin Wilhelmina. 

In 1892 werden voor het eerst na H. M's. 
komst tot den troon, guldens, 25 cents- en 
10 centsstukken geslagen met H. M's. beelte- 
nis, naar het ontwerp van L. Jünger, leeraar 
aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid te 
Amsterdam, op stempels vervaardigd door den 
2^^ stempelsnijder aan 's-Rijks Munt, W. J. 

SCHAMMER. (f 26 Augustus 1893.) 

Deze stukken vonden weinig genade in de 
oogen van het publiek. De heer mr. L. W. A. 
Besier wijst, over dit onderwerp sprekende, 
op „den eenigszins verouderden toestand der 
werktuigen aan 's-Rijks Munt," {Tijdschrift 
1893, blz. 91), doch wijt ook voor een ge- 
deelte het minder artistieke der voorstelling 
aan het ontwerp. M. i. ten onrechte. De fraaie 
proeven van eene vlak-gravure naar ditzelfde 
ontwerp vervaardigd in de Kon. Utr. fabriek 
van Zilverwerken, firma C. J. Begeer, {Tijd- 
schrift 1897 blz. 137 n°. 28), bewijzen, dat met 
moderne werktuigen inderdaad iets veel beters 
te maken ware geweest. 

Van de tienguldenstukken zijn, met het oog 



6o 



op de hooge g'oudprijzen, voor rijksrekening 
nimmer exemplaren geslagen. In 1892 liet de 
muntmeester er 61 slaan, in 1895 nog 149. In 

1898 werden voor partikuliere rekening (Java 
bank) 10877 1 stuks met het jaartal 1897, in 

1899 nog 144840 stuks met hetzelfde jaartal 
aangemaakt. In het inhuldigingsjaar vormden 
deze tientjes van de Koningin een handels- 
artikel, dat nog al aftrek vond. 

Dat ook minder zeldzame stukken opgeld 
kunnen doen, bewijst het navolgende kranten- 
berichtje in de bladen van Oktober 1900 voor- 
komende en ter wille der kuriositeit hier inge- 
lascht : 

„Te Arnhem heeft zich eene negotie ontwikkeld, 
die misschien eenig in Nederland is. Om namelijk 
huismoeders, die in het bezit zijn van een muntgas- 
meter, uit de verlegenheid te helpen, als ze geen 
2 1/2 centstukken bezitten, drijft men in de buurt 
Klarendal tegenwoordig handel in die „grooten." Er 
wordt daar munt uit munt geslagen; voor 8 cent 
krijgt men 3, voor 1 1 cent 4 „grooten.'' 

De zaak gaf zelfs aanleiding tot eene be- 
spreking in den gemeenteraad. 

Doch nu terug tot ons onderwerp. 

Waar we van elke geldsoort slechts exem- 
plaren kennen met één en denzelfden beelde- 
naar, (het geld van Z. M. Willem I naar de 



6i 



wet van 1839 was een nieuwe geldsoort), is 
thans van deze gewoonte afgeweken. Nu H. M. 
zelf de teugels van het bewind in handen heeft 
genomen, begreep men terecht, dat het geld 
niet langer met een kinderkopje mocht prijken 
en werd besloten tot de invoering van een 
nieuwen beeldenaar en tevens tot een meer ar- 
tistieke Kz. 

Om de klip, waarop men in 1892 gestrand 
was, te ontzeilen, werd bij de wet van 2 Ja- 
nuari 1899, Staatsblad n**. 11, een nieuw lid 
toegevoegd aan het bovenaangehaalde art. 6 
der wet van 1 Juni 1850, Staatsblad n°. 25, 
luidende: „In bijzondere gevallen kan van deze 
bepaling worden afgeweken,'* m. a. w. behoe- 
ven dus alle stempels jiiet aan 's-Rijks Munt 
te worden vervaardigd. 

Het vervaardigen van het ontwerp van 
H. M's. hoofd werd opgedragen aan den te 
Rome vertoevenden nederlandschen beeld- 
houwer Pier Pander, die tevens een ontwerp 
maakte voor de Kz. 

De primitieve stempels, de eerste ponsoenen, 
matrijzen en dienststempels werden geleverd 
door Paulin Tasset te Parijs, de latere wer- 
den aan 's-Rijks Munt aangemaakt. 

Krachtens Kon. besluit van 6 Oktober 1900, 
is met het slaan der nieuwe guldens begonnen; 
ingevolge een missive van Z. Ex. den Minister 



van Financien, zijn deze in het laatst van Okto- 
ber in omloop gebracht. Met het jaartal 1898 
zijn geslagen i.ooo 000 guldens voor Nederland 
en een gelijk aantal voor Nederlandsch-Indië, 
Tevens zijn aangemaakt 400,000 25 centsstiik- 
ken voor Nederland met het jaartal 1898 en 
480.000 stukken van 1/4 gulden voorCura^ao; 
het jaartal 1900 dragende, 1) het kopje is ech- 
ter niet zoo fraai als op de guldens, de naam 
PANDER ontbreekt. Stukken van ƒ10. — , /2.S0 
ƒ0.50 en ƒ0.10, benevens van Viu gulden voor 
Curacao, zullen nog gemaakt worden. 





BESCHRIJVING. 

Vz. Linksgewend, bizonder mooi gemodel- 
leerd, hoofd van H. M. de Koningin met diadeem, 
daaronder: p. pasder, omschrift in parelrand: 

WILHELMINA KONINGIN DER NEDKRI.ANDEN 

I) Bij de wet van 23 Mei 1899, Staatsblad n". iz6, werden al- 
door, naast <le nederlandsche zilveren pasmunten, ingevoerd de euro- 
fooschc stukken van >', en '/lo gulden, 

Vi. — de nederlandsche rijksdaalders, guldens en halve guldens. 

Ki. Het nederlandsche wapen tusschen -j- "'^ Ti ^-' daaronder het 

Omschrift (boven): kolonie cuRAfAO, 



63 

(het omschrift op de guldens van 1892 en 
later was doorloopend.) 

Kz. Het gekroonde nederlandsche wapen, 
fraaier van vorm en met kleiner en eleganter 
kroontje dan vroeger, geplaatst tusschen: i 
en G, daaronder: 100 c, terzijden het munt- 
meestersteeken — een hellebaard — en het 
muntteeken — een Mercuriusstaf. 

Omschrift in parelrand: 

1898 

MUNT VAN HET KONINGRIJK DER NEDERLANDEN 

De punten achter jaartal en Nederlanden 
zijn verdwenen; gelukkig ook is de y in Ko- 
ningrijk een ij geworden en de fout onder 
drie koningen en eene koningin steeds besten- 
digd, eindelijk verbeterd. (Zie J. E. ter Gouw, 
in Tijdschrift 1894 blz. 162.) Het kantschrift 
luidt echter nog steeds: god • zy • met • ons *, 
moge ook daarin spoedig de y in ij veranderd 
worden! Vroeger was het een fout, doch een 
konsekwent doorgevoerde, thans daarenboven 
een inkonsekwentie. 

De pers begroette eveneens de nieuwe gul- 
dens met ingenomenheid, getuige wat de Nieuwe 
Rotterdamsche Courant schreef: 

viDeze munt is een niet genoeg te waardeeren 
poging om mooi werk te leveren; 't is een verade- 
ming na het vele leelijke, door sleur en gemis aan 



64 



energie bedorven werk, dat op dit gebied in de 
laatste tientallen van jaren in ons land is tot stand 
gekomen aan 's-Rijks Munt. Aan minister PlERSON 
komt een woord van warme hulde toe voor dit ini- 
tiatief." 

Of de nieuwe gulden aan de eischen der praktijk 
zal voldoen, of het relief van de munt niet te hoog 
is — wat het stapelen der guldens belet — of niet 
te laag — waardoor de beeldenaar zou uitgewischt 
worden — zal de praktijk moeten leeren. Maar uit 
het oogpunt van kunst is de gulden zeker als ge- 
slaagd te beschouwen, vooral wat de voorzijde aangaat. 

Het kopje" — gaat de schrijver voort — „vertoont 
niet het gewone type van de Koningin, maar er zit 
in de melancholieke, eigenaardig ernstige, wat oudere 
gelaatsuitdrukking toch zeer veel waars en juistbe- 
grepens : men moet nooit vergeten, dat verreweg het 
grootste aantal van de Nederlanders, die de guldens 
in handen krijgen, H. M. de Koningin alleen pleegt 
te zien bij joyeuse entrees in steden en dorpen, of 
snel rijdend in Baarn, Apeldoorn of het Haagsche 
Bosch. Anderen, meer bevoorrechten, zien H. M. op 
audiëntiön of statiediners. Pander heeft een andere 
uitdrukking van het vorstelijk gelaat, naar zijn indi- 
viduëele opvatting, gegrepen en voortreffelijk op de 
munt in beeld gebracht. De lijnen van het haar zijn 
mooi, vooral daar waar de krulletjes neervallen op 
het voorhoofd; neus, oog en kin zijn smaakvol we- 
dergegeven, de mond is ietwat te benepen. 

„De keerzijde is beter dan op de oude guldens, maar 
wel schijnen eenige heraldische bedenkingen gewet- 



65 



tigd, hoewel het niet te ontkennen is, dat het aantal 
heraldici even groot is als het aantal bestaande heral- 
dische opiniën; uit het oogpunt van smaak is de 
keerzijde geslaagd te noemen. Hier vooral moet men 
niet vergeten, dat de eischen der praktijk meebrengen, 
dat er zoo min mogelijk wordt afgeweken van het 
eens bestaande type, hoe vurig men misschien ook 
wenschen zou om inspiratie te zoeken op onze voor- 
treffelijke munten der 17* eeuw; hier ook geldt in 
hooge mate het nadeel, dat voortvloeit uit het feit, 
dat de kunstenaar zijn model maakt en de technicus 
dat reduceert; de oudere stempelsnijders, die zelfden 
stempel pleegden te maken, waren in veel gunstiger 
conditiën in dit geval. 

„Wanneer wij onzen indruk samenvatten, dan 
mogen wij constateeren, dat de Nederlanders met 
genoegen hunne nieuwe guldens zullen kunnen aan- 
schouwen en dat er meer dan een gewoon vluchtig 
bewerkt betaalmiddel in omloop zal komen". 

Bij deze gunstige beoordeeling sluiten we 
ons volgaarne aan, een enkele opmerking zij 
ons vergund. Al was de wet van 2 januari 
1899, Staatsblad n^ 1 1, noodig, omdat de Munt 
niet over een der uitstekende reduceermachi- 
nes te beschikken heeft, die thans worden ge- 
leverd ; men had toch niet in het buitenland 
behoeven te zoeken, wat ook in het vader- 
land te vinden was. Het kopje van H. M. op 
de plakket Vredeskonferentie en de proeve 
eener bewerking van de Vz. der nieuwe gul- 



66 



dens en halve guldens, naar Pander's relief, 
moge wat vaag zijn, de Vz. van den penning 
op het bezoek der Koninginnen aan Utrecht, 
op 3 Juli 1900, kan gerust de vergelijking met 
de Vz. onzer nieuwe guldens doorstaan en is 
neder landsch werk! 

Alphen, W Z 

I November 1900. 



Bouwstoffen voor eene Geschiedenis van het 
Nederlandsche Geld- en Muntwezen. 



Brief aan de Kommissie van Redaktie. 

Ongeveer een jaar geleden ontving ik van de Com- 
missie van redactie van het Tijdschrift van het Kon. Ne- 
derl. Genootschap voor Munt- en Penningkunde te Am- 
sterdam een omzendbrief, waarin gezegd wordt, dat er 
steeds bij ons onbx^ékt ^tnt y^Uitvoerige geschiedenis 
van V Neder L geld- en muntwezen^''' dat er tot nu 
toe niemand in geslaagd is een duidelijk beeld te 
geven, gekleed in den vorm van een handboek als 
boven bedoeld, d. w. z. zoo als gez. Commissie gaarne 
een handboek hebben zou, d. i. van de in ieder tijd- 
vak gebruikelijke muntberekeningen, van de waarde 
der rekenmunten, uitgedrukt in goud- en zilvergewicht 
en van de muntstukken zelve, dat de Commissie in haar 
tijdschrift een nieuwe rubriek wil openen^ waarin een 
ieder, die eenige vondst in de archieven heeft gedaan, 
die aanteekeningen kan doen opnemen, ten einde ze 
voor verloren gaan te behoeden en eindelijk, dat de 
Commissie rekent op den steun van hem of haar, 
die den omzendbrief ontvangt. 



68 



Aan het laatste wil ik trachten eenigszins te 
voldoen en een steentje aanbrengen. 

Bij het doorbladeren van de Registers der Reken- 
kamer van Holland en Zeeland, berustende in het 
algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage ; meen ik soms 
wel eens wat ontmoet te hebben, dat gerekend kan 
worden onder de vondsten in de archieven, dus zou 
kunnen worden opgenomen in de nieuwe rubriek, ten 
einde het verloren gaan te behoeden en vermoedelijk 
belangrijk genoeg om eenmaal te kunnen dienen voor 
hem of haar, die eens een werk zou willen aanvatten, 
zooals de Commissie verlangt. 

Daarom als ontvanger van den omzendbrief, heb 
ik het genoegen hierbij der Commissie eene kleine 
vondst toe te zenden, met verzoek haar wel een 
plaatsje te willen verleenen in de nieuwe rubriek, terwijl 
ik hoop ze door meerderen zal kunnen worden gevolgd. 

Ordonnancie van den munten gepubliceert in Octobry 

XIIIJ^LXVJ. 

Hier nae volgen die pennijngen van gouden 
ende zuiveren die nae inhoudt der ordon- 
nancie lest gemaict up tstuck van der mun- 
ten loip hebben zullen. Ende alle andere 
penn. die hier niet verclaert en sijn, zijn bij 
der selver ordonnancie verboden ende ge- 
reputeert voir billon. 

Ende eerst den gulden pennijnck geheeten leeu 
hebbende van negen ende vijftich int marck, die up 
zijne wairde blijven sall van tsestich grooten. 



69 



Den pennijnck of Phillippus schilt geheyten Rijder 
van den gewichte van negen ende tsestich ende een 
half sal blijven up zijnen prijs van. ... LIJ gr. 

Den Engelschen nobel van zeven ende tdertich 
en een halff int marck sal in zijnen loop blijven 
van viij ^ iiij d. gr. 

Den halven Engelschen nobel ende Vierendeel van 
nobel na tavenant. 

Die saluten ende ducaten gewichte hebbende van 
twee ende tseventich int marck zullen loip hebben 
om iiij 1^ IJ d. gr. 

De Vlaamschen nobel van zes ende dertich int 
marck sal loip hebben om .... vilj ^ ij d. gr. 

De Vrancrijcsen schilt van twee ende tseventich int 
marck zal blijven up ten loip van . Ilij /^ j d. gr. 

Die Rijnsche guldens van de munte van den vier 
kuervorsten dat gewichte hebbende van twee ende tse- 
ventich int marck van troijen zullen loip hebben XLJ gr. 

Den Wilhelmus schilt van acht ende tsestich ende 
een half int marck zal zijnen loip hebben om . XLIJ gr. 

Den gulden pennijnck geheeten Pieter die van 
tseventich int mare zijn, sal loip hebben om xxxviij gr. 

Den Phillippus pennijnck geheeten Clinkxt (klin- 
kaert) die van tseventich int marck zijn, zal loip 
hebben om XXX gr. 

Ende als van den witter munten met die 
ghene die jegenwoerdelick geordineert is (te) 
slaen, zullen loip hebben die pennijngen 
hier nae volgende. 

Ende eerst deti stuver die geslagen is bij mijnen 

5 



70 



genad. Here int jair duijsent IIIJ£ XXXIIJ ende in die 
jaere naevolgende. Die placken ende cromstarden van 
vijf engelschen tstuck ende cleijne gr ooien dair van 
die twee een oude placke, macken mitten gr. half gr. 
ende deuyten van den voirsz slage sullen loip hebben 
gelijk zij tot hair toe gehadt hebben. Ende dier 
gelijcken die pennijngen van twee gr. ende eenen 
halven die wijlen van saliger ende edeler memorie 
hertoge Jan onse Heer ende vader die God genadict 
zij, dede munten, geheeten braspennijnck zullen loip 
hebben om twee gr. ende eene halve, 

Die blancken fin zuiver die mijn Here den Conijnck 
heeft doen slaen om IIIJ gr. 

Ende de blancken die mijn voirs. Here den Conijnck 
doet munten om vier engelschen 

Hier nae volgen zekere pennijngen vangoude 
ende silver hier voeren genoemt die bij ze- 
kere moderacie onlancx bij mijnen voirsz. 
genad. Here gemaict tot anderen prijse geset 
zijn. Ende andere die hier voren niet ge- 
noemt en staen die bij der zelver moderacie 
geconsenteert zijn loip te hebben durende 
tot kersdage naestcommende ende dien dach 
geexpireert wesende zullen die pennijngen 
boven genoemt tot horen eersten prijse staen. 
Ende die anderen zullen verboden ende ge- 
rekent wesen voor billion als voren. 

Ende eerst den gulden leeu voir . . LXIJ gr. 
Den ridder voir LIIJ „ 



71 



Den vlaemschen nobel voir . . viij ^ iiij d. gr. 

Die vrancrijcse croon voir . . IIIJ „ IV2 „ „ 

Deze voirgaende vier manieren van pennijngen en 
sullen in stuvers die mijn voirsz genad. Here jegen- 
woerdelicken doet slaen niet meer gelden dan zij plegen. 

Den blanck van Vrancrijc voir .... i'/o gr 



. IIIJ 1/2 „ 

III 1^ V d. „ 

II ., IIIJ ,, ,, 

IIJ ,, IIIJ „ ,, 



Den dubbel blanck voir. . . 

Den Johannes schilt voir . . 

Den Beyerschen gulden voir . 

Den Gulicxen gulden . . 

Den Keyserschen gulden mitten teijcken van der 
werlt^ geslagen tot Vranckevoirt, tot Basel, tot Ham- 
burch ende tot Lunenburch voir . . IIJ j^ IIJ d. gr. 

Den sulveren pennijnck geslagen tot Valenchin 
mitten vollen cruus voir V engelsche. 

Den Wilhelmus tuyn voir . . . . „ „ 

Den witten pennijnck geslagen bij den vier kuer- 
vorsten voir V engelsche. 

Den Metsen grooten voir .... X „ 

Die Clauskens voir i^/s gr. 

Die Johannes tuynen voir y^ ys 

Den pennijnck geslagen tot Walem (.^) Brabanse 

penn. voir 1V2 gr. 

De pennijnck geslagen tot Bruessel bij Hertoge jan 
van Brabant sal loip hebben gelijck die pleget. 

Den botdrager voir » IJ gr- 

Den Johannes Brabantschcn braspennijnck voir „ „ 

Den pennijnck gehyeten Pieter voir.illj engelsche 

Onder staat: 

GecoUacioneert tegens eene copie overgeleidt ende 
gepefileerd an tlyace van de IIJ' rek. Guij de Baenst 



van den rentmrscip Bewesten Schelt van den jare 
LXXIJ (1472) bij mij fget.) Corneliszn. 

Uit IV. Register G 1 483. Rekenkamer van Holland en 

Zeeland, folü XXIJ. 

Fred. Caland. 
'S'Gravenhage, Sept. 1900. 



De redaktie van het Tijdschrift is den heer Caland, 
die als kundig en onvermoeid navorscher zoo'n goe- 
den naam heeft, zéér dankbaar voor zijne belangrijke bij- 
drage en durft de rubriek „Bouwstoffen" met aandrang 
in zijne voortdurende medewerking aanbevelen. 



Muntwaarde te Rotterdam 1426 — 1427. i) 

De rekening loopt van i Mei 1426 tot i Mei 1427. 
Zij is gedaan in paymenty thien nye tutten voer ^t pont 
ende den Aerentsgulden gerekent voor 22 dier tunen. 

Het pond is, zooals altijd, verdeeld in 20 schellin- 
gen, de schelling in 12 penningen. 

De uitgevers der rekeningen zeggen in de inleiding: 
„De oudste rekening van 1426 — 27 is gesteld in het 
Hollandsch van het pond van ƒ9. — , dat is dus het 
halve pond groot van het Hollandsch pond groote 
van ƒ 18. — . Het „payement" is dus gerekend op 
ƒ 1.125 van een pond (lib.). Elk half pond had 20 
stuivers, elke stuiver 20 deniers." 

Zij, die mijne studiën over het middeleeuwsch munt- 
en geldwezen hebben gevolgd, zullen begrijpen, dat 



I) Geput uit: J. H. W. Unger en mr. W. Heskmer. De oudste 
stadsrekeningen van Rotterdam. Rott. 1899 



73 



ik deze woorden niet gaarne zoude onderschrijven. Ik 
zal ze hier stilzwijgend voorbijgaan en mij bepalen 
tot de mededeeling, dat ik, — hoewel ik het hand- 
schrift niet heb geraadpleegd, — maar voorhands heb 
aangenomen, dat het pond niet in 20 stuivers maar 
in 20 schellingen was verdeeld. 

De munt, waarin de rekening is gedaan, wordt op 
eene enkele plaats licht payement^ op eene andere 
plaats licht geld genoemd. 

De Aerentsgulden^ in den aanhef vermeld, heet 
elders BeyersgiUden of wel kortweg gulden. 

In de ontvangsten komen nog voor cromstairten, 
cronen en nobles. 

De onderlinge waardeverhouding van al de genoemde 
munten, wordt aangetoond in het volgend staatje. 





paim 


paim 


tuin 


krom- 
staart 


pond 


gul- 
den 


kroon 


nobel 


d paim 


I 


'/.. '/« 


/l76 /s40 

1 


/sïS 


% 


/84'48 


[i paim 


12 

24 


I 
2 


'/2 
I 




v*. 


1/ 


/704 


tuin 


V.0 


l'li 


% 


/ïi2 


kromstaart 


357. 


2'V». 


iV.. 


I 


11/ 1/ 

/7» /l» 


/•.•70 


v« 


pond 


240 


20 


10 67,. 


I 

3% 

77» 


Vn 

I 


V.. 


26/ 

/ 176 


gulden 


528 


44 


22 

70'/. 


IS 

24V,, 
48 


"/.» 


V.. 


1 

kroon 864 ! 72 

1 


•Vn 


I 




nobel 


168975 


uoVs 


3'A 


f 43/ 


I 



74 



In het hoofdstuk ontvangsten zijn sommige perio- 
dieke betalingen uitgedrukt in andere muntsoorten, 
dan waarin de rekening is gedaan en wel: 

A. In goet gelty den tuin 2 groot, 

(17 (? van dit geld worden herleid tot 2S|56d 
licht paiement.) 

B. In paiement van eiken ponde i cromstairt, 

C. In paiement i Beyers gnlden voer 7 pont, 

D. In payment 16 cromstairten voer 7 pont, 

E. In payment den noble gerekent 3 iÈ 

F. In goet geit den gouden crone voer 't pont. 
Aangezien een nobel = 48 of 3 X 16 kromstaart, 

zoo is het paiement D hetzelfde als het paiement E. 
^ paiement A is alzoo =11/2 ^ licht paiement. 






B 



D 



W 



rt 



r» 



M 



v\ 



w 



Vi 



1-1 


"/7S « 


W 


1^ 


w 


2Vs « 


»> 


M 


VI 


- 2"/7.« 


M 


M 


Vi 


2"/75 « 


n 


w 



v^ 



= 3Vs « 



M 



Uit de herleiding van de vooraangehaalde boeking 
17 (5 goet gelts den tuin 2 groot = 25 (!? 6 d blijkt, 
dat I tuin = 16 d goed geld. 

En aangezien er gezegd wordt dat i tuin = 2 
groot, zoo volgt hieruit, dat i groot = 8 d goed 
geld =: 12 d licht paiement. 

In de ontvangsten worden 3 gulden verantwoord 
met 6 4É 12 ji licht paiement, 3 gulden min i groot 
met 6 ^ II f? 4 d. Hieruit volgt dat i groot = 8 
d licht paiement. Zoowel het 8-voud van den pen- 
ning goed geld, als het 8-voud van den penning licht 
geld werd alzoo groot genoemd. 



75 



Voorts komt in de rekening nog voor het ^ groot 
Vlaems gelts = i/'/s ^^ licht paiement. 

Dit Vlaamsche geld was men schuldig te Gent en 
de even opgenoemde waarde is die van den tijd 
onzer rekening 

Ook de rekenmunten hiervoor sub B. C. D. en E. 
genoemd, waren in die dagen nog in gebruik. De 
rekenmunten A. en F. wijzen op vroegere toe- 
standen. Dit moet men niet uit het oog verliezen. Voor 
de kennis der momentane muntwaarde hebben die op- 
gaven daarom geen belang. Ik wees er op alleen om 
aan te toonen hoe uiterst ingewikkeld het geld- en 
muntwezen der middeleeuwen was en hoe dit terrein 
voor den leek zoo vol voetangels en klemmen is. i) 

De rekening doet ons verder nog de volgende 
munten kennen, wier waarde ik hier mededeel, uitge- 
drukt in kromstaarten, tuinen en deniers licht geld. 



BENAMING 




Noble van 60 tunen . 
Noble van 60 tunen . 
Vrancrijcxe scilt. . . 
Croon (gouden croon) 

Saluyt 

HoUantsche scilt . . 
Gouden scilt . . . . 



30 



60 

44 
36 
34'/2 

31V2 



1689V5 
1440 

1056 
864 
828 

756 



i) Ik maak van deze jjelegenheid gebruik op eene drukfout in de 
uitgaaf te wijzen. Bh. lo regel 5 slaat 343 u', dit moet zijn 363 'tf. 



76 



BENAMING 




IS 



22 



528 



Gouden Guilhelmus HoU. scilt. 

Guilhelmus scilt 

Nye Bourgondische scilt. . 

Scilt 

Aerentsgulden 

Beyersgulden 

Gulden 

Nye Utrechtsche gulden. . 
Gulden van 20 tunen. . . 

Scuuvitgen 

Moirsgulden (Moersgulden) . 

Lam 

Oude tuun 

Oude buddrager 

Cromstairt 

Lewe 

Tuun 

Nye tuun 

Bottgen 

Doyt 

Op een tweetal plaatsen komen cronen voor ad 31 
tuin of 840 d terwijl het schild van 21 kromstaart 
eenmaal Hollandsch scilt genoemd wordt. 



21 


504 


20 


480 


19 


456 


18 


432 


IS 


360 


2'/» 


56 




38»/» 




35V5 


— 


28»/» 


I 


24 


— 


19V. 




iV. 



Helmond, Aug. 19CX). 



AuG. Sassen. 



Gemengde Berichten. 



opening der Munt te Dordrecht in 1485. 

Roerende die openingen van der munte tordrecht. 

Bij den Ertshertoge van Oestrijc, hertoge 
van Bourg., Brab., Limburg, Lucemb. 
ende van Gelre, Grave van Vlaend., van 
Artois van Bourg'*", Heneg., Holl., Zeel., 
Namen ende Zuytphen. 

Lieven ende wel geminden. Hoe wel wij u onlancx 
om seker reden ons daer toe porrende u bevolen heb- 
ben te doen sluyten, cesseren ende ophouden onse 
munte in onse stadt van Dordrecht sonder daer te 
laten munten in eeniger manieren niet min om 
eenige andere consideracien die wij hebben, zo is onse 
gelieffle ende willen dat onse munte van Dordrecht 
weder open gedaen zij. Ende dairomme ontbieden 
lassten ende bevelen wij u zeere eernstelic, dat ghij 
terstont desen onsen brief gesien, geeft ende levert 
onsen meester particulier van den voorsz. munte van 
Dordrecht zijn bussen. Ende bevelt voirts onsen ge- 



78 



nerael meester aldaer dat hij den voirsz meester par- 
ticulier instructie doe ende geven, om te munten in 
deselve munte van Dordrecht up sulcken voet ge- 
wichte ende alloy ende gelijc szaige als men jege- 
woerdelic doet in onse stadt van Mechelen. Ende up 
alsulcke vrijheden ende gewoenlijcke costumen, als 
zij geplegen hebben van ouden tijden des en zijt in 
gheenen gebreke, want onse gelieffle sulc is. 

Lieven ende wel geminden God zij met u. Gescre- 
ven in onser stadt van Ghendt den lesten dach in 
Julio a° LXXXV (1485). Aldus geteykent Maximilianus 
ende secretaris Numan. De supscriptie van desen 
brieve is hier naer volgende. Onsen lieven ende ge- 
trouwen den lieden van onser Rekenijnge in Hollant. 

Uit IV. Register G. 1483. 
Rekenkamer van Holland en 
Zeeland, for. xiiij. 

Fred. Galand. 

' S'Gravenhagey Sept 1900. 



Hulde aan Jhr. mr, ViCTOR DE Stuers. 

Den I Juli igcx) was het vijf en twintig jaar geleden, 
dat Jhr. mr. V. E. L. DE Stuers het gewichtig 
ambt van referendaris, chef der Afdeeling Kunsten 
en Wetenschappen bij het Departement van Binnen- 
landsche Zaken, aanvaarde, onder welke afdeeling ook 
's-Rijks numismatische verzamelingen ressorteeren. 

Eene kommissie onder voorzitterschap van den 



79 



Oud-minister Mr. J. H. Geertsema, bood den 
jubilaris namens 856 deelnemers een gedenkpenning 
aan in goud. zilver en brons. 

Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, gehuld in een 
pelsjas, daarvoor: ^'sJ^ïps* 

Omschrift: VICTOR DE STVERS 

Kz. Het geslachtswapen van DE Stuers, in zilver 
drie roode schuinbalken, vergezeld van twee goud- 
geknopte en groengepunte roode rozen, een in den 
linker boven-, een in den recht erbenedenhoek. Ge- 
kroonde helm met zilver-roode dekkleeden, helmteeken 
een uitkomende zilveren hazewindhond tusschen een 
vlucht. Schildhouders twee zilveren hazewindhonden. 

Onder het wapen: B. u. 

Omschrift: ^^ 1875 i JVLI 1900 ^ 
REFERENDARIS VOOR KVNSTEN EN 
WETENSCHAPPEN 
groot 65 m. M. Afgebeeld in Médailles et Plaquettes 
moderneSy n°. 224 

De penningen waren verzegeld van eene oorkonde 
met kleurteekeningen van Dr. P. J. H. CUYPERS, 
architekt der Rijksmuseumgebouwen, waarvan eene 
fotografie mij welwillend ter inzage werd gezonden 
door Jhr. mr. G. L. M. H. RuijsCH DE Berenbrouck, 
kommissaris der Koningin in Limburg, lid der 
kommissie. 

Deze oorkonde, waarbij gevoegd was een lijst der 
deelnemers, luidt: 

„Aan Jonkheer Mr. ViCTOR EUGKNE LOUIS DE 
Stuers den warmen minnaar en ridderlijken voor- 
vechter onzer nationale kunst en geschiedenis 



8o 



Door wiens raad beleid voorlichting en initiatief 
Neerlands monumenten met schrandere onderscheiding 
en naijverige liefde werden bewaard en hersteld/Onze 
geschiedkundige documenten tolken van het streven 
der Vaderen onder veilige en kundige hoede ten spie- 
gel voor 't nageslacht werden gered/De schatten onzer 
openbare kunstverzamelingen door hem beschreven en 
vermeerderd zijn geborgen in kunsttempels hunner 
waardig/Scholen en academiën werden gesticht waar- 
door de kunstnijverheid werd opgewekt en het am- 
bacht straks weer tot kunst zou worden geadeld 

Aan den ridder zonder blaam die bet oog gevestigd 
op zijn ideaal de schoone kunst meer dan een kwart 
eeuw zonder wanken of wijken werkte en streed 
met fleren moed en stalen kracht wordt door zijne 
vele vrienden en vereerders op den vijf- en twintig- 
sten verjaardag der aanvaarding van zijn ambt van 
referendaris chef der Afdeeling Kunsten en Weten- 
schappen bij het Departement van Binnenlandsche 
Zaken ten blijk van achting voor zijn karakter van 
erkenning zijner verdiensten van instemming met zijn 
streven deze gedenkpenning aangeboden te 's Graven- 
hage I Juli 1900" 

De ie blz. prijkt met het nederlandsche wapen en 
met dat van den jubilaris, de randen die de bladzij- 
den omgeven, vertoonen, afwisselend de belangrijkste 
vaderlandsche gebouwen onder zijn beheer gesticht 
of gerestaureerd en vakken met bladeren en banden 
met de navolgende opschriften: Ethnografie — 
Musemngeboiéwen — Kunstverzamelingen — Muur- 
schilderingen — Teekenonderwijs — Laboratoria 



8i 



— Koninklijke bibliotheek — Monumenten — Schil- 
derkunst — Universiteitsgebouwen — Bouwkunst — 
Beeldhouwkufist — Kunstnijverheid. 

Ieder der deelnemers ontving een exemplaar in 
brons van den gedenkpenning. 

Alphen. ZwiERZiNA. 



Variëteiten en onuitgegeven Nederlandsche munten. 
(Vervolg van den 7***^" Jaargang 1899, bl. 146). 

N**. 32. De Leeuwendaalder, bij resolutie der 
Staten van Holland den 27 Augustus 1575 verordend, 
verscheen eerst in het jaar 1576 en werd spoedig 
een zeer geliefd betaalmiddel in den handel op de 
Levant, de landen ten oosten van de Middellandsche 
Zee. Vandaar kreeg hij ook den naam van Levant- 
daalder. Alle provinciën, — behalve Groningen, — en de 
rijksmunten te Nijmegen, Zutfen, Deventer, Kampen 
en Zwolle volgden dien muntslag na tot in het laatst 
der 17" eeuw. Men vindt dan ook de leeuwendaalders 
in allerlei verscheidenheden en meestal vrijwel besleten, 
omdat ze door zooveel handen gegaan waren. In de 
verzameling-RijNBENDE kwam een vrij goed exem- 
plaar voor, waarbij de Heer BoM in den Catalogus 
onder n". 117 aanteekende : „dit ex. is voor een 
leeuwendaalder bijzonder fraai;'* en toen ik, nu jaren 
geleden, er een gekocht had en den heer De Voogt 
liet zien met de opmerking, dat hij tot mijn leed- 



82 



wezen, niet mooi was, zeide de bekwame nymismaat 
mij tot mijn troost: „ze zijn nooit mooier!" 

Dezer dagen ontving ik uit Duitschland een vijf- 
tiental dergelijke daalders, bijna alle eenigszins af- 
wijkende van de beschrevene bij Verkade of elders. 

Ziehier : 

a. Gelderland. Voor- en keerzijde gelijk aan 
Verkade io n". 4, maar punten in plaats van kruisjes 
tusschen de woorden. Terzijde van het wapen: 
15 — 93. Dit jaar is onbekend aan De Voogt en 
komt niet voor bij RijNBENDE of in 't Muntcollege 
(verslag 1884). 

b. Geheel afwijkend van Verkade ii, n°. i. 
Vz. mo.arg-pro-CONFOE-belg-gel + ; het omschrift 

doorloopend. 

Kz. CONFIDENS-DON-NON-MOVETR- 1636. Niet bij 

De Voogt, in 't Muntcollege of bij RijNBENDE. 
Deze variëteit is dus waarschijnlijk geheel onbe- 
kend. 

c. Variëteit van Verkade ii, n°. 2. 

Vz. MO-AR-PRO-CO— NFOE-BELG-GEL. 

Kz. Het omschrift gelijk aan dat bij VERKADE, 
maar: 16 (lelie) 48. Niet bij RijNBENDE en De VoOGT. 
Bij *t Muntcollege onder n°. 73 een gelijke van 1649. 

d. Holland. Gelijk aan Verkade 49, n°. i, maar 
de man met voeten en het jaartal 1662. Muntcollege 
n^ 48, maar niet bij RijNBENDE. 

e. West-Friesland. Gelijk aan VERKADE 66 n°. 1, 
maar geen vierbladen ter weerszijden van het hoofd. 
Naast het wapen: 16 — 04. Üp de Kz. vóór DEVS 
een vijfblad en tusschen de woorden vierbladen. 



83 



Dit zeldzame exemplaar heeft echter een gat door 
de cijfers i6. 

Niet bij 't Muntcollege. RijNBENDE geeft onder 
n**. 804 een exemplaar van 1604 met WE — STFRI, in 
plaats van WEST — FRI, zooals het mijne. 

ƒ en g. Variëteiten van Verkade 66, n*". 4, beide 
met WEST, dus zonder F, de eerste met «1636 (vier- 
blad) de andere met «1650 (vijfbladige rozet); geen 
van beide in 't Muntcollege of bij RijNBENDE. 

h, Zeeland. Gelijk aan Verkade 88 n°. i, maar 
op de Vz. : een vijfbladige bloem achter het burchtje 
en op de Kz. : 161 7. Dit ex. heeft ook een gat. Bij 
het Muntcoll^e komen onder n". 77 hiervan 3 ex. 
voor en bij RijNBENDE een van 1615 als hoogst 
zeldzaam. 

i. Utrecht. Variëteit van Verkade 226 n'. 2. Vz. 
MO'NO'ORD'TRA— AD-VA-ORD-HOL x. Naast het wapen : 

15—8(9?). Kz. X B X CONFIDENS x DNO x NON x 

MOVETVR. Niet bij 't Muntcollege; bij RijNBENDE 
een piedfort van 1589 onder n". 1323, uiterst zeld- 
zaam. Mijn ex. is een weinig gescheurd. 

y. Friesland. Variëteit van VERKADE 124 n\ 4. 
De keerzijde alleen verschilt en heeft CONFIDENS en 
een leeuwtje op de plaats van het jaartal, dat ont- 
breekt. Niet bij RijNBENDE en bij 't Muntcollege 

k. Overijsel. Variëteit van VERKADE 139 n". 3. 
De keerzijde heeft : 16 (vijfbladige bloem) jy. Niet 
bij RijNBENDE. Het Muntcollege heeft er een van 
1679 onder n°. 55. 

/. Kampen. Variëteit van Verkade 163 n". i. 

Vz. : MO-ARG-CI-VIMP BELGCAMPEN. 



84 



De keerzijde verschilt alleen in het jaartal : 1 6 (moo- 
renkopje) 67. Niet bij RijNBENDE of 't MuntcoUege 

m. Geheel gelijk Verkade 163 n". 3. Ontbreekt 
bij RIJNBENDE en het MuntcoUege. 

n. Zwolle. Variëteit van Verkade 172 n°. 2, ver- 
schilt alleen in de Kz., alwaar het omschrift boven 
den kop van den leeuw begint en het jaartal 16 — 41 is. 

Bij 't Muntcoll^e n". 26, maar niet bij RijNBENDE. 

o Variëteit van Ver kade 172 n". 4; verschilt in 
de Kz. waar D: in plaats van DO: staat en het 
jaartal 1650 is. Niet bij 't MuntcoUege; bij RijN- 
BENDE een ex. van 1649 als uniek en van 1651 als 
uiterst zeldzaam. 

N". 33. Oord van Holland A**. 1576, type van 
Verkade 57 n°. i, met nom-domini in plaats van 
NOM'DOM' Onbeschreven. 

No. 34. Oord van hetzelfde type. A°. ? Vz ZEL- 

D: G: C— HOL-Z-ZEL- Kz. AVX. NOS- HOS- IN- DOM. 

Waarschijnlijk versprongen. 
Hilversum. J. E. TER Gouw. 



Een voorbeeld ter navolging* 

De firma W. VOET & Zonen, goud- en zilversmeden, 
Anegang 15 te Haarlem, vierde 8 Oktober j.1. haar 
eeuwfeest en liet bij deze gelegenheid een zeer fraaien 
penning slaan, ontworpen door den heer E. VOET Jr., 
gegraveerd door RiCHARD ThürER, graveur te Utrecht. 
De Vz. vertoont een gedenktafel met de namen der 
opvolgende firmanten, omgeven door de jaartallen 
1800 en 1900, hulst- en klaverblaadjes. Het adres 



85 



der firma in kabelrand vormt het omschrift. De Kz. 

vertoont een schild met bokaal in rijk geornementeerd 

veld met den datum van oprichting in kabelrand als 

omschrift. Van dezen penning, groot 50 m.M., werden 

slecht 4 ex. in zilver en 25 in brons geslagen. Het 

Koninklijk kabinet ontving van deze laatste een 

exemplaar, de ondergeteekende een foto ten dienste 

van latere uitvoerige beschrijving. 

Z. 



Een curiosum. 

In de Vragen van den Dag 15' jaargang Afl. 9, 
bl. 608 komt een artikel voor, getiteld : Sehetsen over 

Maaty Gewicht en Munt door de naam doet 

niets ter zake ; ik heb het niet tegen personen, maar 
tegen geschriften. De schrijver vertelt daarin iets van 
muntteekens, dat geheel onjuist is en daarom het 
lezend publiek op een dwaalspoor brengt. Hij zegt: 
„Eene laatste opmerking omtrent eene figuur, die op 
onze goud- en zil vermunten voorkomt en misschien 
door velen nimmer werd opgemerkt; ik bedoel, wat 
we zien op de voorzijde (d. i. de zijde, waarop de 
waarde staat uitgedrukt), onderaan rechts van het 
gekroonde rijkswapen. Bij nauwkeurig toezien mer- 
ken we op, dat het eene staf is met twee slangen 
omwonden ; het is de zoogenaamde Mercuriusstaf, het 
zinnebeeld van den handel ; op onze munten dient 
het tot aanwijzing van de muntplaats en draagt daarom 
den naam van muntteeken ; onder onze eerste koningen 
werd de muntplaats Utrecht aangewezen door een 
gebakerd kind'* (tot dusver ging alles goed ; nu loopt 

6 



86 



het mis: het gebakerd kindje komt alleen voor in 
het jaar 1817, is het tnuntmeestersteeken van SUER- 
MONDT en door Minister Six afgekeurd. Wij lezen 
verder:) „terwijl voor Brussel een palmtak diende." 
(Ook dit is onjuist: de palmtak is het muntmeesters- 
teeken van G. DE BOURGOGNE Herlaer en het munt- 
teeken van Brussel was eene B, terwijl het nieuwe 
meesterteeken van SUERMONDT eene fakkel was). 
„Onder het Fransch bestuur was het muntteeken voor 
Utrecht een mos f' (het muntteeken was eigenlijk een 
baarsje] de mast was het meesterteeken). „Oude 
munten van Antwerpen vertoonden een kond"', (Dit 
zal wel eene drukfout voor hand wezen). 

Iets verder lezen we over de namen der munten: 
„Hoe te verklaren, waarom de halve achtentwintig, 
ook al in Groningen, knapkoek en hun zilveren acht- 
stuiverstuk een langrok werd genoemd ?" (De knap- 
koek is geen halve achtentwintig, maar een halve 
goudgulden van zulk een laag gehalte, dat hij gemak- 
kelijk, van wege de broosheid, door midden knapte en 
het VIII stuiversstuk vertoonde Sint-Maarten in bisschop- 
pelijk gewaad, met een tot op de voeten afhangend 
kleed, vandaar: langrok). „Hoe kwamen de Brabanders 
aan hun groot onder den naam van brijman'' (dat 
weet niemand met zekerheid!) i) „en de Hollanders" 



l) V. I). Cllijs, deel Graafschap Holland en Z^^laftd, h\z. 2SljZegi 
bij dit woord : „Brijmans, een Brabantsch-Limlnirgsche muntsoort, afge- 
l)ecld in onze Munt<:n van Brahand en Limburgs PI. X n". 7 — 9, aldus 
.i;enoemd naar den man met den braei (broek) daarop afgebeeld." (Red.) 
In zijn laatstgenoemd werk spreekt hij echter ook de gissingen uit : 
brij spijs; brij of brei van ijzer gebreide malienkolder. A. DE 
Witte zegt: brijman bruigom. (J. E. r. G.) 



87 



(NB. de Friezen) ^aan hun >t/^/w///j voor den goud- 
gulden van ƒ 1 .40 ?" (Wel, op den Frieschen achten- 
twintig prijkte het borstbeeld van een ouden Fries 
met een groote bonten muts op met kleppen over 
de ooren) ^^de Zeeuwen aan hun pietje voor den 
kwart-rijksdaalder?" (Lees: achtsten rijksdaalder; het 
kleine mannetje, dat het wapen vasthoudt, werd 
spottenderwijze pietje-bedroefd of pietje genoemd.) 

Zoo beweert de geachte schrijver ook, dat dtdt 
en dut hetzelfde is ; en dat is toch niet zoo : een duit 
of deusken of doeyt^ ook doyt, deuyt, deyt is een 
munt van twee penningen, 't woord komt mogelijk 
van deux, twee ; doch als Prof. Verdam beweert, dat 
de afkomst niet zeker bekend is, dan kunnen wij er 
niet naar raden. Een dut is een stempel, een klop : 
't woord komt van *t oude werkwoord dutten =z 
kloppen, tikken, slaan, zegt Prof. VERDAM. 

Ook is het veel te gewaagd om den schrijver te ge- 
looven, als hij beweert, dat groot (= halve stuiver) 
afkomstig is van cros, croix^ kruis. Groot is eenvou- 
dig „groote munt/' in vergelijking met de kleine pen- 
ninkjes, kopjes, obolen, die men uitsluitend vóór zijne 
verschijning in de 13* eeuw had. Overigens bevat 
het gekritiseerde artikel zeer veel, dat juist en we- 
tenswaardig is, waarom het de moeite waard is, het 

onjuiste te verbeteren. 

J. E. TER Gouw. 



Nog een airiosum. 
Voor eenigen tijd werd door de firma Gebr. RlK- 



88 



KERS te Amsterdam een artikel in den handel ge- 
bracht, dat, wat het doel betreft tot het terrein der 
paedagogiek^ maar naar den aard tot dat der numis- 
matiek behoort. 

Ik heb op het oog : „Een nieuw hulpmiddel bij het 
Rekenonderwijs, Nederlandsche Munten (van carton)." 

Dit hulpmiddel bestaat uit nabootsingen in carton 
onzer tien gangbare munten, niet ongelijk aan die, 
welke sinds een aantal jaren met Sint Nicolaas in de 
banketwinkels verkocht worden, vixaOiX di^ getrouwheid 
waarmede die nabootsing is geschied, is merkwaardig. 

Er zijn afzonderlijke stempels voor gegraveerd, 
die in kleinigheden van den wettelijken beeldenaar 
afwijken. Zij zijn de volgende: 

1°. Tienguldensstuk van Koningin WILHELMINA 
1897. 

2°. Twee-en-halve-guldensstuk van Koning WIL- 
LEM III. Deze stempel biedt de volgende afwijkin- 
gen aan : de kop is iets kleiner en ranker en onder 
den hals in plaats van J. P. SCHOUBERG. F. vindt men 
drie vijfpuntige sterren. De keerzijde heeft tot munt- 
teekens het zwaard en den Mercuriusstaf en het 
jaartal 1897, dus een grof anachronisme. 

3°. Gulden der Koningin, 1897. Onder den hals 
C. B. in plaats van w. S. 

4^ Halve gulden van Koning Willem ili, met het 
jaartal 1897, een anachronisme als n°. 2. 

5°. 25-cents der Koningin, 1897. 

6°. 10- „ „ „ 1897. 

7". 5- „ van Koning Willem iii, 1868. 

8°. 2i/2-cent 1894. 



89 



9°. I-cent 1878, waarbij de leeuw bijzonder klein 
is en 

10°. ï/j cent, zonder jaartal, maar op de plaats 
daarvan een vijfpuntige ster. 

Randschriften en kartelranden ontbreken bij al 

deze stukken. Waarom men de voor- en keerzijden 

niet naar echte stukken heeft genomen, maar met veel 

moeite stempels heeft laten graveeren, die variöteiten 

opleveren, is, ook uit een paedagogisch oogpunt, 

onbegrijpelijk. 

J. E. TER Gouw. 



De Zijderups op de pefiningen van de Stofjes- 
werkersgildebns te Utrecht, 

In het mij door den heer P. Bordeaux te Neuilly 
sur Seine toegezonden overdrukje van zijn belang- 
rijk artikel over deze gildepenningen, vond ik op 
pag. 6, (Tijdschrift 1900 blz. 278), de volgende naar 
regel 15 van boven verwijzende noot: 

„Serait ce par une sorte d'atavisme inconscient 
que les Nimois, réfugiés k Utrecht, auraient fait 
figurer sur leurs méreaux ce ver k soie rongeant une 
feuille de murier? Leurs ancêtres de la légion 
Romano-Egyptienne avaient agi de méme, en rappe- 
lant sur les monnaies Nimoises Ie crocodile du Nil 
et son palmier." Z. 



90 



BOEKBEOORDEELING. 

Met groot genoegen namen we kennis van de 7' 
afl. van les Médailles et Plaquette'^ modcrnes door 
Dr. H. J. DE Dompierre de Chaufepié, vooral waar 
we er uit zien, dat ook de nederlandsche graveer- 
kunst met reuzenschreden vooruit gaat. Op PI. XLIII 
vinden we afgebeeld de fraaie plakketten Vredesjcon- 
ferentie, Aftreden van H. M. Koningin Emma, Vz. 
en den penning op het bezoek van H. M. aan Utrecht 
op 3 Juli 1900 door Begeer, den hier voren beschreven 
penning DE Stuers door JüNGER en BEGEER, den 
Transvaalpenning en dien op de tentoonstelling van 
het nederlandsche Zee wezen van WiENECKE en een 
zéér knappe plakket van Faddegon, voorstellende den 
heer J. H. N. RuijSCH VAN Dugteren. De uitvoe- 
ring van druk en platen is boven allen lof verheven, 
de firma H. Kleinmann & Co. te Haarlem, heeft 

alle eer van dit fraaie werk. 

Zw. 



J. P. R. MENGER. 

In het artikel: Een hulde aan Th. M. Roest, op 
blz. 297 van den vorigen jaargang, noemde ik de 
heer J. P. R. Menger, „hulpstempelsnijder." De heer 
mr. L. W. A. Besier, voorzitter van het Muntkol- 
lege, schrijft mij, dat deze vermelding kan doen 
denken, dat hij aan *s-Rijks Munt eene betrekking 
bekleedt, welke vroeger op dien titel recht gaf, maar 
nu niet meer bestaat. 



91 



Hij is niet bij *s-Rijks Munt in dienst, maar bij 
zijn vader den i'**" Stempelsnijder J. P. M. MENGER. 

Z. 



In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 21 No- 
vember 1900 lezen wij: 

„In de maand December zal er in het Friesche 
Museum te Leeuwarden eene tentoonstelling worden 
gehouden van moderne medailles en plaketten. 

Door de krachtige medewerking van partikulieren, 
die hunne verzamelingen beschikbaar stelden, en vaq 
eenige openbare instellingen, denkt men in staat te 
zijn een serieus overzicht te geven van hetgeen in 
de laatste jaren, zoowel in binnen- als buitenland, in 
dezen werd gepresteerd. 

Afgezien van de keurige collectie moderne medail- 
les en plaketten in 's-Rijks Penningkabinet, te *s-Gra- 
venhage. zal in haar soort de Leeuwarder expositie 
de eerste in Nederland zijn. 

Een veertigtal artiesten zullen door hun werk ver- 
tegenwoordigd zijn. De voornaamsten door onder- 
scheidene stukken, vooral ook door afgietsels (brons) 
op ware grootte van de origineele modellen, die een 
juisten indruk geven van het talent van den beeld- 
houwer-ontwerper. Bij het reduceeren tot medailles, 
gaat er wel eens iets verloren van de fijne bloem van 
het model.'* 



Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genootschap 

in ruiling ontvangt. 



Revue Beige de numismatique. 
4* livraison, 56' année. 

I. Tiers de sou d'or inédits, par M. L. Maxe- 
Werly. 

II. La numismatique de LOUIS XVIII dans les 
provinces belges en 1815, par M. P. BORDEAUX, 
(suite). 

III. Les jetons et les médailles d'inauguration frap- 
pés par ordre du gouvernement général aux 
Pays-Bas autrichiens, 1717 — 1794, par M. A. 
DE Witte, (suite). 

IV. Numismatique bruxelloise. Jetons de présence 
de la Société de Médecine de Bruxelles, par 
M. Ed. Vanden Broeck. 

V. Quelques observations sur trois médaillons at- 
tribués k QUENTIN Metsys, par M. Ed. van 
Even. 

Rivista Italiana di numismatica e scienze affini. 
Anno XIII, fascicolo II. 

Gnecchi (Francesco). Appunti di Numismatica 
Romana L. I bronzi quadrilateri della Repubblica e 



93 

la moneta privata dei romani LI Alcune monete 
repubblicane variante o ristabilite. (i Tav.) 

Camozzi (Guido). Intorno airAdoptio di Adriano 
imperatore. Note de Storia e Numismatica. (Fig.) 

Malaguzzi (Francesco). La zecca di Bologna 
(Continuaz.) (Fig.) 

Frati (Luigi). Ancora delle monete gettate al 
popoio nel solenne ingresso in Bologna di GuiLlo II 
Tanno 1506. 

Castellani (G). Medaglie Fanesi. (i Tav.) 

RIZZOLI (LuiGl JUN.) Artisti alla zecca dei principi 
da Carrara. 

Nicolo e Nerio Compagni da Firenze. 

Anno XIII. Fase. III. 

Gnecchi (Francesco). Appunti di Numism. Ro- 
mana: LIL Ancora suUa teoria monetaria dei Medag- 
lioni di bronzo. 

Dattari (G.). Appunti di Numism. Alessandrina 
I. IL III. (Fig.) 

Malacjuzzi (Francesco). La zecca di Bologna. 
(Continuaz ) 

Papadopoli (NlCOLö). Carzie per Cipro coniate dei 
Veneziani, nel 1515 e 1518. (Fig.) 

Castellani (G.) La monete d'Ancona durante la 
dominazione Francese (1799). 

KUNZ (Carlo). Il Museo Bottacin annesso alla 
civica biblioteca e museo di Padova. (Continuaz.) 
(3 Tav.) 



94 

The American Numismatic and Archaeological So- 
ciety of New York City. 42. Annual Meeting. 

J. Sanford Saltus. European Orders and De- 
corations. 

L. Bradford— Prince. The stone Lions of Co- 
chité. 



-.,•*. •N/'.^.^./ -■/-/-.^. 



Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland 
en Nederlanders betrekking hebbende Pen- 
ningen, geslagen na November 1863 

(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks) 

DOOR 

W. K- F. ZWIERZINA 

( Vervolg.) 



178. 1870. 

Bloemententoonstelling te Krommenie. 
Vz. opschrift: 

"^ KROMMENIE "^ 

1870. 

Kz. Glad veld omgeven door twee samen- 
gestrikte lauwertakken. 

Zilver, 40 m.M., Verz. Z., geslagen aan 
's Rijks munt. 



96 

179. 1870. 

Landbouwtentoonstelling te Steenbergen. 

Vz. Geheel gelijk Dirks XXX. 
Kz. Rond medaillon in sierlijken rand, om- 
geven door twee samengestrikte lauwertakken. 
Opschrift : 

^OONST^, 

<^^ — '% 
STEENBERGEN 



/87O 

Zilver, 41 m.M. Verz. Snoeck. 
180. 1870. 

Draagpenning der rederijkerskamer Jan 
VAN Beers te Utrecht. 

Vz. Gekroonde cartouche, waarop het wapen 
der stad Utrecht. 

Omschrift: z. k. h. de prins van oranje 
opperbeschermheer. 

Kz. Omschrift: rederijkerskamer 

JAN VAN beers 

In het veld, binnen een parelcirkel: 

ZINSPREUK 
STEEDS BETER 

Brons, met oog en ring, 32 m.M. Verz. 
Rijks munt. 



97 



Jan van Beers, geb. te Antwerpen, 22 Februari 1821, werd door 
de lezing van Conscience's Leeuw van Vlaanderen l)ewogen de 
letterkundige loopbaan te kiezen; hij leverde hoofdzakelijk overge- 
voelige poëzie. Na korten tijd professor aan het Stads-kollege te 
Mechelcn te zijn geweest, werd hij in 1849 professor aan de normaal - 
school te Lier, in 1860 aan het Atheneum te Antwerpen. 

181. 1871. 4 Januari. 

Ter eere van J. J. Putman te Utrecht. 
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder: 

J. P. M. MENGER F. 

Omschrift: jacobus joskpiius putman. 

Kz. In een krans van klimopbladeren het 

jaarschrift : 

DeCano sVo 

VICarII 

VLtraIeCtenses 

anIMo gratI 

daaronder: pridie nonas lan. 

Brons, 54 m.M. Verz. Tevler. (Zie n^ 261) 

182. 1 871. 30 Maart. 
Overlijden van H. M. de Koningin Louisa 

van Zweden en Noorwegen, geboren 
Prinses der Nederlanden. 
Vz. Eene gesluierde vrouw, links voor een 
grafmonument staande, waarop zij een lijkurn 
plaatst, waarover een rouwfloers hangt, dat ook 
gedeeltelijk het ovaal zweedsch wapen bedekt, 
dat evenals een uitgebluschte fakkel tegen het 
monument rust, op de voorzijde van het monu- 
ment in een lauwerkrans : ^^■ 

F. A. A. 
L. 



98 

Omschrift: vlla. dies. memori. non. eximet. aevo 
In de afsnede : j. p. menger, f. 

Kz. In een krans van 42 sterren: 

WILH. FRID. 

ALEX. ANNA. 

LUDOV. 

REG. SUEC. NORV. 

PRINC. NEERL. 

NATA 

D. V. AUG. 

MDCCCXXVIII 

DEFUNCTA 

D. XXX. MART. 

MDCCCLXXI 

Brons, 48 m.M. Verz. Z. 
Tijdschrift 1874, blz. 15, (waar abusief staat: 
SoPHiE VAN Zweden). Oranjepenningen 1287. 

183. Als voren. 

Vz. Het links gewend hoofd der Koningin 
met diadeem en met een parelsnoer om den 
hals, daaronder: lea ahlborn f. 

Omschrift : lovisa drottning af sverige och 

NORGE. 

Kz. Zwevende Genius, in de rechterhand een 

slangenrond en in de linker een palmtak houdende. 

Omschrift: följd af karlek tacksamhet och 

SAKNAD — DEN 30 mars 187I. 

Brons, 44 m.M. Verz. Z. 
Oranjepenningen 1286. 

WILHELMINA Frederika Alexandrina Anna Louisa, prinses der 
Nederlanden, geboren te 's Gravenhage, 5 Augustus 1828, als 



99 



dochter van Prins Frkderik der Nederlanden en prinses Louise 
VAN Pruisen, huwde te Stockholm 1 9 Juni 1850 niet Kauel Lodewijk 
EuGENius, hertog van Schonen, kroonprins, later (8 Juli 1859) onder 
den naam van Karel XV, koning van Zweden en Noorwegen, 
der Gothen en der Wenden, (overleden 18 September 1872), zie 
Dirks n** 703. Uit dit huwelijk werd ééne dochter geboren, prinses 
Louise Josephine Eügénie, (31 Oktober 1851), die sedert 28 Juli 
1869 gehuwd is met Christiaan Frederik Willem Karel, kroon- 
prins van Denemarken. 

184. 1871. 16 — 21 Juni. 

Pius IX 25 jaren paus. 
Vz- Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder: 

S. DE VRIES. 

Omschrift : 

f COMES • GIOVANNI • MARIA • MASTAI • FERRETTl f 

XVI • XXI • IVNII CRVX • DE • CRVCE 1846 — 187I 

PIVS • NONVS • PONTIFEX • MAXIMVS 

Kz. Het door de tiara en de Sint-Petrus 
sleutels gedekte wapen des Pausen, daaronder : 
LEviT • XXVII . 24 

Omschrift: • IN • JVBIL/EO • AGER . RE 
VERTATVR . AD • PRIOREM • DOMINVM 

Brons, 44 m.M. Verz. Z. 

185. Als voren. 

Vz. Linksgewend borstbeeld van Pius IX, 
daaronder : s. de vhies. 

Omschrift : f crvx • de • crvce f 

PIVS • NONVS • PONTIFEX • MAXIMVS 

Kz. In het veld: xvi — xxi 

IVNII 
1846— 1871 

LEVIT • XXVU • 24. 



lOO 



Omschrift: • in • jvbil^ko • ager • revertatvr • 

AD • PRIOREM • DOMINVM 

Tin, 24 bij 21 m.M., met oog en ring. Verz. Z. 

GiovANNi Maria, graaf van Mastai-Feretti, geboren te Sinigagia 
13 Mei 1792, werd i6 Juni 1846 onder den naam van Pius IX tot 
Paus gekozen ; 29 Maart 1 848 verbande hij de Jezuieten, (later zijn grootste 
vrienden), uit Rome, 8 December 1854 verkondigde hij de Onbevlekte 
Ontvangenis van Maria, en deed in het 8 December 1869 geopend Vati- 
kaansch konsilie het leerstuk der pauselijke onfeilbaarheid aannemen. 
Na 20 September 1870 den laatsten schijn van wereldlijk gezag ver- 
loren te hebben, overleed hij den 7 Februari 1878. 

180. 1871. 27 Juni — I Juli. 

255*^ Landhuishoudkundig kongres te Groningen. 

Vz. Ceres met een krans van korenaren om het 
hoofd; in de rechterhand een sikkel, in de lin- 
ker een korenschoof. In de afsnede : mdccclxxi. 

Omschrift: xxvste nederlandsch landhuis- 

HOUDKUNDIG CONGRES TE GRONINGEN. 

Kz. Glad veld, omgeven door een krans van 
eikenloof en korenaren, waartusschen boven het 
gekroonde wapen der gemeente Groningen. 

Brons, 47 m.M. Verz. Z. 

Tijdschrift 1895, ^Iz. 49, als gesneden door 
D. VAN DER Kellen, naar een ontwerp van 
J. H. Egenberger. 

187. 1871, I Julij. 

25-Jarig huwelijk van J. A. Smits van Nieuwer- 
KERK en J. P. D. BouvY te Dordrecht. 
Vz. De naast elkander geplaatste geslacht- 
wapens, gedekt door een helm met vlucht, 



lOI 



drie korenaren als helmteeken, twee wezels als 
schildhouders, rustende op eenig lofwerk. Daar- 
onder twee saamgestrikte palmtakken en j. E(lion). 

Smits. In groen een vierkante tafel gedragen 
door 4 pooten, waarop drie korenaren getakt en 
met bladeren, alles vergezeld van 7 fransche 
lelies, aan elke zijde drie boven eikanderen i 
in den punt, alles van goud. 

BouvY. In rood, een gouden keper vergezeld 
in het schildhoofd van twee zespuntige sterren, 
in den punt een zilveren vierbladerige roos. 

Kz. In het veld : jan anthoxy — smits van 

NIEUWERKERK — gkb. den 6 ocfühkr 1820, secret, rentm. — 
v. ii. ckneesk. c.rst. v. krankzinnigen 29 sept. 184i, — kani). 
notaris 20 mei 1844, lid der d.d schittery — i5 aug. 1845, 
admin. v. d. algem. hegraafpl. lo oct. 1846, — officier der d.d. 
scnittery 29 oct. 1846, maj. 2$ oct. 1860, — majogr komm. dier 
scilltt. 28 juni 1861, lid der staten v. — d. prüv. zuidhom.and 
15 maart 1864, off. ., i,a flamboyante — i9 juni 1866, kerk- 
V(kk;d d. ned. herv. (;em. i8mei 1869& — voor/.ittkr miijtieraad 
4k mii.. distr. in de proyincie — zitdhoi.land i9 jan. 187i. 
ai.i.ks ik dordrecht. — officier yan de ordf van de kikknkroon — 
EN -JACOBA PETRONELLA — DOKOTIIEA HOUW - -(.eh. te 

HERGEN IN NO(»R\VKGEN 25 JAN 182O. — I JULI I87I ^5 JAREN — 
IE DORDRECHT VEREENIGD. 

Brons, 42 m.M., Verz. Z. 

1S8. Prijspenning uitgeloofd door dezelfden. 

Vz. = n^ 187. 

Kz. Glad, o. a. uitgeloofd als prijspenning voor 
een op 19 Februari 1872 te Dordrecht gehou- 
den Schermwedstrijd, zie CaL Smits van Nieu- 



I02 



WERKERK n°. 3487/8, ook voor den Tooneelwed- 
strijd „Thalia" te Dordrecht, 1875/6 id. n°. 3602. 

De heer Smits van Nieuwerkerk, na in 1874101 luitenant-kolonel 
der d.d. schutterij te Dordrecht te zijn benoemd, overleed aldaar 17 
Oktober 1893. In 1873 werd hij lid van het Zeeuwsch Genootschap 
der Wetenschappen en Associé étranger de la Société royale de 
numismaticiue de Belgique, den 12 Juni 1892 gewoon lid van het Neder- 
landsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde, in welks tijdschrift 
mej. Marie de Man hem eenige regelen wijdde (1894, blz. 55 e. v.). 
Zijne verzameling munten en penningen, 4070 nummers, (waaronder 
alleen 3736 nummers penningen,) tellende, werd 5 Maart 1894 door 
A. Mak te Dordrecht publiek verkocht. 

Volgens zijn testament dd. Mei 1893 werd bij die verkooping en 
bij het samenstellen van den katalogus de door den overledene opge- 
maakte lijst zooveel mogelijk gevolgd. Jammer dat de eigenwijze 
auctionnair de data der historische feiten wegliet, „als zijnde die van 
minder belang"! (Zie voorwoord katalogus). 

189. 1871. 2 Juli. 

Presentiepenning van de Société Royale de 
Numismatique de Belgique met borstbeeld 
van Th. van Berckel. 

Vz. 's Mans rechtsgewend borstbeeld met 
staartpruik, daaronder : leop. wiener 
Omschrift: theodore van berckel 

Kz. Omkransd medaillon, gehouden door 
twee engeltjes, met het opschrift: ^/gyT* 

Omschrift : société royale de numismatique 

DE BELGIQUE 

Brons, 33 m.M. Mededeeling van den heer 
Alph. de Witte. 

Van Berckel, beroemd graveur, werd geboren te 's Hertogenbosch 
21 April 1739. en overleed aldaar 19 September 1808, hij werkte te 
Brussel en Weenen. 



I03 

190. 1871, i8 Juli. 

Huwelijk van W. F. A. E, Maria Prinses der 
Nederlanden en W. A. M. K. Prins von Wied. 
Vz. In twee uit bloemen gevormde, ovale 
medaillons, de tegenover elkander geplaatste 
hoofden van den Prins en de Prinses, een tusschen 
de medaillons geplaatste Genius houdt boven 
de hoofden van elk een lauwerkrans. Op de 
bovenzijde van de medaillons links: xviiijvly 
en rechts : 1871. 

Beneden op twee lauwertakken onder een 
kroon de vorstelijke wapens en daaronder : 

S. DE VRIES F. S'HAGE. 

Omschrift: • willem. adolf. maximiliaan.karel. 

prins. von. wied -k WILHELMINA. FREDERICA. ANNA. 
ELISABETH. MARIA. PRINSES. DER. NEDERLANDEN 

Kz. In het veld tusschen twee saamgestrikte 
lauwertakken: 

22 AUGUSTUS. 1845 

5 jULij. 1841 

Omschrift: In twee regels beneden door een 
ster en dr. wap gescheiden: 

DE. TEEDRE. BLOEMENBAND. DIE. BEELD. EN. HART. 
OMSTRENGELT. WORDT. DOOR. DIT. FEESTMETAAL. 
HERDACHT. IN. EEUWIG. SCHRIFT 

zoo. ZIJ. OOK. 't. huwlijksheil. dat. u. 't. 

GEMOED. VERENGELT. UW. BEIDER. DANKBRE. ZIEL. 
VOOR. ALTOOS. INGEGRIFT 

Zilver en brons, 70 m.M., Verz. Z. 
Oranjepenningen 1285. 



I04 

Het vorstendom Wied werd in 1806 gemedialiseerd en eerst met 
Nassau, later met Pruisen vereenigd. De vorstelijke familie woont 
op het kasteel te Neuwied of op het lustslot Monrepos. De prms 
is Generaal é, la Suite van het KOnigin Augusta Garde Grenadier 
Regiment n». 4, en Voorzitter van het Pruisische Heerenhuis, 

Uit dit huwelijk zijn 5 kinderen geboren: Erfprins Wilhelm 
Friedrich Hermann OTHONCARL,geb. 27 Juni 1872, Prins Wilhelm 
Frederik Henri, geb. 26 Maart 1876, Prins Wilhelm Frederik 
Adolph Hermann Victor, geb. 7 December 1877 en de prinsessen 
WILHELMINA Frederika Augusta Alexandrink Maria Elisabeth 
Louise, geb. 24 Oktober 1880 en Wilhelmina Augusta Frederika 
Maria Louise Elisabeth, geb. 28 Januari 1883. 

191. 1871. 4 — 7 Augustus. 

10* Nederlandsch nationaal Zangersfeest te 

Arnhem. 

Vz. Tweekoppige adelaar, waarboven een 

koninklijke kroon. 

ümschrift: lo .'. ned. nat. zangersfeest 1871. 

EUTERPE ARNHEM 

Kz. Glad. 

Tin met oog en ring, 29 m.M. Verz. Roest. 

Zie de aantcekening bij n^ 64. 

103. 1871. 14 Augustus. 

Provinciale Schietwedstrijd te Utrecht. 

Vz. als N^. 117. 

Kz. ^ 

provinciale 
schietwedstrijd 

TE 

UTRECHT 

14 AUGUSTUS 

187I. 

^DE PRIJS. 

Brons, met oog en ring, 27 m.M., aan groen 
en wit lint. 



I05 



19-I. 1871. 14 Augustus. 

5-Jarig bestaan der Ver. tot Bev. v. 's Lands 

Weerbaarheid. 

Vz. HERINNERING 

AAN HET 

VIJF JARIG BESTAAN 

14 AUGUSTUS 
1866 — 1871. 

Kz. AANGEBODEN 

aan 

Z. m. den Konitia 

ALS BESCHERMHEER 

DER VEREENIGING TOT 

BEVORDERING VAN 

's LANDS 

'^^^/^BAAKV^^^^^' 

Zilver gegraveerd, 38' m.M., (uniek ex.) 

Kon. Huisarchief. 

194. 1871. I September. 

H. A. VAN DEN Wall Bake te Utrecht, 
25 jaar muntmeester. 

Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, waaronder: 

J. l\ M. MKNGKR V. 

Omschrift: h. a. van den wall bake. 

MUNTMEESTER. 

Kz. In het veld : hoogachting 

EN genegenheid 

HEM IN ZIJNE 25 JARIGE 

AMBTSVERVULLING 

I SEPT 1846 1 SEPT. 187I 

BIJ AL DE 

BEAMBTEN 

VAN 's RIJKS MUNT 

VERZEKERD. 



io6 



Omschrift : nederlandsche hermunting. 

HERMUNTING VOOR NEDERLANDSCH INDIË. 

Brons, 56 m.M., Verz. Teyler. 

195. 1871. 4 Oktober. 

Draagpenning voor burgerlijke verdiensten 

van inlanders. 

Gouv. besl'. van 4 Okt. 1871 N°. 36. 

Waarbij bepaald is: 

a. Dat de aan inlanders van aanzien of verdienstelijke Oostersche 
vreemdelingen toe te kennen draagpenningen zullen zijn van goud, 
zilver of brons, al naar gelang in het besluit waarbij zij worden 
toegekend, bepaald wordt; 

b. dat zij zullen zijn rond van een middellijn van 50 strepen, aan 
de eene zijde prijkende met het Koninklijke wapen, omgeven door 
een stralenkrans en aan de keerzijde met het opschrift: 

Het 

Nederlandsch Indisch 

Gouvernement 

AAN 



Omgeven door een lauwerkrans. 

r. Dat zij ook door hen, die nu reeds met soortgelijke draagpen- 
ningen begiftigd zijn, op de linkerborst gedragen mogen worden, 
bevestigd aan het lint bepaald voor de medaille voor de broederschap 
der orde van den Nederlandschen Leeuw ; 

d. dat zij ook gedragen mogen worden in verkleind model aan 
hetzelfde lint, wordende daarentegen het dragen van het lint en den 
penning afzonderlijk uitdrukkelijk verboden. 

Cat. Bat. Gen. 1896 n^ 117. Afgebeeld in 
Berliner Münzblatter 1884, Taf. iV. 

190. 187 1. 4 Oktober. 

Dr. R. VAN Rees te Utrecht, 50 jaar hoogleeraar. 
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder : 

D. V. D. K.{eUen) 



I07 
Omschrift: richardus van rees math. et 

PHYS. PROF. 

é 

Kz. In een krans van eike- en lauwertakken : 

PRAECEPTORI 

CARRISSIMO 

DISCIPVLI 

Omschrift : leodivm mdcccxxi 

TRAEECTVM AD RHENVM MDCCCLXXI 

Brons, 52 m.M. Verz. Z. 
Tijdschrift 1895, ^'^' 48- 

RrjK VAN Rees, geboren te Nijmegen 24 Mei 1797, studeerde te 
te Utrecht en trok in 181 5 met de vrijwillige jagers uit Na den 
17 December 18 19 in de wis- en natuurkunde gepromoveerd te zijn, 
werd hij in 1821 buitengewoon en in 1825 gewoon hoogleeraar te 
Luik tot 1830. Tijdelijk hoogleeraar in de wiskunde en in 1839 
gewoon hoogleeraar in de natuurkunde te Utrecht geworden, moest 
hij in 1867 zijn emeritaat vragen, doch bleef niettemin tot zijn dood, 
23 Augustus 1875, zijne lessen voortzetten. 

197. 1871. 3 Oktober. 

Provinciale Schietwedstrijd te Maarssen. 

PROVINaALB 

SCHIET-WEDSTRIJD 

TE MAARSSEN 

3 OCTOBER 

187I. 

2DE PRIJS. 

De andere zijde van dezen penning is onbekend. 
Beschreven naar den stempel aan 's Rijks 
munt aanwezig. 27 m.M. (vermoedelijk is de 
andere zijde de Vz. van n^ 117) 



io8 



198. 1871. 14 November. 
Loodgietersvereeniging „Eenheid en Trouw*' 

te Amsterdam. 
Vz. Een hazewindhond ligt rechtsgewend 
bij een grafzerk^ door een treurwilg beschaduwd. 

Op de zerk: nov. (trouw) 

1871. 

Het geheel, omgeven door een gesloten 
schakelketting, (eenheid) 
Kz. Allerlei loodgieters werktuigen, omschrift : 

EENHEID EN TROUW 
187I. 

Lood, 27 m.M. Verz. Rijksmunt. 

199. 1871. 6 December. 

Penning op het veeljarig lidmaatschap der 
jongelingen-kongregatie te *s-Hertogenbosch, 
(dien dag voor 12-jarig lidmaatschap uit- 
gereikt aan H. J. de Bruijn.) 
Vz. De maagd Maria, staande op een slang, 
stralen schieten uit hare handen. 
Omschrift: congregatie der jongelingen 

-k TE s'bOSCH -k 

Kz. In lauwerkrans: 

aandenken 
VAN /^ jarig 

LIDMAATSCHAP 

//. y. de Bruijn 

6 

78- 77 

72 

(Aantal jaren, naam en datum gegraveerd.) 



I09 

Ovaal medaillon in sierlijken rand met oog 
en ring, zilver, hoog 44 m.M. Verz. Snoeck. 
Bijdragen 2e druk, n°. 533. 

200. 1871. 

Prijspenning van den nationalen wedstrijd 
van werklieden te 's Gravenhage. 

Vz. Een links gezeten vrouw uit een vaas 
lauweren strooiende en met haar linkerhand 
steunende op het nederlandsche wapen, voor 
haar een bijenkorf, werkbank, dommekracht, 
bankschroef en truweel. 

Omschrift: vereeniging ter bevordering van 

FABRIEK EN HANDW. NIJVERHEID IN NEDERLAND. 
(Zie DiRKS pi. P. n». CVI) 

Kz. Een lauwerkrans. 

Omschrift : nationale wedstrijd voor werk- 
lieden. AFDEELING \s GRAVENHAGE 187I. 

Brons, 38 m.M., Leidsch Penn. Kab. 

Tijdschrift 1894. blz. 16, als gesneden door 
J. P. Menger. 

Zie omtrent deze Vereeniging de noot bij n®. 15 

201. 1870/71. 

Fransch-Duitsche oorlog. 

Vz. Rechtsgewend hoofd van Z. M. den 
Koning, daaronder een ster. 

Omschrift: willem ih koning der ned. 
G. H. v. l. 



IIO 



Kz. Onder een muurkroon de wapens van 
Elzas en Lotharingen, waaronder: 

ELZAS EN LOTHARINGEN 

Koper met oog, 26 m.M. Verz. Z, 
Oranjepenningen 1283. 

In den katalogus Smits van Nieuwerkerk geplaatst op 1874, 
25-jarige regecring des Konings, de Kz. wordt aldaar als ,/an- 
taisie" beschouwd, (blz 179 n... 3568). Volgens aanwinsten Kon. 
Kab. 1876 werden deze penninkjes in i87o(?) op de markt te Arnhem 
verkocht. Vermoedelijk is deze penning eene toespeling op 's-Konings 
anti-Duitsche gevoelens. Men zeide, tijdens denFransch-Duitschen oorlog, 
dat Z. M Koning Willem III met de oorlogsverklaring aan Duitschland 
,^n den zak liep" en dat Z. M. den kapelmeester der Kon. Militaire 
Kapel VOLLMAR niet kon zien, omdat deze sterk geleek op keizer 
Wilhelm L 

303. 187 1. 

Draagpenning der Utrechtsche Weerbaarheids- 

vereeniging. 

Vz. Op een gekroonde cartouche, een wapen- 
schild met twee gekruiste geweren. 

Omschrift: utr. weerbaarheids — vereen. 

Kz. In het veld: 

KLASSE. 

ogo 

Brons, met oog en ring, 27 m.M., door 's Rijks 
stempelsnijders, Verz. Z. 

303. 1871. 

Brandmeesterspenning van Montfoort. 



III 



Vz. 



Kz, 



o ^ 

MONTFOORT. 






BIJ DE 

' BRANDWEER. 

Brons, met oog en ring, 40 m.M., vervaar- 
digd door 's Rijks stempelsnijders. Verz. Z 

204. 1871. 

Prijspenning van Amstels Mannenkoor. 

Vz. De banier van „Amstels Mannenkoor**. 
Omschrift beneden langs den rand : 

NEDERLANDS ZONEN KWEKEN NEDERLANDSCIIE 
KUNST. 

Kz. Lauwerkrans, omwonden met een lint 
waarop : 1851— 1871, daaronder rechts : j. euon 
Omschrift : erkenning en vereering 

AMSTELS mannenkoor 

Zilver verguld, 50 m.M. In den krans ge- 
graveerd : DEN 

HEERE 

RICHARD HOL 

OCTOBER 
187I. 
(Zie omtrent R. IIoL de noot bij 804/^). 

8 



112 



Een gelukkig toeval wilde, dat ik dit stuk, te vergeefs in het 
Tijdschrift opgevraagd, juist onder het korrigeeren der drukproeven 
van den heer HOL ter beschrijving ontving. De penning is geslagen 
bij gelegenheid van het 20-jarig bestaan van „Amstels Mannenkoor". 

305. 1872. 6 Januari. 

50-Jarig bestaan der Sociëteit „de Eendragt*' 

te Amsterdam. 

Vz. In een grot de rechts liggende neder- 
landsche leeuw, die den pijlbundel in zijn rech- 
terklauw geklemd houdt en door een opgaande 
zon beschenen wordt. Op den sokel : j. elion. f. 

In de afsnede: 6 jan. 1822— 1872. 

Omschrift: sociëteit de eendragt 

VYFTIG JARIG BESTAAN 

Kz. In het veld: aan 

F. RENDORP 

JH^^. K. D. HOOFT VAN 

WOUDENBERG EN 

GEERESTEIN 

JH^. H. J. BICKER 

I. C. VAN NOTTEN 

OPRIGTERS. 

DE LEDEN. 

Daaronder medaillon met het wapen van 
Amsterdam. 

Brons, 55 m.M. Verz. Z. 

Door de leden der Sociëteit aan de op de Kz. vermelde oprichters 
in goud vereerd. 

300. 1872. 7 Januari. 

5-Jarig bestaan van de Rederijkerskamer 
„voor Vriendschap en Vergenoeging" 

te Middelburg. 



ÏÏ3 



Vz. In een lauwerkrans tusschen eenige 
krullen : ter 

GEDACHTENIS 

VAX HET 

VIJF JARIGE BESTAAN 

GESCHONKEN 

DOOR DE 

KUNSTMINNENDE 

LEDEN 

7 JANUARIJ 1872 

MIDDELBUR(;. 

Kz. Een lauwerkrans waarin onder twee samen- 
gevouwen handen : voor 

"Oriendscliap 
en 

"Oörgcnocging. 

Zilver gegraveerd met oog en ring, 61 m.M. 
Verz. Zeeuwsch Gen. 

207. 1872. 15 Januari. 

Eeuwfeest van het Evangelisch Luthersch 
Diakonie Wees-, Oude Mannen- en Vrouwenhuis 

te Amsterdam. 

Vz. Een engel met de linkerarm een kind 
geleidende, strooit met de rechterhand bloemen 
op het hoofd van een oud paar, de vrouw 
zittend, de man leunend op een stok achter 
haar staande. 

• 

Daaronder staat: SPREUKEN IX v. 11. 

Ter zijdeur m. c i>i: vkiF:bji. iNv. KT I K( . 



114 



Kz. Opschrift: ter 

HERINNERING 

AAN HET 

HONDERD JARIG BESTAAN 

VAN HET 

EVANG. LUTH. DIAC. 

WEES OUDE MANNEN 

EN VROUWENHUIS 

TE AMSTERDAM 






'^A, 



• / 



772 - iS ^ 



K^- 



Brons, 38 m.M., Verz. Rijks munt. 

208. 1872. 29 Febniari. 

Opening van den Zeeuwschen spoorweg tot 

Middelburg. 

Vz. De wapens van Zeeland en Middelburg 
onder een kroon en tusschen looftakken, daar- 
onder een lokomotief. 

Omschrift: zeeuwsche spoorweg 

Kz. Omschrift: herinnering aan de opening sfs 



En in het veld : tot 

MIDDELBURG 

18^-^72 

2 ' 

Kompositie, 26 m.M. Verz. De Man. 



209. 1872. I Maart. 

Als voren. 



i'5 



Vz In het veld: opknint, 

DER 

ZEEUWSCHE DUITSCHE 

SPOORWEG 

VERBINDING 

I MAART 

1872 

Kz. Een lokomotief, daaronder middelburg 
Tin, met oog en ring, 25 m.M. Verz. Zeeuwsch 
Gen. 

De opening van den spoorweg werd te Middelburg feestelijk ge- 
vierd. Onder leiding van de Vereeniging „Uit het volk — voor het 
volk" werden de gcnoodigden van het station afgehaald, en in een 
optocht, gevormd uit alle takken van handel, nijverheid en landbouw, 
naar het feestgebouw op de markt geleid, waar de gebruikelijke toe- 
spraken werden gehouden. (Zie de uitvoerige beschrijving van een 
en ander in de middelburgschc courant van i Maart 1872 n©. 52.) 

Deze vereeniging werd den 13-" Juni 1865 opgericht, onder den 
naam van „Vereeniging tot het regelen en bevorderen van volksver- 
maken", welke naam later (1867 '68) in die van „Uit het volk — voor 
het volk" veranderd werd. Het doel der vereeniging is: „Middel- 
„burgs ingezetenen, voornamelijk den handwerksman en den dienst- 
„baren stand, door muziekuitvoeringen, tentoonstellingen, voorlezingen 
„als anderszins, nu en dan aangenaam en nuttig bezig te houden, en 
„daardoor den smaak voor al wat schoon en edel is. aan te wakkeren." 

Zie het „Overzicht van het door de Vereeniging l/it hei volk — 
voor het 7'olk te Middelburg verrichtte, gedurende haar vijf en twintig 
jarig bestaan." 

210. 1872. I April. 

Derde eeuwfeest der innemina: van den Briel 

door de Watergeuzen, grondvesting van 
Nederlands onafhankelijkheid. 

Vz. Het aanziend borstbeeld van Wiij.em den 
ZwiKiKR, op twee lauwertakken. Daaronder: 

WILLKM 1 PRINS VAN OK.WJK 

GRONDLEGGER ONZER VRYHEID 



ii6 



Omschrift * ter herinnering aan het derde 

EEUWFEEST I APRIL 1872 • HET DANKBARE 
NAGESLACHT 

Kz. Een de face staande vrouw met haar 
linkervoet het spaansche wapen vertreden- 
de, houdt een lauwerkrans boven het door 
vlag'gen en krijgstuig omgeven wapen van den 
Briel, waarachter zich een speer bevindt, waarop 
de vrijheidshoed geplaatst is en waaraan een wim- 
pel met de spreuk: libertatis PRiMiTi^^i bevestigd 
is, in hare linkerhand houdt zij een vaandel 
met het opschrift: met god voür vaderland 
EN oranje. 

Aan de afsnede links: posthumus, rechts: amsterdam. 
In de afsnede: i april 1872 

Omschrift : grondvesting van neerlands 

ONAFHANKELIJKHEID 

Zilver en brons, 57 m.M. Afgebeeld Revtie 
Beige 1872, pi. XVII n°. 5. Oranjepenningen 1289. 

211. Als voren. 

Vz. Het aanziend borstbeeld van Willem den 
Zwijger, daaromheen: WILLEM I PRINS VAN 

ORANJE GRONDLEGGER ONZER VRYHEID. 

Omschrift : ter herinnering aan het derde 

eeuwfeest I april 1872 HET DANKBARE NAGE- 
SLACHT 

Kz. Geheel gelijk aan n°. 210, doch aan de 
afsnede alleen rechts: j. d. p.(osthumus). 



117 



Tin. 35 m.M. Verz. Tkvi.er. Zie Revue Beige 
1872, bl. 477. 

'il 3. Als voren. 

Vz. In het veld: 1572, waaronder de brullende 
nederlandsche leeuw zijn kluisters verbrekende, 
daaronder: j. E.(iion.) 

Omschrift: • door gods zegen, oranjes hulp 

EN NEDERLANDS EENDRACHT 

Kz. In een lauwerkrans: 

1872 

VRIJHEID 

EN 

ORDE 

Goud, zilver, brons en kompositie, 30 m.M. 

Verz. Z. Zie Revue Beige 1872, pi. xvii n^ 7. 

Oranjepenningen 1 290. 

Vervaardi^'d op last der feestkommissie te Amsterdam, die daarvan 
aan die stad vier exemplaren van elk metaal schonk. 

De inschrijvers ter viering van het feest te Amsterdam ontvingen 
elk een ex. in koper verguld. 

Deze j>enning met oog werd aan rood, wit. blauw lint met oranje 
strik als draagteeken gebezigd door de Dordrechtsche feestkommissie. 
iKat. Smits v. Niki wkrkkrk, blz. 176 n". 3508 '9). 

'Z\\\. Als voren. 

Vz. Het links trcwend borstbeeld van Willem 
DEN' Z\vij(;p:r. Omschrift: 

GUILIELMUS PRINCI'TS ARAUSIACUS 
Het i^eheel omg'even door een parelrand. 

Kz. Onder een strijdbijl en wimpel (gekruist) : 

IN O PIN ATA 

PKR 
CONTRARIA 



ii8 



waaronder een lauwertak en boogsgewijs: 

CAL. APR. MDLXXII — CAL. APR. MDCCCLXXII 

alles omgeven door een parelrand. 

Brons, 50 m.M., door J. P.M. Menger. Verz.Z. 

Revue Beige 1874, P^- ^^ ^""^ ^7- 
Oranjepenningen 1295. 

Deze penning werd den Koning door de Utrechtsche feestkommissie 
in goud aangeboden. (Zie Kat. Smits van Nieuwkrksrk, blz. 176 

n^ 3497). 

214. Als voren. 

Vz. De nederlandsche maagd, de speer met 
de vrijheidsmuts houdende, ontvangt een lau- 
werkrans van de tegenover haar staande 
Viktorie, die haar voet op [een kanon geplaatst 
heeft. Naast de maagd de leeuw met de 
nederlandsche vlag. Naast de Viktorie het 
wapen van den Briel. Op den achtergrond een 
driemaster. In de afsnede : s. de vries 's hage. 

Omschrift: LAND EN VRIJHEID STEGEN 
UIT DE WATEREN OMHOOG 

Kz. Onder de koninklijke kroon de wapens 
van Nederland en Oranje, daaronder op een 
lint: je maintiendrai, beneden 1572 

Omschrift op matten rand : 
HERINNERING • AAN • HET • DERDE . 
EEUWFEEST . i -APRIL- 1872 *BRIELLEs|2 

Brons, ook met oog en ring in zilver, 40 m.M. 
Verz. Z. 



119 

Afgebeeld in de Revue Beige 1872, pi. xvi n"". 3. 
Oranjepenningen 1288. 

315. Als voren. 

Vz. Het wapen van den Briel, daarachter op 
een speer de vrijheidshoed, daaronder op een' 



lint : LiBERTATis PRiMiTiAE. In het veld links: ,572 



I APR. 
1572 

Omschrift: de fortuin helpt den stoute. 

INNEMING VAN DEN BRIEL DOOR DE WATERGEUZEN. 



Kz. Een krijgsman, een opgeheven zwaard 
in de rechter- en de vrijheidsvaan in 'de linker- 
hand houdende, verdrijft de tirannie, voorge- 
steld onder de gedaante eener vrouw, die het 
juk laat vallen en een naar den grond gekeerd 
zwaard houdt. In het verschiet : een schip en 
de toren van Brielle. In de afsnede : door het — 

VRYE NEDERLAND PLECHTIG HERDACHT 

I APR. 1872. Rechts: m c d v j (M. C. DEVRiEsJr.) 
Omschrift: toen schrikte de tyranny. 
Brons en tin, 33 m.M., Verz. Z. 
Afgebeeld: Revue Beige 1872, pi. xvi n°. 4. 

!il6. Als voren. 

Vz. Het wapen van den Briel, waaronder: 
A. I. I) V. (A. J. de Vries te Amsterdam), daar- 
onder op een lint : libertatis primitiae. In het 

veld links: i apr 

1572 

I APR 
1872 



I20 



Kz. ^^^^^^^/4, 

AAN DE 

INNEMING 

VAN DEN BRIEL 

DOOR DE 

Tin, met oog, 27 m.M., Verz. Z. 

317. Als voren. 

Vz. In een zoogenaamden hollandschen tuin, 
de vrijheidshoed op een speer, omgeven door 
oranjetakken, tusschen de jaartallen: 1572 1872 

Kz. In het veld in een parelcirkel : 

I 
APRIL 

1572. 

Omschrift: ^DAGERAAD ONZER VRIJHEID. 

Brons, 25 m.M., Verz. Z. 

Afgebeeld in de Revtce Beige 1872, pi. x vii n"*. 1 8. 

Tijdschrift 1894, blz. 18, als gesneden door 

J. P. Menger. Oranjepenningen 1291. 

Deze penning werd in kopervergiild aan de schooljeujjd te Brielle 
vereerd. (Kat. Smits van Nieuwerkerk n». 351 1). 

218. Als voren. 

Vz. Het rechtsgewend hoofd van Z. M. Koning 

Willem III, daaronder twee boeken waarop 

men leest: biblia en 1848, en daarnaast 18 72 

Omschrift in parelrand: VOOR GOD 

KONING EN VADERLAND 



121 



Kz. Twee vereenigde handen tusschen een 
dubbelen bedeltasch, daarnaast: 15 72 

Omschrift: LEVE DE GEUS 'T' TOT HET 
DRAGEN VAN DEN BEEDELZAK. 

Zilver, ovaal met oog, van onder en ter zijden 
drie uitstekende knopjes, 40 bij 36 m.M , 
Verz. Z. Afgebeeld in dè Revue Beige 1874, 
pi. 1 n°. 13. Oranjepenningen 1293. 

310. Als voren. 

Vz. Het rechtsgewend borstbeeld van Willem 
DEN Zwijger. 

Omschrift: VADER DES VADERLANDS 

Kz. Twee saamgevouwen handen, daarboven 
1572 en daaronder 1872. 

Omschrift: GETROUW AAN ORANJE 
TOT DEN DOOD. 

Tin draagteeken, 27 bij 23 m.M., Kon. Kab. 
Revue Beige 1874, pi. 11 n^ 16. Oranjepen- 
ningen 1294. 

220. Als voren. 

Vz. Watergeus in de linkerhand een vlag, 
in de rechter een zwaard, daarboven: 

DE WATERGEUS. 

Kz. HET WAS 

DE LEEUW 

UIT JUDAS STAM 

DIE IN DEN imiEL 

ZIJN ZETEL NAM. 

1572 

Lood, 23 m.M., Verz. Z. 



122 



331. Als voren, gevierd te Neuzen. 
Vz. In het veld: 

I APRIL 1572 

Q> 

FEESTELIJK 

HERDACHT TE 

NEUZEN 

S> 

I APRIL 1872 

Omschrift: Q» Nederlands onafhankelijkheid 
Kz. Het gekroonde wapen der gemeente 
Neuzen. 

Omschrift: • gemeente neu2En • zeeland • 

NEDERLAND 

Brons, 32 m.M., Verz. Teyler. Afgebeeld 
in de Revue Beige 1872, pi. xvii n°. 6. 
333. Als voren. 

Draagteeken, in den vorm van een anker, 
waarop een medaillon rust, omgeven door een 
dichtgegespten riem. 

Op het anker: boven: derde eeuwfeest 1872 
Onder: op god is mijn betrouwen 

PRINS WILLEM VAN ORANJE 

Op den riem: DEN EERSTEN DACH VAN 
APRIL VERLOOS DUC D'ALVA SIJNEN 
BRIL. In het medaillon een vestingpoort met 
het wapen van den Briel, op de poort rechts: 

TIENDE ,. , BLOED , a^ -«- ^ 

links : , boven de poort twee 

PENNING PLAKAAT ^ 

saamgevouwen handen, aan de polsen waarvan 
een bedelzak, nap en kalebas zijn bevestigd, 



123 

bestraald door een hemellicht, waarin: wai 
In de afsnede: dit is van den heere 

GESCHIED 

Zilver, 54 bij 31 m.M., Verz. Z. 

Werd verkocht in een enveloppe, waarop een vergrootte afbeelding 
van het draagteeken voorkwam, omgeven door oranje- wit-blau wen rand. 

323. Als voren. 

Variant, met ingestempelde letters voor de 
opschriften in het medaillon en klein verschil 
in de teekening, in verz. W. Snoeck. 

224. Als voren. 

In het Kon. Huisarchief bevindt zich een 
groot ex. van dit draagteeken, poort en handen 
met bedelzak, zilver, verder verguld zilver, 
groot 100 bij 60 m.M., aan ring. 

225. Als voren. 

De nederlandsche leeuw rechtop staande, 
houdt in de beide voorpooten een speer, waarop 
de vrijheidshoed, waarboven: 1572, onder: 1872. 

Omschrift op matten rand : 
VOOR VRIJHEID VORST EN VADERLAND 

Zilver, ovaal met oog, 35^ bij 24 m.M., Verz. Z. 
('s-Gravenhaagsche zilverwerkers). Oranjepen- 
ningen 1296 

226. Als voren. 

Vz. Linksgewend borstbeeld vanZ. M Koning 
Willem iil Omschrift: 

» EiN TOVT FIDELLES AV ROY » 

1572 — 1872 



I 



124 

Kz. Een geharnaste en bloote hand tusschen 
dubbelen bedelzak. Omschrift: 

JVSQVES A PORTER LA BESACE 

Geel koper en tin, ovaal met oog en ring, 
29 bij 23 m.M., Verz. Z. 

227. Als voren. 

Als n". 226, doch met linksgewend borstbeeld 
van Philips II. 

Tin. Verz. H. Kuipers. 

Afgebeeld, Revue Beige 1872, pi xvi n°. i en 2. 

228. Als voren. 

Vz. Linksgewend borstbeeld van Philips II. 

Omschrift: en tovt fidelles av roi * 

VIVE le gevs 

Kz. Twee handen tusschen dubbelen bedelzak. 

Omschrift: jvsqves a porter la besace # 

1572. I april. 1872. 

Lood, 26 m.M., Verz. Z. 

229. Als voren. 

Looden reproduktie van den geuzenpenning, 
afgebeeld v. Loon, deel I, blz. 85 n^ 3, Verz. Z. 

230. Als voren. 

Draagteeken. 

Watergeus, in de linkerhand de prinse vlag, 
in de rechter een bijl, met den linkervoet op 
een kanon. 

Lood, hoog 42 m.M., Verz. Z. 

(Werd gedragen op oranje strik). 



125 

ld. in zilver op oranje, wit, blauwen strik. 
Verz. W. Snoeck. 

331. Als voren. 

Zilveren draagteeken, aanziend borstbeeld 
van een Watergeus op oranje roset. 
Hoog i8 m.M., Verz. W. Snoeck. 

232. Als voren. 

Naar links zeilend schip, op den romp staat : 

1572 — 1872 
Omgeven door een lauwer- en eiketak. 
Zilver draagteeken op oranjelint, hoog 28 
m.M., Verz. W. Snoeck. 

('s-Gravenhaagsche zilverwerkers). 

233. Als voren. 

Vz. Het linksgewende borstbeeld van Prins 
Willem I. Boven ter zijden: p. v. o. 1572 

Kz. DE 

OVERWINNING 

DER 
WATERGEUZEN 

BRIELLE 
1572 
Lood, 23 m.M., Verz. Z. 

234. Als voren. 

Vz. Staande ridder met opgeheven degen 
in de linker, en oorkonde in de rechterhand, 
(voorstellende Prins Willem i). Boven ter 
zijden: p. v. o. 1572 



126 



Kz. Geheel gelijk den voorgaanden. 
Lood, 23 m.M., Verz. Z. 

Volgens mededeeling van den heer F. de Langs, te Alkmaar 
vervaardigd, ter gelegenheid der Aprilfeesten aldaar. 

235. Als voren. 
Linksgewend borstbeeld van Prins Willem i, 

daaronder: w. v. o. 

BRIELLE 
1872 
't Geheel in lauwerkrans, met vierkant oog. 
Hoog 35, breed 30 m.M., Kon. kab.. Oranje- 
penningen 1297. 

236. Als voren. 

Twee door een kroon gedekte schilden, 

waarop: oranje en: 1572 

BOVEN 1872 

Zilver, eenzijdig draagteeken, breed 25, hoog 

18 m.M., Kon. kab. Oranjepenningen 1298. 

De nederlandsche zeeschuimers, die ka|>erbrieven van prins 
Willem van Oranje hadden verkregen, werden weldra zoo groot in 
aantal, en schonden het volkenrecht zoo in het oog loopend, dat 
koningin Euzabeth van Engeland, die aanvankelijk hunne brieven 
erkend had, hun hare bescherming moest onttrekken. Einde Maart 
1572 liep een vloot van 28 schepen, onder graaf Lumey van der 
Marck, de engelsche havens uit, om zich van Enkhuizen meester 
te maken. Door tegenwind zeilde de vloot echter naar Voome en 
nam met behulp van den veerman Koppestok, op den i" April 
1572, de versterkte haven Brielle, die van toen af aan hun zetel werd, 
waar ze hun buit heenbrachten en van waaruit ze zich van de ver- 
sterkte plaatsen Enkhuizen en VUssingen meester maakten. 

Wordt vervolgd. 



Penningen aanwezig op de geschiedkundige 
tentoonstelling van het Nederlandsche Zeewezen. 



Wij wenschen naar aanleiding van enkele 
penningen, die onlangs in den Haag te zien 
waren op de geschiedkundige tentoonstelling 
van het Nederlandsche zeewezen, een paar 
opmerkingen te maken. Wij hopen de stukken 
te beschouwen in verband met de daar mede 
geëxposeerde prenten en schilderijen, daar het 
ons zoo belangrijk voorkomt om eens na te 
gaan het verband tusschen beide categoriën 
kunstvoorwerpen en te vragen, in hoever de 
stempelsnijders zich inspireerden op de in 
beeld bestaande voorstellingen. 

Ons onderzoek zal tweeledig zijn en wel 
zich in de eerste plaats bepalen tot de beschou- 
wing der penningen en onderscheidingsteekens, 
voorkomende op de portretten der vlootvoog- 



128 



den, in de tweede plaats zullen wij nagfaan de 

voorstellingen der zeegevechten op prent en 

penning. 

I. 

Wanneer men de portretten van eenen Tromp, 

DE RUYTKR, EVERTSZEN, VAN DER ZaEN en VlUGH 

ziet, wordt de aandacht terstond getrokken 
door de penningen, die aan zware gouden 
ketenen om den hals hangen of aan breede 
bandelieren bevestigd zijn, de matrozen wisten 
het reeds wat het loon was voor een kloek- 
moedige daad of beleidvol teneinde gebrachten 
tocht. 

„Wil je nu vechten, dan krijg je tot loon 
„Een penning of keten van goud, heel schoon!'* 

Zoo luidt het aardige matrozenliedje. Wan- 
neer men in de tentoonstellingszalen rondliep 
zag men ze daar prijken de eereteekenen en 
penningen op de geschilderde portretten of de 
prenten, en in de de RuYTER-vitrine en de 
penningkast kon men de oorspronkelijke stukken 
zien liggen en hangen, in gouden pracht ver- 
kondigende den roem der Nederlandsche 
zeehelden. 

Terloops zij geconstateerd, dat wij bepaalde 
ridderorden, als de St. Michael, de St. George, 
de Wasa, buiten beschouwing laten. 

Wanneer wij nu uit dit oogpunt de portret- 
ten bezien, vinden wij in de eerste plaats 



129 



de kloeke beeltenis van Adriaen Willemse, 
die zich in de eerste periode van den tachtig- 
jarigen oorlog verdienstelijk gemaakt heeft. Op 
een copie naar een schilderij (1596) i) zien wij 
hem prijken met den penning, geslagen op het 
ontzet van Leiden (van Loon I 194). 

Daarna ontmoeten wij een schilderij met 
het portret van JochExM Swartexhondt (1420). 
SwARTENHONDT Onderscheidde zich in verschil- 
lende zeegevechten o.a. in den slag bij Gibraltar; 
op dit portret draagt hij den penning door 
BijLAERT vervaardigd op de in Indiê behaalde 
overwinningen. Uit dit feit mag men de gevolg- 
trekking maken, dat deze schilderij niet vóór 
1624 geschilderd is, want dat jaar draagt de 
penning. 

Wij komen nu tot den grooten Pieter 
PiETERszN. Heyn, wiens forsche figuur op ver- 
schillende portretten te bewonderen was op de 
tentoonstelling. Op de verschillende beel- 
tenissen draagt hij andere penningen en onder- 
scheidingsteekenen. Zoo zien wij hem op de 
portretten (1107 en 1109) met een penning, 
dien wij hieronder afbeelden èn zooals hij 
daar voorkomt èn zooals wij hem vinden op 
een niet geëxposeerde zeldzame plaat (van 
Someren 2356). 

I) De tusschen haakjes (geplaatste cijfers verwijzen naar het num- 
mer v.in (Icn caialoj^us der ti-ntooiiNtcUiti^. 



penning 
r.LooNll50.i. 





op II07 — 1(09. VAN SOMKREN I3S6' I). 

Het is niet twijfelachtig of dit is de penning 
geslagen bij de hernieuwing van het drievou- 
dig verbond tusschen Engeland, Frankrijk en 
de Staten (van Loon ii. 50.1). Hoe het komt, 
dat in 1629, (want op dat jaar is de prent 
gedateerd). Piet Heyn draagt een penning in 
1609 geslagen, is niet recht duidelijk. Er is 
nog een vraag : op de prent zien wij een ovaal, 
terwijl toch de penning rond is ; moeten wij 
nu veronderstellen, dat er inderdaad een ovaal 
draagteeken bestaan heeft met de wapenschil- 
den der verbonden Staten? Deze vraag moet 

1} Mei welwillende toestemming van den heer van Gijn Ie Dor- 
drecht, den gelukkigen bezitter van schier al de door ons besproken 
prenten, naifeteekend door den heer van Uemund. 



131 

beslist ontkennend beantwoord worden, en reeds 
nu wijzen wij er op dat de schilders met groote 
phantaisie en onnauwkeurigheid de medailles 
naschilderen. 

*t Is nog de aandacht waard, dat op den 
penning het opschrift luidt : „ A DOMINO FAC- 
TVM EST ISTVD'* met roosvormige ornamen- 
ten tusschen de woorden. Op het fragment, 
dat wij weergaven lezen wij : A DOMIN — EST 
ISTVD, met kruisjes tusschen de woorden ; op 
de prent die wij uit van Someren citeerden; 
„A DOMINVS EST ISTVD'' — 't Is toch niet 
aan te nemen, dat er een draagteeken zou 
bestaan hebben met zulk een onjuist latijn. 

Een tweede groep penningen, gedragen door 
Piet Hevn, vertoont een schip met volle zeilen 
(o. a. I io8). Het is daar zeer onduidelijk aan- 
gegeven en kan geen punt van studie opleveren ; 
wij vinden echter hetzelfde schip duidelijker 
op een portret van Johann Evertszen en een 
van Joos Banckers (897). Wij zien ook een 
zeer duidelijke voorstelling van een soortgelijken 
penning met schip op een portret van Pieter 
DE BnxER (928). 't Is moeilijk onder de pen- 
ningen met zekerheid een stuk aan te wijzen, 
dat daarmee overeenkomt. Wij zouden geneigd 
zijn te denken aan den bekenden penning van 
Pool op den vrede van Breda (van Loon II 
559.1) of op de gegraveerde medaille, die aan 



den vader van Johannes de Hertog is vereerd 
(van Loon III 457). 

De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat die 
penning inderdaad niet bestaan heeft, maar dat 
de schilder of teekenaar aldus den persoon, dien 
hij afbeeldde, wilde kenmerkenals een vlootvoogd. 

Een der andere penningen, waarmee wij 
Piet Hevn zien, is een medaille met den kop 
van eenen stadhouder. Bekend is het, dat Piet 
Heyn van Frederik Hendrik eenen gouden 
penning kreeg, dien wij hieronder afbeelden. 1) 




De voorzijde vertoont in krans het wapen 
der Oranje's, de keerzijde draagt de spreuk: 

I) Naai eene door den heer BijTEL te Leiden vervaardigde teekening 
De heer Bbei>erts wbs zoo welwillend daarvooc zijn kostbiir siuk 
tijdelijk af Ie staan. 



133 

Je Maintiendray ook in krans. Wij vinden in 
Wagenaar's Xl^e deel, p. 68, een portret van 
den zeeheld met dezen penning gesierd. Dit 
hoogst belangrijke stuk is thans in het bezit 
van den heer Jhr. Mr. F. Beelaerts van Blok- 
land te den Haag, in 1816 werd het aange- 
troffen in den boedel van den heer van Oude- 
naarden, een der laatste verwanten van Piet 
Heyn. In 1848 kwam het onder den hamer 
in het Huis met de Hoofden te Amsterdam en 
werd toen door den heer Kneppelhout gekocht ; 
met diens collectie kwam het ten slotte in de 
verzameling van den vader des tegenwoordigen 
bezitters. 

Met deze mededeelingen wordt antwoord 
gegeven op eene door Dirks bij n^ 931 van 
het Repertorium I gestelde vraag. Dirks 
noemt twee gouden penningen, die aan Piet 
Hpiyn zouden vereerd zijn en waarvan een 
zou verkocht zijn te Amsterdam en een zich 
bevinden zou in de verzameling van den heer 
Kneppelhout, dit was dus klaarblijkelijk een en 
hetzelfde stuk. 

Moet men nu uit de schilderijen en prenten 
opmaken, dat de gelukkige veroveraar van de 
zilvervloot ook een penning gekregen heeft 
met een borstbeeld van een der stadhouders, 
zoo ja, welke penning is daarmee bedoeld ? 
Üp een portret van Piet Heyn (1104) vinden 



Ï34 

wij zulk een stuk afgebeeld en ook op beelte- 
nissen van Maarten Harpertszen Tromp (1471, 
1475, 1487). Nu is er op het Haagsche Pen- 
ningkabinet een gouden gegraveerde penning, 
die opgenomen is onder de Oranjepenningen 
als N°. 217 (afgebeeld aldaar pi. III). De 
voorzijde vertoont het naar voren gewende 
borstbeeld van den stadhouder Frederik 
Hendrik met harnas en breeden kraag, onder- 
aan, in een cartouche „Patriaeque Patrique" Aan 
de keerzijde op een cartouche een leeuw met 
twee ankers en A.-A. Zouden wij nu de pen- 
ningen op de portretten en dit stuk moeten 
vereenzelvigen ? en zou het dus hebben kunnen 
toebehoord aan Piet Heyn of Tromp? De af- 
beelding op het portret n°. 1 104 is niet bemoe- 
digend om de juistheid van deze onderstelling 
te bewijzen, de vorm is rond en duidelijk 
zijn de sporen van eene inscriptie te zien; op 
het portret van Tromp is het draagteeken 
ovaal, maar ook daar zijn de details te ondui- 
delijk om een zekere conclusie mogelijk te 
maken. 

Voordat wij Piet Heyn verlaten verdient 
nog een penning onze zeer bizondere aandacht. 
Wij doen dit stuk hieronder afbeelden, i) 
hoewel het voorkomt bij van Loon II. 186; de 
details zijn echter afwijkend. 



I) Naar een teekening van den heer Rijtel. 




Penning van Loon II i86. 

't Is belangrijk om dit stuk eens te verge- 
lijken met de bij van Someren onder n". 2356* 
afgebeelde prent (i 108), wij deden haar repro- 
duceeren op onze plaat I. ') 

Op penning en prent zien wij de zelfde 
voorstellingen ; wat een geheel is op de 
laatste werd op de medaille verdeeld over 
voor- en keerzijde. Tot in de kleinste details 
komen gelaatstrekken, houding, kleeding en 
wapen (een enterpiek) overeen. Op de prent 
zien wij bovenaan weergegeven een gezicht 
op de Baya de Matanca en onderaan een ge- 
zicht op de Baya de Los Todos en er omheen 
de emblemata der schepen, die Piet Hevn's 



l( thize plalen 1 En IV tijn n 
Gijn gephoionrafeeTJ. 



n den hetr vAN 



136 

vloot uitmaakten. Op den penning zien wij 
aan de keerzijde volgens van Loon's beschrij- 
ving: „Des U. admiraalsschip tusschen de 
„twee Oost-Indische schepen op de Vlaamscke 
y,kusty omhooge wordt het overige van de 
„vloote en in den rand eenige schilden waar- 
„schijnlijk van zulke schepen als hem op dezen 
„tocht verzeld hebben gezien'*. De prent leert 
ons dat die verklaring onjuist is. De kust 
waarvoor de schepen liggen is niet die van 
Vlaanderen, maar van de baai van Todos, 
dit wordt nog bevestigd door een andere 
prent (212), waar de zelfde kust is afgebeeld, 
bovenaan zien wij de baai van Matanca. 

Wat nu de scheepsaanwijzingen aangaat, 
vinden wij eenig verschil tusschen plaat en 
penning. 

Wij geven hieronder de volgorde, zooals ze 
op beide vermeld worden. 

a. op de prent: b. op den penning: 

Holland, Gelderland. Amsterdam. 

Amsterdam. Leeuw. 

Roode en witte leeuw. Leeuw. 

? en Postpert. Griffioen. 

Goude en swarte leeuw. Ooyevaar. 

De Griffioen, Monnikkendam. Valk. 
Haarlem, Dordrecht. Neptunus. 

De Hollandsche Tuyn. Provincie Utrecht. 

Prov. Utrecht, Stad Utrecht. Leeuw in denTuy n. 



137 

Neptunus en Neptunus. 

De goude Son, De vergulde valk. 

De Rijger, De Ooyevaar. 

De op het Penningkabinet aanwezige exem- 
plaren in zilver en koper wijken in details af 
van den bij van Loon weergegeven penning; 

0. a. staat daar op de voorzijde AD en is de 
teekening b. v. van het wapen der provincie 
Utrecht anders. 

DiRKS constateert trouwens {Repertorium 

1, n^ 935), dat er afwijkende exemplaren bestaan. 
Wat het verschil aangaat in het aantal der 
wapenschilden, dit is uit zuiver practische 
redenen te verklaren, aan den vervaardiger 
van den penning ontbrak de ruimte om een 
zoo groot aantal scheepsemblemata als op de 
prent weer te geven. De overeenkomst gaat 
zelf zóóver, dat de opschriften gelijkluidend 
zijn, op beiden staat „afbeeldinge van den 
vermaerden heldt Pieter Pietersz Heyn." 

Nu is het merkwaardig, dat de prent van 
de hand van C. de Pas is en dat de medaille 
gegoten en gegraveerd en opgewerkt is, 't 
vermoeden ligt nu voor de hand, dat de 
penning het werk is van denzelfden kunste- 
naar, 't Graveeren van medailles en het 
maken van prenten is eng aan elkander ver- 
want, wat de techniek aangaat, wij herinne- 
ren slechts aan Simon van de Passé, die en 



138 



penningen (o. a. Oranjepenningen 156) en 
prenten vervaardigde. 

Ten slotte nog eene opmerking. Van loon 
1. c. en DiRKs I. c. nemen aan, dat deze pen- 
ning geslagen is bij gelegenheid van den dood 
van Piet Hevn, maar het bezien der onderdee- 
len en ook het opschrift op de prent „Goudt 
voor Silver" doen ons gelooven, dat de penning 
vervaardigd is na de verovering der zilvervloot. 
Wanneer wij thans Piet Heyn verlaten, 
komen wij tot Hendrik Cornelis Loncq, die 
ook deelnam aan het feit, 
dat wij zooeven bespra- 
ken : op de tentoonstel- 
ling was een schitterend 
portret van dezen vloot- 
voogd door HoNDius 
naar Mijtens, (1195); op 
dit portret komt een 
eigenaardige medaille 
voor, die een merkwaar- 
1 dig licht werpt op de 
wijze, waarop de schil- 
£/>/ ders omsprongen met 
de penningen. 

Wij geven hiernevens 
^<^>y^i?^^ ereeneafbeeldingvan. i) 




I) Nau e 



139 



Dit is eene zeer duidelijke nabootsing van 
den penning, dien wij bij van Loon II 173-3 
afgebeeld vinden, maar de copie is zeer wei- 
nig nauwkeurig. 

De plaatsing der schepen is anders en voor- 
al de wijze, waarop de opschriften behandeld 
zijn, is curieus. Midden in het veld staat 
„1628 Matanca 8 Sept.'' Op den penning staat 
het volgende opschrift: 

NON FERRO TANTUM HISPANUS 
QUANTUM VALET AURO, AURUM AU- 
FER FERRO NON SUPERABIT IBER, op de 
prent staat om het draagteeken dezelfde inscrip- 
tie, maar in het veld de woorden : BIT YBER, 
het laatste deel dus van het opschrift van 
den penning. Nu rijst weder de vraag: moe- 
ten wij onderstellen, dat inderdaad een draag- 
teeken bestaan heeft in den ovalen vorm, 
zooals wij dien zien op de prent, of is 
het eene slordig weergegeven reproductie 
van bovengenoemden penning .'^ Wij gelooven 
het laatste, want het is niet aan te nemen, dat 
op zulk een kinderachtige wijze het opschrift 
zou afgekort zijn, de schilder had geen plaats 
voor al de woorden en plaatste nu gemaks- 
halve maar een deel in het veld, terwijl hij de 
woorden 1628 Matanca 8 Sept er opzette om 
de voorstelling te verklaren, wat op den pen- 
ning het lange opschrift aan de keerzijde doet. 



140 



De portretten van Tromp leeren ons niet 
veel voor deze onderzoeking, wij spraken reeds 
over de portretten met de penningen waarop 
de beeltenissen van eenen stadhouder voor- 
komen, óp (1483) draagt Tromp een ovalen 
penning met zijn geslachtswapen. Wij herin- 
neren er aan dat ook op eenen penning (van 
Loon II 376) dit voorkomt, het is daar ech- 
ter op een geheel andere wijze geplaatst en 
er is geen verband tusschen penning en prent. 

Wanneer wij nu tot de Ruyter komen en 
zijn mede- vloot voogden, dan vraagt het eerst 
de aandacht eene serie onderscheidingsteekenen, 
waarvan wij een exemplaar deden afbeelden 
op onze plaat II. Op de voorzijde staat op 
een cartouche de Nederlandsche leeuw met 
zwaard en pijlbundel, aan de keerzijde de leeuw 
in den tuin met twee ankers en de letters ^^ 
of AA, soms is er een jaartal ingegraveerd. 

Op de expositie waren vier exemplaren: 

1. van de Ruyter 60 X 55 m. M. (uit het 
Rijksmuseum). 

2. van VAN DER Zaen 72 X 62 m.M. met 

het jaartal 1661. 

3 „ „ „ „ 72 X 60 m.M. met 

het jaartal 1663 (af- 
gebeeld). 

4- » .. " » 68 X 53 m.M. zon- 
der jaartal. 



141 

Deze fraaie gouden eereteekenen behooren 
aan het Vaderlandsch Fonds tot aanmoediging 
van 's Land's zeedienst, men kon er een af- 
gebeeld zien op het schitterende door van der 
Helst geschilderde portret van van der Zaen 
en zijne vrouw (1622). — Op een prent waar 
Tromp en Witte Cornelisz. de With op 
voorkomen (1486) is het onderscheidingsteeken 
van Tromp niet te herkennen, wel dat van de 
With ; dit moet geweest zijn een der boven- 
genoemde decoratièn. — 

Wij zagen het nog verder op een portret van 
Witte Cornelis de With (1599), op een van 
Piet Heyn (i 104) en op een van eenen onbe- 
kenden vlootvoogd. 

Van DE RuYTER leeren wij verder in deze 
materie weinig, op een portret zien wij een 
onderscheidingsteeken met den kop van Lo- 
DEwijK XIV, dat veel overeenkomst vertoont 
met de medaille, die zich in Teyler's Penning- 
kabinet bevindt, (afgebeeld in den Catalogus 
V. I.), maar hier zien wij weder, dat de vorm 
ovaal is geschilderd, terwijl de medaille rond is. 

Op het portret van Vlugh (1537) vinden 
wij de afbeelding van den thans in het Haagsche 
Penningkabinet berustenden penning, hem ge- 
schonken .,voor het fameus exploot op de rivieren 
voor Londen en Rochester." (Dirks 1484 i). 

Pro memoria vermelden wij, dat op veel 



142 

ZouTMAN-portretten voorkomt de penning die 
. thans een der schatten van het Haagsch Ge- 
meentemuseum vormt. (Verv. van Loon 566). 
Vóórdat wij deze opmerkingen eindigen zij 
nog meegedeeld, dat wij in een der volgende 
nummers van dit tijdschrift een tweetal on- 
derscheidingsteekenen bespreken zullen, waar- 
over wij thans nog een en ander moeten rlagaan. 
Wij geven ten slotte een wel bij Dirks kort 
vermelden penning, die echter nog onuitge- 
geven is. 

In 1753 wist Maerten Haringman, een wak- 
kere zeekapitein, veilig een retourvloot uit 
Indie binnen te brengen. Hem werd daarvoor 
een gouden penning vereerd, die thans in het 
bezit is van den heer M. C. J. Piepers te 's 
Gravenhage. — De voorzijde, die wij op onze 
plaat III doen afbeelden, vertoont een met 
volle zeilen varend schip met omschrift: 
SOCIETAS INDIAE ORIENTALIS FOE- 
DERATI PROVINCIAR. 

De keerzijde draagt de volgende gegra- 
veerde inscriptie: 

Alzoo 

Maerten Haringman 

als Commandeur de Retourvloot 

in den jaere 1753 in deze landen 

behouden en in goede ordre heeft 

overgebragt is hem door de 



143 

Vergaderinge van Seventienen 
de Generaal Nederlandsche G'Octroi 
eerde Oost-Indische Maatschappij 
Representeerende in Erkentenisse 
van dien deez ketting 
en Medaille vereerd. 
Om dit opschrift zijn geplaatst twee zee- 
goden, terwijl boven en onder zich bevinden 
de emblemata van scheepvaart en handel. 

II. 
Thans willen wij medailles en prenten in 
hun onderling verband beschouwen, van een 
ander standpunt uit, en trachten na te gaan 
welke overeenkomst of verschil er bestaat 
in de voorstellingen, die ze weergeven. 

Uit den aard der zaak heeft zich na een 
zee- of landgevecht een bepaalde voorstelling 
gevestigd hoe de actie toegegaan is, op pren- 
ten en penningen vindt men dit dan min of 
meer getrouw weergegeven. 

Wanneer wij den loop der geschiedenis 
volgen, dan vinden wij vooreerst in 1588 de 
Armada. Bij van Loon I, 390, zien wij eenen 
penning, waarop aan de voorzijde twee schepen 
met groote kracht op een rots stooten, het 
omschrift prijst Gods almacht: nu is er een 
historie-prent, die ook dit heugelijke feit ver- 
heerlijkt (65) (Muller 977), daar zien wij op 
den voorgrond twee schepen, die met groote 

10 



144 



kracht op elkander invaren ; ze zijn op penning 
en prent geheel op dezelfde wijze geplaatst, 
alleen vinden wij op de medaille de symbo- 
lische rots, die niet voorkomt op de prent, 
maar merkwaardig is het, dat juist op de plaats 
waar de rots afgebeeld is, zeer dikke rookwol- 
ken zijn aangegeven, 't komt ons dus waar- 
schijnlijk voor, dat de stempelsnijder zich op 
de plaat geïnspireerd heeft, maar ter wille 
van de symboliek van God's Almacht de 
rookwolken door de rots vervangen heeft. 

Een ander voorbeeld van dit verband levert 
ons de penning op de overwinning der Neder- 
landsche schepen over de Spanjaarden op 3 
October 1602, toen zes Spaansche galjoten wer- 
den vermeesterd op de Vlaamsche kust. Aan de 
keerzijde ziet men in vogelvlucht een stuk der 
kusten van Frankrijk, Engeland en de Neder- 
landen met naamaanwijzingen van Angli-Calis 
Fra, Grevel, Oostende, Scouwen, enz. Nu 
is er een prent (141) (Muller 1190 B Suppl), 
die dezelfde gebeurtenis verheerlijkt en groote 
overeenkomst met de voorstellingen der me- 
daille vertoont, wij zien er geheel dezelfde op- 
vatting van het terrein, dezelfde dispositie 
der schepen, alleen vormt op de prent de 
kustlijn met Calis-Oostende de basis, terwijl 
ze op den penning terzijde geplaatst is. 

Bij VAN Loon II, 30, is afgebeeld een medaille 



145 

geslagen ter herinnering aan den slag bij 
Gibraltar en den dood van Heemskerk. Ter 
zijde strekt zich de stad Gibraltar uit met 
huizen, kerken, wallen en een versterkt haven- 
hoofd, dat in zee uitsteekt, terwijl de beide 
vloten, in een halve maan gebogen, tegenover 
elkander liggen, in het midden wordt er hef- 
tig gestreden, terwijl de forten van de kust af 
krachtig schieten, de achtergrond boven in het 
veld wordt gevormd door de de stad omgevende 
bergen. Ook hier weder ontmoeten penning 
en prent elkander, er is een prent (171) (Muller 
413), waar men op geheel dezelfde wijze de 
actie en de omgeving aan den wal ziet weer- 
gegeven, de huizen, de bergen, het havenhoofd, 
alles is op beiden geheel gelijk, alleen in de 
li&gïï^g der schepen is eenig verschil. 

Op de prent is een brandend schip, dat op 
den penning ontbreekt, op de prent ligt ook 
een grooter aantal schepen vóór het haven- 
hoofd, doch is de overeenkomst zóó groot, 
dat men met gerustheid concludeeren mag, dat 
de stempelsnijder zich op de prent inspireerde. 

Van de penningen van van Loon II, 173, 
die de verovering van de Zilvervloot herden- 
ken, geeft alleen de tweede aanleiding tot ver- 
gelijking met de prenten. Aan de keerzijde der 
aldaar afgebeelde medaille ligt, boven een lang 
latijnsch opschrift, een deel der schepen in de 



146 



baai, een ander deel er voor; op een prent (238) 
(Muller 1593 a.) vinden wij hetzelfde. 

Thans komen wij tot een prent, die ons inziens 
veel invloed op de vervaardigers van medailles 
gehad heeft. Het is eene anonyme gravure 
naar A. Verwer met adres van Cornelis Dan- 
KERTSz (292) (Onze plaat IV). Voorgesteld wordt 
de zoo roemrijke slag bij Duins. Er staat daar- 
op een breed beeld van eenen heftig woedenden 
zeestrijd. Wij zien verschillende motieven: 
vooreerst aan de linkerzijde twee schieten- 
de schepen, die dicht naast elkander liggen; 
wij vinden deze voorstelling het getrouwst 
terug op de penningen, die Marten Harpertsz. 
Tromp's heldhaftigen dood herdenken, (van 
Loon II, 376. 3-4). In den slag bij Duins zijn 
het Spaansche en Nederlandsche schepen, die 
samen strijden, op den penning natuurlijk 
Engelsche en Nederlandsche schepen. 

Een tweede motief vinden wij verderop, 
daar liggen eenigszins dichter bij de kust twee 
vechtende schepen in schuine richting naast 
elkander, terwijl meer op den voorgrond een 
schip in den grond geboord op zijde ligt» reeds 
voor een groot deel door de golven bedekt, dit 
is een der meest populaire voorstellingen op 
de stukken, die den slag bij Duins herdenken 
(van Loon II. 252 1-2), op die, welke den dood 
van Tromp memoreeren (van Loon II, 376 1-2), 



147 



en op eene medaille ter eere van de Ruyter (van 
Loon II. 549 1-2); naarmate het eenen oorlog 
tusschen Nederlanders en Spanjaarden of 
Engelschen geldt is het stukgeschoten schip 
een Engelschman of Spanjaard. Typisch is 
het, dat op de beroemde BhAKE-medaille (van 
Loon II, 378) ook hetzelfde motief voorkomt, 
uit den aard der zaak is op dezen penning, die 
aan de zegevierende Engelsche admiralen 
vereerd werd, het platgeschoten vaartuig van 
Nederlandschen oorsprong, op de afbeelding bij 
VAN Loon is dit niet duidelijk te zien, maar op de 
medaille zelf is op den steven van het schip dui- 
delijk de Nederlandsche leeuw te onderkennen. 
Een derde motief is het meer naar rechts 
geplaatste brandende vaartuig, wij vinden dit 
terug op den penning, die van Loon meent, 
dat geslagen is op den dood van de Ruyter. 
Wij gelooven te mogen vaststellen, dat zich 
langzamerhand vormde een soort type-zeeslag. 
Wanneer de tijding van de eene of andere op 
zee behaalde overwinning in den lande doordrong 
en een Loofk of een Pool zich geroepen voel- 
den om de glorieuse gebeurtenis te herdenken 
of den zeeheld „in zilver te doen leven", dan 
werd een der traditioneel geworden voor- 
stellingen in het metaal gebracht, hetzij de 
twee naast elkander liggende strijdende schepeni 
't zij het platgeschoten vaartuig enz. 



148 



Wij meenenook te mogen veronderstellen, dat 
de zooeven besproken plaat met den slag van 
Duins het voorbeeld geworden is, dat bij voor- 
keur nagevolgd werd. Men moet echter eene op- 
merking daarbij niet uit het oog verliezen, dat 
de maker van de medaille namelijk aan an- 
dere, meer beperkende, eischen gebonden was 
dan de graveur, die de prenten vervaardigde, 
de eerste had minder plaats en moest dus de 
voorstellingen dichter op elkander brengen. 

Er zijn echter ook in dezen tijd nog enkele 
penningen, die meer een eigen bizonder karak- 
ter dragen en een bepaald feit juist pogen 
weer te geven. Zoo b.v. op den slag in de 
Sont (van Loon II, 445 1-2). Ook daar is een 
opmerkelijk groote overeenkomst met een prent 
te constateeren. — Op den penning zien wij 
twee schepen in strijd, op den voorgrond een 
wrak, andere schepen liggen meer naar ach- 
teren en het slot Kroonenburg sluit den 
achtergrond af, op de prent (394) zien wij geheel 
de zelfde wijze van voorstelling met enkele 
afwijkingen in de ligging der schepen. 

Ten slotte noemen wij nog den mislukten aan- 
val der Engelschen op een retourvloot in de 
haven van Bergen (van Loon II 531. i). Ook 
daar gaan prent (461) en penning samen. 
^Geheel op dezelfde wijze zijn weergegeven de 
huizen omringd door de palisadeeringen, de 



149 

stad op den achtergrond en de twee strijdende 
vloten in het midden. 

Wanneer wij nu uit deze korte opmerkingen 
eene gevolgtrekking willen maken, kunnen wij 
ten slotte vaststellen, dat er niet te loochenen 
verband bestaat tusschen de penningen en 
prenten ; dat in hoofdzaak de kunstenaars, 
die penningen maakten, de voorstellingen van 
de prenten navolgden, hoewel de kleinere op- 
pervlakten der medaille hen soms tot afwij- 
kingen dwong, dat er zich in den loop der 
17^^ eeuw gevormd heeft eene traditioneele 
voorstelling van een zeegevecht, misschien 
berustende op de prent, waarop de slag bij 
Duins is afgebeeld. 

Den Haag, 

I . H. J. DE DOMPIERE DE ChAUFEPIÉ. 

Januari 1901. ^ 



Iets over de Spaansche pesos ') of piasters 

met ingestempeld borstbeeld van den 

Engelschen Koning George III. 



Onder de munten, die op 't laatst der iS^^e 
en in 't begin der ig*^® eeuw in vele landen 
het burgerrecht verkregen, kan men de pesos 
van Spanje rekenen. 

In Engeland vooral hebben deze stukken 
een grooten rol gespeeld, maar ook in ons 
land trof men er vele aan. 

Bij het doorloopen, onlangs, van oude kata- 
logussen van G. Theod. Bom en Zoon, viel 
mijn oog herhaalde malen op aanteekeningen 
als volgt: „Piaster van Karel IV van Spanje. 
„Ingestempeld met borstbeeld van George II 
„(sic.) Heeft gediend in 1799 tot betaling der 



i) Peso duro is de officiCele spaansche, piaster of piastra de 
italiaansche naam dezer geldstukken ; in ons land kent men ze onder 
den naam van ,^paansche matten". 



151 

„in Noord-Holland gezonden troepen." (Zie 
o. a. Kat, maart 1866 n^s. 548-550). 

Mailliet in zijn Catalcgue descriptif des 
monnaies obsidionales et de nécessitéy noemt 
deze peso: „monnaie ayant servi k payer les 
troupes envoyées dans la Hollande septentri- 
onale en 1 799," maar plaatst er een vraagtee- 
ken bij. 

Hawkins i) vermeldt deze gestempelde 
munten eerst op het jaar 1803 en zegt er 
verder niet veel van. 

Daar de vervaardigers onzer hedendaagsche 
muntkatalogussen steeds voortgaan, 2) de 
stempeling met bovengenoemd feit in ver- 
band te brengen, wenschte ik meer van de 
zaak te weten, en nam ik Ruding 3) (het stan- 
daardwerk voor de geschiedenis van het engel- 
sche muntwezen) ter hand. 

Ziehier aanleiding en toedracht der zaak. 



1) Hawkins, Thf süver coins of England, 1887, pag. 412: To 
supply the deficiency of currency, in the year 1803 the extraordinary 
expediënt was resorted to of issuing spanish dollars stamped with 
the head of George III by a mark similar to that used by the 
Goldsmith*s Hall in stamping silver plate. 

2) Zie o. a. Kat, J. Schulman XII n".. 280 en XXXVII n«. 998. 

3) Ruding, Armals of the Qnnage of Great Britain^ 3<1 edition. 

4) Dit artikel was reeds geschreven vóór het verschijnen van 
Maberly PiriLLiPS „7>4/ token money of tke Bank of England 
1797— 1816," London 1900, waaruit ik evenwel nog eenige merk- 
waardige mededeelingen heb kunnen overoemen. 



152 



Toen George III in 1760 de regeering aan- 
vaardde, vond hij het muntwezen in groote 
wanorde. De zilvermunt vooral was tot zeer 
laag gehalte gedaald, daarbij zoo schaarsch 
mogelijk. Papieren geld daarentegen over- 
stroomde het land; daarbij kwam, dat de be- 
volking niet veel vertrouwen in dat bankpapier 
stelde, zeker omdat het zoo moeilijk ging, het 
tegen klinkend metaal ingewisseld te krijgen. 
Wie dan ook gemunt geld in zijn bezit had, 
bewaarde het zorgvuldig, wat tengevolge 
had, dat het niet in omloop kwam. Een andere 
oorzaak kwam in volgende jaren dezen toestand 
nog verergeren. De fransche papieren assig- 
naten namelijk, die ook in ons land zooveel 
schrik en ontsteltenis hebben teweeggebracht, 
deden in Engeland niet minder hun treurigen 
invloed gelden. De zilvervoorraad vermin- 
derde voortdurend, een toestand, die er niet 
op verbeterde, toen in 1792 2-909-000 oneen 
zilver aan papieren assignaten werden inge- 
wisseld en naar Frankrijk uitgevoerd. Die 
zilveruitvoer zal in de eerstvolgende jaren wel 
niet geheel hebben opgehouden en moet in 
1797 haar maximum hebben bereikt, toen de 
toestand inderdaad onhoudbaar werd. George 
III verzon toen het vernuftige plan, spaansche 
dollars (pesos) in zijn land gangbaar te stellen. 
Nu zal men allicht vragen, waarom juist spaan- 



153 



sche munten hiervoor uitgekozen ; het antwoord 
op deze vraag vinden we bij Maberly Phil- 
lips i) vermeld. De engelsche regeering 
namelijk had herhaalde malen spaansche sche- 
pen veroverd en de toen buit gemaakte dol- 
lars zorgvuldig bewaard. Zelfs nog in 1804 
werd op een dergelijk schip beslag gelegd, 
waarvan de waarde op 3.000.000 dollars werd 
geschat. 

Om aan deze veroverde stukken een schijntje 
nationale kleur te geven, liet koning George 
ze met zijn borstbeeld stempelen. Hij koos 
daarvoor het kleine ovale stempeltje, dat ge- 
bruikt werd om zilver te waarborgen: „coun- 
„termarked upon the neck of the bust with the 
„mark of the king's head, used at Goldsmith's 
„hall, for distinguishing the plate of the kingdom", 
zooals de ordonnantie daaromtrent luidde. Het 
bevel tot deze stempeling was in maart 1797 ge- 
geven; in den loop van dat jaar werden 2.325.099 
dergelijke dollars in omloop gebracht tegen 
den koers van 4 s. 9 pence, bedragende te 
samen de som van 552,211 £ o s. 3 d. 2) Alle 
zijn in den Tower gestempeld. 

Het eerste plan der regeering was de dol- 
lars voor 4 s. 6 p. uittegeven, maar het volk 



1) Blz. 9. 

2) Account delivered from the Bank, June 13, 1816. 



154 

kwam te weten, dat de zilverwaarde dier stuk- 
ken 4 s. 8 p. bedroeg, zoodat het voor de hand 
lag, dat na de verschijning de meeste dollars 
naar den smeltkroes zouden gaan. De regee- 
ring haastte zich dus op haar besluit terug te 
komen; den 9 maart 1797 verkondigde een 
nieuw plakaat, dat zij koers zouden hebben 
voor 4 s. 9 pence. (i) 

Hieronder de dollar met het ovale stempeltje 
gemerkt. 




Verz, koper, gewicht 27 w. Mijne verzameling. 

Dat het verschijnen van een dergelijke onge- 
wone munt, alhoewel gretig door de bevolking 
ontvangen, spoedig den spotlust van enkelen 
zou uitlokken, is gemakkelijk na te gaan. Onder 
de opmerkingen, die over den met George's 
borstbeeld gestempelden dollar in druk ver- 
schenen, is de volgende van „City wag" wel 
het aardigste : 

I) Mabskly Philufs, bil. 9. 



155 

„The Bank, to make their Spanish dollar pass, 
Stamped the head of a fooi on the head of an ass". i) 

Reeds in september daaraanvolgende zag 
men het verkeerde van deze dollaruitgifte in. 
Het miniatuurstempeltje, 6 m.M. hoog, was 
zoo gemakkelijk na te bootsen, dat het een 
wonder zou zijn geweest, indien oneerlijken 
daar niet van hadden geprofiteerd. Onge- 
stempelde dollars kon men gemakkelijk ver- 
krijgen voor 4 s. 8 p. en daar in Engeland 
de koers 4 s. 9 p. bedroeg, werd, door het 
kleine stempeltje er op te plaatsen, op ieder 
stuk een stuiver verdiend. 

Ofschoon niet officieel aangekondigd, schijnen 
halve, kwart en achtste dollars eveneens in 
1797 en later gestempeld te zijn. 

Om het vervalschen van het kleine stem- 
peltje tegen te gaan, vatte de administratie 
van de Bank van Engeland het plan op, het 
bedrag der uitgegeven dollars door goud te 
vervangen en de eerste intewisselen. Van 2 
tot 31 oktober 1797 werd men daartoe in de 
gelegenheid gesteld ; na dien tijd, zouden 
„such dollars be no longer current at the 
Bank." 

Maar we zullen zien, dat dit laatste niet zoo'n 
vaart zou nemen. De Bank, bevreesd voor 



I) Loc. cit. blz. 10. 



156 

grooten aanloop van menschen, gaf kennis, 
dat niet minder dan 20 dollars tegelijk ter 
inwisseling mochten worden aangeboden, tege- 
lijkertijd een beroep doende op bankiers en 
winkeliers, om van de armere bevolking de 
afzonderlijke stukken aan te nemen. 

Tot zoover nu ging alles goed, maar toen 
deed zich het eigenaardige geval voor, dat 
de administratie der Bank geen onderscheid 
wist te maken, tusschen de dollars officieel 
in den Tower gestempeld en die, voorzien 
van een „counterfeit stamp*'. Dit had tenge- 
volge, dat men zoo goed als geen dollars meer 
in omloop zag. 

En wie profiteerden nu van dezen stilstand ? 
Opkoopers van zilver, die de dollars tegen 
veel te lagen koers verkregen, waardoor onder 
de arme bevolking veel schade werd geleden. 
Dit kon zoo niet langer blijven, waarop de 
Bank, den 10 oktober 1797, het edelmoedige 
besluit nam, haar ondergeschikten te gelasten 
alle dollars, mits van goed gehalte en gewicht, 
hetzij deze prijkten met de officiêele of wel 
met de vervalschte stempeling, tot den 31 sten 
oktober daaraanvolgende, tegen den bepaalden 
prijs van 4 s. 9 p. in ontvangst te nemen. 

Ook zou zij geen bezwaar maken, die stukken 
aan te nemen, waarvan een schilfertje zilver 
was afgenomen, mits dat geschied was om 



157 

het metaal te onderzoeken en niet om het 
gewicht te doen verminderen. 

Vele exemplaren zijn toen ingewisseld, doch 
een aantal bleef in omloop, want de groote 
schaarschte aan zilvergeld was niet verminderd. 
Het schijnt dan ook zoo goed als zeker, dat 
in 1803 nogmaals bevel is gegeven spaansche 
dollars met het stempeltje van 1797 te voorzien. 

Daar men steeds voort bleef gaan, het ovale 
stempeltje te vervalschen, werd het in 1804 door 
een achthoekig vervangen, waarin 's Konings 
borstbeeld van den zilveren penny, geplaatst 
werd. Ongelukkiger wijze werd ook het acht- 
hoekje het mikpunt der falsarissen, zoodat het 
weldra moest terzijde worden gelegd. De straf- 
bepalingen omtrent het muntvervalschen en 
wat daar alzoo bij behoorde, waren streng 
genoeg, maar men stoorde er zich niet aan. 
In 1 797 toch waren een paar mannen ter dood 
gebracht voor het namaken der stempels en 
tusschen de jaren 1805 en 18 18 verloren meer 
dan twee honderd menschen het leven wegens 
het vervalschen van bankbiljetten, i) maar, 
niettegenstaande deze zware straffen, duurde 
het knoeien met de muntspecién voort. 

Men mag aannemen, dat het achthoekige 
stempeltje niet langer in gebruik is geweest 
dan van januari tot mei 1804, van daar dat 

I) Mabkrly Piiii.lips, blz. 19. 



158 

deze dollars zeldzamer voorkomen, dan die 
met het ovale stempeltje van 1797-1803. 

Hieronder^ de dollar met het achthoekige 
stempeltje. 




Zilver, gewicht 26.9 w., mijne verzameling. 

Den 12 mei 1804 gaf de Bank belangheb- 
benden kennis, dat met toestemming van den 
koning, een geheele overstempeling van de 
oude dollars zou plaats hebben. Aan de eene 
zijde zou men 's Konings borstbeeld zien, 
omgeven door: georgivs dei gratia rex, ter- 
wijl de keerzijde zou prijken met het beeld van 
Britannia, met het omschrift: five shillings 

DOLLAR BANK OF ENGLAND 1804. 

Wij hebben hier dus te doen met een dollar 
in gemeenschap uitgegeven door het engelsche 
gouvernement en de Bank van Engeland, iets 
wat voor dezen nog nimmer in dat land was 
geschied. Even eigenaardig is het, dat de 
opschriften in twee talen zijn weergegeven. 
Allerlei geestige spotschriften verschenen spoe- 



159 

dig na het verschijnen van dezen „combination 
dollar," maar het is hier niet de plaats ze te 
vermelden ; wie er meer van wil weten, leze 
het boekje van Maberly Phillips in zijn geheel. 





Zilver, gewicht 27 w., mijne verzameling, 
RuDiNG pi. VIII n". 8. 

Op dit exemplaar, evenals op een dergelijk 
stuk, berustende in het Kon. Oudheidkundig 
Genootschap te Amsterdam, i) is de spaansche 
beeldenaar, ten minste wat de omschriften 
betreft, nog duidelijk zichtbaar. 

Den 21»"" mei 1804 verschenen, werden 
gedurende dat jaar i. 21 1.484 stuks vervaardigd 
tot een bedrag van £ 302.871. (2) De overstem- 
peling der dollars is niet aan de munt van 
Engeland bewerkstelligd, maar in de zeer 
uitgebreide, met uitstekende werktuigen voor- 
ziene muntinrichting van Mr. Boulton te Soho, 
op eenige mijlen afstands van Birmingham 

I) Mededeeling «n den Koniervaior, den heer Joh. W.Stephanik. 
3) Account delivered from the Bank, June 13, l8t6. 



i6o 



gelegen. Aan deze inrichting was in 1799 
reeds een aanzienlijke bestelling kopergeld 
gegund. Bijna tegelijkertijd werden daar ook 
spaansche pesos ten behoeve van Ierland over- 
gestempeld met den beeldenaar hierboven 
vermeld, doch de keerzijde voerde in plaats 
van Britannia, Hibernia en bank of ireland 

TOKEN 1804 SIX SHILLINGS. 

Alhoewel oogenschijnlijk verschillend, was 
de waarde van den voor Engeland en voor 
Ierland overgestempelden dollar toch dezelfde, 
daar 5 engelsche shillings aan 6 iersche gelijk 
stonden. De oude gestempelde dollars van 
1797-1804 werden ingewisseld tegen 5 shillings. 
En opnieuw zag men het gebeuren, dat de 
klerken der „Bank" de echte en valsche instem- 
peling niet van elkander konden onderscheiden. 
Het gevolg hiervan was, dat sommige ambte- 
naren dollars aannamen, die door andere hun- 
ner als valsch waren geweigerd. Om de ver- 
warring nog te verhoogen, ontdekte men, dat de 
nieuw overgestempelde five-shillings-dollars, 
door Mr. Boulton vervaardigd, eveneens ver- 
valscht in omloop werden gebracht, en dit niet- 
tegenstaande de krachtige nieuwe machine dier 
inrichting, die volgens getuigen uit dien tijd, 
„must totally prevent clandestine imitation." 

Nu met het vervalschen wist men raad : 
„The whiteners were able," zegt Ruding, blz. 



i6i 



83, „to colour a piece of metal for a six pence 
„or a shilling so that it could pass through a 
„dozen hands before it would be discovered." 

En zoo zullen ze met de grootere dollars 
ook wel hebben gedaan ; de beide gestempelde 
exemplaren in mijn bezit geven er volmaakte 
staaltjes van te zien. 

Een cirkulaire van de Soho munt te Bir- 
mingham, van 6 augustus 1804, gaf de vol- 
gende aanwijzing tot het herkennen van de 
vervalschte stukken. 

De dollars, door den staat aan Mr. Boulton 
ter overstempeling toegezonden, bedroegen onge- 
veer twee millioen stuks. Deze hadden verschil- 
lende afmetingen, daar sommige een V4 inch groo- 
ter waren dan de andere, (i inch = 25.400 m.M.) 
Hun gewicht daarentegen was meestal gelijk 
bevonden, door elkander wogen de stukken 
416 grains (i wichtje = 15.432 grainstroy). i) 

De overstempeling der dollars was door 
Mr. Boulton in een stalen ring bewerkstelligd, 
zoodat de stukken na den slag volkomen rond 
en van gelijke afmetingen waren. Vóór de 
overstempeling was dit niet 'het geval, men 
kon ze in drie verschillende grootten sorteeren. 
Om het publiek te gerieven, liet Mr. Boulton 
stalen platen vervaardigen, van drie ronde 

I) Catalogus van dt muniver%ameling van htt Kon. Oudh. Genoot- 
schap t£ Amsterdam, door J W. Stephanik, bU. 239. 



102 



openingen voorzien, waarin de~ verschillende 
grootten der met den ovalen of achthoekigen 
stempel voorziene echte pesos moesten passen. 
Bij deze proef had men nog die van 't gewicht. 
De goede dollar woog, zooals we gezien 
hebben, 416 grains, de zwaarste der vervalschte, 
volgens Mr. Boulton, slechts 375 grains, ter- 
wijl de lichtste zelfs niet meer dan 310 grains 
woog. Het verschil in gewicht tusschen de 
goede en de vervalschte dollars, was dus res- 
pektievelijk 41 en 106 grains. Daarbij was de 
rand der goede exemplaren zuiver glad, „while 
those of the false ones are not so, but have 
a sort of rim down the middle which may be 
distinguished by a glass." 

Wij springen nu eenige jaren -over en lezen, 
dat in 181 1 de prijs van het zilver zoozeer 
was gestegen, dat velen het voordeeliger von- 
den de dollars van 1804, die nog altijd voor 
5 shilHngs gangbaar waren, voor zilverwaarde 
van de hand te doen. Om hieraan paal en 
perk te stellen, bepaalde de Bank van Enge- 
land, dat haar „cashers" voortaan 5 s. 6 pence 
voor deze munten zouden 7 uitbetalen. Deze 
maatregel gaf opnieuw reden tot het doen 
verschijnen van spotschriften in allerlei vorm. 

Men vond het allergrappigst, dat 5 s. 6 p. 
zou worden gegeven, voor iets dat, volgens het 
opschrift, maar 5 sh. waard was, maar de Bank 



i63 



was er wel toe gedwongen, omdat in St. Mar- 
tin's Court, een magazijn voor de ramen reeds 
een bord had geplaatst, waarop het verbaasde 
publiek kon lezen, dat daar dollars tegen 5 s. 
9 pence werden aangenomen. Dat dit alles 
een neerslag gaf aan de papieren Banknotes, 
ligt voor de hand. Rekening houdende met 
den hoogen koers van het zilver werden in 
juni 1811 nieuwe munten uitgegeven. Dit 
waren de zoogenaamde banktokens, op wier 
keerzijde, de waarde 3 s. en i s. 6 d. ver- 
meld stond. Een stuk van 5 s. 6 p. werd 
niet uitgegeven, er bestaat evenwel een hoogst 
zeldzame proef van. In 181 2, 13, 14, 15 en 
16 werd voortgegaan met het uitgeven van 
de zooeven aangehaalde banktokens. Uit dien 
tijd, namelijk uit 181 1, dateeren de private 
tokens, die gedeeltelijk werden uitgegeven om 
aan de bestaande behoefte aan klein geld te 
voldoen, gedeeltelijk „for the covenience of 
the trade", maar zeker wel voornamelijk om 
winst te behalen. Want, nu de bank van 
Engeland zich het recht had aangematigd geld 
uit te geven, meenden kleinere banken dit ook 
te mogen doen. Een groote verwarring volgde, 
de banktokens werden op groote schaal nage- 
bootst. Dit ging gemakkelijk genoeg, want 
door het uitgeven van partikuliere tokens, 
had men het recht een machine in huis te 



164 



hebben om deze te vervaardigen en men 
begrijpt, dat de partikuliere tokens dan juist 
dezelfde middellijn hadden als de officiëele bank 
tokens. Ook kwam men tot de ontdekking, 
dat 3 officiëele tokens, gesmolten zijnde, 4 
partikuliere verschaften, reden genoeg om van 
die gelegenheid om winst te behalen, gebruik 
te maken. In 181 2 werd echter een einde 
gemaakt aan de uitgifte van partikuliere tokens ; 
na maart 181 3 mochten ze niet meer in beta- 
ling worden genomen of gegeven. 

In 181 5 kwam eindelijk de reaktie. De 
waarde van het zilver en daarmede ook die 
der munten, was in dien tusschentijd gedaald ; 
de spaansche dollars, gestempeld of niet, deden 
niet meer dan 4 s. 3 d. Ontelbare massas 
dollars waren uit Spanje en niet minder uit 
de koloniën binnengevoerd, die alle met winst 
gesmolten werden, want de bank ging voort 
haar bankdoUars voor 5 s. 6 p. aan te nemen, 
zoodat opnieuw begonnen werd de spaansche 
dollars in Bank-doUars te veranderen, een kunst 
voor sommigen met groot succes bekroond. 

Het jaar 181 7 bracht eindelijk radikale gene- 
zing in de voortdurende wanorde der zilver- 
munt, die zoo schaarsch was geworden, dat op 
sommige plaatsen tot winkelplundering was 
overgegaan en bankiers niet in staat waren 
het bij te passen geld op bankpapier uit te 



i65 



betalen. De regeering kwam ten slotte tot de 
overtuiging, dat er verandering komen moest. 

Een geheel nieuw stel munten, bestaande uit 
crowns, half-crowns, shillings en six-pence, alle 
het borstbeeld des konings voerende, werd in 
omloop gebracht, terwijl bepaald werd, dat de oude 
dollars, bankdollars en banktokens zouden inge- 
wisseld en aan den omloop onttrokken worden. 

Begin i8i 7 was het nieuwe geld gereed. Drie 
en twintig artilleriewagens vertrokken van Lon- 
don naar het noorden, alle gevuld met het nieuw 
gemunte geld. Drie wagens, bevattende 2/^.000 
pond, werden in York binnengebracht, iedere 
wagen was met zes paarden bespannen en 
door militairen begeleid. 

Den 30 januari 181 7 gingen 18 wagens naar 
Schotland. 13 Februari 181 7 waren alle voor- 
name bankiers van het nieuwe geld voorzien, (i) 

Dertig jaren waren heengegaan, sedert de laat- 
ste staatsuitgifte van shillings en sixpence had 
plaats gehad en gedurende al dien tijd volgde ver- 
warring op verwarring in Engelands muntwezen. 

De Bank van Engeland bleef nog een poosje 
voortgaan met 5 s. 6 d. voor de oude dollars 
uittebetalen ; na 10 mei 181 7 werd dit bedrag 
op 5 s. verminderd, Alle tokens en dollars 
werden echter na 25 maart 18 18 ongeldig 
verklaard, wie ze uitgaf werd beboet, maar 

(I) Mauerly Phillips blz. 38. 



t66 



de Bank bleef ze aannemen tot maart 1820 en 
zelfs heden ten dage komen ze nog in die 
instelling voor. 

Gedurende de jaren 1804 — 181 5 waren aan 
5 s. ; 5 s. 6 d. ; 3 s. en i s. 6 d. tokens ge- 
munt voor £ 4,457,649, 4 s. 6 d. i) 



Zooals wij uit het voorgaande hebben gezien, 
is slechts gebrek aan zilvermunt de oorzaak 
geweest van het ontstaan der gestempelde 
spaansche munten. Daar deze stukken van 
1797 tot 1804 bijna uitsluitend in omloop waren, 
is het niet meer dan natuurlijk, dat de engel- 
sche troepen, die in 1799 en in 1809 ons land 
bezochten, met dit gestempelde geld werden 
betaald, maar het is, zooals we gezien hebben, 
niet voor dit doel vervaardigd. 

Den 28 augustus 1799 waren een 10.000 
Engelschen aan de Noord-Hollandsche kusten 
ontscheept, welk getal nog tot 20.000 man 
aangroeide. Zij . stonden onder bevel van den 
Hertog van York. Daarbij kwamen nog een 
13.000 Russen, die eveneens ons land bezetten. 
Hun aanwezigheid hier te lande verklaart het 
groot aantal russische koperstukken, die men 
in vele verzamelingen aantreft. 

Reeds den 18 november van dat jaar was 
Nederland van de engelsche troepen gezuiverd. 



I) Maberly Phillips blz 41. 



i67 



Hun gestempeld geld bleef echter gedeeltelijk 
achter. Vermoedelijk zullen vele valsche exem- 
plaren daaronder zijn geweest. Daar de goede 
stukken in grooten getale ingewisseld en ge- 
smolten zijn, is het waarschijnlijk, dat de 
vervalschte, dat wil zeggen, de koperen, met 
een laagje zilver overtrokken exemplaren, in 
vele onzer verzamelingen te vinden zijn. Dat 
het niet gemakkelijk is, de knoeierij onmiddel- 
lijk te ontdekken, heb ik zelve bij het aan- 
koopen van een dergelijken dollar ondervon- 
den, die oogenschijnlijk geheel van zilver, 
doch van binnen uit koper bestaat. Men zij 
dus op zijn hoede! Dat het borstbeeld van 
George III, in Bom's katalogussen, verkeerde- 
lijk voor dat van George II is aangezien, 
behoeft hier geen nader ^betoog. 

Zie hier eenige opgaven van gestempelde 
dollars uit verkoop-katalogussen gehaald. 

Kat. G. Theod. Bom en Zoon. 

26 maart 1860 n^ 1546. 

1788 Piaster van Karel III van Spanje, inge- 
stempeld met borstbeeld van George III van 
Engeland. 

Kat. 5 maart 1866 n"". 547. 

1791. Piaster van Karel IV. Ingestempeld 
met Thistle Bank ^j^. Gewicht 27 w. (Zouden 
deze V9 d^^ koers van 4 s. 9 d. beteekenen 
waarop deze dollar in 1797 cirkuleerde ?) 



i68 



n^ 548. 

Halve als voren. „Ingestempeld met borstb. 
van George II (sic) koning van Engeland. Heeft 
gediend in 1799 tot betaling der in Noord- 
Holland gezondene troepen. Gewicht 13 w. 

n°. 549- 

1792. Piaster met denzelfden stempel Gewicht 

27.5 w. 

n°. 550. 

1795. Piaster als voren, zelfde stempeling. 
Gewicht 27 w. 

Kat. 24 Sept. 1866 n**^ 5644 en 5645. 

1795 en 1799. Piasters van Karel IV. Inge- 
stempeld met borstbeeld van George II (sic) 

Kat. XII J. ScHULMAN n^ 280 en Kat. XXXVII 
n**. 998. 

1792. 8 Réaux. Piastre mexicaine, poin^on- 
née d'un petit buste. Mailliet LII. 10. Monnaie 
qui a servi pour payer les anglais. débarqués 
en HoUande en 1799. 

Kat. Fonrobert (Weil) n°*. 6292, 6432, 9361 
en 9363. 

1738 Toston = \ peso van Mexiko. 

1794 Peso van Mexiko. 

1794 en 1795 Pesos van Bolivia. 

Ook op deze vier amerikaansche pesos komt 
het ovale stempeltje van George Ill^voor. 

Middelburg, 

c , u Marie de Man. 

September 1900. 



Bouwstoffen voor eene Geschiedenis van het 
Nederlandsche Geld- en Muntwezen. 



Iets over het bepalen van Ponden en Munten, 

( Vervolg) 

Eindigde het vorige opstel i) over dit onderwerp met 
een enkel woord over het daarbij gebezigde Schild, 
alvorens wij verder gaan met het bepalen van Ponden 
en Munten, zij ook nog het volgende omtrent die 
munt hier in het midden gebracht. 

Wanneer hier sprake is van het Schild, wordt daar- 
mede uitsluitend bedoeld die munt, welke aanvanke- 
lijk gold voor den schelling van het oude Pond Groot 
van 20 Schilden, (ƒ63.00) en die in oude bescheiden, 
op het geldwezen betrekking hebbende, voorkomt als 
de „Florenus cum scuto". Dit Schild werd op nieuw 
aangemunt voor het bedrag van het Parisis van het 
later in gebruik genomen Pond Groot van 1 2 Schilden 
( ƒ 37-^o ) onder de benaming van Ecu, Kroon of 
Schild. In beide gevallen werd het geldstuk gerekend 
tot de vreemde munt. 

Bij de vaststelling van het Pond Groot van 10 
Schilden (/3i,50) door hertog WiLLEM V werd ook 
hier een geldstuk, in waarde gelijk staande met het 



I) Zie Tijdschrift 1900, bli. 201. 



170 



Fransche of zoogenaamde Vlaamsche Schild, aange- 
munt voor de Kleine Mark. Niet alleen toch met het 
Pond Groot, met het Hollandsch, met het Tournooisch 
of eenig ander payement, maar vooral ook met de 
Marken van een stelsel werd gerekend. En de Kleine 
Mark, steeds gelijk zijnde aan twee schellingen of ^/lo 
Pond Groot, en dus overeenstemmende met 24 grooten, 
vertegenwoordigde in betrekking tot dit pond dus 
juist het bedrag van het Schild. Onder het geld voor 
dit Pond Groot van 10 Schilden hier aangemunt, moet 
alzoo ook voorkomen de Mark, in dit geval het Schild 
van 24 grooten. 

Toen eindelijk Albrecht ook het Pond Groot van 
6 Schilden (/ 18.90) in gebruik stelde, was hier te 
lande weder aanmunting van geldstukken, in waarde 
overeenkomende met het oude Schild, noodig. 

De Gulden toch van 40 grooten was krachtens de 
verhouding tot het Pond Groot, zesmaal daarin vervat, 
en diens waarde stemde dus met die van het Schild 
overeen. De daarvoor geslagen hoofdmunt ontving dan 
ook den naam van Schild van 40 grooten. 

In later dagen komt ook het Pond Groot van 5 
Schilden ( ƒ 15.75) voor, in het stelsel waarvan ook 
het bedrag van het Schild, als bekend onderdeel past. 
Van dit Pond van 5 Schilden deed de Groote Mark, 
gelijk zijnde aan 4 Schellingen of een ^/g deel, ook 
juist een Schild. De munt gold daarbij voor 48 grooten. 

Maar de aanmunting van geldstukken met waarden 
van het Schild voor enkele marken of ook een hier 
in gebruik gesteld i)ond, had op den algemeenen gang 
van het Schild geen invloed; het gebruik van het 



171 



overal doorgedrongen Fransche Schild bleef overheer- 
schend. 

Reeds vroeg was men er op bedacht het Fransche 
Schild van de andere munt en mitsdien ook van de 
andere in gebruik genomen Schilden te onderscheiden. 
De thesorier Jan Philipszoon van Leiden heet het 
Schild in 1340 nog overal „Scutum", doch zijn op- 
volger, JOHANNES VAN Nederhem, noemt de geld- 
stukken door den Koning van Frankrijk en den Keizer 
van Duitschland voor het Parisis van het pond van 
12 Schilden aangemunt in 1 343 „Vrancrijcsce scilden 
of Keijzersscilden" en ook wel gewoon weg ^jscilden". 
Jonkvrouw Maria van Liedekerke heet de munt 
in haar schrijven van 1349 aan WiLLEM VAN DUI- 
VENVOORDE, reeds ^golden ouden scilden van goude" i) 
en bij den afkoop van de rente, staande op den 
watermolen van Zierikzee, drukt Margaretha in 13 50 
het daarvoor gevorderde bedrag uit in 2000 ^jgolden 
ouder scilden van goeden gewigte en regten slage 
ende munte des conincx van Vranckrijcke." 2) Het 
Schild werd destijds dus reeds beschouwd als oude 
munt, en terecht, het pond, waarvoor het laatstelijk 
geslagen was, was in het dagelijksch leven reeds door 
een ander vervangen. 

Ook na de aanmunting van nieuwe Schilden in 1355 
voor de Mark van het hier in gebruik genomen Pond 
Groot van 10 Schilden, bleef men in de bescheiden 
toch steeds spreken van oude Schilden. Bij een door 



1) Van Mieris. Deel II bladz 764. 

2) Ibid. Blaclr. 781. 



172 



hertog Willem gedane overdracht van land, i) en 
bij een door hem gelastte uitbetaling aan zijn klerk, 
Philips van Leiden in 1356, is telkens sprake van 
yfiude scilden". 2) Ook in zake de uitkeering aan zijne 
broeders LODEWIJK en Otto, bepaalt de Hertog in 
1357 het bedrag in „goide gouwe, ouwe Scilden," 3) 
wel een bewijs, dat de ondertusschen ook hier aan- 
gemunte Vlaamsche Schilden golden voor oudeFrdLn- 
sche, zooals trouwens uit de desbetreffende muntordon- 
nantie ook valt af te leiden. 

Ook hertog Albrecht spreekt in 1359 bij her- 
haling van „ghoede oi/de goudense scilden", 4) en 
bij het verleiden van Ambacht op de Vrouw van 
Haamstede in 1 368, worden de kosten van overdracht 
ook in yfiude scilden" bepaald. 5) 

Bij het verleenen van zekere vrijheden aan Breda 
in 1374 rekent Albrecht weder in y^ouder scilde, 
goet van goude ende van gewichte, munte des 
keysers of des Conincs van Vrancricke," 6) en dat 
niettegenstaande in 1370 door hem voor het alstoen 
vastgestelde payement onder andere munt, ook reeds 
nieuwe HoUandsche schilden, met gansch andere 
waarden, warea aangemunt. 

In de uitspraak betrekkelijk de geschillen tusschen 
den Hertog van Brabant en Albrecht, is in 1374 



1) Van Mieris. Deel ü, bladz. 870. 

2) Ibid. Deel UI, bladz. 5. 

3) Ibid. Bladz. 15. 

4) Ibid. Bladz. 89. 

5) Ibid. Bladz. 238. 

6) Ibid. Bladz. 290. 



173 



sprake van «twe hondert gulde penninghe, geheeten 
oude scilde, goet van goude ende gewichte ofte die 
weerde daeraf in anderen goeden goude." i) En in 
een stuk van Machteld van Gelder, gravin van 
Bloys, van 1375, zegt haar kapelaan, Arent VAN 
Keulen, van de stad Harderwijk ontvangen te 
hebben, „hondert olden scilde goet van goude ende 
zwaer van gewichte, munte des Keyzers van Romen 
of des Konincs van Vranckricke," 2) uit welk een en 
ander blijkt, dat de in omloop zijnde hoeveelheid 
Schilden niet bijzonder groot moet zijn geweest, en 
dat, ongeacht de velerlei bestaande munt, geene andere 
dan oude Schilden werden bedoeld. 

In een stuk van Jan van ChAtillon van 1377, 
waarbij hij aan die van Texel zekere vrijheden ver- 
leent, wordt ook gezegd: „ende elc Raedsman zal 
hebben twee oude scilde 'tsjaers voor sinen cost ; ende 
anders en zal men op 't lant ghenen oncost binnen 
slants doen." 3) 

Bij de verpanding van het hoppegeld in 1379 te 
Haarlem aan WiLLEM VAN Kroonenburg zegt 
Albrecht, dat zulks geschiedde, wegens het leenen 
van 4CXX) „goede Vrancrijckse scilden," 4) terwijl in 
datzelfde jaar hertog WiLLEM VAN GULIK beval, 
dat ook voor Gelderland geld zou worden aangemunt, 



1) Van Mirris. Deel UI, bladz. 299. 

2) Kroniek van het Hist. Genootschap te Utrecht, Jaargang 1859. 
bladz. 295. 

3) Van Mieris. Deel III, bladz. 340. 

4) Ibid. bladz. 356. 



174 



waarvan 40 gröoten zouden gelijk staan met een 
yput scilt". i) 

In 1383 stond Albrecht het Nieuwe land in erf- 
pacht af aan Rotterdam voor eene rente van „zes 
oude Schilden," en een jaar later, dus in 1384, wordt 
in een charter betreffende heemraden van Hazers- 
woude nog van eene boete gewag gemaakt van 
„twee hondert oude scilden." 2) Zooals in deze, zoo 
was het in schier alle bescheiden van eenig gewicht; 
nergens is sprake van nieuwe^ wel van oude Schilden, 
en dat niettegenstaande vele andere schilden voor in 
gebruik genomen ponden waren aangemunt. 

Het Fransche Schild bleef steeds een der meest 
merkwaardige oude munten. Zulks bleek opnieuw 
in 1385, toen, even als kort te voren in Gelderland, 
weder een nieuw pond daaraan was vastgelegd. Zoo 
toch lezen wij in een handvest van dat jaar, betrek- 
kelijk de tollen van Woudrichem van zoogenaamde 
„witte grooten" van welke gezegd wordt, dat 45 
daarvan gelijk stonden met de waarde van een yput 
scUt." 3) 

Talrijk waren de vastleggingen van in gebruik te 
stellen ponden aan het Schild. Die alle te vermelden 
zou tot te groote uitvoerigheid leiden. Alleen zij in 
betrekking tot deze nog bericht, dat in verband met 
boven bedoeld nieuw pond, gegrond op de Witte 



i) Kroniek van het Hist Genootschap te Utrecht, Jaargang 1859, 
bladz. 299. 

2) Van Mieris. Deel III, bladz. 411. 

3) Beschrijving van Heusden bladz. 226. 



175 



groot, voor de munt in het Necrologium van St. Sal- 
vator te Utrecht ook was bepaald: 

I Solidus = 12 denarii, i Libra z= 20 Solidi. 
I Scutum antiquum = 3 Librae. i) 

En ondanks de onderscheiden in omloop gebrachte 
munt, getuigen de bescheiden steeds van het voortdu- 
rend gebruik van het oude Schild bij min of meer ge- 
wichtige aangelegenheden van geldelijken aard. Dit 
blijkt ook uit een schrijven van Albrecht in 1385 be- 
trekkelijk de geschillen met Dordrecht. De landsheer 
zegt in een desbetreffend stuk : voirts is onse zeggen, 
dat die stede van Dordrecht ons Hertoge endé Her- 
toghinne te beteringhe gheven sullen voir sulcke broke 
ende misdaet, ende oec voir alsulke moyenesse, ende 
toerne, als si, ende haere medehulpers ons, ende jeghens 
onze Heerlickheyt in deze stucken misdaen hebben, 
zes dusent ouder scilden, viertich Dordrechtse grote 
voir den ouden scilt gerekent." 2) 

Inzonderheid ook de Kerk bleef aan het gebruik van 
het oude Fransche Schild gehecht. Uit een „vidimus" 
van een brief van Schepenen en Raad van de stad Har- 
derwijk blijkt, dat Floris, bisschop van Utrecht, eene 
gift had besproken voor zeker altaar van „tien olde 
scilde.*' 3) En in een stuk omtrent zekere geschillen 
tusschen den Bisschop en den heer SPLINTER VAN 
LOENRESLOOT van 19 September 1386 wordt onder 



i) Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht, 
X Deel, 2e afl., bL 272. 

2) Van Mikris. Deel III, bladz. 428. 

3) Werken van het Hist Genootschap te Utrecht, 3 Serie, Deel 
IL blz. 99. 

12 



176 



andere ook bepaald, dat WoUTER VAN Teylingen 
aan genoemden Splinter zal uitkeeren „vijftich 
oude scilden, alse vier gulden voer drie oude scilde 
gerekent." i) De laatste bepaling inzonderheid is 
merkwaardig, wijl ook daaruit blijkt, dat het oude 
Schild, in al de vermelde stukken genoemd, hetzelfde 
is, als dat door den thesorier jAN Philipszoon van 
Leiden over bijna een halve eeuw in zijne rekening 
werd bedoeld. Ook deze deelde in 1340 mede, dat 
4 Guldens gelijk stonden met 3 Schilden. 2) 

Hoewel niet doorgaande, rekende hertog Albrecht 
toch ook verder nog dikwijls met het oude Schild. 
In de uitspraak in zake den twist tusschen den Heer 
van Arkel en de stad Oudewater, verplichtte hij in 
1388 de laatste tot het voldoen eener boete van 11 00 
oude Schilden, elk van 40 grooten. 3) Maar door de 
aanmunting van de nieuwe Dordtsche Schilden in dat 
zelfde jaar, trad het zeker niet veel in omloop zijnde 
oude Fransche Schild in staatsstukken toch meer op 
den achtergrond; alleen de Kerk, altoos vasthoudende 
^lan het bestaande, bestendigde het gebruik daarvan 
in hare officiöele bescheiden. Zoo zien wij in 1 392 den 
Deken en het Kapittel van den Dom te Utrecht 
goederen overdragen aan de stad Groningen voor eene 
rente van „drie en tachtigh ende enen halven goeden, 
oude guldene Vrancrycsche Schild, vóór der daten des 
briefs gemunt". 4) 



1) Van Mieris. Deel III, bladz. 448. 

2) Zie bladz. 207 van den vorigen jaargang. 

3) Van Mieris. Deel III, bladz. 487. 

4) Van Mieris. Deel Hl. bladz. 591. 



T77 



Toch komt ook bij andere aangelegenheden het 
Fransche Schild nog dikwijls voor. In een uittreksel 
uit de rekening van Dordrecht van 1399 leest men: 
^Cleys Moelnaer ende Jan van Slingelant, 
.borghemeisters, gegeven 10 Vranckerixe oude Schilden, 
elc Stic 50 gr. diese der stede in haer reeckeninge 
bewisen sullen, coemt 2 JE i /9 8 gr", i) En bij een 
overdracht van grond bepaalde hertog Albrecht in 
datzelfde jaar, de rente, die daarvoor moest worden 
betaald, onder opmerking dat „de Vrxse scilt daarin 
voir een pont werd gerekent. 2) 

Toch was het de Kerk, die inzonderheid met het 
oude Fransche Schild bleef rekenen. Met tal van be- 
scheiden zou dit te staven zijn. Een erfpacht van het 
klooster Mariënburg van de H. Brigitta werd in 1400 
als volgt bepaald: „Steven Krooc, Willemz. sal heb- 
ben ende behouden den eigendom, elcx jaers om enen 
halven ouden Vrancrichgen scild ofte payement, dat 
daer goet voor is, in der tijt der betalinge. 3) 

Ook komen nog rekeneenheden voor, die aan het 
oude Schild waren vastgelegd. Zoo treffen wij in 1405 
weder het pond aan, bedoeld in het Necrologium van 
St Salvator te Utrecht en gegrond op het stelsel van 
den witten groot, in een stuk, waarbij Arent VAN 
LeyenBERGH bekent voor den Hertog van Gulik aan 
de stad Harderwijk verpacht te hebben „de gruyt" 



1) Werken van het Hist. Genootschap te Utrecht, 3e Serie, Deel 
II, bladz. 109. 

2) Beschrijving van Gouda, Deel II, bl. 78. 

3) Archief voor de Geschiedenis van het Aartsb. Utrecht, Deel V, 
3e atl. 361. 



178 



voor drie honderd en negentig pond 's jaars, „enen 
alden scilt voer drie pont hyrynne gerekent". i) 

In een stuk van 1407 betrekkelijk eene kerkelijke 
aangelegenheid in het bisdom van Haarlem leest men : 
„vorder sullen de Prior en het Konvent van het klooster, 
die er dan weesen sullen, gehouden zijn aen den 
Pastoor der gemelde parochiekercke ten allen tijde 
jaerlijks op te brengen een halve gouden schild, 
van de munte des Konings van Vrancrijck ofte de 
waerde van die". 2) De uitdrukkingen „ofte payement, 
dat daer goet voor is, ofte de waerde van die," later 
dikwijls herhaald, wijzen er op, dat niet veel oude 
Fransche Schilden meer in omloop waren en dat in- 
zonderheid daarom steeds werd bepaald, dat de om- 
schreven bedragen ook met ander geld waren te voldoen. 

Zoowel in de brieven van Frederik, bisschop van 
Utrecht, als in die van zijn opvolger, ZWEDER VAN 
CULENBORCH, is bij herhaling sprake van oude Fransche 
Schilden, en in een stuk van 1442, betrekking heb- 
bende op de boekerij van St. Michiel te Zwolle, komt 
onder andere ook de volgende bepaling voor: „Daar- 
enboven verbieden wij onder straffe van den ban en op 
eene boete van drie Fransche Schilden, ten bate van voor- 
schreven boekerij aan te wenden, dat iemand uit gezegde 
boekerij steelsgewijze iets wegnijfele, er schade aan- 
brenge of eenige onreinheid er bedrijve of achterlate". 3) 



i) Kroniek van het Hist. Genootschap te Utrecht. Jaargang 1859 
bladz. 304. 

2) Kerkelijke oudheden en Gestichten. Deel i bladz. 79. 

3) Archief voor de geschiedenis van het Aartsb. Utrecht. Deel IV. 
afl. 3 bladz. 389. 



179 



In 1506 kochten de Zielbroeders te Utrecht van 
Ghysbert van Heusden nog een erf rente van „een 
goeden ouden Francrijcksen scild ende een derden- 
deele van denselven ouden scild des jaers", en in het 
desbetreffende stuk wordt „de oude scilt gerekent 
voir 521/2 stuver current'*. i) 

Uit al de aangehaalde stukken blijkt, dat men den 
koers van het Schild kennende,, ook gehouden was 
de in die munt uitgedrukte bedragen in het loopende 
geld over te brengen. En zijn al deze bescheiden in 
dat opzicht merkwaardig, van veel gewicht zijn in 
betrekking tot dit onderwerp de rekeningen van de 
Priesterbroederschap in de vijf hoofdkerken te Utrecht. 
Deze vereeniging had in hare statuten van de 14^ eeuw 
bepaald, dat, bij opneming van nieuwe leden in de 
Broederschap, door een Prelaat 16, door een Kanunnik 
8 en door een Koorgezel 4 van de destijds loop heb- 
bende Vlaamsche grooten zouden worden gestort; bij 
bevordering moest door een Prelaat 60, door een Ka- 
nunnik 30 en door een Koorgezel 1 5 dusdanige groo- 
ten worden opgebracht, en de doodschuld bedroeg 
voor een overleden Prelaat een Fransch Schild, voor 
een Kanunnik een half Fransch Schild en voor een 
Vicaris 10 Vlaamsche grooten. 2) 

Zich strikt aan de gestelde bepalingen houdende, 
werd ook door die Broederschap, zoowel de koers 
van den aangenomen Vlaamschen groot, als die van 



1 ) Archief voor de geschiedenis van het Aartsb. Utrecht. Deel VIII, 
afl. 2 bladz. 167. 

2) Ibid. Deel VI, afl. 3, bladz. 391. 



i8o 



het bekende Schild, steeds in de loopende munt van 
de IS' en i6* eeuw overgebracht. Wanneer de dood- 
schuld werd verantwoord, dan luidde het in hare re- 
keningen voor een Prelaat : „de debito mortis 

unum scutum Franciae, facit ", voor een Ka- 
nunnik : „de debito mortis , dimidium scutum 

Franciae, facit " en voor een Vicaris : „de debito 

mortis lO grossos Flandriae, facit ", 

even alsof een en ander overal nog in vollen gang 
gebleven was. 

In betrekking tot de beide laatste Utrechtsche pon- 
den werd het Schild achtereenvolgens gerekend op 
45 en 52I/2 Stichtsche stuiver. Bij de invoering van 
het Vlaamsche of Hollandsche geld in 1528 stond 
ook voor de Broederschap de munt gelijk met 42 
stuivers, zoogenaamd Brabantsch of Vlaamsch geld, 
en bij de ingebruikstelling van het laatste pond, bij 
dat van ƒ6.00, kwam de koers van het schild over- 
een met 63 stuivers. 

't Is alleen dit oude Fransche Schild, het Schild 
in al de hier aangehaalde bescheiden bedoeld en 
voor de hierboven aangewezen ponden aangemunt, dat 
wij op het oog hebben en waarvoor de waarde van 
ƒ3.15 is in rekening gebracht. Deze waarde is gesteld 
na een jarenlang onderzoek. Veel is bijeengebracht, 
om met dit bedrag voor de munt een doorgaande 
verbinding te vormen, die aansluit aan ons laatste 
pond; want *t is duidelijk, dat voor elke op zichzelf 
staande berekening, zonder gebonden te zijn aan de 
einduitkomst, elke waarde voor het Schild gesteld 
voldoet; maar — en hierop komt het aan — er is 



i8i 



slechts céne waarde die ons, zonder gaping of ver- 
breking van het verband, doet uitkomen op ons 
laatste pond. 

Men moest bij de berekening dus trachten door- 
gaande aansluiting te vinden van het pond, waarbij 
het oude Schild als schelling gelijk stond met 6 stui- 
vers, tot dat, waarbij dezelfde munt, evenals in de 
1 2'' of 1 3'' eeuw in betrekking tot het destijds bekende 
„Flandres," gold voor 63 stuivers. En dieper afda- 
lende moest men, bij strikte handhaving van een 
doorgaand verband, terecht komen op den Obolus, 
op de grondmunt, die naar ƒ3.1 5 voor het Schild, 
kwam te staan op / 0.07784» doch door velen reeds 
was bepaald op / 0.07 5 ; men moest uitkomen op den 
Sikkel^ op de munt van 24 obolen of van 24 X ƒ 0.07^84 
of/i.75, en die door anderen op ƒ1.76 k ƒ1.78 be- 
rekend was ; men moest terechtkomen op een Denarius 
of Drachme, dat naar ƒ3.15 voor het Schild, gelijk 
stond met 6 Obolen of met 6 X ƒ0.07784 ofƒ 0.4375, 
tegenover bijna ƒ0.44 reeds vroeger daarvoor door 
anderen bepaald. En zoolang tegen deze en tal van 
andere dergelijke uitkomsten, gegrond op het schild, 
nu geene bedenkingen bestaan, kunnen ook tegen 
den grondslag, waarop die berusten, toch moeielijk 
bezwaren worden ingebracht. Men zou, vreemd aan 
elke gedachte van stelselmatige tegenkanting, veeleer 
kunnen beweren, dat het bedrag van ƒ3.1 5 voor het 
Fransche Schild is aan te houden, omdat dit, ook 
in betrekking tot het oude geldwezen, in de meest 
gewichtige gevallen leidt tot zekere en sinds lang 
onbetwiste uitkomsten van anderen. 



l82 



De met het schild van ƒ3,15 verkregen uitkomsten 
zijn ook in overeenstemming met het gewicht van 
het oude geld. De zwaarte van het Drachme is ook 
in het buitenland bepaald op 6.20 Gram, en de gang 
van hel Schild, gerekend op ƒ3.1 S, leidt tot een 
gewicht van 6.15 Gram, geheel in aansluiting met 
het gewicht van het Mark op 246 Gram en met dat 
van het jongste Talent van 6cxx) X 6.15 of 36900 
Gram, en hetwelk mitsdien als centenaar gold voor 
het ronde getal van i<X) ponden elk van 369 Gram 
of van 1I/2 Mark. 

En de berekeningen van het gewicht sluiten tegelijk 
aan het gewicht van het later aangemunte geld, want 
ook het enkelvoudige Fransche of zoogenaamde 
Vlaamsche Schild van ƒ3.15, door hertog WiLLEM V 
voor de Kleine Mark van het pond van 10 Schilden 
geslagen, woog volgens deze berekeningen 3.69 Gram, 
terwijl de munt bij weging werd bepaald op 3.70 
Gram. Ook tegen deze en zoo menige andere bere- 
kening nopens het gewicht, allen gegrond op het 
Fransche schild, moeten eerst overwegende bezwaren 
worden aangevoerd, alvorens van een te wijzigen be- 
drag voor het Schild kan sprake zijn. 

En wat verder de nog latere munt betreft, met 
het bedrag van ƒ3.15, bepaalt men onder de vele 
andere ook het pond van 12 Schilden of ƒ 3 7. 80 met 
een nevenpond van ƒ36.00. Van het eerste had 
Frankrijk zijn Parisis of Ecu van ƒ3.15, Engeland 
zijn sterling van ƒ12.60, dat later bestendigd werd 
in zijn Guinje. Van het nevenpond deed het sterling 
ƒ12.00, en deze beide ponden waren de wezenlijke 



i83 



of denkbeeldige munten van 20 en 21 Engelsche 
schellingen in betrekking tot het laatste. 

Met het bedrag van ƒ3.15 voor het Schild komt 
men ook uit op een pond ter waarde van 2 Schilden 
of van ƒ6.30 met een nevenpond van ƒ6. — . Van 
dit hoofdpond van ƒ 6.30, deed de Gulden of de munt 
van 40 grooten, het pondenschild ƒ6.30: 6 = ƒ 1.05 
en het Parisis ƒ 6.30 : 12 = ƒ 0.525. 

Ook in Frankrijk was in de 17* eeuw het geld op 
het oude Schild of de Ecu gegrond. Men muntte 
alstoen aan Liards met waarden van een 240'** gedeel- 
te van de Ecu. Een Liard had derhalve gang voor 
ƒ3.15: 240 = /o.ois/jg en zoodanige munt werd 
gezegd overeen te komen met 3 Deniers, weshalve 
elke Denier, destijds loop had voor ƒo.oo7/lg. 

Had nu een Denier gang voor ƒo.oo7/lg, dan deed 
het pond op zoodanige eenheid gegrond, 240X ƒo.oo7/lg 
of /'1.05 en zie hier de munt van 40 grooten, hier- 
boven bedoeld, voor het hoofdpond van 6 x ƒ1.05 
= ƒ6.30. 

Ook werden toen ter tijd daar te lande aangemunt 
sols of stuivers met waarden van Vóo van de Ecu; 
men sloeg alzoo ook geldstukken tot bedragen van 
ƒ3.15: 60 = ƒ0.0525, en deze munt als stuiver ge- 
lijkstaande met 2 grooten, blijkt dat elke groot gere- 
kend is geweest op ƒ0.02625, een bedrag voor dus- 
danige eenheid, dat wijst op een Pond Groot van 
240 X ƒ002625 of van ƒ6,30. 

Het Parisis was als 12de deel van het Pond Groot 
altoos een payement van 20 grooten of van tien stui- 
vers, en uit de waarde van den stuiver, hierboven be- 



i84 

rekend op / 0.0525, volgt dat dit Parisis een bedrag 
vertegenwoordigde van 10 X ƒ 0.0525 of ƒ0,525. 

De munt voor het Parisis was in betrekking tot 
het Pond Groot dus een geldstuk van tien stuivers. De 
helften daarvan waren de „Pièces de cinq sols'*, die 
gezegd worden 12de deelen van de Ecu te zijn. Eén 
zoodanig vijfstui verstuk gold dus voor /3. 15: 12 of 
ƒ0.2625, 't geen voor een tienstuiverstuk, voorde 
munt van het Parisis, weder het bedrag oplevert van 
ƒ0.525. I) 

In betrekking tot het later aangenomen nevenpond 
van ƒ6,00 moet rekening worden gehouden met de 
bekende verlaging van het Schild of de Ecu. Daarbij 
deed het Parisis ƒ0.50, de sol ƒ 0.0 5, de Liard ƒ0.0125 
en de denier ƒo.ooYIg. De sol van het Parisis be- 
schouwd als pond, had eene waarde van ƒ 0.02 5, over- 
eenkomende met onzen groot. 

Veel valt nog aan te voeren voor het gestelde be- 
drag van het oude Fransche Schild, doch alles wat 
strekken kan tot een doorgaande of aaneengeschakelde 
bewijsvoering daarvan, zal te zijner tijd plaats erlangen 
in de vervolgen van het werk, getiteld „De drie merk- 
waardige schellingen", van hetwelk onlangs de ver- 
schijning van het 2^"" Gedeelte ook in dit Tijdschrift 
werd vermeld. 

TAo/en, 

- ,. A. HOLLESTELLE. 

Juh 1900. 



i) Kennis der aloude en hcdendaagsche penningen door L.Jouert 
bladz. 306. 



i85 



Holland 1330. Enen ghoeden ghouden Halling van 
Florensche voir dertien grote^ enen enghelsche min. 

De muntzetting van 20 mei 1330, gegeven te Dor- 
drecht, door Willem III, graaf van Holland, is, vol- 
gens Prof. VAN DER Chijs, de eerste bekende, althans 
tot ons gekomene, hollandsche regeling van regee- 
ringswege, der muntspeciön. i) 

Het stuk is in zijn geheel te vinden bij VAN MIE- 
RIS 2), als handschrift in de Kon. Bibliotheek 3), bij 
VAN DER Chijs en verkort bij Hollestelle. 4) 

De tekst is duidelijk gesteld; alleen de 5* alinea, 
aan het hoofd dezes kursief gedrukt, heeft heel wat 
becijferingen in de war gebracht. Iedereen, ook Prof. 
VAN DER Chijs, begreep er uit: 

i gouden halling =13 grooten — i engels 
en daar i groot •=. 3 engels is: 

I gouden halling = 1273 grooten, 
tot eindelijk in 1892, de heer HOLLESTELLE (blz. 39) 
ons de verklaring gaf ,,dat het min hier niet in af- 
trekkenden, maar in te kort komenden zin moet 
worden genomen." Dus : 

I gouden halling =13 grooten -f- ^ engels 

of: I „ „ = 13V8 « 

Het is te betreuren dat HOLLESTELLE niet dadelijk 



1) P. O. VAN DER Chijs, deel Holland en Zeeland, bk. 162. 

2) F. VAN Mieris. Groot charterboek dergraaven van Holland 1754, 
deel II, blz. 496. 

3) Bouck van diversche calculatien. 

4) A. IIou.ESTEUJ£. Het schild en de daarmede in verband staande 
pondenstelsels. Tholen, 1S92. %^. blz. 35. 



i86 



bewijzen op zijne verklaring liet volgen, want thans 
werd die verklaring met wantrouwen ontvangen en 
beschouwd als verwrongen pour Ie besoin de la cause 
— dat de woordbeteekenis (min = plus) hier ver- 
draaid was, alleen om een goede uitkomst te ver- 
krijgen, te meer, omdat de schrijver op de blz. 66 
en 67 van hetzelfde boek 

^eenen scilt 1/2 mare 8 d. min" 
uitlegde als: „i schild = 1/2 niark — 8 penningen." 

En toch zijn er bewijzen te vinden dat HOLLE- 
STELLE juist gezien heeft. Op blz. 136 van de hol- 
landsche rekeningen i ) lezen wij : 

„III ^ grote, des was an royalen 45 ^ grote, 
„aen lammeren 40 ^ grote, an clenen florinen 26 ^ 
^rote; hier an es verloren, an eiken royale i d. gr., 
„aen elc lam i d. grote, aen eiken clenen florine 2 d. 
„ester., dat compt 6 ^ 15 se. 7 d. grote, dus blijft 
„die summe 104 tè 4 se. 5 d. grote." (Rekening 
van 1331.) 

Men neme hierbij in acht, dat : ghouden halling 
van Florensche, florin de Florenche, florenus de Flo- 
rentia, gulden floryn van Florense, cleyne guldine, 
cleen gulden, clene florine, enz , allemaal XIV* eeuw- 
sche hollandsche benamingen zijn van het muntstuk, 
dat wij thans florentijnsche goudgulden noemen. 

Bij de becijfering van deze post van 133 1, raadple- 
gen wij de aan 't hoofd dezes genoemde muntzetting 
van 1330, die ook aangeeft: 



i) De rekenineen der grafelijkheid van Holland onder het Hene- 
gouwsche huis, uitgegeven door Dr. H. G. Hamaker. Utrecht 1875. 
8». i« deel, blx. 136. 



187 



Enen ghouden royael voir zestien g^ote 
Enen ghouden lam voir vyftien grote 

en verkrijgen dan, dat er 45 <ffi grote: 16 grote of 

675 royalen en 40 ^ grote : 1 5 grote of 640 lammeren 

in de rekening van 1331 genoemd zijn. 
Hieran es verloren, 

an eiken royale i d. gr. of i X 675 = 675 d. gr. 

aen elc lam i „ „ ^ i X 640 = 640 „ „ 

Tezamen 1315 d. gr. 
Deze 1315 d. gr. aftrekkende van 6 ^ 1 5 se. 7 d. 
grote, i) geven tot rest 312 d. gr. voor 't verlies aan 
de clenen florinen. 

Aen eiken clenen florine werd 2 d. ester, of «/g d. 
gr. verloren, dus waren er in *t geheel : 3 1 2 : «/j = 
468 clenen florinen. 

En deze 468 stuks, gelijk gesteld met 26^ grote l), 
geeft voor i clenen florine of ghouden halling: 
6240 d. gr. : 468 = 131/8 d. grote of 13 d. gr. i engels. 
Het „dertien grote, enen enghelsche min" beteekent 
dus: 13 grooten + i engels. 

Joh. W. S. 



I) I 'tf = 20 scellinghe van 12 grote; dus = 1627 gr. 



Gemengde Berichten. 



De nieuwe eeuw. 

Van de Berliner Medaillen-Münze Otto Oertel, 
Berlin N. O., Gollnowstr. 13, ontvingen wij een prijs- 
krant met afbeeldingen van „Eeuwpenningen." De 
Vz. stelt voor eene gesluierde vrouw, de tijd, een 
uitgedoofde fakkel omgekeerd in de rechter-, een juist 
ontstokene in de linkerhand, symbolen van de schei- 
dende 19^ en komende 20* eeuw. De opschriften zijn 
in 1 1 talen, in het hoUandsch : TER EEUW VERWIS- 
SELING. De Kz. vertoont de Sphinx, beeld der 
ongewisse toekomst, met naar verkiezing ter zijden: 
1900 1901 of alleen: 19 01. De prijs der matzilveren 

fraaie stukken, groot 39 m.M., is M. 6.50. 

Z. 



Resolutie der Staten-G ener aal, 

Joovis, den VIIJ"* July 1621. 

Is aengedient dat bij de stadt Deventer gemunt 
worden groote quantite3rt van 28 stuvers penïï. onder 
haer weerde, die buytcn slandts gcsonden werden, ten 



i89 



eynde daer tegen soude werden versien, diewijle sulcx 
geschiet buyten ende tegen d'ordre van dese landen, 
mitsgaders tot preiuditie en reputatie van deselve. — 
Te schrijven serieuselijck aen (de) provinciën, dat 
zij het gemeene placcaet op ten provisionelen cours 
van tgelt exactelijck willen doen observeren, sonder 
de gemeente daerinne toe te geven. 

Fred. Galand. 



Waalsche penningen, 

In het Bulletin de la Commission de Fhisioire des 
Eglises Wallonnes^ geeft Dr. H. J. DE Dompierre de 
Chaufepié een zéér interessant artikel, dat naar het 
opschrift door meerdere gevolgd zal worden, over 
yjifédailles' Wallonnes.'' 

Er worden daarin een 2 Stal stukken beschreven, 
aanwezig op het Kon. Kabinet, een drietal fraaie 
platen bevatten afbeeldingen van nog niet afgebeelde 
stukken. 

Door den schrijver zal toestemming gevraagd wor- 
den om de beschrijving der niet in de handboeken 
voorkomende stukken en de platen ook in ons tijd- 
schrift op te mogen nemen. We twijfelen niet, of 
onze lezers zullen dit artikel met belangstelling tege- 
moet zien. Z. 



Een plakket als levend beeld. 

Op de feestavonden door de Alfensche vereenigin- 
%^xi bij gelegenheid van H. M's aanstaand huwelijk 



190 



aangeboden aan de burgerij en de schooljeugd, werd 
door de leden der tooneelvereeniging yj^halia^\ onA^x 
leiding van den voorzitter der regelingskommissie, 
(ons aldaar wonend medelid), de plakket Vredeskon- 
ferentie van BEGEER als levend beeld gegeven. De 
fraaie groep werd zeer toegejuicht. 



Aanvulling op DiRKS 181 3 — 1863. 

1857. 
3* Nederlandsch Nationaal Zangersfeest te Amsterdam. 

Vz. Opgelegd in verdiept veld een samengestrikte 
lier en het wapen van Amsterdam. 

Kz. Opgelegd in verdiept veld een lauwerkrans, 
omschrift gegraveerd: 

l^ NEDERL : NAT : ZANGERSFEEST 
AMSTERDAM 1857. 

In den krans gegraveerd: 

§soi. 

Goud, met oog en ring, 32 m.M. Mij welwillend 
ter beschrijving toegezonden door den heer HOL. 

Z. 



^Mlsevier"' en de Numismatiek, 

In het prospektus wdiVi Elsevier' s geïllustreerd Maand- 
schrift^ dat in 1901, na een tienjarig bestaan, in groo- 
ter formaat en op kunstdrukpapier gedrukt, verschijnt. 



I9Ï 



worden artikelen beloofd van de hand van speciali- 
teiten over verzamelaars en verzamelingen in Neder- 
land, als: o. a. Munten en Penningen. 

De I* afl. 1901 brengt eene bespreking van ons 
medelid J. C. WiENECKE en diens werk door C. Sna- 
BILIÉ, met welgelijkend portret van den artist en 
fraaie afbeeldingen van penningen en penningplaten, 
t. w. Perspenning {Inh, p, vC, 12), plakketten Am- 
sterdam {Inh. p, n". s), PENNINK VAN HEES WIJK 
(Mèd. en PI. modernes vC. 179), R. A. BUISMAN 
(n°. 180), penning Tentoonstelling Nederl. Zeewezen 
(n**. 225), Boerenmedaille (n". 226) en nieuwe wapen- 
zijde voor onze bronzen pasmunt. Wij zien uit dit 
artikel, dat WiENECKE geboren werd 24 Maart 1872, 
van zijn i6' — 19'' jaar aan de Quellinusschool te Am- 
sterdam onderwijs ontving van Bart van Hove e. a., 
daarna 2\ jaar aan de Akademie te Antwerpen en 
\\ jaar aan die te Brussel studeerde om daarop naar 
Parijs te gaan, om aan de Ecole des Beaux-Arts en 
aan vrije akademiën zich verder te bekwamen. In 1896 
viel hem de 2* prijs ten deel in den wedstrijd voor 

den Prix de Rome. 

Z. 

Prentbrief kaarten met afbeeldingen van 
nederlandsche historiepenningen. 

De prentbriefkaart, het mode-verzamelingsvoorwerp 
van den laatsten tijd, heeft zijne intrede gedaan in 
de numismatiek of wel deze heeft een plaats ingeno- 
men onder de vele en velerlei onderwerpen, die voor 
prentbricfktiarten motieven leveren. 

13 



192 



Het Koninklijk Penningkabinet te *s-Gravenhage be- 
dient zich van een viertal dier kaarten, vertoonende: 

A. Penning op de overwinning van de zilvervloot 
door Piet Hein in 1628. Vz. en Kz. (Van Loon II, 
bl. 173 n°. I.) 

B. Kz. van den penning op den dood van M. H. 
Tromp in 1653. (Zeeslag, van Loon II, bl. 376 n°. 3, 
gesneden door J. PoOL.) 

C. Penning op L*. Adm. E. M. KORTENAER, 1665. 
(Vz., niet bij VAN LoON, vervaardigd als portretpen- 
ning naar de schilderij van VAN DER Helst, Kz. = 
VAN Loon II, blz. 373. Deze penning komt voor in 
DiRKS Repertorium I, n°. 1403.) 

D. Penning op den vierdaagschen zeeslag in 1666. 
Vz. en Kz. (Verkleind formaat, VAN LoON II, bl. 546 
n°. I, gesneden door Adolffs Zoon.) 

De fraai uitgevoerde afbeeldingen mogen, veelvul- 
dig verspreid, een zaad gelijk zijn, dat in goede aarde 
valt, — de vrucht zij : liefde voor de vaderlandsche 
penningkunde. 

Ik ontving ook een prentbriefkaart met een fraaie 
afbeelding van PlER Pander^s penning op het huwe- 
lijk van H. M. de Koningin. 

Z. 



Tentoonstelling van moderne Medailles en Plaquetten 

te Leeuwarden, 

Van 20 December 1900—29 Januari 1901, (aan- 
vankelijk was 14 Januari als sluitingsdag bepaald), 
werd in de zaal der moderne schilderijen van het 



193 



museum van het Friesch Genootschap voor Geschied-, 
Oudheid- en Taalkunde, eene tentoonstelling gehouden 
van moderne penningen en plakketten. De katalogus 
telt 97 nummers nederlandsche kunst; we vinden 
vermeld werk van Begeer, Jünger, Pander, van 
HovE, Baars, Wienecke, Wortman en 's-Rijks 
munt; verder 196 nummers van fransche, italiaansche, 
zwitsersche, beiersche, oostenrijksche, duitsche, bel- 
gische en russische graveurs, enkele ontwerpen voor 
penningen en een 6-tal reliëfs van PlER PANDER. 



UIT DE PERS. 



Het wapen van H. M, de Koningin. 

Jhr. mr. ViCTOR DE Stuers schrijft aan h^t HbL\ 
„Met het oog op de tallooze wapenschilden van 
H. M. de Koningin, welke door allerlei kunstenaren 
staan afgebeeld te worden, is het misschien niet on- 
dienstig de aandacht te vestigen op het volgende: 

I. In een dezer dagen verschenen adelskalender zag 
ik het wapen der Koningin voor het eerst vereenigd 
met dat van den Hertog van Mecklemburg. Het eer- 
ste stond rechts van den toeschouwer (heraldiek links), 
het andere links. Dit is de gebruikelijke manier bij 
de vcreeniging van blazoenen van echtgenooten. Doch 
in het exceptioneel geval der Koningin komt het mij 
voor, dat haar wapen gesteld moet worden op de 
voornaamste plaats, d. i. links van den toeschouwer. 



194 



Meestal zie ik aan het wapenschild der Koningin 
den vorm geven van een langwerpig vierkant, aan 
den onderkant als een accolade beëindigd. Ik geloof 
dat dit verkeerd is. Die vorm toch is ontleend aan, 
of afgeleid van het middeleeuwsch gevechtschild, dat 
alleen voor mannen past. Voor vrouwen moet men 
een cartel, een paneel teekenen, ruitvormig of ovaal 
naar gelang van den stijl, doch zorgvuldig de gelij- 
keAis met een krijgsschild vermijdende. 

Ik weet wel dat sommigen beweren, dat de ruit- 
vorm of het ovaal alleen voor ongehuwde vrouwen 
past, doch die bewering is ongegrond. Men heeft 
slechts onze oude Hollandsche portretten te zien om 
zich daarvan te overtuigen. 

Voor het wapen van Hare Majesteit de Koningin- 
Moeder zie ik steeds afdeelingen, voorstellende twee 
onder één kroon vereenigde wapenschilden; dat van 
wijlen den Koning en dat van Waldeck. 

Dit schijnt mij onjuist. Ieder persoon kan slechts 
één wapenschild hebben. Tijdens het leven des Ko- 
nings mocht men diens wapenschild afbeelden met 
dat zijner gemalin daarnaast. Thans heeft dit geen 
zin. Thans moet men één enkel schild afbeelden, 
waarin het blazoen van wijlen den Koning opgeno- 
men is; dus „parti** rechts (voor den toeschouwer 
links) het wapen des Konings, links dat van Waldeck 
en dan ruitvormig of ovaal." 



Ï95 



Iets over Transvaalsche munt. 



De Frankfurter Münzbldtter deelde onlangs het 
een en ander mede omtrent bovenstaand onderwerp, 
waaraan het volgende is ontleend: 

De machines der staatsmunt te Pretoria zijn in 
1893 te Berlijn vervaardigd. Nu wilde het ongeluk, 
dat op de eerstgeslagen stukken onder het borstbeeld 
van den President werden gegraveerd de initialen van 
den stempelsnijder O(tto) S(chuh) zoodat men op de 
voorzijde, onder het borstbeeld, het min vleiende 
ephitheton OS las. 

Wanneer wij ons niet bedriegen, was er ook nog 
een onjuistheid in de boomen van den wagen in het 
wapen ; er waren er twee aangegeven, terwijl er altijd 
maar één in het midden is. De muntmeester, die van 
af 1899 tot het midden van 19CX) aan het hoofd der 
munt stond, H. W. Grimm, verhaalt, dat er in 1899 
munten met het jaartal 1898 geslagen waren, daar 
de nieuw bestelde stempels uit Berlijn niet door kon- 
den. Wel werden er in 1899 gouden ponden gesla- 
gen met aan de keerzijde 1898, aan de voorzijde, 
onder het borstbeeld van den president, met een 
handstempel ingeslagen, 1899. Er schijnen maar 104 
zulke stukken te bestaan. 

Aan het eind, voor den val van Pretoria, zijn ech- 
ter nog stukken met 1900 geslagen (24000). 

Toen de Regeering Pretoria verliet, nam zij al het 
goud mede en ook enkele gouden plaatjes, die noch 
niet waren afgestempeld, maar toch in Waterval bo- 
ven als betaalmiddel dienden; er schijnen er te be- 



196 



staan met en zonder gekartelden rand. Het Pen- 
ningkabinet te 's-Gravenhage is er een machtig ge- 
worden. 

Door de Engelschen zijn de machines uit elkander 
genomen en is de Munt gesloten. 



De Senaat van Lübeck heeft besloten gebruik te 
maken van het recht der vrijstad om eigen munt 
te laten slaan. Er zullen dientengevolge in de 
Berlijnsche Munt stukken van tien en van twee Mark 
worden geslagen met het Lübecksche wapen. 



Een kostbare muntverzameling. 

Koning ViCTOR Emanuel III van Italië is een der 
ijverigste muntverzamelaars van Europa. Eenigen tijd 
geleden gelukte het zijn „numismatieken" vertrouwe- 
ling ViTALlNl, de beroemde verzameling van den 
ruim een jaar geleden gestorven senator Marignoli, 
marchese de Montecorona, voor den koning aan te 
koopen, waardoor werd voorkomen, dat deze munt- 
schat van den eersten rang, wijd en zijd werd ver 
spreid. 

De verzameling Marignoli bestaat uit circa 35.000 
stuks, waarvan 3000 gouden munten en medailles. 
Daar MARIGNOLI indertijd ook de verzamelingen 
KOLBE, ACQUARI en Vergara del Baruffi had 
aangekocht, gelukte het hem de meest compleete ver- 
zameling Italiaansche munten bijeen te brengen, die 



197 



alle soorten, een tweehonderd, omvat, van den gothi- 
schen tot op onzen tijd. Vooral is belangrijk de 
verzameling „antiquiores," d. w. z. de Paus-munten, 
van Gregorius III (731— 751) en Zacharias(74I — 
752) tot Paschalis II (1099— II 18). Merkwaardig 
zijn in deze collectie ook nog eene verzameling gou- 
den munten van romeinsche senatoren, eene volledige 
collectie Dogenmunten, enz. 

Daar de verzameling des konings tot nu toe 1 5.000 
munten telde, behalve de duplicaten, stijgt dit aantal 
tot 50.000, de grootste in Italië, de volledigste ter 
wereld, wat Italiaansche munten betreft, ofschoon 
sommige Italiaansche steden, als Milaan, Florence, 
Napels en Venetië, ook mooie verzamelingen bezitten. 

De aankoop des konings heeft ook daarom voor 
de numismatiek groote waarde, omdat de vorige eige- 
naar altijd weigerde haar te catalogiseeren, veel min- 
der er aan dacht ze ter bezichtiging te stellen. De 
koning heeft onmiddellijk met het catalogiseeren laten 
aanvangen en vertoeft 's morgens gewoonlijk eenige 
uren in zijne verzameling. In den loop dezes jaars zal 
reeds een gedeelte van den catalogus het licht zien. 

Naar men zegt, heeft hij zijn hartstocht voor mun- 
ten te danken aan zijne Engelsche gouvernante, miss 
Lee, terwijl zijn militaire gouverneur, kolonel OsiO, 
hem later daarin heeft versterkt. {Avondpost,) 



Voor het numismatische congres maakte de zoo 
ongelukkig aan zijn eind gekomen graveur DANIEL 
DUPUIS een plaquette, mooi gemodelleerd, maar toch 



198 



eenigszins zonderling van opvatting. In een kamer, 
waar men door het venster de boomen van een tuin 
ziet, zit, voor een met boeken en schrijfgereedschap 
beladen tafel, een halfnaakte vrouw door een ver- 
grootglas munten te bezichtigen. De indruk dezer 
voorstelling is dwaas en men is geneigd te vragen: 
„Zoudt gij u niet eerst aankleeden, voordat gij u 
overgeeft aan de Numismatiek." Deze wijze van 
munten te bestudeeren is alleen mogelijk in zeer 
warme landen en niet gaarne zag ik Nederland^s Nu- 
mismaten in deze dracht studeeren. Toch is juist 
die zotheid zeer leerzaam, omdat ze bewijst, hoe 
voorzichtig men zijn moet met symbolische voorstel- 
lingen. Niemand zal zich ergeren aan de halfnaakte 
vrouwenfiguur b. v. op de medaille van den club 
Alpin van ROTY — waar een vrouw den bergbestij- 
ger den weg wijst, dat komt omdat daar de omge- 
ving ook geïdealiseerd is, maar op het draagteeken 
van DUPUIS is er botsing tusschen de symbolische 
vrouw en de gewone omgeving — de boeken, het 
venster, de tafel, de inktkoker! (N. R. CV.) 



BOEKAANKONDIGING. 

Congres international de numismatique réuni h 
Paris, en 1900. 

Procès-verbaux et mémoires publiés par MM. LE 

COMTE DE CaSTELLANE et ADRIEN BLANCHET. 

De op het einde van 1900 verschenen procès- 
verbaux en mémoires — deze laatste 35 in getal — 



199 



van het congres international de numismatique, ge- 
houden te Parijs in 1900, vormen een lijvig boekdeel, 
met 34 platen. 

Züoals van een geleerd genootschap, als de Société 
fran^aise de Numismatique, van wie het kongres was 
uitgegaan, te wachten was, is het grootste gedeelte 
der mémoires aan de studie der „antieken" gewijd. 
Daaronder komen zeer belangrijke bijdragen voor. 
Zoo leert ons ROBERT MOWAT een nieuwe zienswijze 
kennen om het bestaan der „monnaies de restitution" 
van de romeinsche keizers te verklaren. Dit zouden 
aanvulsels zijn van verloren gegane exemplaren uit de 
standaardverzamelingen die van regeeringswege in de 
1»'* en 2^* eeuw waren aangelegd, en die zeer waar- 
schijnlijk op het kapitool werden bewaard. Deze ver- 
zamelingen moeten dikwijls door brand en anderszins 
gedeeltelijk zijn vernietigd. 

De reeks mémoires begint met een bijdrage over 
^U Róle de la tiumistnatique dans Ie mouvement 
scientifique contemporaine' van Ettore Gabrici. De 
schrijver verzekert ons dat de numismatiek zich thans 
geheel van de archeologie heeft losgemaakt, doch wil 
zij als afzonderlijke wetenschap een eerste plaats blij- 
ven innemen, dan dient zij zich voornamelijk te gaan 
bewegen in de ^cercle des sciences économiquesy 

De „numismatique du moyen-Age" is uitstekend ver- 
tegenwoordigd door P Bordeaux: Classement de 
monnaies carolingiennes in^'dites. De geleerde nu- 
mismaat debuteert met een denarius van LOTHARIUS 
tot omschrift hebbende: LOTARIVr^. REX AGVSTV«; 
het unieke stuk zou in 823 of daaromtrent geslagen 






200 



zijn, toen LOTHARIUS te Rome den titel van Augustus 
kreeg bij zijn kroning tot Koning van Italië. 

De overige munten in het artikel vervat, betreffen 
een denarius van Karel III den Eenvoudige, te 
Compiègne, een dito en een obool met RVDVLFVS 
REX van koning Raoul te Chalons-sur-Saone, tus- 
schen 923 en 936 geslagen. Een denier metREGNA 
CIVITAS wordt aan Regensburg en een obool met 
SCA — MAR aan Straatsburg toegewezen. 

De nederlandsche muntkunde wordt verrijkt met 
een bijdrage van M. DE Marchéville: La monnaie 
(Tor de Louis DE Crecy, comte de Flandre. 

M. DE Laigue, fransch consul te Rotterdam, geeft 
in zijn ^^Remaniement du type des monnaies content- 
poraines'' zijn misnoegen te kennen over de onbe- 
duidendheid der voorstellingen op de hedendaagsche 
munten, en verlangt dat men, even als dat in oude 
tijden geschiedde, op de munten merkwaardige ge- 
beurtenissen uit de respektieve landen zou plaatsen, 
b. V. voor Frankrijk, de begrafenis van ViCTOR HuGO, 
de tentoonstelling van 1900, de inbezitneming van 
Tunis en die van Madagascar, enz., enz. 

Een vijftal platen geven nadrukken van Venetiaan- 
sche muntzettingen uit de XVI* eeuw, die zeer goed 
zijn uitgevallen. 

^^Les lois anciennes relatives a Finvention des trésors*' 
van Adrien Blanchet, sluit op merkwaardige wijze 
de reeks van geleerde bijdragen, waarop de Société 
franqaise de numismatique met voldoening kan terugzien. 

M. D. M. 



Inhoudsopgave der Tydschriften die het Genootschap 

in ruiling ontvangt. 



Revue Beige de numismatique. 
19CX). 57* année. i* livraison. 

I. Deux dépóts de deniers consulaires romains, par 
M. Max Bahrfeldt. 

II. Un demi-gros a Técu aux quatre lions frappe 
h Schoonvorst, par GÉRARD, duc de JULIERS 
et DE Berg, comte de Ravensberg, (1437 ^ 
1475), par M. Ie V* B. DE JONGHE. 

III. La numismatique de LOUIS XVIII dans les 
provinces belges en 1815 (suite et fin), par 
M. P. Bordeaux. 

IV. Numismatique et sigillographie bruxelloises. Les 
anciens serments d'arbalétriers et d'archers de 
Bruxelles. Leurs sceaux, leurs médailles et leurs 
jetons, par M. F. Alvin. 

V. Les médailles de Constantin et d'Héraclius, par 
M. J. SiMONIS. 

VI. Rectification k VAN LoON, par M. R. RiCHEBÉ. 



202 

Mittheilungen der Bayerischen Numismati- 
schen Gesellschaft. 

XIX Jahrgang. 1900. II. Heft. 

Beitr^lge zur Kritik der deutschen Kunstmedaillen. 
Von Dr. EUGEN Merzbacher. (Mit Tafel I.) 

Aus bayerischen Archiven. Von J. V. VuLL. 

Süddeutsche Halbbracteaten. Von LUDWIG V. BüR- 
KEL. (Hierzu Tafel II— IV.) 

Ueber einige Medailien Albrechts V und seiner 
Söhne. Von Dr. Georg Habich. (Mit Tafel V.) 



Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland 
en Nederlanders betrekking hebbende Pen- 
ningen, geslagen na November 1863 

(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks) 

DOOR 

W. K. F. ZWIERZINA 

( Vervolg,) 



23«^. Als voren. 

Linksgewende staande leeuw met kroon en 
zwaard, in den linkervoorpoot een slang, om- 
schrift: 

NEERLANDS VRYHEID 
1572 1872 

omgeven door gestileerde lauwertakken. Een- 
zijdig. 

Geel koper met oog, 37 m.M., Verz. du Crocq. 

23«». Als voren. 

Bedeltasch, waarop een bril, (Brielle) met den 
riem hangende om een den tasch omgevende 
jarretière met het opschrift: 

SI NON NOBIS U SALTEM POSTERIS. 

Zilver met oog en ring, eenzijdig, 25 bij 29 
m.M., Verz. du Crocq. 

14 



204 

3;i«^\ Als voren. 

Houten, oranje geverfde knoop, met inge- 
sloten zilveren plaatje, waarop rechtsgewende 
staande leeuw met kroon, zwaard en speer met 
vrijheidshoed, een draak vertredende. 

Omschrift: — i april — 

1572 — 1872 

Groot 26 m.M., Verz. du Crocq. 

236^. Als voren. 

Onopgetuigde driemaster, omschrift op twee 
regels : 

SCHEEPSOPTUIGERS-VEREENIGING 
NOG TIJDIG ONTWAAKT 

Tin met oog, 26 m.M., Verz. du Crocq. 

Gedragen bij den optocht te Amsterdam. 

236*^. Als voren. 

Letterblokje met gevleugelde A 

Or» twf^f^ Af^r 7uAf^n' J^"* «nschede & zonen 

Vyp LWCC UCl ^IJUCU. LETTERGIETERU TB HAARLEM 

en: 1572 — brielle — 1872 

Letterspecie, lang 21 m.M., Verz. du Crocq. 

Gestrooid bij den optocht te Haarlem. 

237. 1872. I April 

Hulde aan de kommissie voor de viering van 
het derde eeuwfeest van Nederlands onaf- 
hankelijkheid te Schiedam. 

Vz. De stedemaagd, kenbaar aan de op haar 
hoofd geplaatste muurkroon, links gezeten, biedt 



205 

met de rechterhand een krans aan, terwijl haar 
linkerarm op het naast haar staande wapen 
der gemeente Schiedam rust. 

Op den sokel : s. de vries 's hage 

In de afsnede: SCHIEDAM. 

Omschrift: herinnering aan het derde 

EEUWFEEST I APRIL 1872. 

Kz. In het veld: 

• 

AAN-DE-LEDEN- 

VAN-DE-COMMISSIE-ONDER- 

WIER-LEIDING-EN-TOEZICHT- 

HET-FEEST-TER-HERINNERING- 

VAN-DE-VESTIGING-ONZER- 

ONAFHANKELIJKHEID-IN-I572- 

OP-DEN- 1 -APRIL- 1 872-TE-SCHIEDAM- 

IS-GEVIERD-W^ORDT-DEZE-PENNING- 

ALS-HULDEBETOON-VOOR-HUNNE- 

VERRICHTINGEN-DOOR-DE- 

INGEZETENEN-DANKBAAR- 

AANGEBODEN. 

• 

Zilver, 45 m.M., Verz. v. Dijk v. Matenesse. 

Hiervan zijn slechts 28 stuks geslagen, waarna de stempels ver- 
nietigd zijn, blijkens eene daarvan opgemaakte oorkonde. De exem- 
plaren zijn verdeeld : 25 aan de feestkommissie, i voor den heer van 
Dijk van Matenesse, i voor de gemeente Schiedam en i voor het 
Kon. Penningkabinet te 's-Gravenhage. 

2:18. 1870. 6 April. 

Hulde aan de feestkommissie te Vlissingen. 

Vz. Het gekroonde wapen van Vlissingen. 
Omschrift: 1572 6 april 1872. 



206 



Kz. Opschrift: 

HULDE 

aan de 

Feestcommissie 

Zilver, 42 m.M., net gegraveerd, Oudheids- 
kamer te Vlissingen. 

239. 1872. 15 Mei. 

Overbrenging van het stoffelijk overschot van 
Prinses Hendrik der Nederlanden. 

Vz. De door de koningskroon gedekte 
wapens van Prins Hendrik der Nederlanden 
en van Saksen -Weimar. 

Omschrift boven: 
* A LA MEMOIRE DE NOTRE BIEN-AIMÉE 
PRINCESSE * 

AMELIE M. D. G. A. DE SAXE-WEIMAR 

V>rilUCl . DÉCÉDÉE LE I MAI 1872, A' 

WALFERDANGE 

Kz. Katafalk, dragende onder een troon- 
hemel met de koningskroon en de letter ü, 
de onder bloemen en kransen bedolven lijk- 
kist. Voor tegen den katafalk de gekroonde 
wapens van den prins en de prinses; onder den 
katafalk links in miniatuurletters : albert wunsch, 
in het midden het op een gekroonden mantel 
rustende wapen van Luxemburg. 

Omschrift: * TRANSLATION DES CEN- 



207 



DRES DE S. A. R. LA PRINCESSE HENRI 
DES PAYS=BAS. 

Onder om den katafalk: 

LUXEMBOURG 1$ MAI 1872 

ELLE FUT ENLEVÉE TROP TÓT A l'aMOUR DES 
LUXEMBOURGEOIS. 

Tin, 49 m.M., Verz. Z. 

Amalie Maria da Gloria Augusta, hertogin van Saksen-Wei- 
MAR-EiSENACH, huwde den 19 Mei 1853 met Z. K. H. Willem 
Frederik Hendrik, prins der Nederlanden (Zie Dirks 744). Het 
huwelijk bleef kinderloos. 

240. 1872, 4 Juni. 

Onthulling van het monument ter gedachtenis 

van Graaf Adolf van Nassau en van 

den slag bij Heiligerlee. 

Vz. Het linksgewend hoofd van Z. M. Koning 
Willem III, daaronder: s. de vries - 's hage. 

Omschrift: WILLEM III KONING — DER 
NEDERLANDEN. 

Kz. Onder een kroon en een lint de wapens 
van Friesland, Groningen en Drenthe, daarbo- 
ven HEILIGERLEE en daaronder 1568 — 1872. 

Omschrift: * NEERLANDS-NOORDENJU- 
BELTDEN.KONING.TEGEMOET. 

Zilver, met oog en ring, 32 m.M.,Verz.TEYLER. 

Den 24 Mei 1568 versloeg graaf Lodewqk van Nassau den Graaf 
van Aremberg bij het klooster Heiligerlee, nabij Winschoten, welke 
aanvoerder met ruim 500 Spanjaxu'den het leven lieten. Van onxe 
zijde was het verlies slechts enkele ruiters, doch sneuvelde Graaf 
Adolf van Nassau, broeder van Prins Willem I, wiens naam in 
het Wilhelmuslied voortleeft: 



208 



„Graaf Adolf is gebleven 

„In Friesland in den slag, 
„Zijn ziel in 't eeuwig leven 

„Verwacht den jongsten dag." 

Den 24 Mei 1868 werd bij gelegenheid van den 300»»«» verjaar- 
dag van den slag de eerste steen gelegd voor het door den schilder 
Egenberger ontworpen monument, in tegenwoordigheid vati den 
Prins VAN Oranje en Prins Hendrik. 

De penning is geslagen volgens Oranjepmningin 1299 op het 
voorgenomen bezoek van Z. M. Koning Willem IIL 

241. 1872. 4 Juni. 

Overlijden Mr. J. R. Thorbecke, te 

's-Gravenhage. 

Vz. Zijn linksgewend hoofd, daaronder: 

M. C. DE VRIES JR. 

Omschrift: mr. johan rudolph thorbecke. 
Kz. In het veld: Faksimilé der handtee- 
kening van Thorbecke, daaronder: 

GEBOREN TE ZWOLLE 
15 JANUARY 1798 

OVERLEDEN 

TE 's GRAVENHAGE 

4 JUNY 1872. 

Omschrift: * de naam van het genie is 

ZYN WAARDIGSTE LOFREDENAAR. 

Zilver en brons, 55 m.M., Verz. Z. 

242. Als voren. 

Vz. Zijn linksgewend hoofd, daaronder: 

S. DE VRIES 
's HAGE 

Omschrift in twee regels: 
binnen: mr- johan-rudolph- thorbecke 



209 



boven : e» geboren-te-zwolle- i 5*januarij- i 798 ^ 
onder: overleden-te-'sgravenhage-4-junij«i872 
Kz. Binnen een met linten omslingerden lau- 
werkrans, waarop vijf wapens: Universiteit Lei- 
den, Thorbecke, (in zilver een snoek van natuur- 
lijke kleur, zwemmende op een gegolfden dwars- 
balk van acht stukken, beurtelings blauw en 
zilver), Nederland, Zwolle, Universiteit Gent — 
en beneden een opengeslagen boek, op welks 
bladen is ingegrift: 

GROND 17 MAART 

1848 



het opschrift: 3I.oct-i849- 

TOT 

i9-april-i853 



I-FEB-l862- 

TOT 

IO«FEB-l866- 



3-jAN-i87i- 

TOT 

4-JUNIJ.I872 
Omschrift : * de-grondwet-mag-niet-eene- 

LOUTERE«VORM-ZIJ«MOET-EEN-NATIONALE-KRACHT- 
WEZEN- 

Brons, 44 m.M., Verz. Z. 

Thorbecke studeerde te Amsterdam en Leiden, waar hij in i8ao 
in de letteren en in de beide rechten promoveerde, bezocht daarna 
verscheidene duitsche universiteiten, o. a. Göttingen en Berlijn en 
vestigde zich als advokaat te Amsterdam, doch werd reeds een jaar 
later benoemd tot hoogleeraar te Gent, welk ambt hij bij de revo- 
lutie van 1830 neerlegde om zich te Leiden te vestigen, waar hij 
weldra als professor in de staats- en rechtsgeschiedenis werd benoemd. 
In 1840 gekozen tot lid der 2* kamer, diende hij met 8 medeleden 



2IO 



het bekende voorstel tot Grondwetsherziening in, dat echter 30 Mei 
1845 werd verworpen. In Maart 1848, als lid der kommissie voor 
de Grondwetsherziening benoemd, zag hij haar ontwerp aangenomen 
en 3 November 1848 afgekondigd. De data op de Kz. van den 
tweeden penning zijn de tijdperken, waarop hij als Premier met de 
portefeuille van Binnenlandsche Zaken was belast, welke hij de eerste 
maal tengevolge van de Aprilbeweging in 1853, wegens de invoering 
der bisschoppelijke hiërarchie, moest nederleggen. Vele belangrijke 
staatkundige geschriften verschenen van zijne hand. Nederland eerde 
hem door een standbeeld, waaraan 's-Gravenhage eerst een plaats wei- 
gerde en dat toen te Amsterdam is verrezen. 

243. 1872. 26 Juni. 

Onthulling van het standbeeld van H. Boerhaave, 

te Leiden. 

Vz. Zijn linksgewend borstbeeld in toga. 

Omschrift: HERMAN BOERHAAVE GEB. 
31 DEC. 1668 — OVERL. 23 SEPT. 1738. 

Kz. De afbeelding van het standbeeld, 
beneden links: j. t. stracké sc, rechts: j. p. 

V. D. KELLEN F. 

Omschrift: ONTHULD TE LEIDEN-DEN 
26 JUNI 1872. 

Zilver en brons, 54 m.M., Verz. Teyler. 

Boerhaave werd 31 December 1668 te Voorhout geboren, waar 
zijn vader predikant was; hij bezocht de leidsche akademie, waar 
hij in 1689 tot dokter in de wijsbegeerte promoveerde, doch ging 
daarop geneeskunde studeeren, waarin hij 15 Juli 1693 te Harderwijk 
promoveerde, om zich te Leiden als geneesheer te vestigen. 

In 1701 werd hij lektor, in 1709 hoogleeraar aldaar in de schei- 
en natuurkunde, welk ambt hij in 1729, door ziekte daartoe genood- 
zaakt, moest nederleggen, doch vervolgde hij tot kort voor zijn dood 
zijne lessen in de geneeskunde. Als bewijs van zijne groote beroemd- 
heid wordt aangehaald, dat een brief uit een ander werelddeel met 
het adres: „Aan Boerhaave in Europa," terstond zijne bestemming 
bereikte. 



211 



244. 1872, 26 — 27 Juni. 

Tweede eeuwfeest van de verdediging 

van Aardenburg. 

Vz. Het gekroonde wapen van Aardenburg 
met twee leeuwen als schildhouders. 

Omschrift : TWEEDE EEUWFEEST VAN 
AARDENBURG'SVERDEDIGING 1672-1872. 

Kz. Een rechts staande vrouw, met een 
muurkroon op het hoofd, leunt met haar rech- 
terhand op een ploeg, geplaatst in een koren- 
veld, en houdt in haar linkerhand een lauwer- 
krans, voor haar rechts een kamrad, hoorn 
van overvloed en bijenkorf. In de afsnede een 
bliksem en daaronder : l wiener 

Omschrift: O zij hebben hunne zwaarden 

GESLAGEN TOT SPADEN EN HUNNE SPIESEN TOT 
SIKKELEN 

Zilver en brons, 48 m.M., Verz. Teyler. 

In 1672 werden de fransche troepen, die tot tweemalen toe 
Aardenburg stormenderhand trachtten in te nemen, met groot verlies 
teruggeslagen, waardoor zij genoodzaakt waren, zich uit Staats- Vlaan- 
deren temg te trekken. 

245. 1872. 7 Juli. 

Presentiepenning van de Société Royale de 
Numismatique de Belgique met borst- 
beeld van Th. van Berckel. 



Vz. Geheel gelijk aan n^ 189. 



212 



Kz. 



^° DE ^^ 



NUMISMATIQUE 

DE BELGIQUE 

ASSEMBLEE 

in eikenkrans. 

Brons, 33 m.M., Verz. Snoeck. 

Bijdragen, 2* druk, n**. 534. 

24«. 1872. 10 Juli. 

Gedenkpenninkje voor Wilhelmina Jacoba 

VAN ZUIJLEN. 

Vz. In het veld: 

DE WEDUWE 

LEONARDUS 

FRANCISCUS 

DE BRUIJN=VAN ZUIJLEN 

AAN 

WILHELMINA JACOBA 

VAN ZUIJLEN 

Kz. In een lauwerkrans: 

10 JULI 

1822 — 1872 
Brons, 32 m.M., door J. P. Menger. Verz. 
Teyler. 

247. 1872. 12-17 Augustus. 

Nationale wedstrijd van den Nederlandschen Weer- 
baarheidsbond te Apeldoorn.(Wiesselsche heide). 



213 

Vz. Linksgewend hoofd van Z. M. Koning 
Willem III, daaronder: s. de vries, 'shage. 
Omschrift : 

WILLEM III KONING DER NEDERLANDEN. 

Kz. Het gekroonde wapen van Apeldoorn 
op twee gekruiste buksen, een patroontasch 
en een lauwer- en eiketak, daaronder: 

APELDOORN. 

Omschrift op matten rand: ned. weerbaar- 

HEIDSBOND * NAT. WEDSTRIJD. IN AUG. 1872 • 

Brons en kompositie, 32 m.M., Verz. Z. 

248. Dezelfde met het jaartal 1870 in 1872 

veranderd. 

Deze wedstrijd had in 1870 moeten plaats hebben, doch werd 
toen om den fransch-duitschen oorlog en in het jaar 1871 om de 
heerschende cholera-epidemie uitgesteld. 

De penning werd reeds in 1870 vervaardigd, (zie no. 168), later is 
het jaartal veranderd en daarna de stempel afgekeurd en een nieuwe 
vervaardigd. 

De 3 exemplaren der verschillende stempels in Teylers Penningkab. 

249. Als voren. 

Penning voor de korpsprijzen bij 
dezen schietwedstrijd. 

Te vergeefs opgevraagd in het Tijdschrift. 

Vermoedelijk een der prijspenningen van „de Zwijger*' te Utrecht, 
n« 117. 192 of n««. 278, 355. 

250. 1872. 28 Augustus. 

2* Eeuwfeest van het ontzet van Groningen. 
Vz. De stedemaagd met pantser en muur- 



214 

kroon, links staande; zij houdt hare rechter- 
hand boven een altaar, waarop een kussen 
met twee sleutels geplaatst is en op welks 
voorzijde het wapen van Groningen gebeiteld 
is en heeft in hare linkerhand de stedelijke 
banier. Aan hare voeten rechts ligt de neder- 
landsche leeuw. 

In het veld links: j. h. egenberger. inv. en rechts: 
P. MENGER F. In de afsnede : «^oningen^constant 

Omschrift: onder mijne hoede veilig. 

Kz. Een triomfboog op vier kolommen, 
waarin op een zuil het borstbeeld van Raben- 
HAUPT prijkt, op de voorzijde der zuil: ter eere 
RABENHAUPT, op het frfes van den boog mdccclxxh 
links en rechts van den boog kanonnen, kogels 
en vaandels, In het veld rechts j. p. m. menger f. 

In de afsnede: 

het tweede eeuwfeest 

VAN GRONINGENS ONTZET 
GEVIERD 28 AUG. 1872. 

Omschrift: DOOR MOED EN BELEID. 
Brons, 54 m.M., Verz. Z., Tijdschrift 1894, 
blz. 17. 

Jaarlijks wordt te Groningen de 28»*« Augustus feestelijk gevierd, 
ter herinnering aan het ontzet der stad van het beleg door de bis- 
schoppen van Munster en Keulen door Rabenhaupt in 1672. 

251. 1872. II September. 

Festival uitgeschreven door de liedertafel 
„Concordia" te Vlissingen. 



215 

Vz, Parelcirkel omgeven door samengestrikte 
lauwer- en eikentakken, daarbinnen: 

Omschrift : • S» • ukdertafel concordia 

In het veld in een doorbroken cirkel met 
ornementen: 

VLISSINGEN 



^-^ 



Kz. Cartouche met cirkelvormig binnenveld 
waarin : 

1872 
Zilver, met oog en ring, 38 m.M., Oudheids- 
kamer te Vlissingen. 

Den II September 1872 werd aan de liedertafel „Concordia" te 
\'lissingen een banier aangeboden, bij welke gelegenheid door diverse 
fanfare- en harmoniekorpsen op de Groote Markt en daarna in den 
Prinsentuin door direrse liedertafels en zangvereenigingen eene uit- 
voering werd gegeven. 

In optocht begaf men zich van de plaats van bijeenkomst, het 
y^Beeldenhuis" op het Dok, naar de Groote Markt, waar de aanbieding 
der banier plaats had en nA de muziekuitvoering naar den Prinsen- 
tuin, waar ni afloop der zangnummers het „eeremetaal" werd uitge- 
reikt. N'. 15 van den optocht was een „rijtuig met eenige jonge 
dames, met zich voerende de BANIER en de Medailles, welke uit- 
gereikt zuUen worden." 

(Ontleend aan het mij door mej. M. de Man te Middelburg toe- 
gezonden programma.) 

252. 1872. 21 — 30 September. 

25-Jarig bestaan der Hollandsche Maatschappij 
van Landbouw, gevierd te 's-Gravenhage. 



2l6 



Vz. In een bloemkrans, onder de door een 
lint met het opschrift : bid en werk verbonden 
wapens van Zuid-Holland en 's-Gravenhage. 

ZILVEREN JUBELVIERING 

DER 

HOLL. MAATSCHAPPIJ 

VAN LANDBOUW 

's GRAVENHAGE 

daaronder een bloemtak. 

Kz. Ceres links gezeten, omgeven door land- 
bouw-attributen. Op de afsnede : s. de vries 's hagk 

In de afsnede : "-^°l^fi:^f^^^^ 
Brons, 50 m.M., Verz. Z. 

Deze maatschappij heeft hare ± 90 afdeelingen zoowel in Noord' 
als in Zuid-Holland; haar doel is de verbetering van den maatschap- 
pelijken toestand en de welvaart van de landbouwers, benevens de 
verbetering en de bevordering van het landbouwbedrijf in den 
meest uitgebreiden zin, met name: veeteelt en zuivel bereiding, tuin- 
en akkerbouw, boom- en bloemkweekerij, hout-, riet- en biezenteelt. 

Het 25jarig bestaan werd gevierd door eene uitstekend geslaagde 
en bizonder uitgebreide landbouwtentoonstelling in het Malieveld te 
*s-Gravenhage. 

253. Als voren. 

Prijspenning der Staten van Zuid-Holland 
voor de tentoonstelling te 's-Gravenhage. 

Vz. Het gekroonde provinciale wapen, daarbo- 
ven: PROVINCIE, en daaronder: zuid-holland 
Kz. Glad veld, omgeven door een lauwerkrans. 
Omschrift: landbouw tentoonstelling 

's GRAVENHAGE. SEPTEMBER 1872. 

Brons, 48 m.M., door J. P. M. Menger, Leidsch 
Penn. Kab. 



217 

254. 1872. 15 Oktober. 

Dr. f. C. Donders, te Utrecht, 25 jaar 

hoogleeraar. 

Vz. Zijn linksgewend hoofd, daaronder: 

S. DE VRIES 

Omschrift: franciscus cornelius donders 
Kz. In het veld, onder een zespuntige ster 
in acht regels : praeceptgri- carissimo — socii- 

SENAT. VETERAN. — ET- NON- PAVCI CORP. 

STVDIOS. VLTRAIECT. ADSCRIPTI D. XV. M. 

OCTOB. AN. — M-D-CCC-LXXII 

Brons, 44 m.M., Verz. Z. 

In goud aan prof. Donders vereerd. 

Bijdragen 2^ druk n°. 535. 

Donders werd 27 Mei 18 18 te Tilburg geboren, studeerde te 
Utrecht en promoveerde in 1840 te Leiden, waarna hij tot officier 
van gezondheid werd benoemd. 

Na te Vlissingen en te 's-Gravenhage in garnizoen te hebben gelegen, 
werd hij in 1842 leeraar in de anatomie en physiologie aan het mi- 
litair hospitaal te Utrecht, in 1847 hoogleeraar in de physiologie, 
weefselleer en oogheelkunde aldaar, waar hij omstreeks 1851 het 
„Nederlandsch gasthuis voor ooglijders'* (met daaraan verbonden weten- 
schappelijken kursus) en in 1867 het physiologisch laboratorium stichtte. 

Behalve door zijne talrijke geleerde geschriften, verwierf hij als 
oogheelkundige een wereldberoemden naam. Tal van ridderorden 
sierden zijne borst, de grootste wetenschappelijke genootschappen in 
binnen- en buitenland eerden hem door hem het lidmaatschap aan 
te bieden. 

In 1888 verkreeg hij op grond van zijn 7ojarigen leeftijd zijn eme- 
ritaat (zie n*. 784) en overleed 24 Maart 1889 te Utrecht. 

255. 1872. 

Prijspenning der Ned. Maatschappij voor 
Tuinbouw en Plantkunde. 



2l8 



Het door een krans van bloemen en vruch- 
ten omgeven gekroonde nederlandsche wapen 
met twee leeuwen als schildhouders, rustende 
op 2 omlaaggewende vlaggetjes en een lint met 
de spreuk : je maintiendrai 

Omschrift: • nederlandsche maatschappij 

VOOR TUINBOUW EN PLANTKUNDE 

Kz. Glad veld, omgeven door samenge- 
strikte lauwer- en eiketakken. 

Verguld zilver, zilver en brons 42 m.M., 
Verz. Z. 

De maatschappij, in 1872 opgericht en te Amsterdam gevestigd, 
telt 25 af deelingen en tracht de belangen van tuinbouw en plant- 
kunde, zoo in Nederland als in de overzeesche bezittingen, met alle 
haar ten dienste staande middelen te bevorderen. Binnen- en buiten- 
landsche vereenigingen, die in gelijke richting werkzaam zijn, kunnen 
zich bij haar aansluiten of met haar samenwerken. 

25«. 1872. 

Draagpenninkje van den Nederlandschen 

Weerbaarheidsbond. 

Vz. De linksgaande nederlandsche leeuw 
met zwaard en pijlbundel. 

Omschrift: eendragt maakt magt 

In de afsnede: " Xó^^"" 
Kz. In een lauwerkrans : 

scherpschutters 
wedstrijd 

Omschrift : nederlandsche weerbaarheids- 
bond. 



219 

Brons, met oog en ring, 19 m.M., door 
J. P. M. Menger, Leidsch Penn. Kab. 

257. 1872. 

De raad der gemeente Arnhem aan 
M^ J. J. A. A. baron van Pallandt. 

Vz. Tusschen twee saAmgebonden eike- 
takken : 

DE RAAD 

DER 

GEMEENTE ARNHEM 

AAN 

ZIJNEN VOORZITTER 

MR. J. J. A. A. BARON VAN PALLANDT 

VAN WESTFRVOORT. 

184I. 1872 

& 

Kz. Het gekroonde wapen van Arnhem 
met twee leeuwen als schildhouders. 
In de afsnede : de vries. fec. arnhem. 
Brons, 54 m.M., Leidsch Penn. Kab. 

258. 1872. 

Ter eere van M*. C. P. K. Winckel. 
Vz. In het veld om een vierkant, eenige 
chineesche karakters: 



n 



rat 



15 



220 



Omschrift: * * * Mr. c. p. k. winckel, ad- 
vocaat EN PROCUREUR 

Kz. In het veld om een vierkant, eenige 
chineesche karakters: 





m 



Omschrift: * * * samarang * * • 1872. 
Zilver, 36 m.M., Verz. Bat. Gen. 

De opschriften beteekenen volgens mr. J. A. v. d. Chijs : 
De bevolking brengt hulde aan den praktizijn. 
Mogen de vijf zegeningen op uw huis nederdalen! 

259. 1872. 

Expeditie naar Deli. 

Gesp als beschreven onder n**. 127, met het 
opschrift : deli 1872. 

200. 1872. 

Zesde eeuwfeest der stichting van Gouda. 

Vz. Gravin Jakoba van Beieren met een 
stok met wimpel, waarop staat : jac. com., voor 
haar het gekroonde door een doornenkroon 
omgeven wapen der stad, waaronder op een 
lint de spreuk : per • aspera • ad • astra* 

Rechts borstbeeld op voetstuk, waarop : ^^^^ 

« '^ E. Q. 

Links borstbeeld op voetstuk, waarop: ^^^' 



221 



Omschrift: conditoribvs. vrbis. 

1272. VAN. BERGEN. YZENDOORN. 1872. 

Kz. Gezicht op Gouda en den met talrijke 

scheepjes bedekten IJsel, welks stroomgod rechts 

op den voorgrond is gezeten. 

Omschrift: nummus. senatorius. 
gouda's 6co jarig jubile 

Zilver, 26 m.M., Verz. W. Snoeck. 

Tijdschrift 1898, blz. 39. 

Gravin Jakoba van Beijeren vond, toen zij door allen verlaten 
was, in Gouda een veilig verblijf en kon door den steun van de bur- 
gers dier stad hare rechten verdedigen, waarom zij als blijk van 
hare dankbaarheid aan de stad een prachtig bewerkten beker schonk, 
die aldaar nog heden ten dage bewaard wordt; graaf Floris V en 
Ridder Catz (voogd van Floris V) zijn de grondvesters der stad. 
De penning is eene navolging van den vroedschapspenning, afgebeeld 
bij van Loon I, blz. 151, en werd door den zilversmid C. N. de 
Vooijs te Gouda in den handel gebracht. 

Mr. A. A. VAN Bergen Yzendoorn was van af 1864 tot zijn 
overlijden in 1895 burgemeester van Gouda. 

201. 1873. April. 

Ter eere van Dr. J. L. H. Haerten, 
geneesheer te Utrecht. 
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder: 

r. P. M. MENGFJl F. 

Kz. J. L. H. HAERTEN 

MEDICO. DOCTISSIMO. 

HOC AMICITIAE. 

ET. GRATI. ANIMI. PIGNUS. 

J. J. PUTMAN 

ARCHIEPISCOPO ALTRAI 

A. CONSIL. ET. DECAN 

CIVIT. INCIDI CURAVIT 

A. R. S. MDCCCLXXni 



222 



Brons, 50 m.M., Verz Teyler. (Zie no. 181.) 

203. 1873. 7 Juni. 

Ter eere van Mr. Dr. S. C. Snellen van 
VoLLENHOVEN, te 's-Gravenhage. 

Vz. Zijn rechtsgewend borstbeeld, daaronder : 

J. P. VAN DER KELLEN F. 

Kz. Tusschen twee saftmgestrikte lauwer- 
takken : 

PER. XXII. ANN. SODAUS 

PER. XX. PRAESES 

COLLEGII. STUDIA. EXEMPLO 

PRAETVIT. AUCTORITATE. REXIT 

INGENIO. ORNAVIT. NOMINE 

EXTERIS. COMMENDAVIT 

VII. lUNII 

MDCCCLXXIII 

Omschrift: ©> viRO • doctissimo • s • c • snellen • 

VAN • VOLLENHOVEN • I • U • D • COLL •ENTOMOLOG — 
NEERLAND • HUNC • NUM • FAC • CUR 

Brons, 59 m.M., Verz. Teyler. 

Door de Nederlandsche Entomologische vereeniging aan haren 
aftredenden voorzitter aangeboden. Samuel Constant Snellen van 
VoLLENHOVEN, geboren te Rotterdam i8 Oktober 1816, promoveerde 
te Leiden in de rechten 25 September 1839, vestigde zich te 's-Gra- 
venhage als advokaat, doch gevoelde zich steeds meer tot de studie 
der natuur dan tot de wetten aangetrokken en vertrok daarom naar 
de Gliphoeve te Heemstede, om zich geheel aan die studie te kun- 
nen wijden; daarna was hij geruimen tijd konservator aan 's-Rijks 
museum van Natuurlijke Historie te Leiden, 1854 — 1873. doch ves- 
tigde zich in laatstgenoemd jaar te 's-Gravenhage, waar hij onder- 
scheidene werken over de insekten schreef. In 1862 werd hij door 
de Hoogeschool te Groningen tot philosophiae naturalis doctor honoris 
causa benoemd. Hij overleed te 's-Gravenhage 22 Maart 1880. 



223 



2«3. 1873. 13 Juni. 



Ter eere van D'^. J. A. C. Rovers, bij zijn 
aftreden als hoogleeraar te Utrecht. 

Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, versierd 
met de orde van den nederlandschen leeuw, 
daaronder : j. p. m. menger f. 

Omschrift : iacobvs adolphvs carolvs rovers 

LIT. HVM. ET. PHIL. THEOR. PROFESSOR. 

Kz. Tusschen saamgestrikte eike- en lauwer- 
takken : 

PRAECEPTORI 
CARISSIMO 
DISCIPVLI 
Omschrift: Sj? mdcccxxvi franeqvera mdcccxuu groninga 

MDCCCLV TRAIECTVM AD RHENVM MDCCCLXXIII 

Brons, 54 m.M., Leidsch Penn. Kab. 

Rovers werd geboren te Dordrecht 22 Juli 1803, bezocht de la- 
tijnsche school te Utrecht en werd 16 December 181 9 als student 
aldaar ingeschreven. Na twee malen voor een prijsvraag met goud 
te zijn bekroond, promoveerde hij Ie Utrecht in de letteren 3 Juni 
1824, in de rechten 27 April 1826, in datzelfde jaar werd hij buiten- 
gewoon, in 1828 gewoon hoogleeraar in de fakulteit der letteren te 
Franeker, in 1843 hoogleeraar te Groningen en in 1855 te Utrecht. 
Wegens yqjarigen leeftijd verkreeg hij in 1873 zijn emeritaat en over- 
leed 5 Juli 1874. 



1873. 19 — 22 Juni. 

II* Nederlandsch nationaal Zangersfeest 

te Utrecht. 

Schildvormig zilveren draagteeken met oog, 
eenzijdig. 



224 

Zon, het wapen van Utrecht vertoonende, 
opkomende boven wolken, daarboven* 

XI ned: nat: 

ZANGERSFEEST 

daaronder: 1873 

AURORA UTRECHT 

Hoog 37 m.M., Verz. Z. 

Zie de aanteekening bij n". 64. 

2ft5. 1873. 22 Juni. 

Als voren. 
Kwartet-zang- wedstrijd. 

Vz. Apollo, de face staande, de rechterhand 
uitstrekkende, in de linker een lier houdende. 

Omschrift: LIEDERTAFEL „OEFENING 
EN UITSPANNING" 'S-BOSCH 

Kz. In een lauwerkrans in twee regels: 

VEREERD AAN HET LID 

Omschrift: KWARTET-Z ANG-WEDSTRYD 
TE UTRECHT * 22 JUNI 1873* 

Goud, zilver en brons, 29 m.M., Verz. Snoeck. 

Zie Tijdschrift 1896, blz. 202, volgens welk opstel 4 ex. in goud 
werden geslagen en uitgereikt aan de 4 zangers: A. DE Leeuw Sr., 
A. DE Leeuw Jr., H. Wertenbroek en W. C. Deckers. Bijdragen^ 
2« druk n». 537. 

260. 1873. 6 Juli. 

Hulde van nederlandsche penningkundigen aan 
den heer R. Chalon bij zijne 25^^* verkie- 
zing als President van de Société royale 
de Numismatique de Belgique. 



225 



Vz. In de 12 afdeelingen van een gothische 
roos: 

In het midden in een cirkel: 

XXV" 

ÉLECTION 
A LA 

PRESIDENCE 

6 JUILLET 
1873 

Kz. In een gothische roos de namen der 
schenkers : 

DIRKS — C" NAHUYS, MEMBRES HONORAIRES 

DE VEYE DE BURINE — ROEST — DE VOS — DE VRIES — 

V. DYK V. MATENESSE — VAN GELDER — V. D. NOORDAA — 

COST - JORDENS — HORA - SICCAMA — HOOFT V. IDDBKINGB — 

DUMOULIN — DE VOOGT, ASSOCIÉS ÉTRANGERS 

Omschrift: hommage de membres néerlandais 

DE LA SOC: ROY*** DE NUMISMATIQUE DE BELGIQUE 

Brons, 30 m.M., door l. wiener, Verz. Z. 

267. 1873. 6 Juli. 

Presentiepenning van de Société royale de 
Numismatique de Belgique met borst- 
beeld van Th. van Berckel. 

Vz. Geheel gelijk n^ 189. 



226 



Kz. SOCIÉTE 

ROYALE 

DE 

NUMISMATIQUE 
DE BELGIQUE 

ASSEMBLEE 
GÉNÉRALE 

^/tr/L:X%1^ 

Brons, 33 m.M. Mededeeling van den heer 
Alph. de Witte. Bijdragen, 2« druk n^ 538*. 

268. 1873. 10 Juli. 

Sqjarig huwelijk van Mr. W. W. Buma en 
M. DE WiTH te Leeuwarden. 

Vz. De wapens als n°. 112. 

Omschrift boven: mdcccxxiii — mdccclxxiii. 

Beneden: irrupta tenet copula nec suprema 

CITIVS SOLVET AMOR DIE. H. o. i. 13. 

Kz. L JARIGE ECHT 

VAN 

M*^. WIARDUS WILLEM BUMA, 

RIDDER V. D. NED. LEEUW, 

PRESIDENT VAN HET HOF 

VAN FRIESLAND, 

GEB. II OCTOBER l802 ; 

EN 

VROUWE MARIA DE WITH, 

GEB. 30 APRIL 1803. 

X JULV MDCCCLXXIII. 

KEIKES 

Zilver en brons, 49 m.M., Verz. Z. 



227 

2%9. 1873. 8 September. 

Opening van haven en spoorweg te Vlissingen. 

Vz. Het rechtsgewend hoofd van Z. M. Ko- 
ning Willem III, daaronder: \k 

Omschrift: in twee regels: OPENING HA- 
VEN EN SPOORWEG VLISSINGEN* 

© ONDER DE REGERING VAN KONING WILLEM III 
e> 8 SEPTEMBER 1873 

Kz. Op een lauwerkrans, het gekroonde wa- 
pen van Vlissingen, daarboven een stoomschip, 
daaronder een lokomotief, links het gekroonde 
wapen van Nederland onder een merkuriusstaf 
en rechts het gekroonde wapen van Zeeland 
onder een anker. 

Brons, 50 m.M., Verz Z. 

Volgens Oranjepenningen 1302 door van 
Kempen. 

270. Als voren. 

Vz. Het gekroonde wapen van Vlissingen. 
Omschrift OPENING HAVEN EN SPOOR- 
WEG VLISSINGEN m 

Yjl. In een krans van lauwer- en eiketakken : 

ONDER 

DE 

REGERING 

VAN 

KONING 

WILLEM III. 

i8|73 



228 



Tin, met oog en ring, 30 m.M., Verz, Z 



371. 


Als voren. 


Vz. 


^f.^^4^ 






Kz. 






1871 1873. 







Lood met vierkant oog, 36 m.M., Verz. 
Zeeuwsch genootschap. 

Deze penning werd bij gelegenheid van en tijdens den gehouden 
optocht op den wagen van de firma Arntz & Co. vervaardigd. 

De opening van de haven had plaats in tegenwoordigheid van 
Z. M. den Koning en van Prins Hendrik. 

273. 1873. September. 

Veetentoonstelling te Batavia. 

Vz. = n^ 56. 

Kz. In het veld, omgeven door twee saam- 
gebonden lauwertakken en een roset: 



229 



<^^ T E ^A^Q 

BATAVIA 

1873 
Brons, 40 m.M., Leidsch Penningkabinet. 
Tijdschrift 1895, blz. 39. 

37:1. 1873. 8 Oktober. 

3« Eeuwfeest van de verlossing van Alkmaar. 

Vz. e» 

TER HERINNERING 

AAN HET BEZOEK 

VAN 

KONING WILLEM III 

TE ALKMAAR 

OP 8 OCTOBER 

1873 

Kz. Het wapen van Alkmaar, met twee leeuwen 
als schildhouders, die daarboven een lauwer- 
krans houden; beneden 1573 

ümschrift: 

HULDE AAN DEN MOED DER VOORVADEREN 

Zilver en brons, 37 m.M., Verz. Z. 
Tijdschrift 1884, blz. 18, als gesneden door 
J. P. Menger. 

Oranjepenningen 1300. 

274. Als voren. 

Vz. Een kruis, waarop een medaillon met 
het hoofd van Z. M. Koning Willem III rust. 



230 



Op de armen van het kruis: 

VORST — VOLK — VRIJHEID — VADERLAND 

Kz. Een lauwerkrans waarin: 1873 
Omschrift : feestherinnering 
Tin, met oog, 23 m.M., Verz. Z. 
Oranjepenningen 1301. 

274^. Als voren. 

De burgt uit het wapen van Alkmaar op 
ovaal vertikaal (rood) geharceerd veld, om- 
geven door twee takken. 

Omschrift: 1573 alcmaria victrix 1873 
Zilver, 24 bij 27 m.M., op rood en witte 
rozet, Verz. du Crocq. 

Don Frederik, Alva's zoon, trachtte te vergeefs in 1573 Alkmaar 
te nemen. Herhaalde aanvallen werden afgeslagen ten koste van 
groot verlies aan de zijde der Spanjaarden, die eindelijk genoodzaakt 
waren het beleg op te breken, hetwelk destijds groote vreugde in 
de Nederlanden verwekte en tot het bekende „van Alkmaar begint 
de viktorie" aanleiding gaf. 

275. 1873. Oktober. 

Prijspenning van het i« Indisch Landbouw- 
kongres te Soerakarta. 

Vz. In een lauwerkrans: 

-VS. LANDBOa^ ^ 



♦ 



\^ TE <^t. 



SOERAKARTA 

1873 



231 

Omschrift: indisch landbouw-genootschap 

OPGERICHT 1870 

Kz. Omschrift om een verdiept glad veld: 

S» LABOR IMPROBUS OMNIA VINCIT S> 
TANDEM FIT SURCULUS ARBOR 

Brons, 45 m.M., Verz. Teyler. 

276. 1873. 24—28 Oktober. 

4« Nationale wedstrijd van den Nederlandschen 

Weerbaarheidsbond te *s-Gravenhage. 

(Vlakte van Waalsdorp.) 

Vz. Linksgewend hoofd van Z. M. Koning 

Willem III, daaronder: s. de vries, s hage 

Omschrift: willem iii koning — der Neder- 
landen 

Kz. Het gekroonde wapen der Nederlanden 

op twee gekruiste buksen, een patroontasch, 

een lauwer- en een eiketak, daardoorheen een 

lint met het opschrift: je main — tien — drai 

Beneden op een lint: s gravenhage 

Omschrift: 4; nat. wedstrijd in oct. 1873. 

NED. WEERBAARHEIDSBOND. 

Brons, 33 m.M., Kon. Kab. 
Oranjepenningen 1303. 

377. Als voren. 

Vz. De links staande nederlandsche leeuw^ 
houdende in den rechterklauw een zwaard in 
den linker een pijlbundel. In de afsnede: 22 oc- 
tober — 1866. 



232 

Omschrift: EENDRAGT MAAKT MAGT. 
Kz. In een lauwerkrans: 

NATIONALE 
SCHIETWEDSTRIJD 

TE WAALSDORP 
24 — 28 OCTOBER 

1873 

Omschrift : nederlandsche weerbaarheids- 

BÜND 

Brons, met oog en ring, 45 m.M., Verz. Teyler. 

278. Als voren. 

Vz. Linksgewend borstbeeld van Willem 
DEN Zwijger. Daaronder: j. p. m. menger. 
Omschrift : 

UTRECHTSCHE SCHERPSCHUTTERSVER : DE ZWIJGER 

1865. 

Kz. In parelrand: 

prijskamp 

DER 
KORPSEN 

\ EN ^^ 

Daarboven: waalsdorp 
Daaronder: 1873. 

Brons, met oog en ring, 27 m.M., aan rood, 
wit, blauw lint. Kon. Kab, 
Oranjepenningen 1272. 



233 

279. i873- 25 November. 

Hulde aan Mr. J. G. Everwijn, oud-burge- 
meester van Culenborg. 
Vz. * 

AAN 

M* J. G. EVERWIJN 

OUD BURGEMEESTER 

DER GEMEENTE 

CULENBORG 

Kz. BEWIJS 

VAN 

HULDE EN HOOGACHTING 

AANGEBODEN DOOR RUIM 

ZESHONDERD INGEZETENEN 

VAN CULENBORG 

25 NOVEMBER 

1873 

Brons, 50 m.M., Leidsch Penn. Kab. 

280. 1873. November. 

6o« Gedenkdag van Nederland's onafhanke- 
lijkheid, draagpenning. Tin, 23 m.M. Cat. Smits 
VAN NiEUWERKERK, n^ 3553- Te vergeefs op- 
gevraagd in het Tijdschrift, 

281. 1873. 31 December. 

Verbouwing van den Stads-Schouwburg 

te Amsterdam. 

Vz. Op eene verhevenheid, gevormd door 
vier trappen, is de stedemaagd van Amster- 



234 



dam gezeten op een antieken stoel, het wapen 
der stad met hare rechterhand vasthoudende ; 
voor haar staat Apollo, steunende op zijne lier 
en in de rechterhand eenige eikebladeren hou- 
dende, waarvan enkelen op de trappen ver- 
spreid liggen; links de beeldhouwkunst bezig 
een borstbeeld van Vondel te beitelen, rechts 
de schilderkunst met palet en schilderstok, daar- 
voor de bouwkunst met passer en teekening van 
een gebouw. In de afsnede : j. euon. f. 

Kz. in het veld : aan — den burgemeester — 

VAN AMSTERDAM — M*J CORNELIS JACOB ARNOLDUS 

DEN TEX: — DEN GEMEENTERAAD: — EN DE 

SCHOUWBURG KOMMISSARISSEN — JOH. HILMAN 

JAN FRED. TACK HZ. ABR. JOH. DE BULL 

ARCHITEKTEN. — B. DE GREEF. — W. SPRINGER. 

Omschrift: * verbouwing van den stads- 
schouwburg VOLTOOIDXXXIDECEMBERMDCCCLXXin 

Zilver en brons, 75 m.M., Verz. Z. 

De schouwburg brandde in den nacht van 19 op 20 Februari 1890- 
geheel af, doch werd in 1892/3 veel fraaier en geheel naar de nieuw- 
ste eischen herbouwd. 

Deze fraaie penning werd op dringend aansporen van den ijdelen 
J. HiLMAN, die zijn naam vereeuwigd wenschte te zien, vervaardigd, 
onder verzekering aan den stempelsnijder, dat hij er voor instond, 
dat het debiet ruimschoots de moeite loonen zou. 

Dit was natuurlijk nüt het geval; voor zulk weinig interessant 
feit, als de slechts in geringe mate aan de eischen voldoende ver- 
bouwing van den schouwburg, bestond 'geen reden een penning van 
de grootste soort te slaan, dan alléén die, welke scherp maar waar 
op den volgenden spotpenning is vermeld. 

HiLMAN, de vereeuwigde, bestelde één bronzen exemplaar, 

later trachtte hij op een auktie een zilveren te koopen, doch men. 
bemerkte voor wien het was en hij kreeg het niet! 

Wordt vervolgde 



Monnaies et jetons inédits ou peu connus 
des Evêques d'Utrecht. 



Aux coUections d'antiquités de la Société 
Provinciale d'Arts et de Sciences d'Utrecht, 
appartient une série de monnaies des Evêques 
d'Utrecht. 

Nous en publions quelques pièces, pour au- 
tant que nous sachons inédites on peu connues. 

Quoique la reproduction rende assez bien 
les pièces comme elle sont. cependant quel- 
ques unes, au relief peu marqué et encore 
usées, sont peu distinctes. Il sera donc néces- 
saire de subvenir aux yeux des lecteurs et de 
donner une description, qui complete la repro- 
duction. 

I. i) Denier de l'évêque Burghard (1099 — 
II 12). 



i) Les avers des monnaies suivantes sont figurées sur planche VII, 
tandis que les revers se trouvent sur la planche VUI, correspondant 
aux numéios de la planche VIL 

16 



236 



Tête de Tévêque k droite, accompagnée 
d'une crosse, dans un grènetis. 

Du nom Burghard, les lettres HAR seules 
sont reconnaissables. 

Revers : Croix pattée, dans laquelle une croix 
ancrée? Grènetis. Légende effacée. 

Poids 62 gr. Variété de v. d. Chijs, Mon- 
naies des Evéques, de la Seigneurie et de la 
ville d Utrecht, pi. IV n^ 2. 

A propos du poids nous observons, que nous 
avons pesé 127 deniers de notre coUection. 

Exceptés quelques deniers de Bernulphus 

(1027— 1054) qui montentjusqu'ci i.iogr., il paralt, 

que Ie poids moyen des. deniers est de 0.60 gr. 

II.Denier de Tévêque Heirbert van Berum 

(i 139— 1 150). 

L'évêque porte une espèce de bonnet, comme 
sur ie n^ i. 

Légende de Tavers: hardeb(ert)us. Sur ie 
revers on lit Ie nom de la ville: traiectu(m) 
V. D. Chijs attribue, sous toute réserve, six 
deniers cl ce prince. Ce sont les n***. i — 6 de la 
planche IV de son ouvrage sur les monnaies 
de Tévêché d'Utrecht. Aucun de ces deniers 
ne porte cependant une légende lisible. 
Poids 0.62 gr. 

III. Demi-denier ou obole de Tévêque Baü- 
DOUIN II de HoUande. (1178 — 1196) 
L'évêque s'y présente nu-tête. 



237 

Revers: Croix pattée accostée de deux étoi- 
les et de deux autres figures (des oméga's?) 

Sans légendes. 

Comme il n'y a pas de lettres sur cette 
pièce, Tattribution repose sur la ressemblance 
du type avec celui des monnaies de eet évê- 
que, décrites et représentées dans v. d. Chijs 
pi. VI n^ 1—8. 

Poids 0.30 gr. 

Pour Ie demi-denier nous proposons sur Tavis 
de MM. S. Muller Fz. et Joh. W. Stepha- 
NiK Ie nom de hallink. 

L'usage de ce nom pour les demi-deniers 
de Cologne serait justifié pour ceux d'Utrecht, 
si, ce qui est assez vraisemblable, il serait dé- 
montré pour la Frise. 

IV. Denier frappe problablement sede vacante 
dans Ie courant du treizième siècle. 

Le droit fait voir un évêque mitré avec 
traces du nom JUTÏRmRVS. 

C'est sur les monnaies de Tévêque God- 
fried (1156 — II 78), que le buste mitré se mon- 
tre pour la première fois. 

Revers : Croix potencée, cantonnée de quatre 
globules. 

Sans légende. 

Sur le revers d'autres exemplaires on voit 
des traces du mot D7ÏVe;nn[^BI7ï. 

Poids 0.63 gr. 



238 

V. Doublé gros de Florent de Wevelink- 

HOVEN (1379—1393)- 

Cette pièce répond en tout au doublé gros 
chez V. D. Chijs (XIII, 16), sauf Técusson, qui 
présente une légere variété. 

Sur notre pièce la partie inférieure de Té- 

cusson a une croix complete, tandis que chez 

VAN DER Chijs la branche supérieure manque. 

Poids 2.55 gr. 

VI. Demi-gros du même évêque, type in- 
connu k van der Chijs pour ce prince. 

Droit: Les armoiries de Tévêché avec celles 
de Wevelinkhoven en surtout; autour PliO- 
RSRS SPG rpRTfie;. 

Revers: Croix pattée coupant la légende: 

moR— srTTï— D2ÏV— anrr 

Poids: 0.67 gr. 

VIL Demi-gros du même évêque. 
Droit: Buste mitré de face de Tévêque. 
Légende : PliOBSR e.{PG) (rrB)2ïie;. 
Revers : Aigle portant en coeur les armoiries 
de l'évêché. 

Légende: moRSHHTï D7ï(ve;nrn)Ri(2ce;) 

Poids 0.45 gr. 

Cette pièce, quoique cassée, a peu souffert. 

VIII. Quart de gros de Frédéric III de 
Blankenheim (1393 — 1423). 

Droit : L'écusson de Blankenheim incliné, 
avec un casque de tournoi dessus. De la lé- 



239 



gende on ne voit plus que Ie mot PRSDQBIG 
Revers: Croix pattée dans un grènetis. 

Légende : JRORSTHT^ R0(V7Ï) 

Poids: 0.36 gr. 

IX. Quart de gros du même évêque. 
Même droit de la pièce précédente. 
Légende : PBSDSRIG . . . SPG . W 
Revers : TAigle de Deventer avec les armoi- 

ries de l'évêché dessous. 

Légende : JTïOne:(T7ï) DT^V&XIW 

Poids: 0.33 gr. 

Type de v. d. Chijs pi. XIV n^ 12. 

X. Florin d'or au St. Jean de Zweder de 
Culembourg (1425— 1426), type inconnu k v. d. 
Chijs pour ce prince. 

Cette pièce est d*un même type que Ie florin 
de Frédéric de Blankenheim (v. d. Chijs, 
planche XIII n\ i) ; Ie nom PReOSRIG du revers 
cependant a été remplacé par celui de SVSDS- 
BVS qui compte autant de lettres. 

Or. Poids 3.17 gr. 

XI. La onzième est peut-être un demi-gros 
du même évêque. 

Droit: L'écusson de l'évêché avec celui de 
Culembourg? comme surtout. 

Légende: (SVe:)De;RVS SPG rrRTÏIQIGnn. 

Revers: Croix pattée, coupant la légende 
cantonnée des lettres JTÏ rp R Tf (Moneta Tra: 
iectensis). 



240 

C'est une pièce de 45 gr. comme Ie n°. 7. 

XII. Demi-gros de Rodolphe de Diepholt 
(1426— 1455). 

Droit: Croix pattée dans un grènetis. Lé- 
gende: rodoijp e:p(G) (rr)B2ï(ie;Grn) i) 

Revers: L'aigle de Deventer dans un grè- 
netis. 
Légende: mORSnnTÏ DS DTÏVSRnHRITÏ 

XIII. Oordstuiver ou quart de sol de David 
de Bourgogne (1455— 1496). 

Armoiries de Bourgogne remplissant tout Ie 
champ. 

Légende: (D2ÏVID) DS BVR SPS 'rR2ï 

Revers: Croix pattée coupant la légende 
en coeur les armoiries de Tévêché. 

Légende: (SITH ROmSH) DRI Bi&XiGDlC- 

mvm) 

Poids 0.95 gr. 

XIV et XV. Les deux numéros, qui suivent, 
sont des jetons du même évêque; 2) ils sont 
de cuivre. 

Le numero 14 a pour légende de Ta vers: 
in DOJTÏIRO GORPIDO D2CVID. Le revers 



1) Voir le droit de cette monnaie sur notre planche VIII, tandis 
que le revers se trouve gravé sur planche VII. 

2) Ces deux jetons sont décrits dans Dugniollk „^ jeion 
hütoriqué*\ Le n'^. XIV de M. Hulsebos est mentionné dans ce 
livre sous le n». 192, pag. 60. Voici la description donnée par 

M. DUGNIOLLE. 

♦ IR DüminO 5 GORPIDO 5 D7TVID 



241 



Cette dernière lettre est sans aucune doute sur 
notre exemplaire un n ; M*^ Nahuys dans son 
article, cité par la Rédaction, ne donne pas 
d'explication des mots du revers. 

Une explication réelle se fait donc attendre. 

Le numero 15 a Ie même droit du n^ 14, 
mais au lieu de la croix fleuronnée du revers, 
il porte une bolte h amadou ouverte, d'oü 
sortent des étincelles. 

Légende: TÏLnninn BSRSinn (toujours pret) 
ffiGGGGIi^^VII 

XVI. Florin d'or de Frédéric de Baden 
(1496— 15 17). 

St. Martin debout. A ses pieds les armoi- 
ries de Baden. 

Légende : STÏIi VV PTïG • PliJR • HH VV DR' 



Buste couronné, de face, de David de Bourgogne, accosté de 

D2S — VID 

Rerer»: -4-v€CBL2snGoe:R5DOT5m5nnRoeD5 

Croix fleuronnée, évidée au centre. 

Publié par M. le comte Nahuys. dans Utrechtscht Volksalmanak 
anneé 1856. 
Le n°. XV est décrit dans Ducniolle sous le n». 247. 

♦ IR DOminO : GORPIDO : D2SVID 

Le Toi David, de face portant le sceptre de U nuün droite accotté 
du mot D2Ï — VID 

Revers: Ti.mSW i B&B&m : mCGGGL^^VII 

Coflfret avec couvercle & glissoir, & demi-ouvert, des étincelles 
s'en échappent. 

Pièce d*un petit module. 

(Note de la Rédaction.) 



242 



Revers : Type de v. d. Chijs, pi. XXXI n°. 10. 
Poids 3.21 gr. 

XVII. Monnaie de cuivre du même évêque, 
peut-être une pièce de trois mites (driemyten- 
stukje OU un duitken). Armoiries de Baden. 

Légende : (rrR2ï)ie;Gnne:(Rsis) 

Revers: Croix pattée dans un grènetis. 
Légende: (TCRRO) DOJIMRI ^GVI. 
Poids 0.30 gr. 

XVIII. Même pièce. 

Légende : . . . . SPI fTRTÏieCGnnSpSIS) 
Légende du revers: 2CnR(0) DOfIM(ni) 
(mGGGG)GVIIL 
Poids 0.30 gr. 
Utrecht. G. A. Hulsebos. 



Le Président Krüger en Europe. 

Les médailles f rappees en son honneur 
OU concernant les Boers. 



Le Président Krüger a consacré sa vie k 
mettre la population du Transvaal au niveau 
de la prospérité et de la civilisation europé- 
ennes. 

Ce grand homme, qui lutte depuis longtemps 
pour conserver Tindépendance du peuple Boer, 
a été, suivant un mot de Bismarck, Tun des 
plus grands diplomates des temps modernes. Son 
énergie et ses talents diplomatiques sont aussi 
grands que ses capacités comme homme d'état. 
Mais ce grand vieillard, qui s'était constitué le 
défenseur des droits de Thomme, a été la vic- 
time des convoitises financières des Anglais. 

Les trésors enfouis dans le sol du Trans- 
vaal feront peut-être perdre Tindépendance aux 
Boers, mais la gloire de leur résistance bril- 
lera de tout son éclat. 



244 

Krüger n'a pas voulu Ia guerre. Il suffit 
pour s'en convaincre d*étudier impartialement 
les conférences tenues cl Bloemfontein, la ca- 
pitale de TEtat libre d'Orange, du 31 mai au 5 
juin 1899, entre Ie Président Krüger et MiLNER, 
Ie Haut-Commissaire du gouvernement anglais. 
On est rempli d'admiration pour Ie génie diplo- 
matique du président, qui s'est montré si ener- . 
gique dans les réponses données k son adver- 
saire et qui ne s'est laissé prendre h aucun des 
piéges, qui lui étaient tendus. On arrive k cette 
conviction, que Krüger aurait consenti cl faire 
les plus grands sacrifices aux Anglais si ces 
derniers avaient accepté de respecter Tindé- 
pendance du Transvaal. 

Krüger voulait seulement obtenir une paix 
honorable pour son pays. Il comprit que Tin- 
térêt véritable de son peuple lui commandait 
de quitter la terre d'Afrique. Une jeune et 
gracieuse reine lui offrit un de ses navires de 
guerre pour traverser les océans. Krüger 
accepta et choisit Ie territoire de la France 
pour débarquer. Son coeur se sentait natu- 
rellement attiré vers ce pays, qui Ie premier 
avait rédigé la déclaration des droits de Thomme. 
Son suprème effort dans cette lutte pour Tin- 
dépendance de son pays, consista k s'adresser 
aux divers peuples de l'Europe et cl leur de- 
mander justice. 



245 

Le 23 novembre 1900 Ie président de la 
République Sud-Africaine débarqua sur le sol 
de France. 

Il n'est pas besoin de s'occuper ici en détail 
des faits survenus pendant les dix journées 
passées par Krüger en France. Les journaux 
en ont donné une relation fidele. Le cceur 
des Francais a battu è Tunisson de celui de 
ce grand citoyen de la terre africaine. Pendant 
tout le séjour fait dans ce pays hospitalier il y 
eut une succession ininterrompue de réceptions 
et de cérémonies, qui eurent lieu en son hon- 
neur. Mais nous n'avons k nous occuper que 
des médailles frappées pour illustrer la visite 
du Président en France. 

Nous devons d'abord faire remarquer, que 
pendant le séjour k Paris, M. Ernest Gay, 
syndic du conseil municipal remit k Krüger, 
Président de la République Sud-Africaine la 
médaille d'or réservée au chefs d*états qui vien- 
nent visiter Paris. 

Cette médaille est ainsi décrite dans un 
livre de circonstance rédigé par M. Henri 
Daragon. i) 

I. Sur la face, une femme négligemment 
appuyée dans une attitude pleine d*abandon 



I) LHistoire en Bibthi. Le Président Krügbr en France Paris 
H. Daragon, Editeur 1901, page 62. 



246 

naturel et de gr^ce, et représentant la ville de 
Paris, repose son regard, la tête tournee vers 
Ie palais municipal, dont la haute perspective 
emplit rhorizon. 

Au revers Tinscription suivante: 

DÉPARTEMENT DE LA SEINE 

LA VILLE DE PARIS 

AU PRÉSIDENT 

KRÜGER 



27 NOVEMBRE 
1900 

Des branches de laurier formant bordure 
entourent Tinscription. 

Cette médaille qui est figurée dans ^S Illus- 
tration'' du 15 décembre 19CXD, est Toeuvre du 
graveur francais Prudhomme et a été frappée 
k la Monnaie. Elle est en or au titre de 950 
millièmes et de grand module. (75 m.M.) 

i\ Le 23 novembre, M. Krüger quitta Mar- 
seille pour se rendre k Dijon. Le trajet fut inter- 
rompu k Lyon, öu il y avait un arrêt de 20 
minutes. Le Président du Comité lyonnais pour 
rindépendance des Boers offrit k M. Krüger 
une médaille d'or, portant une figure de femme 
avec les inscriptions : LUGDUNUM et: hom- 
mage AU PRÉSIDENT KRÜGER EN SOUVENIR DE SA 
DÉFENSE GLORIEUSE DES RÉPUBLIQUES SUD-AFRI- 
CAINES NOV. 1900. 



A Dijon fut offerte au Président la jolie pla- 
quette, dont voici Ie dessin: 




2, Au milieu est figuré Ie portrait du Pré- 
sident avec une branche de chêne k droite. En 
haut se trouve la mention: president KRÜGER; 
en bas: eendragt maakt magt. (L'union fait la 
force.) 

Sur Ie cóté Ie nom du graveur: s. nilsson. 
En bas Ie mot : dépüsé. 

Bronze argenté. Diamètre 40 sur 51 m.M. 
Ma collection. 

M. SvANTE Nii^soN, créateurdecetteceuvre, 
est un jeune graveur d'origine scandïnave. Il 



I) JANIRBZ, mdusn dt commtrti, rut iAUtia 144 d Parii. Cetle 
maisoD s'occupe de repro duciioni nnUtiques et de frappe de më' 



248 



est Tauteur d'un certain nombre de médailles 
OU de plaquettes, qui ont figuré k Texposition 
annuelle de sculpture et de peinture de Paris 
en 1898, ainsi qu'è Texposition universelle de 
1900. L'artiste a réalisé la médaille de Krüger 
pendant que Ie président faisait la traversée 
pour se rendre en France. Il y a consacré une 
huitaine de jours. La plaquette a été frappée 
chez M. Janirez i) et éditée par M. Cheminais, 
industriel, ainsi que par M.M. Sevin et Rey, 
libraires-éditeurs. 

Pour dessiner Ie portrait, M. Nilsson s'est 
inspiré de plusieurs photographies de M. Krü- 
ger, remontant k 8 ou 10 années. Par suite 
Ie président paralt plus jeune qu'il n'était k 
son arrivée en Europe. 

La branche de chêne, qui entoure Teffigie 
du vieillard, a été choisie par Tartiste comme 
symbole de la résistance opposée aux anglais. 

Ce travail a eu d'abord pour but de rendre 
hommage k M. Krüger, mais l'auteur a eu 
aussi la pensee de consacrer par cette pla- 
quette un souvenir k ceux de ses compatrio- 
tes Suédois, qui sont morts héroïquement sur 
Ie champ de bataille du Sud de TAfrique. 

Tous ceux qui se sont tenus au courant des 
événements de cette triste guerre, oü Ie plus 
fort accablait Ie plus faible, ont dü être tou- 
ches douloureusement en voyant Ie róle qu'une 



249 

petite troupe de Suédois y a joué dans les 
circonstances suivantes. 

Ce fut h la bataille de Maorerfontein, qui se 
termina si tristement pour les Anglais, que ces 
derniers s'acharnèrent après une troupe de 52 
jeunes Suédois, qui se trouvaient k un endroit 
isolé. 

Durant Tespace de 3 heures, ces héros se 
défendirent contre des forces bien supérieures. 
Au bout de ce temps il ne restait plus que 
six Suédois vivants, qui, par un hasard im- 
prévu, parvinrent k échapper au malheureux 
sort de leurs compagnons. Le graveur Nils- 
SON a voulu honorer la mémoire de ses com- 
patriotes, qui se sont couverts de gloire. 

Nous croyons devoir encore fournir Texpli- 
cation du mot „déposé" se trouvant sur la pla- 
quette. Ce mot indique simplement qu'un ori- 
ginal a été déposé au Tribunal de Commerce 
pour créer un droit de propriété au profit de 
Tauteur et de Téditeur. 

La loi fran^aise prescrit le dépót des modèles 
nouveaux dont on veut s'assurer la propriété 
exclusive au greffe du Tribunal de Commerce 
de la Seine. Lorsque ce dépót du type ori- 
ginal et primitif a été ainsi réalisé le deposant 
a le droit d'indiquer par le mot „déposé". in- 
scrit sur Tobjet, que les formalités nécessaires 
pour garantir la propriété ont été accomplies. 



250 

On ne fait généralement ce dépót que pour 
les choses que Ton veut mettre dans Ie com- 
merce. Ce détail explique Ie motif pour lequel 
Ie mot „déposé" ne figure que sur des médail- 
les qui sont destinées k se vendre couramment. 
Pour d'autres oeuvres Ie respect de la propriété 
artistique suffit pour garantir Tauteur. 

Les tirages de la plaquette étaient terminés 
Ie jour de Tarrivée du Président k Marseille. 
Il a été exécuté 4 exemplaires en argent ainsi 
répartis: i) 

I entre les mains du Président Krüger, 

I entre les mains de M. Cheminais, 

I ,. „ „ „ MM. Sevin et Rey, 

libraires éditeurs, qui s'é- 
taient chargés de la vente. 

I „ „ „ du graveur S. Nilsson. 

4 exemplaires en argent. 
200 „ en bronze argenté,) pour la vente 

800 „ „ „ patiné, ) au public. 

M. Felix Rey, Ie frère du libraire Rey, s'est 
rendu k Dij on et a offert k Krüger Texem- 
plaire en argent, qui fut aimablement accueilli. 
Il 'n'avait pas encore été exécuté en France 
d'autres reproductions sur métal. 



i) Nous sommes redevables a M. Paul Bordeaux, membre cor- 
respondant de la société hollandaise de numismatique, demeurant d 
Neuilly sur Seine, d'une partie des renseignements qui nous ont été 
foumis sur ce qui s'est passé en France. 



25» 

Pendant Ie séjour de Krüger k Dijon, on 
distribua des médailles de carton couvert de 
papier estampé, dont voicï Ie dessin. 




3. Buste de Krüger k gauche, inspiré de 
celui se trouvant sur les pièces de 5 shillings 
du Transvaal i); au dessous: cartaux 2) paris 

Légende: krüger président du transvaal 

Revers: L'inscription ci-après: 

LES MAGASINS DE LA MÉNAGÈRE 
DE DIJON 

aux boers 

aux heroïques 

défenseurs 

DE LA 

LIBERTÉ 

AU TRANSVAAL 

1900 

Carton, couvert de métal blanc estampé. 
Diamètre 37 m.M. Ma coUection. 

I) Voir Rnme mumiimaligvt /ran(aiii 1E99, Pri>cèS' verban x des 
s^uicd de U Soc" F. de Nun. p. XLIL 

a] F. Cartavx. FaMjut <J> jtloHt tt midailUi. 6. Citt Dupttii — 
Thauart •) Farit. 

'7 



252 

Cette pièce ainsi que les suivantes ont été 
gravées par M. F. Cartaux k Paris, qui en 
aurait frapper dans sa fabrique environ 1 5000 ' 
exemplaires. 

4. La deuxième médaille, émise ^ l'occasïon 
des fêtes de Dijon, est en cuivre jaune et elle 
a été distribuée aux assistants du banquet 
oüfert au Président KrÜger et k sa suite. 

éé 

Elle se trouve gravée sur Ie menu artistique 
de l'Hötel de la Qoche, oü eut lieu Ie banquet 
d'honneur. 

Sur cette pièce Ie nom du graveur, ainsi que 
Ie mot „déposé" se trouve sur Ie revers. 

Buste identique mais plus petit que celui de 
la pièce précédente, k gauche; krüger 

Revers: Même inscription. 

Cuivre jaune, Avec anneau. Diamètre 27 m.M. 
Ma coUection. 

Il y a lieu maïntenant de mentionner les 
médailles, vendues sur les boulevards pendant 
Ie séjour de M. Krüger k Paris. EUes sont 



253 

de différents diamètres, mais l'effigie du pré- 
sident, ainsi que les inscriptions sont parellles. 

Toutes ces médailles sont sorties de la fa- 
brique M. Cartaux h Paris. 

5. La première est de mème diamètre, que 
la pièce n°. 2, distribuée è Dijon et elle porte 
les mêmes mentions. 




Le revers porte cette inscription différente: 

AUX BOERS 

AUX HÉROÏQUES 

DÉFENSEURS 

DE LA 

UBERTl^ 

AU TRANSVAAL 

1900 

Carton. diamètre 37 m,M. 

Ma coUection. 

6. Même droit de notre n". 4. 

Même revers que celui de la pièce précédente. 

Aux deux cötés de i'inscription sur le revers; 

CARTAUX — DÉPOSÉ 



254 

Cuivre jaune, avec anneau. 

Diamètre 27 m.M. Ma coUection. 

7. Même pièce. 

Sous Ie buste: cartaux paris. 

Carton. Diamètre 21 m.M. Ma collection. 

8. Même pièce, avec anneau. 
Inscription du revers: 

AUX BOERS 

AUX HÉROÏQUES 

DÉFENSEURS 

DU TRANSVAAL 

1900 

Cuivre jaune. Diamètre 19 m.M. 

Ma collection. 

Une seule médaille allemande sur Tarrivée 
de Krüger en France, sortant des ateliers de 
M. Beyenbach k Wiesbaden, i) doit être in- 
sérée ici. 

9. Le droit de cette médaille est divisée 
en trois parties, séparées par des lignes hori- 
zontales. Dans le compartiment du milieu, une 
hyène marchant k gauche, foulant de la patte 
gauche une colombe (FOranje Vrijstaat) tandis 
que de la patte droite elle tache d'en attaquer 
une autre. (le Transvaal.) 

Dans la division supérieure: 

LA GUERRE DES B0ERES (sic.) 

1900 



I) Bbysnbach, Afetallttfoarenfabrik, Gravir^ und AühtManstaU^ 
17 KilUrstrcust^ Wiesbaden, 



255 
En bas: l'assassin dit, vous êtes a moi, 

CAR MOI JE SUIS GRAND ET VOUS ÊTES PETITS, en 

trois lignes. 

Revers: Au centre R F (République fran- 
?aise) sur un faisceau de licteur, attaché par 
un ruban noué en losange, et surmonté d'une 
francisque k doublé tranchant. Au-dessus une 
étoile, d'oü rayonnent des foudres. Sur Ie ru- 
ban: RÉPUBLIQUE FRAN^AiSEet monogramme du 
graveur Beijenbach, un b sur un caducée. 

Légende extérieure: ♦♦ Vive Transvaal L'ac- 

CUEIL DU PRÉSIDENT KrÜGER EN FRANq:E ♦ ^ 

Argent et aluminium. Diamètre 35 m.M. 

Ma collection. 

Le séjour du Président Krüger en France 
occasionna un véritable enthousiasme de la 
part du peuple francais. Le nombre des menus 
objets y faisant allusion est considérable. On 
vendait k Paris des pipes-Krüger, une assiette 
Krüger, un couteau Krüger, des insignes portés 
k la boutonnière en forme de drapeau trans- 
vaalien, des cocardes bijoux, des jouets, des 
cartes postales, tous illustrés du portrait du 
président ou des couleurs du Transvaal. 

Dix-sept chansons, charmantes dans leur sim- 
plicité expressive, ont été pendant ces dix 
journées chantées en divers endroits. 



256 

On peut signalen les strophes suivantes, qui 
ont une belle allure : 

Salut k toi, peuple héroïque, 
Exemple de Fraternité. 



lis étaient peu, leurs ennemis sans nombre.... 
Mais ils luttaient pour la paix du foyer 



Frères debout! voyez sur la montagne, 
Les habits rouges des soldats anglais! 
Que veulent les fils de la Grande-Bretagne ? 
Que nous soyons leurs esclaves, jamais! 



Ils partaient tous, les enfants et les pères, 
Qui simplement devenaient des guerriers, 
En embrassant les femmes, soeurs et mères, 
Ils leurs disaient: Demeurez aux foyers. 

De Paris, Krüger se rendit k Cologne, oü 
il fut accueilli d'une fagon tres enthousiaste 
par Ie peuple Allemand. Plusieurs médailles 
ont été créees en souvenir de son séjourdans 
cette ville. 

10. Médaille par Lauer. i) 

Buste du président de profil k gauche. Sur 
Ie droit: 



PRi«S. 

S. J. P, 

KRÜGER 



I) L. Chr. Lausr, MüHtpraganstali^ KleinweidtnmühU, 12 l^u- 
nmberg. 



257 



ZUR 
ERINNERUNG 

BEISPIELLOSEN 

VOLKS- 

HULDIGUNGEN 

IN KÖLN a/RH. 

I. — 6. DEZEMBER 

1900 

Argent et bronze j 



Au-dessous de I'épaule, Ie nom du graveur 
Lauer. 

Belle pièce, avec beaucoup d'expression dans 
Ie visage. 

Revers: Dans une guirlande de feuilles de 
laurier: 

En souvenir des hom- 
mages incomparables 
du peuple k Cologne 
sur Ie Rhin. 
I I — 6 décembre 1900. 

üe. Diam. 36 m.M. 

Ma coUection. 

Cette médaille est décrite dans Ie Caialogue 
de vente du 6 mai 1901 de J. M. Heberle 4 
Cologne, n", 1209. 

it. La médaille suivante n'est pas signée. 
Nous n'avons pas réussi è trouver Ie nom du 
graveur. 

EUe se rapporte également au séjour de 
Krüger è Cologne. 





258 

Droit: L'aigle couronné de Cologne portant 
en coeur, dans un grénetis, les armoiries de 
la ville, qui sont: „coupé de gueules k trois 
couronnes d'or posées en fasce, et d'argent k 
II flammes de gueules, 5, 4, 2." 

Les trois couronnes se rapportent aux trois 
Rois, tandis que les 1 1 flammes ont été adop- 
tées en souvenir des i lOCO vierges, dont les 
reliques sont pieusement conservées k Cologne. 

Légende intérieure: heiliger ernst kein car- 
neval! (Sainte sévérité et pas de carnaval). 

Au-dessous de Taigle: köln den i — 6 de- 
cember 1900. 

Légende extérieure sur une bordure granulée : 

♦ BEISPIELLOSE VOLKShULDIGUNG DEM PRASI- 

DENTEN KRÜGER voN TRANSVAAL. 

(Hommages incomparables du peuple au pré- 
sident Krüger du Transvaal.) 

Revers: Dans un carré entouréd'un grénetis: 

Cologne honore Ie 
sacrifice causé par Ta- 
vidité et sauve Thon- 
neur des Allemands. 

Dans les quatre coins: 

Fêté dans la Drosoé- 

IM GLÜCKE vAcviio ld ^iv/op^ 

gefeiert, rite. 

IN unglück ' Respectédanslemal- 

geAchtet! I h^^^^ 



KÖLN EHRT 

DAS OPFER DER 

HABSUCHT UND 

RETTET DIE EHRE 

DER DEÜTSCHEN 



259 
Légende extérieure: ♦seht! wie SIE alle 

ZU HAUSE SIND, DEN MANTEL HANGEND NACH 
DEM wind! 

Ce qui veut dire : Regarde leur maniere d'a- 
gir, ils mettent Ie manteau comme vient Ie vent. 
Argent et alliage de bronze. Diamètre 36 m.M. 

Ma collection. 

Décrite dans Cat. J. M. Heberle, n^ 1558. 

12. Médaille satirique. Même droit. 
Revers: Divisé en trois compartiments hori- 

zontaux. Dans celui du milieu sur un champ 
lisse: freiheit die ich meine. (Commeje désire 
la liberté.) En haut: heil/dem gauner/lihung- 
tschang/fort mit krüger/dem feinde der RAü- 
ber!/ en cinq lignes. Traduction: 

Vive Ie fripon Lihüngtschang. A bas Krü- 
GER, Tennemi des brigands! 

En bas: wir deutsche/fürchten gott und/ 
england! en trois lignes. Traduction: 

Nous autres allemands craignons Dieu et 
TAngleterre. 

Dans Texergue: cham — berlain, figure ^ la 
potence. 

Bronze et alliage de bronze. Diam. 36 m.M. 

CaL J. M. Heberle n^ 698. 

13. Même pièce mais légèrement variée. 
L'inscription du milieu est sur un champ 

granulé et la poutre transversale de la potence 
est en ligne droite. 



26o 



Argent. Poids i8 gr. 
Caf. Heberle, n^ 702. 

14. Médaille de Beyenbach k Wiesbaden. 
Buste de Krüger k gauche, au-dessous sur 

un ruban: eendragt maakt magt 

Légende: paul krüger prAsident d. repu- 

BLICK TRANSVAAL. 

Revers: Les armoiries du Transvaal et celles 

de Cologne inclinées dans Ie champ et sur- 

montées d'un soleil rayonnant. Dans Tangle 

de jonction des deux armoiries : ^^^ 

.Légende entre deux grénetis: besuch d. prA- 

SIDENTEN PAUL KRÜGER IN KÖLN. 

Argent et aluminium. Diam. 30 m.M. 

Cabinet de la Haye. 

Cette médaille ainsi que les deux numéros 
qui suivent, portent la date „novembre" ce 
qui est inexact, car Ie séjour du président è 
Cologne a dure du 1 au 6 décembre 1900. 

15. Dans un terrain montueux, un boer, te- 
nant un fusil dans sa main droite étendue, tombe 
^ terre. frappe d'une balie ennemie. A ses 
cótés on voit un autre boer, couché par terre 
et visant Tennemi avec son fusil. 

T , , BURENKRIEG , t, 

Légende: ^^^_,^^ = guerre des Boers. 

Le revers est identique k celui de la pièce 
précédente. 

Argent et aluminium. Diam. 30 m.M. Voir 
le n°. 27. 



201 

i6. Buste du Président i gauche. Légende: 

P, KROGER PRASIDENT D REPUBLICK TRANSVAAL. 

Revers: Ecu portant les armoiries de Co- 
logne dans un grénetis. 

En haut; köln; en bas: november 1900. 

Légende: besuch des prAsid enten paulkrüger. 

Argent et aluminium. Diam. 25 m.M. 

Finalement Krüger est venu se reposer en 
HoUande. On peut s'étonner, que dans ce pays, 
si rempli de sympathie pour Ie peuple Boer, 
11 n'ait été frappe qu'un nombre relativement 
restreint de médailles en leur honneur. Nous 
avons k citer en premier Heu la médaille, qui 
a été offerte ^ Krüger è Arnhem, Ie 6 décem- 
bre 1900. Le président est passé ce jour-Iè 
par cette ville, en venant de Cologne pour se 
rendre k la Haye 

Cette belle ceuvre artistique a été exécutée 
par J. C. WiENECKE, graveur néerlandais de 
grand mérite, sur l'initiative de W. H. Zee- 
man, i) orfèvre k Arnhem. 




M M. Zbkmak, chu qni ie Irouvent en vcnte de> cxempUiret en 
ot, en u-eent el en btonie, moyennuil 30. 3.35 el 1.15 florini, ■ 
igalenenl mii dani le commerce «vee boucoap de luccèa, de> em- 
preinte* de celte mé<Uille en fonne de brochei, de breloquet, etc. 



202 



17. Le droit fait voir la figure k mi-corps 
d'un Boer, le chapeau sur la tftte en costume 
de guerre, portant la ceinture k cartouches 
devenue historique. De ses deux mains il 
porte le fusil Mauser. L'expression de son vi- 
sage exprime la perspicauté et la force. 

Le guerrier se trouve au milieu des „kop- 
jes", petites éminences de terrain, qui, k cer- 
tains endroits, peuvent atteindre des hauteurs 
considérables. 

Dans le fond on remarque faiblement estompé 
un char k boeuf, conduit par un boer. 

En haut cette inscription: alles zal recht 
KOM — Tout réussira k la fin — dicton de 
M. Brand, ancien président du Transvaal, ac- 
tuellement décédé i). 

On voit au revers un veau d'or, place sur 
un piëdestal de 4 marches, pourvu des dates 
1899 — 1900. Les tables de la Loi mutilées 
sont renversés sur les marches. A gauche du 
piëdestal, des croix dësignent des tombes. On 
remarque sur les cótés deux vautours. Dans 
Tair une bombe ëclate ; les ëclats en s'ëloignant, 
se transforment en nuages de fumëe, dans les- 
quels on lit: god behoede land en volk — 
Dieu protégé le pays et le peuple — paroles 
prononcëes par M. Krüger. Le sens allëgorique 



I) DicriU par M. Z wierzin a dans Tijdschrijt^ 190», p. 315. 



203 



de ces représentations se comprend aisément. 
Le veau d'or signifie Ia majesté de Targent, 
qui regarde avec indifférence les désastres qu'il 
a attirées. Les vautours rappellent la rapacité 
des soldats anglais. 

M. WiENECKE mérite des éloges pour sa 
belle création, qui est des plus réussies. 

Il a été offert k Krüger un exemplaire de 
cette médaille en chacun des trois métaux: 
or, argent et bronze. M. Zeeman a envoyé 
en cadeau k MM. Fischer, Wolmarans et 
Wessels, les triumvirs sud-africains, qui ont 
précédé de plusieurs mois le président Krüger 
en Europe, des exemplaires en argent-doré, en 
argent et en bronze. 

La médaille de Wienecke a déjk été publiée 
dans une revue néerlandaise de littérature i), mais 
elle n'a pas encore été gravée dans une revue 
numismatique, du moins k notre connaissance. 

M. Zeeman a eu Tobligeance de prêter pour 
eet article les empreintes dont on s'est servi 
pour illustrer une étude sur le graveur J. C. 
Wienecke, parue dans la i'« livraison de „-£*/- 
seviers maandschrifty 

Nous devons ensuite citer une autre médaille, 
offerte au président par MM. J. M. van Kempen 
et FiLS, pendant son séjour k la Haye. 



I) Elsevier s maandschrift. 



204 



i8. Cette médaille en argent, est entière- 
ment ciselée k la main. Le droit porte une 
représentation du „Gelderland" vaisseau de 
guerre néerlandais en pleine mer. 

Légende: onder godes bescherming op de 

GROOTE WATEREN. 

(Sur les grandes eaux sous la protection de 
Dieu.) 

Le nom du navire se réflète sur les ondes. 

Sur le revers on Ut rinscription suivante: 

„Aan Zijne Excellentie S. J. P. Krüger, staats- 
„ president der Z. A. Republiek, aangeboden 
„door J. M. VAN Kempen en Zonen, Kon. Ned. 
„fabriek van gouden en zilveren werken te 
„Voorschoten.*' 

(A son excellence S. J. P. Krüger, Président 
de la République sud-africaine, offert par MM. 
J. M. VAN Kempen et Fils, fabrique royale 
néerlandaise d'orfèvreries et d'argenteries k 
Voorschoten.) 

Ces mols sont entourés d'une branche de 
palmier accompagnée d'une ancre et d'un so- 
leil levant, symboles faisant allusion k la con- 
fiance dans une paix finale et basée sur la 
Justice. Il n'a pas été fait d'autres exemplaires de 
cette médaille, qui, comme nous venons de le 
dire, est entièrement travaillée k la main. 

MM. VAN Kempen ont bien voulu nous écrire, 
que les empreintes en gutta percha prises d'a- 



205 

prés la médaille, s'étaient bientöt cassées, et 
que ces messieiirs n'étaient plus en possession 
du croquis d'après lequel la médaille avait été 
ciselée. 

Un des premiers jours après son arrivée k 
la Haye, M. Krüger se rendit chez la Reine 
WILHELMINA, afin de lui présenter personnel- 
lement ses hommages. 

La médaille suivante rappelle cette visite k 
la Cour néerlandaise. Elle a été exécutéé par 
Beyenbach i Wiesbaden. 





19. Buste du président è gauche. Au-dessous 
de I'épaule une branche de laurier sur laquelle 
est un écu portant les armoiries de la Repu- 
blique Sud-Africaine. 

Légende: paul krüger president D(er) re- 

FUBLICK (sic) TRANSVAAL B. 

Revers: Les armoiries couronnées des Pays- 
Bas entre deux étoiles surmontées de: holland. 
En bas: 1900. Le toutentouréd'unecordelette. 

Légende : bezock (sic) D(es) presidenten krü- 



266 

GER AAN HET KONINGLIJKE HOF B. (Visite du 

président k Ia cour royale.) 

Contour perlé. 

Toutes les médailles sortant des ateliers de 
Beyenbach i Wiesbaden, portent la marque 
de la fabriqHe, c'est k dire un b sur un caducée. 

Argent et aluminium. Diam. 36 m.M. 

Collection de la Monnaie i Utrecht, r) 




20. Médaille de M. H 1 ppolvte le Rov, statuaire- 
médailleur k Gand, ayant pour sujet Ie secours 
prêté au président par la reine des Pays-Bas. 

Des journaux illustrés ont déji reproduit le 
dessin de Ia médaille 2) qui nous allons décrire. 
Les gravures que nous avons eues sous les 
yeux, la représentent considérablement agran- 
die en lui donnant un diamètre de 60 m.M. 



I) J'exprirae loute ma erttliiude i MM. Zwibrzina, van Kuk- 
wijK el TER Gouw, qui ïtcc la plus aimable obligcance, ont bien 
voulu me sign&ler les exemplaires des médailles Krüger figurant 
dans leurs cabineti, on in'ont foumi de* rensejgnementi inlércssanU- 
2) Nous devons le clicbé de cctte médaillE i l'obligéuice de M. 
ScKULKAN d' Amersfoort. 



26; 

La médaille que M. le Rov a bien voulu nous 
adresser, ne mesure que 30 m.M. seulement. 

Cette oeuvre doit son origine k une idéé 
émise dans le journal de Bruxelles, Ie Petit 
Bleu. i) Cette publication avait fait appel k 
rinitiative des artistes pour Ia création d'une 
oeuvre sculpturale ou autre k offrir a la Reine 
de Hollande en souvenir de son admirable 
conduite vis k vis du représentant des répu- 
bliques sud-africaines. 

M. LE RoY, chevalier de Tordre de Léopold, 
sculpteur k Gand, adressa deux projets kVsid- 
ministration du Petit Bleu. 

Celui d*un groupe allégorique et seconde- 
ment celui d'une médaille qui avait k ses 
yeux rimmense avantage de permettre k tous 
les partisans de la justice, admirateurs des 
Boers, collectionneurs, etc, de manifester leurs 
sentiments en acquérant une reproduction de 
cette médaille rappelant un des actes les plus 
importants de la fin du siècle dernier. 

Le Petit Bleu, qui avait proposé comme 
sujet, une reproduction du groupe d'AxTiGONE, 
préfèra s'en tenir k cette première pensee qu*il 
trouvait conforme k la réalité. L'histoire de 
cette célèbre et malheureuse femme de Tanti- 
quité est bien connue. 

Antigone devait être représentée suivant en 

I) Communicmtion de M. Hippolyte le Roy. 

18 



268 



exil son père aveugle, Oedipe, Ie célèbre roi 
thébain. Cette noble fille avait servi de guide 
fidele pendant Ie voyage de son père en Grèce. 
Cette comparaison d'ANTiGONE avec Ia reine 
WILHELMINA, qui prêta secours k un vieillard 
pour lui permettre de réaliser un pélérinage 
en faveur d'une oeuvre de Justice, ne fut pas 
approuvée a Tuninamité. 

M. LE RoY, sur Ie conseil d'autres personnes, 
projeta une médaille, dont Ie sens concordait 
d'une fagon encore plus claire avec les actes 
de la jeune reine. 

En voici Ia description: 

Droit: Profil de Ia Reine Wilhelmina dia- 
démée k gauche. 

Légende : wilhelmina-koningin der-neder- 
landen £ 19CX). 

Sous Tépaule, Ie nom du graveur : hip. le roy 

Revers: Une femme, coiffée d'un bonnet 
frison, le pied sur un piédestal, portant le nom 
„Gelderland" Ie costume tres gracieusement 
drapé, tend de Ia main droite, une égide ainsi 
qu'une branche d'olivier sur la tête du prési- 
dent Krüger, qui marche, la tête découverte. 
Le président, tenant Ie chapeau de Ia main 
droite porte de l'autre un rouleaü avec Tinscrip- 
tion „justice/* II est guidé par le bras sur 
son chemin plein d'obstacles. 

Légende : souvenir db la courageuse protec- 



209 



TIOX ACCORDÉE PAR LA REINE db HOLLANDE au 

PRÉSIDENT DU TRANSVAAL. LOUREN^O-MARQUES 

MARSEILLE IQOO. 

En bas: s. e. paul krueger. 

Argent. Diamètre 30 m.M. 

Ma collection. 

La femme frisonne ne représente pas, comme 
on serait porté k Ie croire, la reine Wilhel- 
MiNA, mais elle figure, comme M. le Roy a 
bien voulii nous Técrire, Ia Hollande même, 
protègeant le pélérin de la Justice. Son Excel- 
lence P. Krüger, marchant la tête découverte 
vers son but sublime „la liberté et la justice" 
pour son vaillant peuple opprimé. 

„Il est bien vrai/' continue M. le Roy, „que 
„votre tres gracieuse Souveraine personnifie 
„admirablement le peuple tout entier, mais 
„ayant réserve la face de la médaille k la re- 
„production de straits charmants de Sa Majesté, 
„j'ai voulu en plus incarner le peuple hoUan- 
„dais dans Ia figure qui protégé Ie beau vieil- 
„lard, que tout le monde vénère." 

Cette médaille a été congue d'abord pour 
être exécutée d'une plus grande taille, mais Ia 
demande d'exemplaires d*une grandeur permet- 
tant d'en faire des broches et des breloques 
pour les porter ostensiblement k titre de pro- 
pagande, a été cause que le graveur a reduit 
Ie diamètre de la pièce k 30 m.M. 



270 



M. LE RoY n'a pas encore offert un exeni- 
plaire de sa médaille k la Reine Wilhelmina, 
ni au président du Transvaal, mais son intention 
est de consacrer Ie benefice, que rapporterait la 
vente de cette pièce k la frappe de trois exem- 
plaires en or, k offrir au président Krüger, k 
S. M. WILHELMINA et au commandant du „Gel- 
derland,** si ce désir peut recevoir sa réalisa- 
tion. i) 

20A. Le 13 décembre iqcxd, M. Krüger donna k 
la Haye une grande réception, k la quelle 
beaucoup de personnes assistèrent. Le conseil 
d'administration du „Volksweerbaarheid" (Co- 
mité pour la défense du peuple) composé notam- 
ment de MM. le D'^. G. Kalff, professeur k 
Tuniversité d'Utrecht et A. L. W. Seyffardt, 
ancien ministre de la giierre k la Haye, offrit 
une médaille d'or au président Krüger. 

Sur Tune des cótés on lit: volksweerbaar- 

HEID • HOOFDBESTUUR • GRONDWET- ARTIKEL 180 — 

ALLEN WEERBAAR- (Défense du peuple, Admi- 
nistration directrice, loi fondamentale article 
180 — tous en état de porter les armes) tandis 
que le revers porte cette inscription: hulde aan 



i) M. LE RoY a cédé le monopole de la vente de sa médaille A 
M. J. ScHULMAN d*Amersfoort. Les amateurs qui désireraient se la 
procurer poiuront acquérir les pièces eu vermeil pour 17 fr. 50, celles 
en argent pour 14 francs., bronze argenté 7-So, bronze 4 francs. 



271 



Z.EXC. S. J. P. KRUGKR, STAATSPRESIDENT DER 
ZUID AFRIKAANSCHE REPUBLIEK. (HomiTiage k 

Son Excellence s. j. p. krüger, président de la 
république Sud-Africaine). 

21. La petite médaille que nous allons citer 
est frappée par MM. Mayer et Wilhelm k 
Stuttgard. II en existe des exemplaires en ar- 
gent et en bronze. EUe a été vendue sur les 
boulevards d'Amsterdam, lors de la visite du 
président k la capitale des Pays-Bas. 

Droit: Le buste du président vu de face, 
revêtu des insignes présidentiels. 

Légende : s. j. p. krCger. 

Revers: Les armoiries du Transvaal, i) 

Légende: eendracht maakt macht (L'union 
fait Ia force). 

Argent et bronze. Diam. 25 m.M. 

CoIIection du Cabinet Royal de Ia Haye. 



I) Voici la description détaillée des armoiries de la république 
Sud-Africaine. L'écu ovale, coupé: au premier parti: a. de gueules 
a un lion, couché et contoumé, d'or. sur une terrasse de sinople; ó. 
d'azur a nn Boer habillé, coifTé d'un chapeau rond, tenant de la main 
gauche un fusil, la crosse en bas, i>ur une terrasse de sinople. Au 
second de sinople a un chariot de voyage au naturel, couvert d'une 
icniure blanche et ronde, le timon 4 sénestre. En coeur un écu 
héraldiiiue d'argent, k une ancre de sable, la guroène de méme, a 
traverse de jfucules. 

L'ccu ovale est surmonté d'une aigle héraldicjue de sable bec(]uée 
et membrce de gueules, le vol abaissé, le téle contournée. 

Dévisc: EENDRAGT MAAKT MAGT 

De cha(|ue c^^tc de Técu trois drapeaux, croisés fascés de trois 
pièces de gueules. d'argent et d'azur ((jui est des Pays-Bas) A un lé de 
^inople perpendiculaire 1 la hampe. 



272 

Après avoir résidé successivement k la Haye 
et k Utrecht, M. Krüger s'est établi depuis Ie 
mois d'avril 1901 pour la saison d'été dans une 
villa k Hilversum, bourg pittoresque, situé entre 
Amsterdam et Utrecht. C'estdoncdans eet endroit 
que M. F. J. Brügel, président de la section 
„Hilversum*' de la société d'ouvriers néerlan- 
dais ayant pour devise: „Patrimonium*' lui 
offrit une belle médaille en argent, dont la 
description suit: 

22. Entre deux branches de laurier nouées 
par un ruban, cette inscription est gravée: 

AAN 

PRESIDENT 

KRUGER 



Revers: Continuation 



VAN DE AFDEELING 

HILVERSUM 

N. W. V. PATRIMONIUM 

AAN HAAR EERELID 

BIJ ZIJN KOMST ALHIER 

6 APRIL I9OI 

ps. 34 = 23. 
(De Heer verlost de 
ziel zijner knechten; en 
allen die op Hem be- 



de la légende du droit : 

Au président Krüger. 
Offert par la section 
Hilversum de la Société 
néerlandaise d'ouvriers 
k son Membre d'Hon- 
neur, lors de son arri- 
vée k Hilversum. 6 a- 
vril 1901. 

L'Eternel rachète 
Vkme de ses serviteurs 
et aucun de ceux qui 



273 



trouwen, zullen niet se retirent vers lui ne 
schuldig verklaard sera détruit. 
worden.) 

Cette médaille renfermée dans un étui de 
cuir brunSltre doublé de satin rouge, a été 
exécutéé par les soins de MM. van Kempen en 
Zonen k Voorschoten. 

La société „Patrimonium" est une associa- 
tion ayant un caractère religieux. 

Les médailles qui nous restent encore k citer 
ont toutes pour objet Ia glorification de Krü- 
ger et des Boers. Elles sont frappées en Al- 
lemagne. 

23. Médaille du graveur viennois Anton 

SCHARFF i). 

Droit: Buste de Krüger de trois quarts k 
gauche. Aux deux cótés du profil: 

DER 
PAUL KRÜGER ZUID 

PRESIDENT AFRIKAASCHE 

SCHARFF REPUBLIEK 

10 OCT. 1825. 

Revers: Un chêne avec des feuilles et des 
glands, autour duquel s'enroule une branche 
d'oranger pourvue de fruits. 



I) Cette médaille est décrite dans les Frankfurter ATüntbldtter I 
n° 10 — II et dans Tijdschrift Munt- en Fenmngkttnde 1900 p. 141. 

Elle a été mise en vente chez M. Schulman d' Amersfoort, qui 
livre les exemplaires d*argent i raison de 6 florins, les exemplaires 
en bronze pour / a.50. 



274 



Entre les différents rameaux cette légende: 

AAN DE DAPPERE STRIJDERS VOOR RECHT EN VRIJHEID 

1899 -1900 

(Aux énergiques défenseurs de la justice et 
de la liberté.) 

En bas, dans un cartouche, se trouve un 
petit agneaii, partie des armoiries de M. Ba- 
CHOVEN voN Echt, qui a pris Tinitiative de la 
création de cette médaille, la première en date 
des „KRüGER-penningen'\ La date de looctobre 
1825 est celle de la naissance de M. Krüger. 

Il en résulte, que Ie président a atteint Vkge 
de 70 ans, Ie 10 octobre 1900. Ce jour-li 
doit avoir été un des plus tristes de sa vie 
entière. Le noble vieillard venait de quitter 
Ie sol de sa patrie, laissant son pauvre peuple 
dans la plus grand détresse. 

Pour comble de malheur cette même date 
était celle du commencement de la guerre en 
1899. 

Une année entière s'était écoulée sans que 
rhorizon se dégage^t des nuages de tristesse 
qui couvraient le Transvaal. 

Le 10 octobre 1900 le président se trouvait 
k Louren^o-Marquez, attendant avec anxiété 
l'arrivée du navire k bord duquel il se trou- 
verait en sureté. Versie 19 octobre Krüger par- 
tit pour l'Europe. 

Bronze. Diamètre 39 m M. 



275 

Collection du Zeeuwsch Genootschap i Mid- 
del bourg. 

Plaquette et médaille de L. Chr. Lauer k 
Wiesbaden. 




-4- Plaquette. Buste du président k gauche 
dans un cercle entouré de branches de chêne 
et de laurier. Au-dessous de I'épaule, Ie nom 
du graveur Lauer. 

Pièce artistique. En bas du parallélogramme : 
•s; j: TAUi. krC<;er pkaes. der buren rkj'ublik 
Le portrait du président est copié avec beau- 
coup de succes sur les effigies du numéraire 
Transvaalien. Les poin^ons avec lesquels les 
monnaies trans vaaliennes ont été frappées k 
Pretoria, ont été achetés, en 1892, k la Mon- 
naie royale de Berlin, et sont l'oeuvre de Otto 



276 

ScHULz, graveur k cette Monnaie. Les machi- 
nes nécessaires pour la frappe des pièces ont 
été livrées par M. Löwe de Berlin. 

La Monnaie de Pretoria a travaillé jusqu'au 
3 juin 1900, date oü la première bombe anglaise 
éclata au-dessus de Ia ville. i) 

Les pièces de 5 shillings sont les plus rares 
de ce numéraire; depuis 1892, il n'en a plus 
été frappe. En 1900, pendant les derniers jours 
du gouvernement Boer k Pretoria, 2400x3 exem- 
plaires du „pond d'or'' ont encore été exécu- 
tés. Le gouvernement Sud-Africain en quittant 
cette ville a eu soin d'emporter tout Tor mon- 
nayé, ainsi que des milliers de plaques d'or, 
qui se trouvaient préparées pour la frappe. 
Les plaques après avoir été munies d'une 
bordure, ont été livrées ensuite k la circulation. 

Bronze. Hauteur de la plaquette 56 sur 37 m.M. 

Ma collection. 

25 Médaille. Même buste, mais sans entou- 
rage de rameaux. 

A droite: PRits. 

s. j. p. 

KRÜGER 

Revers: Les armoiries du Transvaal, sur- 
montées de Taigle et entourées de drapeaux 
nationaux. 



I) Voir Tarticle ^ fiber Transvaal' MüntetC^ dans ^yFrankfurter 
Mün%blAtter'\ Il n<> 20— 21. 



277 
Au-dessous sur un ruban: eendragt maakt 

MAGT 1899 — 1900. 

Légende : ZUR erinner2 an die siegr. schlach- 

TEN DER BUREN GEGEN DIE ENGLANDER • (En 

souvenir des batailles victorieuses des Boers 
centre les Anglais.) 

Bronze. Dïamètre 36 m.M. 

Ma collection. 





26. Médaille de Beyenbach è. Wiesbaden. 
Le droit de cette médaille est divisée en trois 
parties comme sur. notre n" 9. Même figures. 
Légendes allemandes. 

Dans Ia division supérieure : burenkrieg 
1899 — 1900. 

En bas : Da sprach der Mörder ihr seid mein, 
denn ich bin gross und hir seid klein. • b • , en 
quatre lignes. (Et l'assassin disait ; vous ètes 
k moi, car moi je suis grand et vous ètes 
petits.) 



278 



Revers: Entre une étoile et des ornements 
cette inscription : 



Seigneur fais paraïtre 
et disparaitre les tem- 
pêtes.Chaqiietentation 
noiisfortifiera,Sei<fneur 
vetiille ne pas nous pri- 
ver de I'espace, de l'air 
B ' et de la lumière du ciel. 

Argent et bronze. Diam. 36 m.M. 

Ma collection. 



HERR LAbS STCR^fE | 

gkh'n l'nd kommen ' 
jede prükun'g. soll l'ns ; 

FROMMEN 
IIERRNIMMUNSEINESN'ICIIT 
RAUM L'ND LUFT UND j 
HIMMELSLICMT 




27. Droit: Celui de notre n" 15. maïs de 
plus grand diainètre. 

Légende commencant en bas: Wer als Held 
sein Blut für der Freiheit Gut seinem Volke 
gab der schlaft stlss im Grab • u * (Quiconque 
versera son sang pour la liberté de son peiiple, 
dormira paisiblement dans sa tombe.) 

Revers: Le flan est coupé par deux lignes 
verticales. Dans le compartiment du centre. 



279 * 



cette inscription au-dessous d*un soleil rayonnant: 

' Seigneur vois notre 
Herr sieh die Not-. 



in Smach u. Tod! 

Goldgier'ge Brut 

lacht unsrer Thranen 

lechzt gleich Hymnen 

nach unserm Blut. 

Steh du uns bei 

Herr mach uns 

Frei! 



danger. On nous ou- 
trage, on noustue. Une 
nation avide d*or, se 
moque de nos larmes 
et lèche comme des 
hyènes notre sang. 
Seigneur rends nous la 
liberté. 

Aux deux cótés des branches de chêne. En 
bas des rinceaux entre lesquels b. 
Argent et aluminium. Diam. 39 m.M. 

Ma collection. 
28. Buste du président k gauche, type de 
notre n"*. 14. 
Même légende. 

Revers: Sur un écu, les armoiries de la 
République Sud-Africaine. 
Légende: süd afrikanische repubuk 
Le monogramme du graveur en bas entre 
six étoiles. 

Les n***. 26 — 28 sont tous frappés par Beyen- 
BAcn k Wiesbaden. 

Nous terminons cette courte notice en faisant 
les souhaits les plus ardents pour Theureuse 
réussite de Tappel que le Président Krüger 
fait h la justice de la vieille Europe. 

Les jours glorieux passés en France ont 



28o 



pu jusqu'^ présent ne pas produire d'effet 
direct pour assurer aux Boers leur entière li- 
berté. Mais, indirectement, ils ont servi èt sou- 
tenir Ténergie morale du peuple sud-africain. 
Chaque mot de sympathie, dit en faveur des 
Boers, est une semence qui doit produire des 
fruits au centuple. 

Mai 1901. Marie de Man. 



V . 



BouwstofTen voor eene Geschiedenis van het 
Nederlandsche Geld- en Muntwezen. 



Fot*. CXLJ V*^, Copie van der Ordonnancie 

up t stuck van der munten ge- 
maict in den jaere XIIIJ^ vier 
ende dertich XXIIJ in Julio. 

Phillips bij der gracie Goids Hertoge van Bourg. 
etc. doen cond allen luden, dat wij mit goeder mey- 
ninghe ansiende ende wael overdenckende die g^oote 
achterwesen ende verliese die onse gemeene onder- 
saten ende goede cooplude van onse landen, een lange 
tijt gehad ende geleden hebben, overmits den inbre- 
ken van der ordonnancie van onser munte die also niet 
bewaert noch van onsen ondersaten onderhouden en 
heeft geweest veel ende alrehande diversche ende 
conterfeyte munten zijn gecoomen vuyt menigen lan- 
den ende heerschippien gemaict ende geslagen up tie 
ordonnancie ende nader conterfeytinghe van onsen 
pennijn. beyde van goude ende van zilver de welcke 
loop ende ganck gecregen hebben boven hooren prijse 
ende waerde overal in onsen lande van H. van Z. 



282 



ende van V. omdat zij gelijck den onsen ontfanghen 
genoomen ende vutgegeven hebben geweest. Also 
dat daerom alle goede munten verloopen ende soe 
upgeclommen zijn, dat men qualick thans onder onsen 
gemeenen luyden die voorsz. goede penn. ende mun- 
ten sal weeten te taxeren ofte prijsen up hoere 
waerde, om die vermeenichthede der quader ende con- 
terfey^ter penn. voorsz. Ende indien dat ten besten 
by ons ende onse lande hier in niet voorsien en hadde 
gesijn het waer gescepen geweest dat die coopman- 
scippen ende wailvaert onser lande daer bij te nyente 
ende verderflick ende oock al dat goede geit in cor- 
ten tyden versteken ende onse ondersaten mit listicheyt 
ontogen gewerden soude hebben. Twelck ons al te 
onbevallick geweest ende groote ongenouchte daer in 
gehad soude hebben mair wij die alle wege als recht 
is ende reden eyscht mit goeden meyninghe ende 
mit alle onser herten poogen ende arbeyden willen 
in die vordernisse ende wailvaert onser gemeenre luy- 
den ende ondersaten van H. van Z. ende van V. heb- 
ben geordonniert ende geslooten bij goetduncken ende 
ingeven van onsen landen van Brabant, Vlaendren, 
Henegouwen, Hollant, Zeellant ende Vrieslant voorsz. 
ende bij goeden rijpen rade ende groote voorsie- 
nicheyt van veele goede notabele parsoonen die hem 
vuterlick daerin bemoeden ende tot meeniger tijt 
daerom vergadert hebben geweest een nyeuwe voet 
van eenre munte beyde van goude ende van zilver 
dewelcke wij aireede doen wercken van sulcker waer- 
den gewichte ende aloyc gelyck hier na bescreven 
ende verclaert staat. Dats te weeten eerst eenen pen- 



283 



ninck van goude geheten Phillipus die houden sal 
XXIIJ carathen ende drie vierendeel ende een zestienden 
deel van een caraet fijns goudts sijmer (sic) i) sulck ende 
also fijn in aloye als den nobel van engelant nu t(er) 
tijt loop hebbende, ende van LXVij»/2 in die troy- 
sche marck eenen halven Ingelschen t(er) remedie 
in de snede, welcke onse voorsz. penninck loop ende 
ganck hebben sal voor iüj j:? gr. der nyer zilver mun- 
ten hier na verclaert. Item eenen penninck geheten 
halve Phillipus van gelijcken aloye ende remedien 
van CXXXV in der sneden vuyter troyscher marck 
voor IJ ^ gr. van den voorsz. zilveren munte, van 
wekken penn. wij hebben sullen van elcker troyscher 
marck voor onse sleyschat ende brassage 2) eenen 
Phillipus ende die overbate die coopman. Item eenen 
zilveren penninck van IJ gr. van v. d. 3) Conincx zil- 
vers in aloye LXXIJ vuyter Troyscher marck wercx, 
een greyn in alloye ende eenen halven penn. van 
IJ gr. in die snede t(er) remedien up elck marck wercx, 
ende voort halve groote vierendeel ende achtendeelen 
van grooten gealloyeert ende gesneden alsoot behoort 
na dese voorsz. penn. van IJ groote. Ende dese 
zilveren munte sal men oock van nyeux ende jegen- 
woordelic van onser wegen voortan doen slaen daer 
of wij van elcker Troysche marck zilvers voor onse 
sleyschat ende brassage hebben sullen XV groote ende 
die coopman XXIJ [i IX d. gr. vuytgesteken die penn. 

1) Er staat duidelijk sijmer — dat zal moeten zijn ijmer. 

2) Sleyschat. Zie over dat woord ,/iIf jVavorscAfr**, jaargangen : 
XXIV. bl. 568. 584; XXV, bl. 64, 187; XXVI bl. 300. 

Brassage - - muntloon. 

3) V. d. vijf deniers. 

19 



284 



van goude ende van zilver in de ordonnancie dear 
up gemaict verclaert welcke penn. van goude ende 
van zilver gelijck die benoomt ende bescreven staen 
onse muntmeesters van Hollant die nu zijn, die an- 
genoomen ende belooft hebben up ten ketel ende up 
alle hoer goeden jegens ons te verbeuren die te doen 
wercken ende maken in sulcker waerden ende van 
sulcken aloye ende gewichte als voorsz. staet. Ende 
want wij sijmer (sic) willen ende bij deser ordonnancie 
van onser munten voorsz. meynen te verhoeden 
die groote dwalinghen des payments voorsz. Soe 
hebben wij voir ons ende onsen nacommelingen 
graven of gravinnen van Hollant gelooft ende geloven 
jegenwoordelick mit desen onsen brieve, onsen lande 
ende goede steden van Hollant v. Zeellant ende v. 
Vrieslant voorsz. dese voorsz. penn. van goude ende 
van zilver so zij genoemt ende gescreven staen te 
doen maken ende wercken ende die voorsz. munte 
also te onderhouden twintich jaeren lanck achter een 
naestcomende geduerende daer dat eerste jaer of be- 
gonnen ende inginck up S'* Maertinsdaghe in den 
winter lestleden, dat was up ten XJ*"" dach van No- 
vember int jaer ons Heren als men screef duysent 
CCCC drie ende dertich ende sal eynden ende vuyt- 
gaen daer na up ten selven Sinte Maertinsdach over 
XX jaer voorsz. Ende mits dese voorwaerde ende 
geloften voorsz. zoe sullen wij mede gehouden zijn 
dese voorsz. penn. van goude ende van zilver niet 
te doen verargen noch te lichten in eeniger manieren 
ende oock binnen den tijt voorsz., geen andere munte 
ofte penn. doen slaen dan voorsz. is. Ende sullen 



285 



hierom onse voorsz. lande ende steden v. H. van 
Z. ende v. V. voorsz., of die geene die des van hoere 
wegen machtich wesen sullen alweege alst hem ge- 
nougen sal, buyten onse oft sonder consent van ons 
te hebben up tie voorsz. penn. van goude ende van 
zilver prouve ende assaye moogen doen nae hoere 
goetduncken ende wille up dat zij altijt daarbij weeten 
moogen of hem die muntmeesters quyten, ende also 
wercken als zij van rechtswegen schuldich zijn te 
doen. Ende oft tot eeniger tijt gebeurde, dat wij 
sijmer (sic) hoopen dat niet zijn en sall dat onse 
muntmeesters voorsz. die nu zijn of namaels onse 
muntmeesters van HoUant werden mochten him ver- 
boesden of versuymelich werden wouden in onser 
munten voorsz. also dat bij hem onse munten ge- 
archt of in eeniger wijs gelicht werde i), niet je- 
genstaende die verbeur nisse van hoer lijve ende 
goede voorsz. ende wij bij versuymcnisse over die 
onderhoryge geen correctie en deden, ofte en wou- 
den doen als wij mit rechte schuldich waren ende wij 
des vermaent werden zoe sullen dan onse lande ende 
steden van H. v. Z. ende van V. voorsz., binnen 
eenre maent na der maninghe voorsz. over den on- 
derhorygen moogen rechten ende dat verhalen an 
sijnen lijve, gelijck ende in alre manieren off wij 
selver dat deden doen, ende of dat bij ons geschiet 
waer sonder yet daer an te misdoen ofte breucken 
jegens ons ende onser heerlicheyt in eeniger wijs, 
maer omdat die kennisse van onser munte ons al- 
leen van onser hooger heerlickheyt wegen, ende nie- 

I) Slechter of in eeniger wijs lichter gemaakt werde. 



286 



mant anders toe en behoort, mit anders die breucken 
ende beteringen daertoe dienende, Ende dat eenighe 
dese voorwaerde ende overdrachte voorsz. verstaen 
mochten in achterdeele van onser heerlicheyt voorsz. 
ende trecken in toecoomende tijden, tot horen prof- 
fyte ende voirdele tselve dat voorsz. is, Soe ist dat 
wij dit willen ende begeren te behouden onse rechten 
ende heerlicheden als reden is verclaren ende kundigen 
hier of onse meyninge in deser manieren dat so wes 
in den punten van der munten voorsz. bij ons over- 
gegeven is, dat niet coomen noch wesen en sal in 
eenigen hinder achterdeele ofte preiudicie van ons 
onse rechten of heerlicheden voorsz, maer hebben 
alleenlick dese werve i) dit gedaen ende geconsentert 
in vordernisse van ons ende onser munten ende om 
die wailvaert van onsen gemeenen lande voorsz. 
also dat wij ende onse nacommelingen teynden die 
tijt van XX jaren voorsz. van dese voorwaerden ende 
ordonnancie quyte ende vrij wesen sullen ende sullen 
dan mit onser munte ende hooge heerlicheyt moogen 
doen ende disponeren gelijck ende in alre manieren 
als wij gedaen mochten hebben eer dat dese voor- 
waerden ende overdrachten aldus geschiet ende bij 
ons overgegeven waren sunder yemant him des te 
bewinden of eenich seggen daer in te hebben mits 
die ordonnancie voorsz. ende behoudelick altijt in 
allen anderen saken onse rechten ende heerlicheden 
voorsz. Ende des te getuyghe soe hebben wij onsen 
segel an desen brief doen hangen, Ende omdat die 



I) Werve — maal, keer. 



28; 



hoochgeboorne vorste Hertoghe van Bourgoén. onse 
lieve genad. Here voirn. zijnen lande ende gemeene 
steden van H. v. Z., ende v. V. voorsz. gelooft heeft 
alle de voorsz. punten te houden ende te volcoomen 
gelijck voorsz. staen, soe hebben wij steden van H. 
van Z. ende van V. hier na benoomt desgelijcx we- 
derom gelooft ende gewillecoert voor ons ende onsen 
gemeenen poorteren ende inwoneren onsen genaden 
Here voorsz. ende sijnen nacomelingen te houden te 
voldoen ende te volcoomen wael ende getruwelick 
alle ordonnancien, verbonden, voorwaerden ende pun- 
ten die in deser rolle gescreven staen ende daer dese 
jegenwoordige brief deursteken is, ende sullen alle 
punten ende voorwaerden geset in der voorsz. rolle 
wael ende getruwelick na onser best er weetentheyt 
up ten onderhorygen of den geenen die ter contrarie 
hier inne deden, dat helpen berechten ende verhalen 
ende doen vervolgen ende executeeren tot oorboor 
ende proffyte van onsen voorsz. genaden Here ende 
zijnen munte voorsz., ende voort alle saken ende 
verbonden hantieren ende plegen na inhout der rolle 
voorsz. niet jegenstaende eenighe punten daer in be- 
grepen die ter contrarie wesen of dienen mochten, 
onsen privilegiën handvesten rechten of haercoomen 
die wij hebben ende gebruycken moogen, Behoude- 
lick in allen punten die der voorsz. rolle niet jegen 
en dragen onse handvesten, privilegiën ende rechten 
ende teynden den tijt van den XX jaeren voorsz. 
die te gebruycken gelijckerwijs als wij dese eer dat 
wij onsen genad. Here dese voorwaerden ende ge- 
loften voorsz. gedaen hadden. Ende des te getuyge 



288 



soe hebben wij burgemrn scepenen ende rade der 
steden van Haerlem, Delf, Leyden, Amsterdam, Goude, 
Rotterdam, Hoorn, Alckmaer, Schiedam, Gornichem, 
Schoonhoven, Oudewater, Heusden, Naerden, Woer- 
den, Enghuysen ende Medemblyck elxc voor ons 
selven Ende wij burgmrn scepenen ende rade der stede 
van Middelburch ende van Ziericxee oock elcx voor 
ons selven bij goetduncken van onser gemeenre vroe- 
scip ende rijckheyt desen brief besegelt mit onser stede 
segelen hier angehangen. Ende of an desen brieve 
een of twee segelen off meer gebraken, soo dat die 
ten vollen niet besegelt en ware als zij behoorde ende 
voorsz. is, nochtans sal hij mitter ordonnancie voorsz. 
van weerden ende van sulcker machten blijven ende 
wesen als of hij te vollen ende geheelick besegelt waere. 
Gegeven up ten XXIIJ" dach in Julyo int jaer ons Heren 
duysent CCCC vier ende dertich. Geteykent bij mijnen 
Here den Hertoge grave van Hollant. C. Baroen. 

FoL CXLIJ V*' 

Copie van den transfixe deur den voorsz, brie/. 

Ordinancie van der nyeuwer munte 
overdragen ende geslooten in onsen name 
ende van onser weegen bij onsen ge- 
trouwen Rade gecommitteert ten saken 
onser lande van Holland van Zeelland 
ende van Vrieslant in onse absencie ende 
bij onsen gemeenen steden onser landen 
voorsz. die hier voor in desen jegenwoor- 
digen brief benoomt staen. 

Eerst soe ordineren wij ende verbieden scharpelick 



289 



dat na inganck van deser ordinancie geen munte 
van goude loop hebben sal in onsen lande van H. 
V. Z. ende v. V. voorsz. in coopen in vercoopen noch 
andersins dan die pennijn van goude geheten Phillipus 
die wij nu tegenwoordelick ende van nyeux doen 
slaen, ende eenen anderen penninck geheten halve 
Phillipus van gelijcken aloye de welcke penn. houden 
ende waerdich wesen sullen in den gewichte ende in 
den aloye gelijck in desen selven brief verclaert 
staen. Ende desgelijcx dat geen silveren munte loop 
en hebbe dan die nyeu munte van silver te weeten 
den penninck van twee groote die wij nu mede doen 
slaen, groote halve groote vierendeele ende achten- 
deele van grooten gealloyert ende gesneden alsoot 
behoort na den voorsz. penninck van twee groote, 
welcke penninghe van silver houden ende waerdich 
wesen sullen in den gewichte ende in den aloye 
gelijck mede voer in den brief verclaert is. Ende 
daartoe alsulcke penninge van goude ende van zilver 
die mede loop hebben sullen in suicker manieren als 
hier na in dezer ordonnancie voorsz. genoomt ende 
verclaert staen. Ende so wie andere penn. van goude 
of van zilver dan boven of onder gescreven staen, 
ontfinge of vuytgave dat soude wesen als van den 
gulden pennijnck up tie boete van vijf scell. gr. munte 
voirsz. van elcken pennijnck een pont gr. nederwairt. 
Ende van elcken pennijnck van silver desgelijcx van 
een tb gr. nederwairt up tie boete van vijf pennijnck 
groot. Ende van een £ gr. tsij in goude oft in silver up 
tie boete van thien scellinge gr. ende boven den voirsz. 
pont gr. int avenant van v. ^i gr. van elc pont gr. 



290 



Item want in eenige steden ende sloten vreemde 
munten gemaict ende geslagen hebben geweest ende 
zij penn. van goude ende van silver van de maecsle, 
prente ende vorme van den onsen of genouchgelijck 
ende die uutgegeven onder den prijs ende wairden 
van onsen penn. de welke nochtan van ander ende 
mynder gewichte ende aloye zijn, wair inne wij ende 
onse ondersaten ende gemeene landen hebben geweest 
ende zijn grootelic bedrogen bescadicht ende verarmt, 
ende souden noch meer wesen, werde daer in niet 
voirsien, wij willende hier up remedieren hebben ge- 
ordineert ende bevolen, ordineren ende bevelen dat 
alsulke muntmeesters, muntenairs wercluyde ende 
andere officiers van munten die aldus zullen slaen 
wercken munten ende conterfeyten onse voirsz penn. 
van goude of van silver in vorme, maecsle of printe 
van den onsen of diergelijcke, dat men die voirsz. 
muntmeesters muntenairs, werckluyde ende andere 
officiers van munten letten ende arresteren sal in 
onse voirsz. landen van H. v. Z. ende v. V. ende 
andere onse heerlicheden wair men die vynden ende 
gecrijgen sal moogen ende van himluyden sonder 
verdrach oic pugnicie en correctie doen in lijve ge- 
gelijcken van valschen muntenairs ende up dat men 
se niet gecrijgen en kan zij sullen gebannen zijn tot 
eewigen dagen uut alle onse landen. 

Item dat nyemant wesende rentmr tresorier bailliu, 
scout oft andere officier hostillier makelair wisselair 
marcschipper tavernier oft woukenair oft hoere wijve 
clercken oft mesnyede *) oft gesinne voirtaen na den 



I) Meysnyede - bedienden. 



291 



inganck van dese ordonnancie en ontfange noch uut 
en geve de penn. van goude die loop sullen hebben 
bij deze voirsz. ordonnancie, ten zij dat zij hebben 
haere rechte gewichte up tie boete van v [i gr. te 
verbueren van elc stuck goudts zijn gewichte niet 
hebbende dat alsoe uutgegevene soude wesen die 
welke men dair nae in stucken snijden sal in die 
wisselen ende dan dair of geven zijn rechte weerde. 

Item dat alle rentmrs bailliuwen ende andere offi- 
ciers ons voirsz. landts ontfaen zullen alle onse renten 
demeynen ende exploiten bij den voirsz. penn. ten 
pse (presente) verclairt in dese tegenwoirdige ordi- 
nancie ende desgelijc sullen zij die weder uutgeven 
up tie boete van V li gr. ende boven desen ver- 
laten te wesen van hoere of ficien ende niet abel noch 
weerdich te zijne den tijt van drie jaeren dair nair die 
zelve officie oft andere te hebben ofte te gecrijgen. 

Item zoe wie hij zij poirter of inwonende binnen 
onsen voirsz. landen van H. Z. ende V. oft vreemde 
die bevonden sal werden mit billoene van goude of 
van zilver gesmolten of ongesmolten om dat te dragen 
uut den voirsz. lande tbilioen sal verbuert zijn tegens 
ons ende boven desen sal hij verbueren voir elcke 
troysche marck te weten van den goude xij £ gr. 
ende van den silver xxj ^i viij d. gr. der voirsz. 
munte, wel verstaende al worde yemant alsoe be- 
vonden mit billoene, om dat uut te dragen oft voeren 
al hadde hij andere manieren van penn. gemingelt 
mitten selven billioene oft anders over him ongemin- 
gelt dat zelve billioen sal verbuert zijn ende met die 



292 



andere penn. voirsz. Ende bij alsoe dat hij aldus niet 
vonden en worde dragende oft voerende uut den 
voirsz. landen t voirsz. billioen const men nochtan up 
dien geprouven mit warachtigen getugen binnen jaere 
ende binnen dage nae dat tsuck gevallen zoude zijn 
hij soude gecondempneert werden in zulke boete als 
voirsz. is te weten in xij £ gr. voir elc mare gouts 
ende xxj fJ Vlij d. gr. van elc mare zilvers bij alsoe 
dat men him gecrijgen of gevangen kan binnen onsen 
voirsz. landen van H. Z. ende V. ende zullen gere- 
kent zijn voir billioen soe dat men dat niet en sal 
moegen dragen of voeren uut den voirsz. landen van 
H. Z. ende V. alle manieren van goude oft van zilver 
uutgeseyt alleene den saluyt van Vrancrijcke den 
voirsz. onsen nyeuwen penn. van goude ende van 
silver, den nobel van Ingelant Rijnsche gul. nobelen 
van Vlaenderen ducaten genevijnen (Fol. CXLIIJ) 
ende gulden van Florencen ende oic geheele vasseele 
ende juweelen van goude ende van silvere, die elc 
naer zijnen staet ende oeck silversmede ende munse- 
myers uut zullen moegen voeren ongebroken zonder 
fraude het en waere dat zij die uutvoerden in meyninge 
die te vercopen over stoffe ende materie de welke 
vasseele oft juweelen up dat zoe waire verbuert zijn 
zouden, ende voirt zoude die ghene diese alsoe uut- 
voeren soude dat beteren ende dair of gecorrigiert 
zijn gelijck die ghene die billioen uut den lande voeren 
sullen. 

Item dat alle wisselairs gehouden zullen zijn elke 
diet an him begeeren sal te wisselen zijn goude ende 
te geven van den penn. die gerekent zullen wesen voir 



293 



bilHoen hoere gerechte weerde wel ende getrouwelic 
up een derdendeel van eenen gr. nae van elc stuck 
dat zij dair of hebben souden in die munte ende dit 
up tie boete van V ^S gr. van eiken pennijnck welke 
wisselairs nae dat zij van den coop eens sullen zijn 
ende eer zij den prijs betalen sullen sculdich wesen 
up tie selve penn. te snijden in tegenwoirdicheyt van 
den ghenen die se hem vercoopen, ende zullen dair 
toe die voirsz. wisselaers sculdich zijn up tie taefle 
van hoere wissele altoes openbairlic upgerecht hebben 
een schare dienende om te snijden sulke penn, up tie 
boete van v £ gr. alsoe dicke ende menichwerve als 
men himlieden bevijnden sal sonder te hebben alsulke 
opgerechte scharen up hoir wisseltaefel voirsz. 

Item dat wisselaers sullen gehouden zijn te dragen 
of te doen dragen in de voorsz. munte alle t billoen 
dat zij gecregen sullen hebben terstont als zijs hebben, 
Te weeten in goude weder het zij van den voorsz. 
gesneden penn. of andere totter waerde van IIIJ marck, 
of van zilver tot L marck coniiïcx silvers troyssche 
gewichte of ten lancxsten binnen achte dagen daer 
nae up die peyne van tselve billioen te verbeuren 
jegens ons, binnen den welcken achte dagen zij sullen 
oock moogen vercrijgen meer billioens om dat een 
mitten anderen te dragen in der voorsz. munten up 
dattet him gelieft, behouden dien dat die bailliuwen, 
schouten ende andere onse officiers mit eenighe van 
den gerechte van der stede ende plaetsen sullen visi- 
teren die wisselen ende huysen van den wisselaers 
also meenichwerf als hem gelieven ende goetduncken 
sall ende vinden zij billioen totter waerde, te weeten 



294 



van goude tot twee marck of van zilver tot XX marck 
sij sullen segelen in den name van ons ende sullen 
also laten in den handen van den voorsz. wissellaers, 
totter tijt dat zijs van goude sullen hebben IIIJ marck 
ende van zilver L marck, ende bij alsoe dat zijs 
vonden IIIJ marck van goude ende L marck van 
zilver ende die voorsz. wissellaers dat niet en wilden 
dragen in den voorsz. munte, dan ten eynde van de 
voorsz. achte dagen, die selve officiers sullen dat 
moogen seynden in der voorsz. munte ten coste van 
den voorsz. wissellaers, behouden dien dat zij hem 
schuldich zijn genouchte te doen van der waerde daer 
of ten prijse van der voorsz. munte. 

Item sullen die voorsz. wisselaers gehouden zijn 
telcker werve als zij gelevert sullen hebben hoor billioen 
in der voorsz. munten van den selven billioen te nemen 
certificacie van den waerdeyne van der munten voorsz., 
ende die selve certificacie up tie boete van vijffpond 
groote binnen drien dagen na dat zij thuys gecoomen 
sullen zijn te leveren ende over te geven den bailliu 
schout of rechter van der stad daer hij wonachtich 
sal zijn ter precensie van den gerechte van der selver 
stad de welcke bailliu schout of rechter gehouden wert 
daer of gewach te maken in zijnre rekenijnge voor 
die geene die van onser weegen geordonneert sullen 
zijn hoor rekenijnge te hooren ten eynde dattet blijcken 
mach of die meesters van derselver munte gemunt 
sullen hebben al tbillioen dat him gebracht wert 
welcke certificacie die voorsz. waerdeyn gehouden sal 
weesen te geven sonder eenigen cost. 

Item sal gehouden zijn die voorsz. waerdeyn van 



295 

derzelver munten te wesen voor oogen daer men 
ontfangen sall tbillioen dat gebrocht sal zijn in der 
voorsz. munten of zijn geswooren clerck, bij also dat 
hij hadde redelick belet ende dat te doen registreren 
om daer of te certificeren den voorsz. gecommitteerde 
eens siaers ende als hijs versocht wert van onser 
wegen up van gepri veert te wecsen van zijnre offi- 
cien ende van gerekent te zijn menedich ende ver- 
zwooren. 

Item dat nyemand tzij wisselaers of anders houden 
en sall binnen der stad van Dordrecht noch elder 
binnen onsen voorsz. lande van H. Z. of V. tafel 
noch banck om tontfane tgelt van den coopluyden 
ende te maken hoor paymentcn up die pcyne van den 
bannc van drie jaren. 

Item dat nyemand en sal moogen coopen bilyoen 
binnen onsen voorsz. lande van H. van Z. ende van 
V. het en zij om te leveren in der voorsz. munten 
up tselve bilioen jegens ons verbeurt te wesen ende 
daer toe up die boete van thien pond groot vuytge- 
scheyden i) goudsmede die sullen moogen coopen 
om te verwercken in haren ambochte tot XX marck 
teenen male ende tot eenre wcrvc sonder fraude ende 
die mesmakers een half marck om hoir ambochte ende 
oock die tafelettiers een half marck om dat voort te 
vercoopen eenigen wisselaer of dat selvc te leveren 
in onser voorsz. munte up dat hem gelieft. Behouden 
dies dat elck also wel van onsen voorsz. landen van 
H. Z. ende V., als van buyten sal moogen coopen 



I) Uitgezonderd. 



296 



schalen croesen ende anderen juweelen ende vaysselen 
ongebrooken om zijn slijten ende useren sonder 
fraude behouden oock dien dat nyemand en coope 
noch en vercoope eenich zilver meer dan na gelande i) 
van sijnre waerden na deser jegenwoordiger ordon- 
nancie, te weeten troyssche marck conincx zilver 
XXIJ |i IX d. gr. van onser munten voorsz. 

Item dat onse officiers elck binnen zijnen be- 
drij ve sullen moogen gaen, altijt alst hem goet ende 
oorbaerlick duncken sall mit eenen van onsen ge- 
rechte van dier plaetse de welck van den gerechte 
sullen gehouden zijn bij hooren eede daer toe 
te verstaen also dick als zijs versocht sullen wer- 
den bij onsen voorsz. officiers ten huyse van den 
voorsz. wisselaers maseniers tafelettiers wokenaers 
weder zij poorters zijn of geene ende andere sus- 
pecte om te ondersoucken tbillioen ende ander saken 
noopende dese voorsz. ordonnancie ende hier toe te 
doen alsoot behoeren sall int welck zij sullen moogen 
neemen den eed van den voorsz. persoonen bij also 
dat hem gelieft ende desgelijcx van hooren knapen 
ende dienaren ende van alle anderen die daer of 
sullen moogen weeten te spreken. 

Uit Register der Rekenkamer van Holland en Zee- 
land, op den rug getiteld: IL Eerste Geluwe 
Register P 1460. Fred. Caland. 

Wordt vervolgd. 



i) naar gelang. 



Gemengde Berichten. 



Valsche Realen van aghten in Middelburg uitgegeven, 

Den 20 november 1600 kwam bij de Staten van 
Zeeland de mededeeling in, dat „diversche realen van 
aghten", die vervalscht waren, onder de bevolking 
waren verspreid. De Staten namen onmiddellijk het 
besluit de andere zeeuwsche steden met dit feit in 
kennis te stellen, opdat de respektieve ingezetenen per 
publikatie of anderszins zouden kunnen gewaarschuwd 
worden. De middelburgsche Statenleden kregen daar- 
bij de opdracht „nader op de qualiteijt ende gedaente 
van den persoone die deselve realen heeft gestrooijt'* 
onderzoek in te stellen en ook na te gaan, met wien 
de valsche munter in onderhandeling en korrespon- 
dentie was geweest. 

Reeds den dag daarop is de verlangde informatie 
bij de Staten ingediend, met dit gevolg dat aan de 
steden Middelburgh, Zierickzee, Goes, Tholen, Vlis- 
singen, Vere, Brouwershaven, Arnemuijden, St. Maer- 
tensdijck, Axele, Neusen, Biervliet, Lillo, Bergen op 



298 



Zoom en Reijmerswalle, de volgende waarschuwings 
brief werd toegezonden. 

Eersame etc. 









Alzoo *t Onser kennisse is gekomen, hoe dat eenen 
genaemt Elias Coorens, van Antwerpen, wesende 
v,een Jonghman van den ouderdom van omtrent 
dertigh Jaren, tamelyck langh van Persoone, ros van 
„Haire en Baert, gemeynelyck gekleet met een grof 
„Greijnen Rocxken ende Broeck, hem zoude gemoeyt 
v^hebben met valsche Munte, ende namentlyck met het 
„slaen van Realen van aghten, ende deselve onder -ïe 
„Gemeijnte uijt te stroyen (d. i. te distribueeren en 
„uit te geven); zoo en hebben Wij niet willen naer- 
laten UE: terstonts daer van te waerschouwen, op 
dat zy voor schade mogen verhoedt worden: Ende 
dat voorts UE : scherpelyck willen doen vernemen 
„of den voorsz. Persoon aldaer niet en zoude wesen 
„te bekomen, om denselven te versekeren, ende 
„tegens hem geprocedeert te mogen worden, als 
naer behooren. Hier mede, Eersame etc. In' Hoff 
van Zeelant tot Middelburgh, den 23 novembris 1600. 

Staten. 

Met het oog op het ernstige van dit geval, werd 
ook een dergelijk schrijven aan de Heeren Staten 
Generaal der Vereenigde Nederlanden gezonden. 

Aangezien de Notulen verder niets over deze zaak 
vermelden, mag men gerustelijk aannemen, dat onze 
sinjeur te water naar Antwerpen is ontsnapt, na zeker 
eerst zijn voorraad valsche realen, in de beurzen van 



299 



Middelburgs ingezetenen te hebben leeggeschud i). 

In het jaar daarop, werden in deze stad twee 
Fran^oisen opgepakt, die overgekomen waren „van 
den Vyant uyt Hulst," beschuldigd van valsche munt 
te hebben verspreid. Zij werden op 's Gravensteen 
geborgen. 

Maar er kwam strijd wie over deze brave luiden 
zou mogen richten; de Staten van Zeeland gaven 
dat recht aan de Admiraliteyt, maar de Heeren van 
Middelburg waren van oordeel, dat de jurisdictie hun 
toekwam, als „wesende Gevangenen op de stroomen 
van Zeelant, namentlijk Bewester Schelt.'* En in 
dien zin is den 28 mei i6oï geresol veert, zoodat ,, den 
Bailliu, mitsgaders Burgemeesters ende schepenen 
deser stadt van Middelburgh, geauthoriseert werden 
om tegen den Gevangene te procederen ende Reght 
ende Justitie te administreren". 

M. D. M. 



Penning ter eere van Petronella Moevs, 

Een courantenbericht van 9 Juni 1835 luidt: 
Il n'y a pas bien long temps que Mlle Petronille (sic) 
Moens célèbre muse du parnasse hollandais a eu la 



I ) Wij willen hierbij vermelden, dat het ^JiuigregisUr^^ dezer stad 
zegt, dat in 1600 een zekere Claude de la Vardin, die van een 
Franschman geleerd had vierendeelen van realen te maken, en deze 
ook verspreid had. veroordeeld is „tot den zwaarde, met gunnen het 
doode lichaam den buik der aarde", en dat 6 febr. 1601, Pieter 
Jc»BSE, die 5 valsche realen van achten had verspreid, die hij van 

een Engelschman had ontvangen, is veroordeeld tot geeseling tot den 
bloede en verbanniug. 

20 



300 



satisfaction de fèter Ie cinquantième anniversaire de 
Tobtention de la grande médaille d'or de la Société 
de poésie et de belles lettres d*Amsterdam qui lui a 
été décernée en 1785. 

M^ic Moens parvenue k T^ge avance de 72 ans, est, 
comme Ton sait, privée de la vue depuis sa tendre 
jeunesse, mais elle a Ie bonheur de jouir de la plus 
parfait e santé. A Toccasion de Tanniversaire dont 
nous venons de parier elle a re9u une marque flat- 
teuse de souvenir de la part de S.M. ; elle a été 
félicitée par un grand nombre de ses concitoyens, de 
savans et de poètes venus de divers endroits pour 
lui présenter leurs hommages. Plusieurs de ces der- 
niers lui ont fait compliment en vers, entr'autres Ie 
poète Van Someren, un de nos Bardes de grande 
réputation, qui lui a adressé une pièce de vers très- 
louée par les journaux du pays et qui donne de 
nouveau la mesure de son beau talent. 

Terwijl hetzelfde orgaan in September 1836 meldde: 

Dans ces dernières années oü Ie courage et la 
fidélité de la Néerlande ont brille d'un lustre si 
eclatant, un grand nombre de dames ont fait des 
sacrifices k la Patrie. en argent et en d*autres objets. 

Notre estimable compatriote Petronella Moens, 
connue par ses belles poésies, déposa aussi, dans Ie 
temps, sur l'autel de la Patrie, la médaille en or, avec 
laquelle, il y a 50 ans, on avait couronné une de ses 
oeuvres poétiques i). 

I) Zij is in 1785 met goud bekroond geworden voor haar gedicht 
,yDe ware Christen", en ontving in 1786 opnieuw een gouden penning 
van het bestuur der Portugeesche Synagoge te Amsterdam, als erken- 
tenis voor het met hare vriendin Adriana van Overstraten uit- 
gegeven gedicht yyEsther^\ (Red.) 



301 



Le Roi, instruit de ce fait, a gratifié Mad. Moens 
d'une belle médaille en or, qui lui a été remise, au 
nom de S.M., le 24 de ce mois, jour anniversaire 
du Roi, par le bourgmestre de notre ville, le Con- 
seiller d*Etat, van Asch van Wyck. 

Sur Tune des faces de cette médaille, on voit 
Teffigie du Roi, avec Tinscription GuiLLAUME Ier, /?^/ 
des PayS'Bas, Grand-Duc de Luxemdour^; sur Vsiutre 
on lit ees mots : A Petronella Moens de la part 
du RoL MDCCCXXXVI. 

Vrage: Waar berust thans dit unicum? en is die 
medaille van 1/85 werkelijk versmolten? 

Den Haag. M. G. WILDEMAN. 

Penning ter ecre van 
jkr. C, H, A. van der Wyck. 

Vz. Fraai gemodelleerd linksgewend borstbeeld in 
rijk geborduurden rok met orde, ordelint en - ster, 
daarvoor : ^ ^• 

CHAPLAIN 

Omschrift : JONKHR- C • H • A • VAN • DER • WYCK • 
GOUVERNEUR . GENERAAL • 

Kz. Opschrift, links omgeven door een palmtak 
met daaraan bevestigden strik : 

AAN 

ZIJNEN • OUD 

GOUVERNEUR 

GENERAAL 



HET. DANKBARE 

INDIË 

1893— 1899 

Groot 68 m.M. De verz. Kon. Ned. Gen. voor 
Munt- en Penningkunde kre^ een exemplaar in 



302 



gepatineerd brons ten geschenke van Mr. N. P. VAN 
DEN Berg. 

Na het aftreden van jhr. C. H. A. VAN DER WvCK, 
als Gouverneur-generaal van Ned.-Indië hebben vele 
ingezetenen van die kolonie zich vereenigd om hem 
een huldeblijk aan te bieden, in dankbare herinnering 
aan de uitstekende wijze, waarop Z. Exc. het bewind 
over de kolonie heeft gevoerd en zoowel de staat- 
kundige als de koloniale belangen tijdens zijn bestuurs- 
periode heeft behartigd. 

i6 Februari 1901 beeft de aanbieding plaats gehad. 
Die taak was opgedragen aan een kommissie bestaande 
uit de heeren: mr. N. P. VAN DEN BERG, president 
van de Nederlandsche Bank; jhr. W. A. Baud, H. 
Kramer, direkteur van de Ned.-Ind. Handelsbank; 
L. P. H. Op ten Noort, direkteur der stoomvaart- 
maatschappij „Nederland", allen te Amsterdam; den 
gep. luitenant-generaal Vetter, de heeren G. Eschau- 
ZIER en mr. W. A. Engelbrecht, oud-lid van den 
Raad van Ned.-Indië, allen te *s-Gravenhage. Zij 
werden door den afgetreden landvoogd te zijnen huize 
ontvangen, in het bijzijn van eenige familieleden. 

Bij de aanbieding van den gedenkpenning (i'i goud 
zilver en brons), voerde mr. Van DEN Berg het 
woord. 

Exemplaren in goud zijn aangeboden aan H. M. 
de Koningin, aan H. M. de Koningin-Moeder en aan 
mevr. de douairière Van DER Wyck, de moeder van 
hem wien dit huldeblijk gold. Z. 



303 



De wapens van H. M, de Koningin en 

Z, K, H, prins Hendrik der Nederlanden, 

hertog van Mecklenburg. 

Het artikeltje van jhr. mr. V. DE Stuers, overge- 
nomen op bladz. 193 van den loopenden jaargang, over 
het wapen der Koningin, heeft de pennen van tal van 
heraldici in beweging gebracht ; gttn hunner is het 
met den schrijver eens ! Resumeerende uit ons wel- 
willend door den heer M. G. Wildeman verstrekte 
gegevens, komen wij tot de konkluzie, dat het wapen 
van prins HENDRIK links (heraldiek rechts) behoort 
te staan, dat van H. M. rechts. 

Het geheel kan gedekt worden door een koninklijke 
kroon, wil men schildhouders aanbrengen, dan behoort 
bij Mecklenburg de zwarte stier met zilveren horens 
bij Nederland de goudgekroonde leeuw van natuurlijke 
kleur te worden geplaatst; de spreukband dient de 
spreuken Per aspera AD ASTRA en Je Maintiendrai 
onder de respektieve wapens te lezen te geven. Een 
korte beschrijving van het wapen van Z. K. H. moge 
hier volgen: het schild is eenmaal gedeeld en tweemaal 
doorsneden; het geheel gedekt met een hartschild 

I. Mecklenburg: In goud | 2. Rostock : In blauw een 

een gekroonde zwarte gouden griffioen. 

stierenkop met openge- 

sperden muil, afgerukt 

halsvel en zilveren horens. 

3. Vorstendom Schwerin: i 4. Ratzeburg: In rood, eén 

Doorsneden, a in blauw een | goud gekroond zwevend 

gouden griffioen, b effen ' zilveren kruis. 

groen, gezoomd van zilver. 



6. Wenden (Werle) :' In 
goud een schuinliggende, 
goud gekroonde, zwarte 
stierenkop met zilveren 



304 



3. Stargard : In rood een 
zilveren vrouwenarm met 
pofmouwen en aan den 
benedenarm een lint, tus- 
schen duim en wijsvinger ' horens, 
een gouden ring met 
diamant houdende. 

Hartschild : Graafschap Schwerin : doorsneden van 
rood en goud. 

Toetsen we een en ander aan de wapenafbeeldingen 
en plakketten, geslagen bij H. M. 's huwelijk, dan 
vinden we allerlei afwijkingen, wel een bewijs dat het 
niet ondienstig is, de stempelsnijders te wijzen op het 
juiste wapen, zooals de heraldici het ons aangeven. 

Beijenbach plaatst de wapens, zooals Jhr. DE Stuers 
het zou wenschen, d. w. z. Nederland heraldisch rechts, 
daarenboven met omgekeerden leeuw ; eene gewoonte in 
Duitschland brengt mede, dat men het wapendier van 
het eene wapen, het andere den rug niet laat toe- 
keeren. *t Geheel is gedekt door de koninklijke kroon ; 
op den spreukband staat alleen : Je Maintiendrai. 

De stierenkop in n*^' i vertoont geen afgerukt halsvel, 
de arm in n° 5 komt uit de wolken — een verwarring 
met het wapen van Mecklenburg-Strelitz. 

Gerritsen maakt geen fouten, evenmin van 
Kempen. 

Lauer plaatst de wapens juist, maar maakt in dat van 
Z. K. H. bij n^ i dezelfde fout als Beijenbach ; 
hij laat echter den arm in n"" 5 niet uit de wolken 
komen. 

Op de plakket voor de Amsterdamsche schooljongens 



305 

van' LlON Chachet is de plaatsing der wapens on- 
juist, de schildhouders zijn twee ongekroonde leeuwen, 
de wapens zelf zijn zoo schematisch aangegeven, dat 
beoordeeling onmogelijk is. 

Maijer te Pfortsheim plaatst de wapens evenals 
Beijenbach, dus onjuist, met omgekeerden leeuw, het 
wapen van Z. K. H. schijnt juist — 't is echter vrij 
onduidelijk. Z. 



Société internationale de Ntimismatiqne, 

Eenige leden der Société fran^aise de Numismatique 
hebben het plan opgevat eene internationale vereeni- 
ging voor munt- en penningkunde op te richten. Dat 
deze vereeniging, opgericht met het doel een band 
te vormen tusschen penningkundigen over de geheele 
wereld verspreid, in een bestaande behoefte zal voor- 
zien, behoeft niet nader te worden aangeduid. Het 
orgaan van de nieuw op te richten vereeniging zal 
bestaan uit een bulletin, 4 maal *sjaars te verschij- 
nen, dat voornamelijk bevatten zal de verslagen der 
verschillende genootschappen in hunne respektieve 
landen gehouden, benevens den inhoud der tijdschrif- 
ten door diezelfde genootschappen uitgegeven. Meer 
dan 120 blz. druks zal het bulletin vermoedelijk niet 
bevatten. De jaarlijksche bijdrage der leden zal niet 
meer dan 5 francs bedragen. De zetel der nieuwe 
vereeniging zal voorloopig Parijs zijn. Daar het 
noodzakelijk is, dat een 200-tal personen zich aan- 
melden, om tot de oprichting te kunnen overgaan, 
zal een ieder, die deel uit wenscht te maken van 



3o6 

de opterichten Société internationale de Numisma- 
tique, goed doen, zich, om nadere inlichtingen, te 
wenden tot den heer Adrien Blanchet, 164, boule- 
vard Pereire, Paris M. D. M. 



Nederlandsch-Belgische Vereeniging der vrienden 
van de Medaille als kunstwerk. 

Op eene den 24" Maart 1901 te Brussel gehouden 
vergadering van belangstellenden werd besloten tot 
stichting eener „Nederlandsch-Belgische Vereeniging 
der vrienden van de Medaille als kunstwerk'* met 
het doel de kunst van den medailleur aan te moedi- 
gen en den smaak voor de medaille te verspreiden 
en te ontwikkelen. 

In die vergadering werd het hoofdbestuur der nieuwe 
vereeniging samengesteld als : 

A. DE Witte te Brussel, voorzitter, Charles Buls 
te Brussel en AuG. Sassen te Helmond, ondervoor- 
zitters, Dr. H. J DE Dompierre de Chaufepié, alge- 
meen sekretaris, Charles van DER BEKEN te Brussel, 
kontroleur, Ch. VAN DER Stappen te Brussel en A. 
W. M. Odé te Delft, raden, terwijl bovendien als 
bestuursleden werden aangewezen de nog te benoemen 
voorzitters res]>ektievelijk der Belgische en der Neder- 
landsche sektie. 

Een deel der Nederlanders, die zich bereids als lid 
hadden aangegeven, vergaderden op 20 April 1901 
te Amsterdam ten huize van prof. Jhr. Dr. J. Six, tot 
samenstelling eener Nederlandsche sektie. In die ver- 



307 



gadering werd het bestuur dezer sektie samenge- 
steld als volgt: 

Prof. Dr. Jhr. J. Six, voorzitter, Jhr. Mr. F. Bee- 
LAERTS VAN BLOKLAND, sekretaris, Jhr. Mr. W. VAN 
Eysinga, penningmeester. 

Ik durf de nieuwe vereeniging ten zeerste in de 
belangstelling en den steun onzer leden aan te bevelen. 
De penningen, die beurtelings aan een Nederlandsch 
en aan een Belgisch kunstenaar ter vervaardiging 
zullen worden opgedragen, worden uitsluitend en alleen 
aan de leden der nieuwe vereeniging uitgereikt. Eene 
jaarlijksche bijdrage van ƒ12.50 geeft recht op een 
bronzen exemplaar, een van ƒ25. — op een afslag in 
zilver, eene van ƒ 37.50 op een afslag van zilver en 
een in brons. 

Dat nu toch allen, die wat missen kunnen van hun 
overvloed en wat overhebben voor de kunst, toetreden 
tot het nieuwe gilde! Er valt hier een goed werk te 
doen. In Frankrijk en Engeland, voornamelijk, is 
ook de medailleerkunst het tijdperk der moderne 
renaissance binnengetreden. Hier te lande en ook in 
België is die kunst nog slechts in het begin van haar 
ontwaken. Het is aan ons, haar, als de Schoone 
Slaapster in het Bosch, op te wekken in vernieuwde 
jeugd. 

Och, ik bid u, ruil uwe munten, (de gangbare natuur- 
lijk! Red.) in tegen onze penningen! Geld is voor eene 
vereeniging als deze nu eenmaal noodig. Vloeit het 
in voldoende mate dan staat het vast, dat de Noord- 
en Zuidnederlandsche medaille alras eene eereplaats 
in de rei harer zusteren zal innemen. Onze moderne 



3o8 



boekbanden mogen gelegd worden naast de besten 
der wereld. De Belgische boekversieringskunst telt 
ter dege meê. Onze keramentika is de waardige nazaat 
van het illustre Deiftsch. Wij hadden een BAARS en 
een WORTMAN, wij hebben een PiER PANDER, een BE- 
GEER en een Bart VAN HOVE, wij verkregen een WlE- 
NECKE, — om slechts enkele grepen te doen — , waarom 
zoude de medailleerkunst in „het Land van Rembrandt" 
en in het land van RUBENS en van VAN DijK niet 
kunnen opbloeien in heerlijken bloei? 

Steun ons door uw lidmaatschap en uwe geldelijke 
bijdrage. Ik durf eindigen met eene gewaagde variatie 
eener bekende plaats bij TerentiuS: Sine Cerere 
friget Minerva, 

Helmond, AuG. Sassen. 



BOEKBEOORDEELING. 

Steeds begroeten wij met groot genoegen de ver- 
schijning eener nieuwe afl. van „les Médailles et 
Plaquettes Modernes*' van Dr. H. J. DE DOMPIERRE 
DE ChaufepiÉ en dat velen met ons van hetzelfde ge- 
voelen zijn, bewijst zeker de omstandigheid, dat voor- 
taan niet ééne, doch twee afleveringen per jaar, het 
licht zullen zien, welke voor den ouden prijs voor 
inteekenaren op het i^ deel (afl. I — VI), voor ver- 
hoogden prijs voor de nieuwe abonnés, verkrijgbaar 
zullen zijn. 

De fransche kunst is zeer ruim vertegenwoordigd 
in afl. VIII, enkele üostenrijksche en Duitsche stukken 



309 



worden afgebeeld, van de Hollandsche graveurs vinden 
we Pier Pander en J. C. Wienecke elk met een penning 
op H M. *s huwelijk. Begeer met een i O tal stukken, 
waaronder enkele oudere; van de nieuwere is bizonder 
fraai de penning (rozenprijs) van den schietwedstrijd 
te Hoorn in 1900. De afbeeldingen zijn m. i. hier 
en daar niet zoo goed verzorgd als vroeger, de huwe- 
lijkspenning van BEGEER b. v. laat te wenschen over, 
SCHARFF*S boerenpenning is bepaald leelijk gerepro- 
duceerd. Z. 



Verslag van het Kon. Kabinet van Munten, Pen- 
ningen en gesneden Stcenen^ over het jaar 1 899. 

Het door den bekwamen Direkteur Dr. H. J. DE 
Dompierre de Chaufepié uitgebrachte jaarverslag 
over 1899 wijst belangrijke aanwinsten aan. In de i« 
plaats Merovingische munten uit de vondst te Escha- 
ren i) (Noord-Brabant), waarvan op een tweetal platen 
vergroote afbeeldingen worden gegeven, verder Ro- 
meinsche konsulaire en keizermunten uit de verzameling 
Six, geschenk van de erfgenamen. Van de aanwinsten 
op penningkundig gebied verdienen vermelding : 1 566 
Ter eere van Walburga van Neuenahr, gravin VAN 
Hoorn, 1660 penningplaat op den dood van Karel 
X Gustaaf koning van Zweden, 1710 Spotpenningen 
op den vredevan Utrecht en 1 7 50, 50* Verjaardag van 

Anna Elisabeth Bloteling vrouw van N. van 

Swinderen, alle afgebeeld op een plaat, benevens tal 



I) Zie Reuue beige 1898 bU 253. 



3IO 



van moderne buitenlandsche stukken, o. a. 21 pennin- 
gen en plakketten van J. C. Chaplain en enkele 
nederlandsche, waaronder een 1 8-tal stukken, beschre- 
ven in hthuldigingspenningeii 1 898, (wederom onjuist 
aangehaald als: Inhuld, medailles). Een overzicht 
wordt gegeven van de munt vondsten in N ederland in 
1899. Dat de aanwinsten zeer belangrijk waren, moge 
blijken uit het feit, dat de lijst der nieuwe stukken 94 
van de 100 blz. beslaat, die het boekje telt. Z. 



De Huwelij kspenningen der Oranjes. 

In de 5***^ en 6***^ aflevering van ^^Oranje Nassau- 
Mec kienburg Schwerin'\ Gedenkboek uitgegeven ter 
gelegenheid van het huwelijk van koningin WILHEL- 
MINA met prins HENDRIK DER NEDERLANDEN, hertog 
van Mecklenburg'\ Amsterdam, van HOLKEMA en 
Waren DORF, 1901, is opgenomen eene beschrijving 
van „de Huwelijkspenningen der Oranjes**, van de 
hand van ons geacht medelid den heer W. K. F. 

ZVVIERZINA. 

Uitvoerig zijn de vele penningen door den bekwamen 
schrijver medegedeeld en zoo mogelijk met historische 
ophelderingen voorzien; terwijl de meest merkwaar- 
dige stukken daaronder zijn afgebeeld. 

De samensteller had het voorrecht een tweetal, tot 
nu toe onafgebeelde, penningen te mogen vinden. Het 
zijn de volgende: 1681. Penning met de borstbeelden 
en wapens van JOHAN George prins van Anhalt- 
Dessau en van Henriette Catharina, prinses van 
Oranje. Deze laatste was een dochter van prins Fre- 



3^1 



DERIK Hendrik, geb. 31 jan. 1634, overleden den 
4 nov. 1708. Dit stuk komt wel voor in DiRKS 
Penning kundig repertorium n** 1871, doch is zoover 
ons bekend onafgebeeld. 

De tweede penning is geslagen bij het huwelijk 
van prinses Amalia, dochter van bovengenoemd vor- 
stenpaar (geb. 1666 overl. 1726) met HENDRIK CaSI- 
MIR II prins van Nassau, erfstadhouder in Friesland. 
Dit huwelijk werd den 16 november 1683 voltrokken. 
De penning is het werk van ERNST Casper DüRR 
te Zerbst, en zoover ons bekend noch afgebeeld, noch 
beschreven. Beide zeldzame stukken bevinden zich in 

het Kon. penningkabinet te *s Gravenhage. 

In deze beschrijving komen de huwelijkspenningen 
van koningin WILHELMINA niet voor, daar de bijdrage 
geschreven is vóór de voltrekking van H. M.'s huwe- 
lijk, den 7 Febr. 11. Toen waren vele penningen nog 
niet gereed, zoodat uit den aard der zaak slechts een 
onvolledige lijst zou kunnen zijn gegeven. 

Aangezien de Oranjepenningen niet afzondelijk zullen 
worden in den handel gebracht, en het kostbare ^^Ge- 
denkboek'' wel niet in handen van al onze leden zal 
geraken, dunkt het ons nuttig, de aandacht op deze 
verdienstelijke bijdrage van den heer ZWIERZINA te 
vestigen, die in eene volgende aflevering van het Ge- 
denkboek door eene volledige beschrijving der metalen 
gedenkstukken, geslagen bij H. M.'s huwelijk, zal worden 
gevolgd. Het geheel is een waardig pendant van de 
Inhuldigingen en blijde intochten oneer Oranje- 
vorsten door gedenkpenningen vereeuwigd^\ bij gele- 



312 



genheid van de Inhuldiging van H. M. door JOH. W. 
Stephanik met zooveel zorg beschreven. 

M. D. M. 



UIT DE PERS. 

Het Kon. Penningkabinet in den Haag heeft weder 
een zeer belangrijk geschenk ontvangen De h.h. 
prof. dr. jhr. J. SiX en jhr. W. SiX hebben namelijk 
ten geschenke aangeboden eene volledige serie oude 
munten van Lycia en van het eiland Cyprus, afkomstig 
uit de beroemde verzameling van hnnnen vader dr. jhr. 
J. P. Six. 

Van H M de Koningin en Z. K. H. den Prins der 
Nederlanden werden ten geschenke ontvangen afslagen 
in zilver en brons van het onlangs uitgereikte herin- 
neringsdraagteeken der huwelijksfeesten. 

N. Rott. Ct. 

In het Pe7iningkabinet, 

Men schrijft ons: 

Met een enkel woord vermeldden wij reeds het 
geschenk van de heeren Six aan het Penningkabinet 
in den Haag. De beteekenis dezer schenking is inder- 
daad zeer groot. Reeds in 1 899 werden door dezelfde 
heeren aangeboden de munten van Rome als Repu- 
bliek en Keizerrijk, voor zoover zij wel in de verza- 
meling van hunnen vader, dr. jhr. J. P. SiX, maar 
niet in het Penningkabinet voorkwamen Deze stukken 
zijn uitvoerig beschreven in het onlangs verschenen 
verslag over 1899. 



3^3 

Thans zijn twee hoogst interessante en volledige 
serieön Grieksche munten kunnen worden toegevoegd 
aan de rijksverzameling. De heer Six toch hield zich 
bij zijn penningkundige studiën vooral op met de 
moeielijke munten van Cyprus en Lycia, In 1883 
verscheen zijn studie over „Ie classement des séries Cy- 
priotes*' en in 1886— 1887 zijn „Monnaies Lyciennes**, 
beide in de Revue de Numismatique. Uit den aard 
der zaak vormden dus deze serieën een der belang- 
rijkste deelen van zijn zoo rijke collectie. Wanneer 
men ze doorziet, treft de hooge wetenschappelijke 
beteekenis dier stukken ; uit die munten toch is menig 
duister punt in de geschiedenis en taal van het eiland 
Cyprus en het Aziatische kustland verklaard ; waar 
de monumenten en opschriften dikwijls zwegen, ge- 
tuigden deze metalen gedenkstukken van de oude 
beschaving en geschiedenis. 

De muntslag op Cyprus duurde in de verschillende 
staatjes van het eiland van de 6de eeuw v. Christus 
tot den tijd van Ptolemaeus Soter (312 v. Chr.) In 
Lyciö werd in de onder elkander verbonden staten 
munt geslagen deels vóór 480 v. C, deels tusschen 
480 V. Chr. en 360 v. Chr. Op de Cyprische munten 
staan inscriptiën in Cypriotische, Phoenicische en Griek- 
sche karakters; op de Lycische munten in Lycisch schrift. 

Er is nog een reden waarom juist deze aanwinst 
voor het Penningkabinet zoo belangrijk \». De Haag- 
sche verzameling is voor het grootste deel gevormd 
in het tweede deel der i8de eeuw; in dien tijd schonk 
men nog weinig aandacht aan de artistiek niet mooie 
en zeer moeielijk te ontcijferen munten van de Griek- 



314 



sche eilanden en Klein-Azië, terwijl men de stukken 
met Egyptische en Syrische koningskoppen bij voor- 
keur trachtte te verkrijgen. Er was dus zoo góéd 
als niets van Cyprus en Lycië aanwezig; de royale 
daad der heeren Six heeft deze lacune schitterend 
aangevuld. N. Rott, Ct. 



Handelingen van de Jaarlijksche Vergadering, 
gehouden 16 Juni 1901, te Leeuwarden. 

(UITTREKSEL.) 



Tegenwoordig zijn de heeren: SASSEN, DU Crocq, 

Stephanik, Dr. DE Dompierre de Chaufepié, Bom, 
ZwiERziNA, Jhr. Speelman, Dr. Braakenburg van 
Backum, A. Begeer, Jhr. Mr. F. Beelaerts van 
Blokland en Wigersma. 

Afwezig met kennisgeving, de heeren: BaTTAERD, 
Mr. Besier, mejuffrouw M. de Man, de heeren Van 
Gemund, Jhr. -VAN DEN Brandeler, mr. Deketh, 
Jhr. mr. Snoeck, Jhr. mr. van Meeuwen, ter Gouw, 
Bruvnestevn, Jhr. Ram, van Rijckevorsel, de Witt 
Hamer, Hollestelle, mr. Kleijn, Karreman, van 
DE Water, de Waard, Jhr. mr. L. Beelaerts van 
Blokland, van der Hoop, I. W. Menso, J. C. P. 
E. Menso, Jhr. mr. Teixeira de Mattos, burggr. 
B. de Jonghe, Vanden Broeck, Ruys de Perez, 
Bordeaux en Evans. 

Notulen worden gelezen en verslag van den sekre- 
taris goedgekeurd. 

21 



3i6 



Naar aanleiding van dit verslag deelt de voorzitter 
mede, dat de heer H. G. DU Crocq te Amsterdam 
aan ons genootschap vermaakt heeft zijne belangrijke 
verzameling penningen en wel vrij van successie- 
rechten. In verband met deze making ontvingen wij 
reeds van den heer DU Crocq een ingebonden kwartijn, 
bevattende de volledige beschrijving der stukken. 
Spreker drukt den bizonderen dank van het genoot- 
schap uit voor dit vorstelijk legaat, waarmede de 
aanwezigen toejuichend instemmen i). 

Het verslag van den konservator wordt in dank 
ontvangen. 

De kommissie voor 't nazien der rekening bestaande 
uit de heeren Jhr. H. M. Ridder Baronet Speel- 
man en Dr. C. J. A. Braakenburg van Backum, 
vraagt verlenging van haar mandaat, aangezien de 
rekening over 1900 nog niet afgewikkeld is. 

Het verslag van de kommissie van redaktie wordt 
in dank ontvangen. 

De voorzitter brengt hulde aan die kommissie en 
aan haar hoofd en leider den heer ZwiERZiNA. 

Op voorstel van het bestuur wordt onder toejui- 
ching tot eerelid benoemd den koninklijken numismaat 
Z. M. ViTTORiO Emanuele III, koning van Italië. 

Verder benoemt de vergadering tot gewoon lid, 
den heer S. WiGERSMA HzN. te Leeuwarden en tot 
buitengewone leden de heeren: J. M. M. VAN BELLE, 
Amsterdam, mr. N. P. van DEN Berg, Amsterdam, 
mr S. VAN Gtjn, Dordrecht, Louis DE Laigue, Rot- 



i) Wij hopen omtrent deze verzameling in de 4e afl. een en 
ander mtde te deelen. Red. 



i^l 



terdam, J. M. J. VAN Lis, Hilversum, HiDDE NijLAND 
Dordrecht, L. M. ROLLIN COUQUERQUE, 's-Graven- 
hage, prof. jhr. dr. J. Six, Amsterdam, jhr. mr. V. E. 
L. DE StueRS, 's-Gravenhage, Bas Veth, Dordrecht, 
en J. C. Wienecke (vroeger buitenlandsch lid), Utrecht. 

Alvorens tot *t benoemen van bestuursleden over 
te gaan, doet de voorzitter een brief voorlezen, waarbij 
hij mededeelt om ambtsbezigheden ontslag te moeten 
nemen als voorzitter. Jhr. Speelman betreurt dit 
besluit ten zeerste, doch daar wij voor een onher- 
roepelijk besluit staan, stelt spreker Dr. DE Chau- 
FEPIK voor. Nadat de voorzitter heeft medegedeeld, 
dat deze ook de kandidaat van 't Bestuur is, wordt 
Dr. H. J. DE Dompierre de Chau^epik, Direkteur 
van 't Kon. Munt- en Penningkabinet te 's-Gravenhage, 
zonder stemming, maar met toejuiching tot voorzitter 
gekozen. 

Op dezelfde wijze worden de heeren JOH. W. Ste- 
PHANIK en W. K. F. ZWIERZINA, onderscheidenlijk 
tot sekretaris en tot redaktielid herkozen, en verkrijgt 
de heer AUG. SASSEN het onder-voorzitterschap. 

Voor den loopenden jaargang van 't Tijdschrift, 
staat de vergadering wederom ƒ700 toe, d. i. ƒ600 
voor tekst en ƒ100 voor platen. Te beginnen met 
i januari 1901 zal voor de afleveringen eene kleinere 
lettersoort gebruikt worden. De heer H. G. DU Crocq 
zegt vooi 't Tijdschrift eene bijdrage van ƒ25 toe, 
hetgeen door de vergadering dankbaar wordt aan- 
genomen. 

De a.s. Jaarvergadering 6 juni 1902 zal te Dor- 
drecht gehouden worden. 



3i8 

De heer ZwiERZiNA deelt mede een beredeneerden 
index op de lo eerste jaargangen te bewerken, als 
herinnering aan ons a.s. tienjarig bestaan. 

De heer S. WiGERSMA HZN. staat 4 leeuwarder 
vroedschapspenningen aan *t Genootschap af, ter ge- 
dachtenis aan 't bezoek aan deze stad. De heer Anth. 
Begeer, voegt hier bij een 7-tal fraaie afslagen van 
nieuwe nederlandsche penningen. De voorzitter dankt 
beide heeren en stelt voor nog staande de vergadering 
een bezoek te brengen aan 't graf van wijlen Mr. 
Jakob Dirks. 

Hier werd een krans van cycasbladeren met levende 
bloemen als hulde op de zerk geplaatst. De heer 
Sassen bracht hierbij in herinnering, dat mr. DiRKS 
als medeoprichter van 't Genootschap zulk een wel- 
dadigen invloed op zijn bloei heeft uitgeoefend. Als 
man van rijke, voldragen wetenschap, wars van elk 
half-weten, zal mr. DiRKS altijd blijven een groot en 
schoon voorbeeld van strijder voor het doel, dat ons 
Genootschap zich voor oogen heeft gesteld. 

Na afloop van deze plechtigheid verklaarde de heer 
Sassen de vergadering gesloten. 

Joh. W. Stephanik, 

Sekretaris. 



Inhoudsopgave der Tydschriften die het Genootschap 

in ruiling ontvangt 



Revue Beige de numismatique. 
1900. 57' année. 11* livraison. 

I. Deux dépóts de deniers consulaires romains, 
par M. Max Bahrfeldt (suite et fin). 

II, Quelques mots au sujet des deniers namurois 
de la première moitié du XIII* siècle par M. 
Ed. Bernays. 

III. Les monnaies des derniers comtes de Reck- 
heim de la maison d'Aspremont-Lijnden. par M. 

Ie Vie B. De JONGHE. 

IV. Les jetons et les médailles d*inauguration 
frappés par ordre du gouvernement général aux 
Pays-Bas autrichiens (171 7 — 1794)1 par M. A. 
DE Witte (suite et fin). 

V. Notre-Dame de Laeken et ses médailles, par 

M. A. DE Witte. 



320 

Rivisti Italiana di Numismatica 
Anno XIII. 1900. Fase. IV. 

Dattari (G.) Appunti di Numism. Alessandrina 
IV. V VI. VII. (Fig. e. Tav.). 

RiCCl (Serafino). La numismatica e Ie scienze archeo- 
logiche ed economiche. 

Malaguzzi (Francesco). La zecca di Bologna. 

Cerrato (G). Un forte bianco attribuito ad Amedeo 
VI di Savoia (Fig.). 

Papadopoli (Nicoló). Tariffe veneziane del secole 
XVI (con 5 riprodaz. in zincografia.) 

Spigardi (Arturo). A proposito di una medaglia 
attribuita a Ferdinando III, Granduca di Toscana. 

Congres international de numismatique, 
réuni k Paris, en 1900 

Proces- ver baux et mémoires, publiés par M. M. Ie 
Comte DE Castellane, président et Adrien Blan- 
CHET secrétaire général. 

Mittheilungen der Bayerischen Numismati- 
schen Gesellschaft. 
XX Jahrgang. 1901. 

Zum achtzigsten Geburtsfest Sr. Kgl. Hoheit des 
Prinz-Regenten LuiTPOLD, VON G. H. 

Die pfalzgraflichen Ruprechtsgoldgnlden. VoN Al- 
FRED Noss (mit Tafel I au. II). 

Die Entwicklung des Wittelsbachischen Wappens und 



321 

seine erste Verwendung auf Münzen. Von LUDWIG 
V. BüRKEL (mit Tafel III). 

Aus bayerischen Archiven. Von J. V. KULL. 

Imitationen bayerischer Halbbatzen aus der Zeit des 
dreissigjahrigen Krieges. Beschrieben und erklart von 
D^ EUGEN Merzbacher. 

Churfürst Max Emanuel regt 1721 eine Münz-conven- 
tion Bayerischen und Schwabischen kreises an. Von 
C. F. Gebert. 

Ueber eine bisher unbekannte Médaille des Herzogs 
Ferdinand des Warten bergers. Von Friedrigh Och. 

Ueber zwei Medaillen-Zeichnungen. Von D^ Georg 
Habich (mit Tafel IV.) 

Erwerbungen des Königlichen Münzkabinets unter 
der Regierung Seiner Königlichen Hoheit des Prinz- 
Regenten. Von D*"- Hans Riggauer (mit Tafel V). 

Numismatische Zeitschrift. Wien 
32 «*^'" Band, Jahrgang 1900. 

I. M. Bahrfeldt: Nachtrage und Berichtigungen 
zur Münzkunde der römischen Republik. 

II. Otto Voetter : Die Münzen des Kaisers Gal- 
lienus und seiner Familie. 

III. Andreas Mark : Das Provinzial courant unter 

Claudius II. Gothicus. 

IV. D' WiLH. KUBITSCHEK : Ein Fund römischer 

Antoniniane aus Serbien. 

V. Derselbe: Ein Beispiel keltischer Münzpragung. 



322 



VL Th. H. Ippen : Eine unedirte mittelalterliche 
Münze aus Albanien. 

VIL H. Dannenberg: Die goldgulden von Floren- 
tiner Gepröge. 

VIII. Derselbe : Mittelalter Münzen mit Umschriften 
in der Volkssprache. 

IX. Eduart Fiala : Verschiedenes aus der Haller 
Münze. 

X. Dr Carl Domanig : Peter Flötner als Me- 
dailleur. 

Revue Suisse de Numismatique. 
Tomé X, i'* livraison, 

Th. Grossmann. Une trouvaille de monnaies de 
Genève et de Lausanne, faite dans Ie „Mandement*' 
(avec fig.) 

Paul Ch. Stroehlin (pour la Section de Genève). 
Inventaire descriptif des variantes des monnaies de la 
République de Genève (1535 — 1548). 

L. TORZER. Document fran9ais date de 1783, 
relatif h la protection d*une invention suisse pour 
Textraction des parties métalliques des cendres des 
laboratoires des monnaies et des ateliers des orfèvres. 

Paul Adrian. Versuchsmünzen von schweizerischen 
Fünf-frankenthalem. 

MÉLANGES : 

Comptes rendus et notes bibliographiques. 



Beschrijving der Nederiandsche of op Nederland 
en Nederlanders betrekking hebbende Pen- 
ningen, geslagen na November 1863 

(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks) 

DOOR 

W. K. F. ZWIERZINA 

( Vervolg.) 



282. 1873. 31 December. 

Spotpenning op J. Hilman te Amsterdam bij de 
verbouwing van den Stads-Schouwburg aldaar. 

Vz. Een in bewondering voor een gebouw 
zittende man met een sigaar in den mond en 
een stok onder den arm, achter hem een huis 

met het opschrift: 

Daaronder : 

Hier staat de Chef der knoeipartij 

Die verzen knoeit voor boeken, 
Wenscht zich een kruisje waarna hij 
Wel eeuwig kan gaan zoeken, 
Kz. in het veld : 

Hij is Jan, 
De ntooije Jan^ 

22 



324 

De wijze Jan de Vrome, 

Hij is die Jan G . . dome 

Wiens koekebakkerswaan * • 
Een penning zich liet slaan. 

Tin, 35 m.M., Verz. Z. 

's Mans bijnaam was: , Jantje Goddome." 

;48^. Als voren. 

Geheel gelijk n**. 282, doch regel 4 van het 
opschrift der Vz. luidt : Wel eeuwig kan naar 
zoeken. 

Tin, 35 m.M., V^erz. Teyler. 

De stempels met dit foutieve opschrift zijn zéér spoedig gesprongen. 

Volgens Cat, Smits v. Nieuwerkerk in 1874 door het „beruchte 
Weekblad Asmodée uitgegeven" (no. 3555); dit is onjuist, de penning 
is gemaakt door de firma van Maarsseveen te Amsterdam. Asmodée 
maakte* er een brevet bij. 

Johannes HiLMAN werd 29 Oktober 1802 te Amsterdam geboren. 
Hij was makelaar in granen, doch ondervond daarbij weinig voor- 
spoed ; eerst na den dood van zijn schoonvader werd hij een ver- 
mogend man. Hij was een ijverig bevorderaar der tooneelspeelkunst 
en vooral van de belangen van den stadsschouwburg te Amsterdam, 
waarvan hij kommissaris was. Behalve vele bijdragen in jaarboekjes 
en tijdschriften, schreef hij diverse treurspelen, een enkel blijspel en 
vele gedichten, benevens in 1879: „ö/«j Tooneel. Aanteckeningen en 
geschiedkundige overzichten. Naantrol van plaatwerken en geschriften^'' 
Hij overleed te Amsterdam 18 November 1881 en legateerde zijne 
hoogstbelangrijke bibliotheek van werken op het tooneel betrekking 
hebbende aan de universiteit zijner vaderstad. 

284. 1873. 

Tentoonstelling van Landbouw enz. te Grave. 
Vz. geheel gelijk Dirks n°. XXX, doch in 
de afsnede van dezen : afdeeling 

GRAVE 



325 
Kz. In den lauwerkrans: tentoonstelling - 

-k GRAVE •- 1873. 

Zilver en brons 42 m.M. Bijdragen, 2' druk, 
n^ 538. 

285. 1873. 
Tentoonstelling van Landbouw, Tuinbouw 

en Nijverheid te Veendam. 

Vz. Eene naar links gezeten vrouw met de 
linker elleboog rustende op het wapen van 
Veendam, met haar rechterhand een op haar 
schoot liggend ontrold perkament houdende. 

Links: Fabriek, schip, aardglobe, kan, hamer, 
passer en schietlood; rechts: bijenkorf, zeis, 
dorschvlegel, ploeg en spade. 

Omschrift: landbouw, tuinbouw en ny ver- 
heid 

In de afsnede: tentoonstelling 

Kz. In een lauwerkrans: 

EEREPRYS 
toegekend aan 

1873 

Brons, 38 m.M. Verz. H. Kuipers. 

286. 1873. 

Draagteeken van kommissarissen bij de ten- 
toonstelling, gehouden te Oud-Beierland van 



326 

de HoUandsche Maatschappij van Landbouw, 
afdeeling Oud-Beierland en Strijen, (later ge- 
naamd afdeeling „De Hoeksche Waard"). 

De wapens van Oud-Beierland en Strijen 
gedekt door een fraai bewerkt naar voren uit- 
stekend kroontje. 

Eenzijdig, zilver met oog en ring, breed 28, 
hoog 26 mM. Verz. Z. 

287. 1873. 

Ter eere van den schilder Rembrandt van 
Rijn en zijne schilderij „de Nachtwacht". 

Vz. Zijn linksgewend borstbeeld met baret, 
daaronder: M. c. d. v. j^ 1873 

Omschrift binnen: REMBRANDT HER- 
MANSZ. VAN RYN. Langs den rand: NÉ 
A LEYDE 15 JUILLET 1606. MORT A 
AMSTERDAM, ET ENTERRÉ 8 OCTOBRE 
1669. 

Kz. De afbeelding van de schilderij „de 
Nachtwacht" daarboven : 

MUSÉE 
d' AMSTERDAM. 

daaronder : rembrandt pinx. m. c. de vries jr. sculp. 

LA RONDE DE NUIT. 

Zilver en brons; 109 m.M. Verz. Z. 

Rembrandt Harmensz. van Run was de zoon van den molenaar 
Haamen Gerritz. Hij leerde schilderen bij Jacob Isaaksz. van 
S WANENBURG te Leiden en Pieter Lastman te Amsterdam. Zijn 
eerste bekende stuk is een Pauliis van 1627. In 1630 vestigde hij 
zich te Amsterdam en huwde 1634 met Saske van Ulenburgh 
(t 1642), later met Catharina van Wijk. Met recht wordt hij de 
vorst der nederlandsche schilders genoemd, hij, de toovenaar met 



327 



licbt en bruin, wiens invloed de geheele 17e eeuw beheerschte en 
die een school schiep van tal van beroemde meesters. 

Voor hem werd 27 Mei 1852 op de toenmalige Botermarkt, 
thans Rembrandtplein, te Amsterdam een standbeeld onthuld. (Zie 
DiRKS no». 728 — 730). Bij de inwijding van het Rijksmuseum op 
13 Juli 1885 werd hij in den feestzang van J. P. Heije, muziek van 
Joh. J. H. Verhulst gehuldigd, zijn op den penning afgebeeld doek 
neemt, (helaas slecht belicht) in dat museum de eereplaats in. Bij 
gelegenheid der inhuldiging van H. M. de Koningin in 1898 werd 
van September — November te Amsterdam ecne Rembrandt-tentoon- 
stelling gehouden, waar *s meesters heerlijk doek goed tot zijn recht 
kwam. De naam „Nachtwacht" is onjuist : het is het vendel van ka- 
pitein Banning Cocq, oorspronkelijk bestemd voor de groote zaal 
van den Kloveniersdoelen te Amsterdam en geschilderd in 1642. 

288. 1873. 

Prijspenning der Hollandsche Maatschappij 

van Wetenschappen te Haarlem. 
Vz. Linksgewend borstbeeld van Herman 
BoERHAVE, daaronder: j. elion f. 

Omschrift : hermanvs boerhave 
Kz. Geheel gelijk n^ 176. 
Brons, 75 m.M. Verz. Z. 

Zie omtrent deze maatschappij de aanteekening op no. 176. 
Deze penning wordt om de vier jaren in goud uitgereikt aan ver- 
dienstelijke geleerden, b. v. in 1883 aan Prof. Dondkrs. 
Zie omtrent Boerhave de aanteekening op no 243. 

289. 1873. 

Prijspenning van de akademie van Beel- 
dende Kunst te 's-Gravenhage. 

Vz. 3> 

academie 

VAN 

BEELDENDE KUNST 

TE 

'sgravenhage 



328 

Kz. Glad veld omgeven door een lauwer- 
krans. 

Brons, 43 m.M. Leidsch Penn. Kab. 

290. 1874, 16 Maart. 

50-Jarig bestaan van het natuurkundig 
genootschap „Tot Nut en Vergenoegen" 

te Arnhem. 
Vz. Op een voetstuk, waarop het wapen 
van Arnhem is aangebracht, staat een rechts- 
gewende Minervakop, daaromheen globe, bijen- 
korf en natuurkundige werktuigen, op den 
achtergrond een regenboog. In de afsnede: 

GESTICHT DOOR 

Omschrift: natuurkundig genootschap tot 

NUT EN vergenoegen TE ARNHEM 

Kz. In een lauwerkrans : 

I824-I874 

••• — 

Omschrift: herdenking aan het vijftigjarig 

BESTAAN. 

Onder langs den rand : l. h. eberson inv. de 



VRIES ARNHEM FEC. 



Zilver en brons, 52 m.M. Verz. Z. 

291. 1874. 31 Maart. 

Gouden bruiloft van Jhr. H. D. Hooft van 
Woudenberg van Geerestein en W. C. Kluppel 



329 

Vz. De door een ridderkroon met gevleii- 
gelden helm en een hoofd als helmteeken 
gedekte wapens der echtelieden. 

Hooft. Rood veld beladen met zilveren 
manshoofd met gouden haar en groenen lau- 
werkrans, waaraan blauwe strik bezaaid met 
zilveren lelies. 

Kluppel. In zilver drie tronken in natuur- 
lijke kleur geplaatst de een op den ander. 

Kz. Opschrift: 

JHR. H. D. HOOFT 

VAN WOUDENBERG 

VAN GEERESTEIN 

EN 

VROUWE W. C. HOOFT 

VAN WOUDENBERG 

VAN GEERESTEIN 

GEB. KLUPPEL. 

UIT HOOGE ACHTING 

EN MEER DAN 

VEERTIGJARIGE 

WAARDEERING 

AANGEBODEN DOOR 

C. A. CRAMEK. 

Omschrift: 50JARIGE echtvereeniging 31 

MAART 1874. 

Brons, 30 m.M., nal. (. Elion. 



330 

12 Mei 1874. 

25 jarige regeeringf van Z. M. Koning* 

Willem III. 

ALGEMEENE PENNINGEN EN 
DRAAGTEEKENS. 

292. Vz. De Koning de face gezeten, in de 
rechterhand den schepter en in de linkerhand den 
rijksappel houdende, links staat de gerechtig- 
heid met haar rechterhand een wetstafel met 
het opschrift: grondwet steunende en in haar 
linkerarm een bijlbundel houdende. Rechts 
de nederlandsche maagd met vrijheidshoed en 
schild waarop het nederlandsche wapen, achter 
haar de vrede een palmtak en vogelnestje met 
vijf vogels houdende. Beneden : m. c. de vries jr. 

INV. ET FEC. 

Omschrift boven: MET WET, VRIJHEID 

EN EENDRAGT. 

Ter zijden : 

rechts: gehuldigd te Amsterdam 

12 MEI 1849. 

links: plechtig door Nederland 

HERDACHT. 

Kz. In het veld : het gekroonde nederland- 
sche wapen met twee leeuwen als schildhou- 
ders, rustende op een lint met de spreuk: je 
MAiNTiENDRAi., daaronder: 

DIE VORST, DIE VYFENTW4NTIG JAAR, 
HET VADERLAND REGEERDE, 



331 



MET WET, EN VRYHEID, STEEDS ALDAAR 

's VOLKS EENDRACHT SLECHTS BEGEERDE, . . . 

ZAG DANKBAAR ELKEN ONDERDAAN, 

HERDENKEND DIT VERLEDEN, 

GETROUW HEM STEEDS TER ZVDE STAAN, 

ALS IN HET HEUGLIJK HEDEN. 

12 MEI 1874. 

n. V. j«. 

Omschrift: ZILVEREN KRONINGSFEEST 
VAN Z. M. WILLEM III. 

Zilver en brons, 67 m.M. Verz. Z. 
Oranjepenningen 1308. 

293. Vz. Het linksgewend hoofd van Z. M. 
Koning Willem III. 

Omschrift na een kleine versiering: WILLEM 
III KONING— DER NEDERLANDEN 

Kz. De nederlandsche maagd met helm en 
speer, aan wier voeten een leeuw ligt uitge- 
strekt, staat linksgewend voor een altaar, waar- 
boven zij met de rechterhand een lauwerkrans 
houdt. Op het altaar ligt de koninklijke kroon, 
terwijl op de voorzijde van het altaar de 

jaartallen o*^" gegrift zijn. 

In de afsnede: p. m & z^. (P. Mans velt & 
Zoon te 's-Gravenhage.) 
Zilver, 36 m.M. Kon. Kab. 
Oranjepenftingen 1 304. 

294. Vz. De nederlandsche maagd een sluier 
optillende voor een medaillon waarop het hoofd 
des Konings prijkt, daarachter de troon; zij 



332 



houdt in haar arm een schepter en achter haar 
vertoont zich de nederlandsche leeuw. Links 
op den voorgrond de gevleugelde geschiedenis, 
die op een geschiedtafel : xxv — ^jaar grift. 
Tusschen de beide figuren onder het medaillon 
de koninklijke mantel. Op den sokel: ed. geerts 
FEc. In de afsnede: JUBIL^^ïUM. 

J. SMULDERS k CO. IITG'S. 'S HAGE. 

Omschrift: NEDERLAND— 12 MEI— 1874. 

Kz. De Koning voor den troon staande 
omhangen met den koninklijken mantel, zijne 
rechterhand zwerend opgeheven en de linker 
op een geschiedtafel met het opschrift grond — 
WET plaatsende, welke tafel hem door de ge- 
rechtigheid voorgehouden wordt. Links de 
nederlandsche maagd met den vrijheidshoed, 
hare rechterhand op den kop van den leeuw 
latende rusten. In de afsnede: 

JE MAINTIENDRAI. 

In het veld links: ed. geerts f. en rechts: bruxelles. 

Omschrift: NEDERLAND 12 MEI 1849. 
Zilver en brons, 65 m.M. Kon. Kab. 
Oranjepenrnngefi 1306. 

295. Vz. *s Konings linksgewend hoofd, daar- 
onder : ED. geerts. f. 

Omschrift: willem iii koning der Neder- 
landen. 

Kz. De geschiedenis, voorgesteld als eene 
naakte gevleugelde vrouw, naar rechts gewend 



333 

gezeten bij een voetstuk, waarop schepter en 
kroon rusten en waarvan de koninklijke mantel 
afhangt, grift in een tafel het woord : jubil.€UM, 
op den zetel is ingegrift: ed geerts. 
Omschrift : 

25 JARIGE REGEERING VAN Z, M. KONING 

WILLEM III. 

In de afsnede: 12 MEI 1874. 

J. SMULDERS & C . UITG». 
's HAGE. 

Brons, 50 m.M. Kon. Kab. 
Oranjepenningen 1307. 

296. Vz, Het gelauwerd hoofd van Z. M. rechts 
gewend. Daaronder : ed. geerts. f 

J. SMULDERS DEN HAAG. 

Omschrift: willem iii koning — der Neder- 
landen. 

Kz. In het veld tusschen twee samenge- 
bonden eiketakken: 

. GEHULDIGD 
12 MEI 

JUBIL^t __ 
12 MEI I-8^4 

Omschrift: -het was vrede in zijne dagen- 

WELDOEN WAS ZIJN LUST. 

Koper verguld en tin, met en zonder oog 
en ring, 22 m.M. Verz. Z. 
Oranjepenningen 13 10. 

297. Het rechtsgewend hoofd van Z. M. 

Omschrift: willem iii koning — der Neder- 
landen. 






334 

Kz. Omschrift: zilveren kroningsfeest en 
tusschen een paardje en een leeuwtje, (wapen- 
dieren van Wurtemberg en Nederland) : 1849 — 
1874. In het veld : 

VAN 

Z. M. WILLEM III 

12 MEI 

Koper met en zonder oog en ring, 21 m.M. 
Verz. Z. 

398. Vz. Rechtsgevvend borstbeeld van Z. M. 
Koning Willem III in uniform. 

Omschrift: 25 jarige kronings feest 
Kz. Het gekroonde nederlandsche wapen 
met twee leeuwen als schildhouders, daaronder 
op een lint de spreuk: je maintiendrai, boven 
12 mei 1849, beneden: 12 mei 1874 
Geel koper met oog, 18 m.M. Verz. Z. 

299. Het rechtsgewend hoofd van Z. M., 
daaronder een kruisje. 

Omschrift: leve willem ïii koning der ned. 

G. H. V. L. 

Kz. In het veld in drie regels binnen een 
parelcirkel: mei — 1849 — 1874. 

Omschrift: gedachtenis der (sic) vijf-en- 

TWIXTIG JARIG KROONIXGSFEEST • ^ 

Koper 13 m.M. Verz. W. Snoeck. 

300. Als voren. 

Dezelfde, groot 19 m.M. Verz. J. Karreman 
te Oud-Beierland. 



335 

301. Rechtsgewend borstbeeld van Z. M. 
koning Willem III, in parelrand. 
Omschrift: «c es> • willem iii koning der ned. 

G. H. V. L. A. FiscH BRUSSELS (sic). 

Kz. In parelrand: MEI 

1849 

1874 
Omschrift: • ©» • 25 jarige kroningsfeest 

Koper verguld of verzilverd, met oog, 20 

m.M. Verz. Z. 

302. Vz. Rechtsgewend borstbeeld van Z. M. 
koning Willem III. 

Omschrift: willem iii koning der ned. g. 

H. V. L. 

Kz. In parelrand : MEY 

I 849 

1874 
Omschrift: ^ 25 jarige kroningsfeest 

Koper verguld of verzilverd, met oog, van 

denzelfden maker, 15* m.M. Verz. Z. 

303. In twee naast elkander geplaatste ovale 
schilden, de aanziende borstbeelden van Z. M. 
den Koning en H. M. de Koningin, tusschen 
de schilden eenig lofwerk. 

Omschrift: • aan hunne majesteiten den 

koning en de koningin der NEDERLANDEN WILLEM 
III F.N SOPHIA FREDERIKA MATHILDA. 

Kz. In een cirkel, omgeven door een kom- 



336 



partiment van vier bogen en vier hoeken, het 
opschrift : 

25 
JARIG 

KRONINGSFEEST 

MEI 
1849 — 1874. 

Zilver met oog, 32 m.M. Verz. v. Dijk v. 
Matenesse. 

304. De naast elkander geplaatste aanziende 
borstbeelden van den Koning en de Koningin. 

Omschrift: h.h. m.m. koning en koningin 

DER 

NEDERLANDEN. 

Kz. In het veld: 

HERINNERING 

AAN DE 

25 JARIGE REGEERING 

VAN 

Z. M. WILLEM III 

KONING 
DER NEDERLANDEN. 

Tin, 24 m.M. 

305. Vz. De aanziende borstbeelden van Koning 
en Koningin in door een parelrand omgeven 
medaillon tusschen eenig lofwerk op matten 
grond. 



337 



Kz. 



^ AAN ^ 

DE 25 JARIGE 

REGEERING 

VAN 

Z. M. WILLEM III KONING 

DER NEDERLANDEN. 



Geel koper en verzilverd, met oog en ring, 
23 m.M. Verz. Z. 

306. Vz. De aanziende borstbeelden van den 
Koning en de Koningin. 

Omschrift: h.h. m.m. koning en koningin 

DER 
NEDERLANDEN. 

Kz. In breeden gevlochten rand, waarbinnen 

parelrand : mei 

1849 — 1874. 

JARIG 
^^^VINGSV^^^ 

Tin met breed oog, 23 m.M. Verz. Z. 

307. Geheel als voren, 

doch het opschrift op de Kz. in een rand 
van 15 bogen op een met sterren bezaaid 
veld. Verz. Z. 

308. Geheel als voren. 

De Kz. zonder rand en slechts groot 15 
m.M. Verz. Z. 



338 

309. Vz. Als de voorgaande doch het woordje 
DER voor en niet boven Nederlanden. 

Kz. In parelrand : 

MEI 

1849 

1874 

Omschrift: * 25 jarig kroningsfeest 
Tin, met breed oog, 18 m.M. Verz. Z. 

310. Eenzijdig draagteeken met oog en ring. 
Aanziende borstbeelden van den Koning en 

de Koningin. 

Op- en omschrift: 

• H.H. M.M. DEN KONING EN DE KONINGIN • 

DER 

NEDERLANDEN 

25 

JARIG 

KRONINGSFEEST 

alles in ovaal medaillon rustende op lauwer- 
takken gedekt door een muurkroon. 
Kompositie, 22 bij 30 m.M. Verz. Z. 

311. Zilveren eenzijdig draagteeken in den 
vorm van een afgerond kruis met onderling 
verbonden armen. In het midden rechtsgewend 
hoofd van Z. M. koning Willem III tusschen 
lauwer- en eiketakken. Op de armen van het 
kruis boven: de koninklijke kroon, onder: 

25 JARIG 1* i: . ^^'^ ^'^^ ^^^^ 

JUBILEUM ' VREUGD 



339 



EN VOORSPOED 



rechts: , op de verbindingsstuk- 

ken boven links: xii rechts: mei onder links: 
1874 rechts: 1849. 

29 m.M., met breed vierkant oog. Verz. Z. 

312. Eenzijdig draagteeken. 

In ovaal medaillon : Linksgewend hoofd van 
Z. M. koning Willem III, daaronder gekruiste 
schepter en fakkel omgeven door lauwer- en 
eikeloof. Het medaillon is omgeven door een 
jarretière waarop: 25 jarig regeeringsfeest 

VAN Z. M. WILLEM III ^-^, 

Onder en boven een klein ornement. 
Blik, 41 bij 25 m.M. Verz. Z. 

313. Gekroonde cartouche met de borstbeel- 
den van Z. M. den Koning en H. M. de Ko- 
ningin in medaillons, waartusschen 

boven: 1874 

onder : 

MEI 

Het geheel omgeven door gekruiste eike- 
en lauwertakken, waarop onder een lint rust 
met het opschrift: 

XXV JARIGE regeering. 

Zilver, 34 bij 33 m.M. Verz. Z. 

314. Vergulde oranjeboom tusschen twee palm- 
takken, aan welks voet de gekroonde neder- 
landsche leeuw ligt, door deze voorstelling 
slingert zich een verguld lint, waarop: 

1849 WILLEM III 1874. 

23 



340 

Eenzijdig zilver draagteeken met oog, hoog 
39 m.M. Verz. Z. 
(Door J. M. V. Kempen te Voorschoten). 

315. Eenzijdig draagteeken. 

De aanziende borstbeelden van den Koning 
en de Koningin daarboven: 

^ DER \ 

^- <p 

NEDERLANDEN 

daaronder : 

25 

JARIG 
♦ KRONINGSFEEST. ♦ 

alles binnen een medaillon in parelcirkel, rus- 
tende op een gevlochten grond, omgeven door 
samengestrikte omwonden palm- en oranj etakken, 
waarvan de linten boven het oog vormen. 

Zilver, 34 bij 24 m.M. Verz. J. Karreman 
te Oud-Beierland. 

316. De Koning in generaalsuniform staande 
met den schepter in de rechterhand bij een 
altaar, waarop het nederlandsche wapen is af- 
gebeeld en waarop de koninklijke kroon ligt. 
Op het voetstuk staat: 1849 — 1874 

Zilver draagteeken, hoog 44 m.M., op oranje 
rozet. Verz. W. Snoeck. 

317. 's Konings rechtsgewend borstbeeld, om- 
geven door een jarretière waarop 1849 1874 



341 

*t geheel gedekt door de koninklijke kroon. 
Zilver draagteeken, hoog 30 m.M., op oranje 
rozet. Verz. W. Snoeck. 

318. 's Konings linksgewend hoofd in een rond 
medaillon. Omschrift : 

♦ 25 JARIG KONINGSCHAP ♦ 
1849 ♦ 12 MEI ♦ 1874 

't Geheel gedekt door de koninklijke kroon. 
Zilver draagteeken, hoog 36 m.M. Verz. W. 
Snoeck. 

Zie Oranjepenningen 13 13 — 1334. 

318^. Vz. 's Konings rechtsgewend hoofd. 

Omschrift: willem iii koning der ned. 

Kz. De GRONDWET rustende op gekruist rijks- 
zwaard en schepter, daarboven de kroon, ter 
zijden: 1849 1874 

en onder: 12 mei 

Tin, 22 m.M. Verz. du Crocq. 

318*. Zilveren banier gedekt door de konings- 
kroon. Opschrift: 1849 

C 

1874 
Hoog 29, breed 13 m.M., op strikje van 
geribt oranjelint, afgezet met rood, wit, blauw. 
Verz. DU Crocq. 

(De beteekenis van de letter C is den eigenaar onbekend.) 

318^'. Vz. Rechtsgewend borstbeeld des Ko- 
nings, een mantel om de schouders, in parel- 
rand. 



342 

Kz. Het sierlijke door de duitsche keizers- 
kroon gedekte monogram W. A. (Wilhelm en 

AUGUSTA !) 

Omschrift: * willem iii koning der Neder- 
landen G. H. V. l. 

Koper met oog, 23 m.M. Verz. du Crocq. 

318^. Vz. Rechtsgewend hoofd des Konings. 
Omschrift: • leve willem iii. koning der 

NED. G. H. V. L. 

Kz. In parelcirkel: MEI 

1849 

1874 
Omschrift: + gedachtenis der (sic) vijf-en- 

•TWINTIG jarig KROONINGSFEEST 

Koper verzilverd. 13 m.M. Verz. Wigersma. 
Draagteekens in den vorm van dasspelden. 

319. Borstbeeld van Z. M. Willem III bijna 
en face. 

Omschrift: hulde aan het 25 jarig koning- 
schaf • 1849 — 74 • 

Verguld, omgeven door een rand van roode, 
witte en blauwe vakken, 30 m.M. Verz. Z. 

320. Borstbeelden van den Koning en de Ko- 
ningin bijna en face in ovale medaillons, gedekt 
door de koninklijke kroon, daaronder op een 
lint, 1849 — 74. 

Omschrift als de voorgaande. 



343 



Verguld, omgeven door een rand van roode, 
witte en blauwe vakken, 30 m.M. Verz. Z. 

331. Linksgewend hoofd van Z. M. Willem III. 

Omschrift: willem iii koning der ned. g. 
H. V. L. in parelcirkel. 

Verguld, 15' m.M. Verz. Z. 



BIZONDERE PENNINGEN. 

J|2!J. Hulde van de orde van vrijmetselaren. 

Vz. Eene vrouw, links voor het op een zuil 
geplaatste borstbeeld desKonings staande, waar- 
boven zij een lauwerkrans houdt en dat door 
een stralen schietend alziend oog beschenen 
wordt ; tegen de zuil rusten een schild met de 
jaartallen 1849 ^^ ^874, een passer en een 
winkelhaak, aan de voeten der vrouw liggen 
een truweel en passer. In de afsnede: i>e vries j.-. 

Kz. In het veld: de orde — der vrvmet- 

SELAREN — IX HET — KONINGRYK DER NEDERLAN- 
DEN ONDERHOORIGE KOLOxNIEN EN LANDEN — TER 

HERINNERING — AAN DE VYFENTWINTIGJARIGE RE- 

GERINC; VAN KONING WILLEM III 12 MEI 

Zilver en brons, 75 m.M., Verz. Tevler. 
Roest l^erz, van het Gr ooi Oosten bl. 19, 
Oranjepenningen 1309. 

Door Prins Fredkrik, den eerbiedwaardigen Grootmeester Natio- 



344 



naai, vergezeld van tal van Groot waardigheidsbekleeders, Z. M. in 
goud, zilver en brons aangeboden. 

Het zou ons te ver voeren een beschrijving van al de feesten te 
geven, allerwege in ons vaderland gevierd, de navolgende penningen 
spreken daarvan en de belangstellenden verwijs ik naar Hofdijk, 
Gedenkboek der feestvieringen. Hier moge alleen volgen 's Konings 

PROKLAMATIE. 

. Geliefde Landgenooten en Onderdanen 
in Nederland en tijne Overteesche Ge- 
westen ! 

Een hartelijk woord tot U op dezen heugelijken dag! 

Vijf en twintig jaren geleden heb ik de regeering over het Neder- 
landsche Volk plegtig aanvaard. 

Ik beloofde de regten en vrijheden van alle Mijne onderdanen te 
beschermen en hunne welvaart te be%'orderen met alle middelen, die 
de wetten ^cr Mijner beschikking stellen. 

MiJD ernstig streven is geweest dat Koninklijke woord, zooveel in 
Mijne magt was gestand te doen. 's Lands Vertegenwoordiging heeft 
Mij daarbij gesteund. Gij, geliefde Landgenooten, hebt Mijne zorgen 
beloond door Uwe gehechtheid aan orde, Uwe gehoorzaamheid aan 
de wet, Uw noeste vlijt, maar vooral door Uwe onverflaauwde liefde 
voor Mij en Mijn Koninklijk Huis. 

God heeft onze gemeenschappelijke werken met rijken zegen 
gekroond. 

Is er één tijdperk in de geschiedenis van ons Vaderland, dat op 
meer ontwikkeling, meer vooruitganjif, grooter vrijheid in elke rigting, 
grooter welvaart en bloei kan bogen, dan dat, waarop wij heden 
terugzien ! 

Op Mijn vijf en twintigjarig feest zie ik Mij aan het hoofd van 
een trouw en gelukkig Volk, en de hechte band, door onze geschie- 
denis geweven, die heden, zoo innig als ooit te voren. Mijn huis en 
Mijn volk verbindt, boezemt allerwege eerbied in. 

Dat vervult Mijn hart met diepgevoelde erkentelijkheid. De blijde 
toonen, die alom in den lande zich jubelend doen hooren, getuigen 
dat een zelfde gevoel allen bezielt. Ook uit onze eenstemmige vreugde 
spreekt luide de eendragt, die onze magt maakt. 

Gaan wij zóó, naauwvereenigd, op den tot hiertoe gevolgden 
weg voort! 

Spannen wij, elk in zijn kring, onze krachten in om de belangen 
van het Vaderland, dat ons dierbaar is, te bevorderen, om het op 



345 



de plaats, die het te midden der beschaafde volken inneemt, met eere 
te handhaven. 

Amsterdam^ 12 Mei 1874. WILLEM. 

Voor een nationaal huldeblijk werd/ 194.000 bijeengebracht, welke 
som Z. M. verzocht te zijner beschikking te stellen. Bij de plechtig- 
heid in de Nieuwe kerk op 12 Mei 1874 deelde Z. M. mede, dat hij 
het geld bestemd had voor het Fonds voor den gewapenden dienst. 

32»l. Amsterdam. 

Vz. 's Konings linksgewend hoofd in me- 
daillon door bloemen omgeven, aan welks 
voet de nederlandsche leeuw ligt, rechtsgë- 
wend met pijlbundel ; op het medaillon rusten 
op een kussen rijkszwaard, schepter en konink- 
lijke kroon. Links de amsterdamsche stede- 
maagd, met het wapen van Amsterdam op de 
borst, gedekt door een muurkroon, uit eene 
met bloemen gevulde mand het portret des 
Konings omkransend, rechts de geschiedenis 
met pen en tafel, waarop koningsfeest^ aan hare 

12 MEI 
1874 

voeten, boek, blad papier en bazuin. 
Links ter zijde: j. elion. f. 
Kz. Omschrift: het feestvierend amsterdam 

OP 's KONINGS JUBILEE 1849. — 12 MEI — 1874. 

Opschrift in een krans van palm-, lauwer- 
en eiketakken: 

VOOR lEDEREN VORST 

UIT HET HUIS VAN 

ORANJE NASSAU 

AFGEBEDEN; 



346 



DOOR 

KONING WILLEM III 

HET EERST BELEEFD. 

Brons, 75 m.M., Verz. Teyler. 

:l3t. Vz. Geheel gelijk n^ 323. 

Kz. In een krans van palm-, lauwer- en 
eiketakken : 

DANKBAAR 

HERDENKT NEDERLAND 
EEN VIJFENTWINTIGJARIG 
TIJDVAK VAN VOORSPOED 

ONDER DE REGEERING 
VAN KONING WILLEM III. 

Omschrift: het feestvierend Amsterdam op^'« 

's KONINGS JUBILEE 1849. 12 MEI 1874. 

Goud, zilver en brons, 75 m.M., Verz. Teyler. 

Deze penning werd den koning door de feestkommissie te Am- 
sterdam in goud, zilver en brons in groen fluweelen etui met gouden 
sloten aangeboden; met een oorkonde luidende: 

„Aan Koning Willem den Derde werd op den 13*!'» Mei 1874 
door de Amsterdamsche Feestcommissie aangeboden een gedenkpen- 
ning, ter herinnering aan den I2^*° Mei 1874, ^o^n Hij in zijne 
feestvierende hoofdstad herdacht, dat Hij gedurende een tijdvak van 
vijf en twintig jaren een eendrachtig en gelukkig Volk als grond- 
wettig Koning geregeerd had. 

Een exemplaar wordt in het archief der Gemeente Amsterdam 
bewaard. 

De stempel is vernietigd." 

W. J. Hofdijk teekent in zijn gedenkboek der feestviering hierbij 
aan : Een krasse, eerst later opgemerkte fout in mijne opgave aan de 
Kommissie, heeft het gravecren van een nieuwen gedenkpenning tegen 
inwisseling en vernietiging der anderen, noodzakelijk gemaakt. 

De hiervoorbeschrevenc is de verbeterde, de foutieve is n". 323. 
(De fout is dat Willem III niet de eerste Oranjevorst was, die 25 



347 

jaar regeerde. Willem I vierde dit feest eveneens in 1838. Zie 
DiRKs 543). 

335. Baarle Nassau. 

Zilveren herinneringspenning door de feest- 
kommissie uitgereikt aan de korporatieën, die 
aan den optocht deelnamen. 

320. Berkel. 

Zilveren penning met daaraan verbonden 
levenslangen titel van „Ridderkoning van Sint 
Hubert" uitgeloofd door de schuttergilden 
St. Hubertus en St. Ambrosius. Behaald door 
den schutterkoning P. Branders. 

327. Bladel. 

Aan de harmonie 1' Union te Bladel (en aan 
die van Oerle.'^) werd een penning vereerd. 

Vz. Borstbeeld des Konings, daarboven een 
kroon en het schrift: 25 jarig kroningsfeest 

VAN Z. M. WILLEM III 1849 — 1874 

Kz. HARMONIE l'uNION TE BLADEL. (n°. 325 — 

327 volgens Hofdijk's Gedenkboek), 

328. Breda. 

Vz. 's Konings rechtsgewend hoofd, in de 
afsnede van den hals: dp (D. de Patoul). 
Omschrift: 

• XXV KROONINGSFEEST VAN WILLEM III 
• 1849. 12 MEI. 1874. 

Kz. Het wapen van Breda. 



348 



Omschrift: 

• GEMEENTE BREDA. DOOR DE • 
• VEREENIGING • 

VAN 

WERKBAZEN 
DE EENDRAGT. 

Geel koper, 24 m.M., Verz. Snoeck. 
Bij dragen y 2* druk n°. 539, Oranjepennin- 
gen 1312. 

Deze penning werd tijdens den allegorischen optocht, den Ipden 
Mei 1874 gehouden, geslagen op den praalwagen der Vereeniging 
„de Eendracht". 

329. Prijspenning van het schermconcours te 

Delft. 
Vz. Een kleine lauwerkrans waarin o prys o 
daaronder tusschen het woord: degen en M. P. 
V. HOOIJDONK, twee gekruiste degens waar- 
over een lint geslingerd is met het opschrift: 
behaald — door 

Kz. In het veld : 12 Mei 

DELFT 

Zilver, 34 m.M., Kon. Kab. 

330. Leur. 
Omschrift : SUIKERFABRIEK 

♦ LEUR ♦ 
in het veld: HULDE 

AAN 
WILLEM 

/s. in 



S74''SS/V9 



349 



Eenzijdig, lood, met ingeslagen oranjekleurige 
letters en stalen ring, 70 m.M., Verz. Snoeck. 
Tijdschrift 1898, blz. 270 e. v. 

Geslagen en verspreid gedurende den optocht op den praalwagen 
van de suikerfabriek te Leur. 

331. Schoonhoven. 

Vz. Linksgewend hoofd van Z. M. Koning 
Willem III. 

Omschrift : xxv jarige regeering v willem 
III koning d ned ^ 

Kz. Het gekroonde wapen van Schoonhoven, 
daaronder : schoonhoven 

Omschrift: ^ hulde der goud en zilver- 
smeden ''k 12 mei 1874 

Zilver 23 m.M. Kon. Kab. Oranjepennin- 
gen 1311. 

Volgens W. J. Hofdijk's Gedenkboek werd den Gemeenteraad en 
den Koning een exemplaar in goud aangeboden, waarna de stempels 
werden vernietigd. 

332. Draagpenning van de Artillerie 

Konstruktiewinkel te 
Soerabaija. 

Vz. Het rechtsgewend hoofd des Konings, 
daaronder ; J. p. S(chouberg) 

Omschrift: willem iii koning — der ned. g. 

H. v. L. 

Kz. In het veld: 1849— 1874 — A C W. 
Tin met oog, 30 m.M. Kon. Kab. Oranje- 
penningen, 1335. 



350 



De Vz. is verm. een verkleining van een bestaanden stempel door 
JoHANNES Petrus Schouberg, die graveur aan de munt was van 
1819 — 1852. 

333. Tilburg. 

Vz. 's Konings linksgewend hoofd, daaronder 
in boog: TILBURG, alles in breeden eike- 
krans. 

Kz. Eene naar links ziende zittende vrouw 
houdt in de rechterhand een lauwerkrans en 
steunt met de linker op het (ovale) neder- 
landsche wapenschild. Op den achtergrond, 
kamrad, vaas enz. (zéér onduidelijk). 

Omschrift : 1 849 1 8 74 

12 MEI 

Gegoten ijzer, 49 m.M. Verz. Snoeck. 

Bijdrage^i 2* druk n°. 540. 

Tijdens den op i8 Mei 1874 gehouden optocht werd deze penning 
gegoten op een de stoomkracht voorstellenden praalwagen van de 
tilburgsche vereeniging van Fabrieks- en Handwerksnijverheid en 
van Algemeen Nut en onder de menigte rondgestrooid. 

334. Vz. Links gewend hoofd van Z. M. 
Koning Willem III, daaronder: 12 mei 1874. 

Omschrift: • xxv jarige regeering van 

WILLEM III KONING DER NED. 

Kz. Onder de koninklijke kroon een open- 
geslagen boek, rustend op gekruisten degen en 
schepter, omgeven door eike- en lauwertakken, 
(navolging van den strooipenning, Dirks 690.) 

Omschrift : voorspoed • vrede • vryheid. 



351 



Tin, met oog en ring, 31 bij 25 m.M., 
Verz. Z. 

Volgens Bijdragen 2e druk no 551 te Tilburg gedragen en volgens 
mededeeling van den heer D. O. Lels, door de werklieden van het 
atelier der Staatsspoorwegen aldaar geslagen op een door hen samen- 
gestelden praalwagen in den optocht en „nog tamelijk heet" onder 
het volk gestrooid. 

335. Utrecht. 

Vz. Het rechtsgewend hoofd van Z. M., 
daaronder: j. p. m. menger, f. 

Omschrift: willem iii gedurende xxv jaar 

KONING DER NEDERLANDEN. 

Kz. Onder een hemellicht eene gevleugelde 
vrouw, op een geschiedtafel de jaartallen 
1849 — 1^74 griffende, voor haar staat een be- 
kransde kolom, waarop de koninklijke kroon 
op een kussen ligt en op welks voorzijde het 
gekroonde nederlandsche wapen met de spreuk 
JE MAiNTiEXDRAi prijkt, daamaast ligt onder 
een oranjeboom de nederlandsche leeuw, die 
een schild met pijlbundel er op vasthoudt, in 
het verschiet de domtoren met de vlag op 
den top. In de afsnede het gekroonde wapen 
der gemeente Utrecht, tusschen xii— mei en 

rechts: J. P. M(enger) F. 

Omschrift: oranje in't hart en niemands 

KNECHT. 

Brons, 51 m.M., Verz. Z. 
Oranjepenningen 1305. 



352 

336. Volkskoncert te Zevenbergen. 

Penningen aangeboden aan „de Zevenberg- 
sche Harmonie*' en „Euterpe" door de feest- 
kommissie. 

Vz. ZILVEREN KRONINGSFEEST VAN Z. M. WIL- 
LEM III 12 MEI 1849— 1874 

Kz. DE FEESTCOMMISSIE TE ZEVENBERGEN AAN 
DE MUZIEK EN ZANGVEREENIGING „EUTERPE" (of 

op den 2*" penning aan de ,,zevenbergsche har- 
monie*'. 

Zilver, 66 m.M., gedekt door een koninklijke 
kroon. 

Mededeeling van jhr. M. A. Snoeck, slechts 2 ex. gegraveerd. 

337 Zundert. 

Vz. Het gekroonde wapen van Zundert met 
twee leeuwen als schildhouders, daaronder: 
zundert. 
Omschrift : 

Van wege het Bestuur 
Aan de Harmonie Nut en Vermaak. 

eleg^. 



\^ ^v 

van de 25 jarige 

Regeering van Z. M. 

Willem III 

x8^74. 
gevat in breeden rand waarop saamgestrikte 

(eike- en lauwer.'^) takken, gedekt door een 



'* 



353 

daaraan door ornementen gehechte kroon met 
ring. 

Volgens teekening groot 45 m.M., met den 
rand 80 m.M., met de kroon 115 m.M., (alles 
bij benadering!) verguld zilver. 

Volgens mededeeling van den heer J. Gommers te Zundert door 
het gemeentebestuur uitgereikt aan alle destijds in de gemeente ge- 
vestigde vereenigingen, (S), welke deel hebben genomen aan den 
optocht. 

338. 1874—12 Mei. 

Atjehmedaille. 

Vz. 's Konings rechtsgewend hoofd, daar- 
onder : J. E. (lion). 

Omschrift op matten rand : 

• WILLEM III KONING DER NEDERLANDEN G. 
H. V. L. 

Kz. Tusschen twee saamgestrikte lauwer- 
en eiketakken: ATJEH 

1873 EN 1874 

Brons verguld met oog en ring, 37 m.M., 
aan lint breed 38 m.M. van nassausch blauw. 
Verz. Z. Oranjepenningen 1338. 

Ingesteld bij K. B. 12 Mei 1874 Stbl. n^^. 70 luidende: 

Wij WILLEM UI, enz. 

Willende van Onze bijzondere waardeering, zoowel van de dap- 
perheid en volharding door Onze vloot en Ons leger bij de in 1873 
in Atchin aangevangen en in 1874 voortgezette krijgsverrigtingen be- 
toond, als van andere daarbij plaatselijk bewezen diensten, doen 
blijken door het instellen van een afzonderlijk eereteeken; 

Gelet op Ons besluit van 19 Februarij 1869 [Siaaisblad no. 24); 

Op de voordracht van Onzen Minister van Koloniën, tevens ad 



354 



interim Minister van Marine, van den 8sten Mei 1874, Kabinet Ge- 
heim, letter C**; 

Hebben goedgevonden en verstaan: 
Art. I. In te stellen eene afzonderlijke medaille ter uitreiking 
aan allen zonder onderscheid van rang of graad, die deel hebben 
uitgemaakt van de in 1873 ^^ 1874, of in één dier jaren, naar ^/r//ï« 
gezonden of in 1874 nog te zenden zeemagt of expeditionaire troepen, 
of die daarbij in eenig burgerlijk ambt of bediening plaatselijk zijn 
werkzaam geweest. 

Art. 2. De voormelde medaille zal worden vervaardigd uit bet 
in Atchin gedurende de jongste expeditièn veroverde geschut. 

Zij zal zijn rond en verguld, dragende op de voortijde Onze beel- 
tenis, omringd door het gebruikelijke randschrift, en op de keerzijde 

het opschrift: — g 0=— omringd door een krans van lauwe- 

^ 1873 en i8i4, * 

ren en eikenbladeren 

Deze medaille wordt op de linkerborst gedragen aan een oranje' 
lint, ter breedte van 3,8 centimeter. 

Het lint wordt niet zonder de medaille gedragen. 

De medaille wordt slechts eenmaal uitgereikt. 

Art. 3. De toekenning geschiedt bij brevet volgens hieraan gehecht 
model. 

Art. 4. (Ingetrokken bij K. B. i Sept. 1877 n^. 180). 

Art. 5. De kosten, uit Ons tegenwoordig besluit voortvloeiende, 
komen ten laste van: enz. 

Wordt vervolgd. 



Bouwstoffen voor eene Geschiedenis van het 
Nederlandsche Geld- en Muntwezen. 



Copie van der Ordonnancie 
tip t stiick van der munten ge- 
maict in den jaere XIIIJ^ vier 
ende dertich XXIIJ in Jiilio. 

( Vervolg^ 

Item dat van nu voortaen alle manieren van coop- 
manscippe geoorloft sullen wesen te doene also wel 
bij gulden pennijn. loop hebbende na deser ordon- 
nancie als bij ponden scellingen ende pennijngen. 

Item dat elck wisselaer of die gheene die him 
onderwinden sal mit wisselen of coopmanscip van 
billioen in wat stede of plaetsen hij woonachtich zij 
binnen onsen voorsz. landen van H. Z. ende van V. 
sal gehouden zijn te doen openbaerlick zijnen eed 
voor die officiers ende wetten van der selver stede 
ende plaetsc int jugeren van deser ordonnancie ende 
voort tot allen tijden dat die gecommitteerde ende 
gestelde in den wette van daer sullen vernyeuwet 

24 



356 



zijn ende zijt versoucken ende bij denselven eede te 
zweeren ende te belooven dese ordonnancie wel ende 
getruwelick te houden ende te doen houden in all hoor 
punten ende die gheene die him bringen sullen billioen 
te geven getruwelick up een derdendeel van eenen 
grooten naer voor elck stuck goudts ende in avenant 
van elcken zilveren pennijn. dattie waerdich zijn sullen 
gelijck in die voorsz munte als voorsz. is ende voort 
te wisselen die andere pennijn. van goude, loop heb- 
bende den minsten penninck up een sestendeel van 
eenen grooten ende den grooten penninck up een 
derdendeel van eenen grooten naer hooren prijse ende 
die weder vuytgeven elck diese hebben wille voor die 
selve pennijn. nemende een zestendeel ende een der- 
dendeel van eenen grooten boven hooren prijse. 
Waert oock dat hij besiesde of vermane dat men 
dade eenich gebreck jegens onse voorsz. munte in 
wat manieren dattet waere of dat yemand brochte 
binnen onsen voorsz. landen eenige vreemde munte in 
wat manieren dattet waere of gave eenighe pennijn. 
hooger dan zij bij deser ordonnancie geset of geva- 
lueert zijn, dat hij bringen sal terstont ter kennissen 
van onsen officiers ende van den gerechte up te 
wesen geachterhaelt van te zijn verswooren boven den 
boeten verbeurten ende correctien verclaert int beginsel 
van deser ordonnancie bij also dat hijt niet hadde 
gegeven te kennen ende dat men bevonde dat hij wel 
gewecten hadde ende gevielt dat hij niet en dede 
zijnen eed ten inganck van deser ordonnancie ende dien 
tot elcker tijt niet en vernyende alsoot hier vooren 
verclaert is eer hij eenighe saken van wisselen dede, 



357 



dat soude wesen voor elcke werf i) dat hij daer of 
vonden worde in gebreke up tie boete van vijf pond 
groote — 

Item sullen die muntmeesters gehouden weescn ons 
goede zekerheyt te doen mit goeden borgen binnen 
onsen voorsz. landen van H. van Z. ende V. geerft — 

Item dat die voorsz. wisselaers sullen gehouden zijn 
borchtocht te stellen voor die wetten daer zij geseten 
zijn om die verzekerthede van den coopluyden die 
him te doen sullen hebben alst van noode sal wesen 
waer of wij tlast geven den voorsz. wetten hem be- 
velende op hooren eed dat zij de voorsz. borchtochte 
in sulcker wijs nemen dat bij gebreke van dien die 
coopluyden niet beschadicht en werden van den wis- 
selaer voorsz. 

Item dat alle bailliuwen schouten ende andere rech- 
teren van onsen voorsz. landen wie zij sijn of toebe- 
hooren ende hoor stedehouders ende dienaren ge- 
houden sullen wesen hooren eed te doen openbaerlick 
als zij ontfangen werden in hoore officien voor die 
wetten ende gerechte van der stede ende plaetsen 
daer zij dienen ende desgelijcx die burgermeesters 
scepenen ende andere wethouders in handen van den 
officiers ende oock die clercken secretarijsen beleders 
van weesen, paysiers tresoriers ontfangers dekens ge- 
sworen ende alle andere die gestelt werden bij den 
wetten of gerechten terstont na den vutroepen van 
deser ordonnancie ende voort van jare te jare tot 
haren ancoomen of vernyeuwen, dat zij houden ende 



I) Iedere reis. 



358 



onderhouden sullen dese voorsz. ordonnancie ende doen 
onderhouden in al hooren punten ende artikulen also 
verre als te hoore officien ende diensten toebehooren 
ende dat zij oock houden sullen die waarheden ende 
versoucken daertoe geordonneert ende doen doen den 
voorsz. eedt hooren nacomers ende die geene die zij 
misdadich bevinden corrigieren bij hooren vonnissen 
sonder eenige composicien na tinhouden van deser 
ordonnancie ende sonder eenich verdrach up verwonnen 
te wesen als verswooren bij also dat men bevonde 
dat yemand gedaen hadde eenich gebreck int gueent 
dat voorsz. is ende voort up die boete van vijf pond 
groote. 

Item dat alle tgueene dat in dese ordonnancie ge- 
ordonneert is up onse officiers ende wethouders sal 
oock stede hebben up alle andere officiers ende 
wetten van onsen voorsz. landen van H. Z. ende V. 

Fol. CXLIIIJ. Item dat nyemand wie hij zij poorter 
of vreemde en scroe en snijde of bij water of bij 
andere engiene en mindere in eeniger manieren eenige 
eenige (sic) penningen van goude of van zilver up tie 
galge ende voort dat niemand en biguette noch tri- 
buche eenige pennijn. van goude of van zilver dats te 
verstaen van vuyt te lesen ende te nemen die zwaere 
ende gewichtichste vuyt den lichsten bij getale om 
daer an te winnen up die boete van thien pont groote. 

Item dat nyemand van wat state of condicie hij zij 
en affimeert of doe affimeren enich billioen van 
goude of van zilver gemunt up die peyne van te 
verbeurne tguecn dat hij geaffimeert sal hebben ende 



359 



voort up tie boete van thien pond groote, die verbeu- 
ren sullen also wel die geene die de materien ende 
stoffen bringen sullen om te af fimeren, als die gheene 
die affimeren sall also meenich werven alst geschien 
sall. 

Item dat boven onsen pennijn. van goude ende van 
zilver hier voor verclaert sullen oock loop ende ganck 
hebben binnen onsen voorsz. landen van Holland van 
Zeelland ende van Vrieslant die penningen van goude 
ende van zilver hier na gescreven ende geen andere. 

Eerst die Saluut van vrancRijck van XXIIJ karate 

I quaert of daer boven LXXi'2 in de snede 

voor llJ 1^ X d. gr. 

Item die halve ende die tweedeel int 

avenant. 
Item engelsche nobelen van alsulcke 

gewichte ende aloye als zij nu tegen- 

woordich loopende zijn te weeten 

XXXV I quaert up tie troessche 

marck voor vij ;:^ Vilj d. gr. 

Item die halve engelsche nobelen ende 

vierendeelen int avenant. 
Item Vlaemsche nobelen voor . . . VIJ ;^ IIIJ d. gr. 
Item die halve ende vierendeelen int 

avenant. 
Item fine ducaten genevyenn i ), floren- 

tijnen, ungerssche ende beemsche 2) 

gulden voor IIJ i^ x d. gr. 



1) Genua? 

2) Boheemsche. 



36o 

Item koren borster Rijnssche guldenen also iange als 
zij alsulck van aloye ende in gewichten blijven als 
zij nu zijn tstuck voor HJ (^ öb. gr. 

Ander penningen van goude ende van zilver 
die loop hebben sullen binnen onsen voorsz landen 
van Hollant van Zeelland ende van Vrieslant 
van Sinte Jacobsdage i) naistcomende tot den 
eersten dage toe van der toecoomender maent 
van December exclusive. 

Penningen van goude. 

Eerst Brabantsche Vlaemsche Hollantsche ende 

Bourgön schilde stuck voor XXVIIJ gr. 

der nyer munten voorsz. behoudelick dat men tot 
kerssavont naestcoomende ende also voortan onse 
beden betalen sall mit sulcken schilden als wij in 
onser stede van Dordrecht eerst hebben doen wercken 
of XXX gr. voorsz. voor elcken schilt. 
Item Bourgonsche pieters die wij hebben doen werc- 
ken tstuck XXXV gr. 

Item Wilhelmus schilden die haer ge- 

wichte houden te weeten LXVIJ up die 

marck tstuck xxxvilj gr. 

Item Reynauldus guldenen die hoor ge- 

wichte houden tstuck XXVIIJ gr. 

Item Beyerssche gulden die haer ge- 

wichte houden tstuck XXVIJ gr. 

Item oude Keysersche ende Vranck- 

Rijcxe schilden die hoor gewichte 

houden tstuck LVJ gr. 



I) S. Jacobus = 2$ Juli 



36 1 

Item Gulichse gulden die hoor gewichte 
houden tstuck XXXV gr. 

Item Arnoldus guldenen twee engels 

wegende tstuck XX gr. 

Item oude Wilhelmus guldenen gesla- 
gen bij Hertoge Aelbrechts tijden 
tstuck XXXIIJ gr. 

Penningen van zilver. 

Eerst Jangelaere Roosbeekers oude botdra- 

gers ende dobbelde leeuwen tstuck. . . XVIIJ d. 

Item oude bottgens leeuwen Wilhelmus groot 
halve Roosbeekers ende halve jangelaers 
tstuck IX d. 

Item Johannes vlaemsche croomsterten tstuck xvj d. 

Item onse cromstcrten oude Wilhelmus tuy- 

nen ende Namensche braspennijn. tstuck XIIJ d. 

Item oude Johannes vlaemsche braspennijn. 

tstuck IJ X gr. 

Item Brabantsche braspennijn. tstuck. . . XVIJ d. 

Item Doornicxe cromsterten oude Vlaemsche 

groot ende Valencijnse i) tuynen tstuck . XIJ d. 

Item witte tuynen tordrecht 2) geslegen tstuck X d. 

Item Ingelsche stooters tstuk .... Ilijgr. Ijd. 

Item so wie eenige schulde gemaickt of renten 
gecoft heeft bij bourgonsche schilden in den jaere van 
xxviij (1428) verleden off daer voor, die sal ontfan- 
gen voor elcken schilt XXX gr. 



1) Valenciennes 

2) Te Dordrecht. 



302 



voorsz. ende die zijn voorwaerde zedert den jaere 
van XXVI IJ voorsz. van renten van pachten of van 
schulde gemaict heeft bij bourgöïï schilden, die sal 
ontfangen voor elcken schilt XXVIIJ gr. 

Item of yemand eenige oude brieve hadde, roerende 
van ouden vrancken oude pieters oude vrancRijcxe 
croonen ofte anders eenige oude pennijn. van goude 
die in deser cedullen niet verclaert en staet, die brieve 
sal men bringen voor den gerechte daer dat gebeuren 
sall ende daer of sullen die van den gerechte aldaer 
verclaers doen zoe zij dat nae hoere vij ff zinnen ende 
bester wetenscip naest sullen connen geraken. 

Item alle paymente daer die daghe of verscheenen 
ende onbetaelt zijn ende noch verschijnen sullen voor 
Sinte Jacops daghe naestcoomende de sal men betalen 
met sulcken paymente als die voorwaerde daer oft 
dat vutwijsen Ende die daghe die na sinte Jacop ver- 
schijnen sullen van renten van pachte die staen tot 
ponden scellingen ende pennijn. sal men betalen mit 
onsen nyeuvven gelde na den beloope daer af. Ende 
die gheene die hoor payment gemaict hebben daer 
die dagen van betalinghe voor Sinte Jacop voorsz. of 
verschinen sullen dat staet bij ponden scellingen ende 
pennijn. ende dat niet en betalen tusschen dit ende 
Sinte Baven daghe ^) naistcomende na hoer vorwairden 
die daer of zijn sullen na den selven sinte baven 
dage gehouden weesen te betalen mit onsen nyeuwen 
gelde na vuytwijsinge onser ordinancie, die daer of is. 

Item om die overtreders van deser tegenwoordiger 
ordonnancie bet geachterhaelt ende gevonden te zijne 

*) St. Bavo = I Octobcr. 



363 



alle onse officiers ende wethouders onser landen van 
Hollant V. Zeelland ende v. Vrieslant sullen tallen 
tijden alst hem goetduncken sall besoeck ende infor- 
macie doen up ten geenen die contrarie deser voorsz. 
onzer ordonnancien gedaen sullen hebben, ende dan 
ende tallen anderen tijden alst van noode zijn sall 
daer af te doen geschien pugnicie ende correcxie van 
den voorsz. overtreders nader selver ordonnancien. 
Ende boven desen sullen zij sonderlinge vierwarven 
tsiaers te weeten telcken maendach na den quater- 
tempe of ten naesten dingedage daer navolgende, 
bij also dat die maendach daer na geen dingedach 
waere, hooren jegens den voorsz. overtreders informacie 
ende waerhede ende in hooren camer of vierschare 
openbaerlick geven vonnisse jegens den voorsz. over- 
treders die selve vonnisse stellende ter executien na 
tinhouden van deser ordonnancie welcken maendach 
of eersten dingedach na elcker quatertempe ancoomen 
zijnde wij verbieden onsen voorsz. officiers dat zij 
geen wet en doen totter tijt dat die voorsz. dijngen- 
dach upt fayte van der voorsz. munte gehouden zij ende 
volcoomen, na tinhouden van deser voorsz. ordonnancie. 
Item noch om die voorsz. overtreders bet gepungniert 
te zijne soe sullen na den besoucke ende informacie 
die men doen sal jegen die geen die vuytgedragen 
sullen hebben billiocn of anders gedaen jegens dese 
voorsz. ordonnancie, genouch zijn twee gelooflicke 
oorconden goet van truwen ende niet suspect noch 
geblameert, om die voorsz. overtreders te bedragen 
ende te belasten emmer ter discretie van scepenen 
ende wette van der stede ende plaetsen daert ge- 



364 



vallen sall die welcke scepenen ende wette up die 
voorsz. twee oorconden sullen moogen fonderen hoor 
vonnisse niet tegenstaende die previlegien die eenige ste- 
den plaetsen of wetten souden moogen hebben ter 
contrarie. 

Item willen wij ende ordonneren dat alle boeten 
van gelde boven genoomt, gedistribueert worden in 
der manyere als men alle andere boete van gelde dis- 
tribueert ter plaetsen ende steden daer tstuck gevallen 
sall, behouden tvijfte deel van den selven boeten dat 
hebben sal die geene bij also datter yemand tsij offi- 
cier of andere diet ter kennissen bringen sall ende 
desgelijcx dat van allen billioenen ende andere dingen 
verbeurt bij deser v^oorsz. ordonnanciën die geene diet 
bringen sall ter kennissen daer of tvijfte, behoudelick 
dat dese selve ordonnancie in also verre als zij noopt 
der confiscasien haer niet strecken en sall up tie geene 
die van confiscasien bij previlegien gevryet die welcke 
noch haer billioen noch ander goet in eeniger manie- 
ren en sullen moogen verbeuren tegens ons mair in 
die stede van dien sullen vallen in die boete van also 
veele alst billioen sal waert zijn ende boven desen in 
die andere boeten hier toe dienende, twelck billioen 
men sal moogen houden in manieren van pande tot dat 
zij betaelt sullen hebben die voorsz. boeten ende 
nietmin sal tselve billioen sonder vertreck gedragen 
sijn in onse voorsz. munte ten prijse van dier. 

Item dat van schulden gemaict voor den inganck 
van deser ordonnancie bij gulden pennijn. niet ver- 
booden bij deser ordonnancie sal men betalen sulcke 
gulden pennijn. ofte die waerde daervoor in anderen 



365 



gulden pennijn. loop hebbende na deser selver ordon- 
nancie. 

Fol. CXLV. Item van schulden die als boven ge- 
makt sijn bij gulden pennijn. veerboden bij deser 
ordonnancie, sal men betalen die rechte waerde dat 
sulcke pennijn. waert zijn, om te leveren als billioen 
in der voorsz. munte — 

Item als van schulden die men weesen schuldich- 
es, elck van den wetten van onsen voorsz. lande sal 
daer of ordonneren na den eyssche van der plaetsen 
ende na dat hem duncken sal dat behoort. 

Item dat van aflossinghe van alle manieren v^an renten 
die bij voorwaerden ter lossinghe staen. Men sal be- 
talen alsulck geit als daer die selve renten mede ge- 
coft waren of die waerde daer voor in anderen gelde 
loop hebbende na deser ordonnancie niet jegenstaende 
die expresse voorwaerde wair te doen de voorsz. 
aflossinge mit sulcker munte als loop hebben sal ten 
dage van der voorsz. aflossinghe, want alsulcke voor- 
waerden ongeoorloft zijn — 

Ontbieden hierom ende bevelen u allen ende 
elcken bijsonder mit sonderlinge ernste dese ordon- 
nancie volcoomelick wel ende jgfetruwelick te houden 
ende te volcoomen in allen hooren punten up tie 
peyne correxie ende boeten boven verclaert ende 
dese selve ordonnancie terstont doet registreren ende 
van onser weegen vuytroepen gebieden ende kundi- 
gen tot allen plaetsen over al in onsen landen voorsz. 
binnen steden ende daer buyten daer dat behoort 
sonder meer gebots of bevels van ons daer of te 
verbeyden, want waert dat bij u of bij yemande 



366 

van u onsen officieren recht eren ende dienaren bij- 
sonder eenighe verswij menisse i) hier in geschiede, dat 
wouden wij an u houden ende doen verhalen als 
an den geenen die ons van onser heerlicheyt ver- 
minderen woude ende sulcke correcxtie daer ofdoen 
dat daer anderen mogelick exempel an nemen souden. 

Uit Register der Rekenkamer van Holland en 
Zeeland, op den rug getiteld: IL Eerste Geluwe 
Register P. (beginnende) 1460 — (Rijksarchief 
alhier). 

Fred. Caland. 
'S'Gravenhage, December 1900. 

i) Verzuim. 



Gemengde Berichten. 



Penningen op den Zuid- Afrikaanse hen Oorlog. 

In aansluiting aan mijn artikel over de penningen 
aan President KrÜGER vereerd of ter eere der Boeren 
geslagen — zie Tijdschrift 1901, afl. 3, blz. 243 — 
wensch ik nog de twee volgende penningen te be- 
beschrijven. 

I. Vz. De presidenten KrÜGER en Steijn, beide 
getooid met den breeden sjerp — teeken hunner waar- 
digheid — staan naast elkaar. President KRIJGER, 
den hoogen hoed op het hoofd, laat zijn rechterarm 
op den rechterschouder van zijn ambtgenoot Steijn 
rusten. Tusschen zich in houden zij een vlaggestok, 
waaraan een groote vlag, achter hen, wappert. Op 
den voorgrond een op den rug liggende gekroonde 
leeuw, die worstelt om op te komen. Op den ach- 
tergrond en rechts „kopjes", links geknielde boeren 
in gevecht. 

Kz. Een ossenwagen met kap, in het midden van 



368 

het veld, tusschen de jaartallen: iSggen 1900, scheidt 
het opschrift : 

•r- ^ 

Dt LA GUERRE 
SUD AFRICAINE 

LE PLUS GRAND 
EVENEMENT 

Rechts onderaan, de naam van den graveur: paul 
FISCH l) 

33 m.M. Mijne verzameling. 




2. De tweede penning is uitgegeven door de firma 
VV. Voet & Zo.ven, Anegang 15 te Haarlem, op 
initiatief van den heer P. N. van Doorninck, bur- 
gemeester van Bennebroek. De opbrengst zal, volgens 



I) Het bestaan van dezen penning weid mij medegedeeld door 
den heer Ed. van nEN Broeck ie Bnissel. dooi wiens welwiUend- 
hrid ook een exemplaar in mijn beiit kwam. 



369 

cirkulaire van Augustus 1901, voornamelijk strekken 
tot vermindering der ellende in de vrouwenkampen. 

Als Vz. is gekozen de Vz. van een historiepenning 
(leg- of rekenpenning) uit den tijd van den tachtig- 
jarigen oorlog en wel van dien afgebeeld bij VAN LoON 
I blz. 275, n°. I en 2, {fransche editie^ blz. 270.) 

Wij zien twee ruiters en twee voetknechten elkander 
geducht bestrijdende, met het buiten-omschrift tus- 
schen een kabelrand en een parelcirkel : • -|- • HET 

• IS • BETER • TE • STRIJDEN • VOOR • HET • VADERLAND, 

hetwelk op de Kz. wordt voortgezet : • DAN • DOOR 

• EEN • GEVEINSDE (sic) • VREDE • TE • WORDEN • BE- 
DROGEN • 

Het binnen-omschrift luidt : • de • Spanjaarden • in • de 

• VIER • provinciën • I568 — 1648 

De Kz., waarvan het buitenomschrift reeds is ver- 
meld, vertoont een in vlammen opgaande afrikaan- 
sche hoeve, met het binnen-omschrift : • de • engelschen 

• in • ZUID • AFRIKA • • • 1899 — I9OI • • • 

De penningen van 1575 op last der Staten gesla- 
gen als aansporing tot het voortzetten van den oorlog 
en t. a. p. bij VAN LooN afgebeeld, hebben een 
andere Kz., namelijk de lichamen der graven Egmond 
en HOORNE, wier hoofden op pieken gestoken achter ?• 

de rompen zijn opgesteld. Het latijnsche omschrift 
over Vz. en Kz. verdeeld luidt: xpr.estat • PVGNARE- 

PRO • PATRIA : e> : QVAM • SIMVLATA • PACE • DECIPI 

• 1 579, we vinden het vertaald op onzen penning terug. 

Zilver en brons, 33 m.M. i) 



I) De zilveren exemplaren zijn voor ƒ 3. — , de bronzen voor/ 1.50 
verkrijgbaar bij voormelde firma W. Voet & Zonen. 






370 



Van deze gelegenheid wil ik gebruik maken om 
een kleine onjuistheid, in mijn artikel voorkomende, 
te verbeteren. De penning WiENECKE, als onuitge- 
geven vermeld, was reeds opgenomen in afl. 7 van 
D^ H. J. DE Dompierre de Chaufepié, Médailles 
et plaquettes modernes^ PI. XLIII n**. 226, terwijl de 
gedenkpenning van SCHARFF te Weenen, vervaardigd 
bij gelegenheid van den 75»»'='» verjaardag van presi- 
dent KrüGER op blz. 68 der 8ste afl. is afgebeeld. 

Onder de vele penningen op den worstelstrijd der 
Boeren betrekking hebbende, komt geen enkele voor, 
waarop de naam van den dapperen president van den 
Oranje- Vrijstaat te lezen staat. Nu zoov^ele dergelijke 
penningen werden . geslagen, nu KrÜGERS beeld ot 
naam zoovele malen zijn gekozen, hem zoo menig 
stuk is vereerd, komt het ons niet meer dan billijk 
voor, dat ook aan president Steijn een gedenkpen- 
ning of plakket worde gewijd en aangeboden. Wie 
onzer leden wil daartoe het initiatief nemen ? 

M. D. M. 



De Verzameling DU Crocq, gelegateerd 
aan het Genootschap. 

Deze fraaie en kostbare verzameling telt thans 
ongeveer 900 nederlandsche historiepenningen, loo- 
pende over de jaren 1415-1901. 

Onder de voornaamste stukken noemen we: 

1530 JOHAN, Keurvorst van 

Saksen, hervormd. Zilver. VAN MiERlS, II 336-3 



z. VAN Loon 


I 


8 


^* 


I 


44-1 


1^ 


M 


56-2 


1^ 


M 


8S-3 


11 


11 


148 



371 



1535 Vernieuwing Smalkal- 

disch verbond. z. VAN MiERlS II 429-1 

1545 Spotpenning koncilie 

van Trente. Schroef- 

doosje. 
1555 Afstand KarelV. Kz. 

Atlas. 
1559 ViGLIUS vanZuichem 

AB AVTA. 

1562 Als voren. 
1566 Geuzenpenning, kom- 
pleet. 

1572 Inname den Briel. 

1573 Overwinning op 

Bossu. ,, „ 170 

1575 Opdracht Staatsbewind 
aan prins WILLEM I, 

verg. „ „ 206 

1578 Amsterdam begiftigd 

met kroon en wapen. „ « 254 

1584 Moord op prins Wil- 
lem I. „ „ 345-1 
1592 Ambassade De Reidt. „ „ 428-1 
1600 Slag bij Nieuwpoort. „ „ S48-1 
1607 Zeeslag bij Gibraltar. „ II 30 

161 2 Inwijding beurs te 

Amsterdam. „ „ 80-1 

161 3 Maurits, ridder van 

den Kouseband . verg. z. „ „ S7 

161 7 Kerkelijk oneenigheden. z. „ „ 99 

25 



372 



i6i9 Ter eere van prins 

Maurits, met oog en 

ring. z. VAN LoON II ii2 

1622 Ontzet van Bergen op 

Zoom. ^ „ 149-1 

1629 Nemen van Fernam- 

buco, Olinda enz. „ „ 193-1 

1637 Herwinning van Breda. .„ „ 238-2 

1639 Zeeslag bij Duins. „ „252-1 

1641 Huwelijk prins Willem II. „ „ 258-1 

1642 Komst van prinses 

Maria in Holland. „ „ 264 

1645 Inname van Hulst. „ „ 288 

1648 Vrede van Munster. „ 11 310 

1648 n ^^ V. V. ^<. 3^5-2 

1648 „ „ w n n 315-3 

1648 V. ,, V. >i n 315-4 

1650 Mislukte aanslag op 

Amsterdam. „ „ 345-1 

1650 Als voren en dood van prins WiLLEM II. ^^/^r- 

torium. 1173. 
1653 Dood Admiraal Tromp. 
1653 Als voren. 

1653 Als voren. 

1654 Vrede van Westminster. 

1654 Als voren. 

1655 Verbouwing Stadhuis 
Amsterdam. 

1655 Overlijden WOLFERT 

VAN BREDERODE. „ „ 412 



z. VAN Loon, 


II 376-1 


n 




« 376-3 


Vi 




« 376-4 


vt 




« 383-3 


y* 




« 387 


w 


II 


399 I en 2 



373 



1657 Verdeeldheden bij de 








benoeming van prins 








Willem III, tot Stad- 








houder van Overijssel, z. 


, VAN Loon 


II 


423-2 


1658 Veldtocht van Karel 








X in Denemarken. 


n 


n 


439-2 


1660 Vertrek van Karel II 








naar Engeland. 


n 


n 


481-2 


1660 Aankomst van Karel 








II te Dover. 


M 


w 


483-3 


1660 Gedenkpenning, Vz. 








borstbeeld Karel II, 








Kz. Willem III te paard 








met Kommandostaf. z. 


Franks 1, 472 ] 


N«. 75. 


1665 Aanval der Engelschen 








op de Hollandsche vloot 








in Noorwegen. z. 


VAN Loon 


11, 


831-1 


1672 Moord gebroeders De 








WiTT. 


^ 


III 


87-1 


1672 Als voren. 


M 


1^ 


90-2 


1672 Beleg en ontzet van 








Groningen. 


'tl 


f^ 


90-2 


1672 Ter eere van Karel 








Rabenhaupt. 


w 


w 


103-1 


1674 Beleg en inname van 


• 






Grave. 


M 


r» 


IS9-3 


1676 Sneuvelen Admiraal De 








Ruijter. 


vt 


w 


186 


1678 Vrede van Nijmegen. 


w 


w 


248-1 


1678 Als voren. 


r» 


w 


275-2 



374 



1687 Ter eere van JACOBUS 

II en Maria. 
1689 Kroning Willem III 

en Maria. 
1689 Als voren. 
1689 Als voren. 
1689 Als voren. 
1692 Zeeslag bij Kaap La 

Hogue. 
1697 Vrede van Rijswijk. 
1697 Als voren. 
17 10 Inname van Douai. 
1713 Vrede van Utrecht. 

1 73 1 Beëindigd penningvverk 
van Mr. G. VAN LoON. 

1732 Dood van Andries 

Schoenmaker, numis- 

maat. 
1734 Huwelijk van prins 

Willem V. 

1740 Derde Eeuwfeest, uit- 
vinding Boekdrukkunst. 

1742 Gustaaf. baron VAN * 
Lmhof, Gouverneur-Ge- 
neraal. 

1751 Dood van prins WIL- 
LEM IV. 

1788 Bevestiging Stadhou- 
derschap. 

1853 Droogmaking Haarlem- 
mermeer. 



z. Repertorium 1958 



z. 


VAN Loon 


III 


407-3 


b. 


y> 


SS 


4I2-I 


z. 


IS 


SS 


419 




n 


SS 


468-2 




Yï 


IV 


37-4 




IS 


J) 


208-2 




SS 


SS 


2I3-I 




SS 


SS 


S9I-I 




SS 


SS 


680-1 



z. VAN Loox Verv. 2 



k. 



SS 



SS 



SS 



SS 



SS 



4 



SS 



SS 



87 



•43 



SS 



^s 



SS 



z. Dirks 



169 



301 



774 



733 



375 



1894 Expeditie op Lombok, z. Tijdschr. 1897 bz. 
48 N°. 2. 
Zj. Ovale Gildepenning, „Vincit Concordia Fratrum" 
te 's-Hertogenbosch, afgebeeld. Kat, SCHULMAN, 25 
Maart 1901, N\ 1199. 



UIT DE PERS. 



Het Ciiracaosche muntwezen. 

(Van onzen correspondent.) 

Cura^ao, 6 Juli, 
Den isten Augustus a. s. zal hier de wet van 23 
Mei 1899 (Staatsblad n". 126) (Publicatie-blad n". 22), 
tot nadere regeling van het Cura^aosche muntwezen, 
zooals die is gewijzigd bij de wet van 2 Januari 1900 
(Staatsblad n^ 5) (Publicatie-blad n". 4), in werking 
treden. 

Volgens die wet zullen de volgende munten hier 
met ingang van i Augustus wettige betaalmiddelen zijn : 
het Nederlandsche tienguldenstuk; de Nederlandsche 
rijksdaalder, gulden en halve gulden ; het Nederlandsche 
25-, 10- en 5-centstuk; het Cura^aosche i^ en '/lo 
guldenstuk; de Nederlandsche 2I/2-, i- en i/g cent- 
stukken ; en eenige bepaalde vreemde gouden munten, 
naar de koersen bij Koninklijk Besluit vastgesteld 

Naar aanleiding van de laatste zinsnede zijn bij 
Koninklijk Besluit van 22 April 1901, n". 69 (Publi- 
catie-blad 1901 n". 16) de navolgende vreemde gouden 



376 



munten in deze kolonie gangbaar verklaard, tegen de 

daarnevens aangegeven koersen : 

de Spaansche onza de oro van i6 piasters tegen ƒ38.65 

de Mexicaansche doublon r» w 38.65 

de Noord- Amerikaansche dubbele eagle „ „ 49. — 
de „ „ eagle. . . . „ „ 24.50 

de „ „ halve eagle . „ „ 12.25 

de „ „ kwart eagle . „ „ 6.121/2 

de Engelsche sovereign „ „12.— 

de Engelsche halve sovereign . . . . „ „6. — 
het Fransche goudstuk van 20 francs . „ „ 9.40 
het Fransche goudstuk van 10 francs . „ „ 4.70 
het Fransche goudstuk van 5 francs . „ „2.35 
het Venezolaansche goudstuk van 25 

bolivares „ „11.75 

het Venezolaansche goudstuk van 20 

bolivares n ,«. 9.40 

Vreemde zilveren munten, die hier steeds in om- 
loop waren, zullen van den isten Augustus a. s. at 
geen wettig betaalmiddel zijn. Bij gouvernements- 
besluit (Publicatieblad 1901, No. 18) is bepaald, dat 
gedurende de maand Augustus van dit jaar ten kantore 
van den kolonialen ontvanger op Cura9ao de van de 
ontvangers op de overige eilanden de volgende vreemde 
zilveren muntspecièn, welke krachtens bovengemelde 
wet van 23 Mei 1899 niet gangbaar zijn verklaard, 
tegen Nederlandsche munt of koloniale pasmunt tot 
den achter elk dier munten genoemden koers kunnen 
worden ingewisseld, n.1. : 

de Venezolaansche stukken van 5 bolivares ci/2. — 
de Noord-Amerikaansche gouvernementsdollars „ „ 2.45 



n 



377 



de Fransche vijffrancstukken k/2.35 

onderdeden er van naar evenredigheid. 

de Deensche stukken van 20 dollarcenten k f 0.40 : 

de Deensche stukken van 10 dollarcenten k ƒ 0.20; 

geldstukken, welke meer dan 10 per mille van hun 

gewicht verloren hebben, worden niet ter inwisseling 

aangenomen. 

Behalve genoemde vreemde munten is hier ook 
Engelsch, Belgisch, Portugeesch, Italiaansch, Grieksch 
en ander zilvergeld in omloop, dat bij de wet niet 
gangbaar is gesteld en van gouvernementswege in 
Augustus ook niet zal worden ingewisseld. Laatst- 
bedoeld zilvergeld weigert nu iedereen aan te nemen, 
zoodat men, al had men er een kist vol van, er hier 
thans niets voor zou kunnen koopen; tracht men er 
in winkels verschuldigde sommen mee te betalen, dan 
wordt dat plotseling in den ban gedaan geld eenvoudig 
teruggestuurd, met de boodschap, dat het thans geen 
waarde heeft, — N. B. hetzelfde geld, dat hier jaren 
lang zonder eenige protest in circulatie was en waarmee 
men kort geleden nog de handen vol gestopt werd. 

Zij, die er thans mee opgescheept zitten, weten 
niet wat er mee aan te vangen. Zeker een zonder- 
linge en in Nederland ongekende toestand ! Daar alle 
voormelde vreemde gouden munten sedert jaren in 
deze kolonie tegen 6 °/„ h 8 7» hoogere koersen in 
omloop zijn, dan die er nu bij Koninklijk besluit aan 
werden toegekend, is de bekendmaking van het in 
werking treden onzer nieuwe muntwet door menigeen 
met tegenzin ontvangen. Velen hadden een stille 
hoop, dat die wet, welke in Mei 1899 is vastgesteld, 



378 



Stilletjes in het vergeetboekje zou raken. Welke 
groote teleurstelling dus, toen het bericht kwam dat 
bedoelde wet in Augustus a. s. zal worden ingevoerd ! 
Ontsteltenis en verslagenheid waren op veler gelaat 
te lezen. *t Zwaard van Damocles hing boven het 
hoofd, zoo verbeelde men zich; de ondergang van 
Cura9ao zou nu wel nabij zijn. De gemoederen 
waren in de eerste dagen na de bekendmaking van 
het in werking treden der muntwet zóó geschokt door 
angst voor belangrijke verliezen, dat er geen redeneeren 
tegen was, en zij, die beweerden, dat de nieuwe wet 
eene gewenschte verbetering in ons gebrekkig munt- 
wezen zal aanbrengen, voor bijzonder dom gehouden 
of als vijanden des volks beschouwd werden. Thans 
zijn de onheilsprofeten een beetje gekalmeerd. 

Volgens de nieuwe muntwet wordt de gulden Cura- 
9aosch courant geacht een waarde te bezitten van 
f 0.94 Nederlandsch courant. Herleidt men dus het 
bedrag, dat iemand bezit, van Cura^aosch in Neder- 
landsch courant, dan beloopt dat 6 7o minder dan 
men in zoogenaamde Cura9aosche guldens had Verlies 
mag dat in werkelijkheid niet genoemd worden, omdat 
het Nederlandsch geld zes percent meer waarde heeft 
dan de munten, die hier tot nu toe circuleerden en 
als betaalmiddelen gebezigd werden. 

Te allen tijde werd aangenomen, dat het twee- 
francstuk, onder den naam van Cura9aoschen gulden, 
de munteenheid in den handel dezer kolonie uitmaakt. 
Dat er een verschil van ongeveer 6 "/„ tusschen den 
Nederlandschen gulden en het tweefrancstuk bestaat, 
is niet te ontkennen. 



379 



Met dat verschil had de regeering rekening te 
houden bij de herleiding van den ouden (Cura9aoschen) 
tot den nieuwen (Nederlandschen) gulden. Zij had 
niets te maken met de nog al afwisselende waarde, die 
hier in den handel aan vreemde gouden munten 
wordt toegekend. 

Vooraf is niet te zeggen, hoe de nieuwe muntwet 
in deze kolonie werken zal. Uit den aard der zaak 
zullen zich in den aanvang wel eenige moeielijkheden 
voordoen; doch dat is het geval met iedere nieuwe 
verordening, die verandering in bestaande toestanden 
brengt, en hoeveel te meer dan wel in een aange- 
legenheid van zulk een ingrijpenden aard als geheele 
wijziging van een muntstelsel. 

De muntkwestie rs voor Cura9ao niet iets van van- 
daag of gisteren. Zij bestaat reeds tal van jaren, 
vermoedelijk langer dan mcnschengeheugen. Her- 
haalde malen zijn hier tengevolge van daling van den 
prijs van het zilver groote verliezen geleden, door- 
dien dan de koers van allerlei vreemde muntsoorten, 
waarmede men hier van tijd tot tijd overladen werd, 
plotseling aanmerkelijk werd verlaagd. 

Worden na het in werking treden onzer nieuwe 
muntwet alle vreemde zilveren geldstukken maar 
strikt uit de circulatie geweerd en de gouden munten 
slechts tegen den wettelijken koers uitgegeven en 
ontvangen, dan zal ons muntwezen eindelijk in een 
gezonden toestand komen. 

N, Rott. Ct, 2 Aug 1901. 



38o 



Keizer Wilhelm medaille-ontwerper. 

De Duitsche Keizer zal weer het bewijs leveren 
van de veelzijdigheid zijner talenten. De medaille voor 
de strijders in China is door hem zelf ontworpen en 
door professor Walter Scott uitgevoerd; zij zal 
geslagen worden op de koninklijke munt. 

Handelsblad 12 Juni 1901, Avondblad. 

De in dit ons welwillend toegezonden krantenbe- 
richtje bedoelde draagpenning is afgebeeld in 2. Beilage 
van de Gartenlaube 1901, n". 31. Vz. De duitsche 
adelaar met zijne klauwen den chineeschen draak in 
bedwang houdende. Kz. 's Keizers gekroond mono- 
gram met het omschrift voor de strijders: 

DEN SIEGREICHEN STREITERN 
• 1900 CHINA I9OI • 

De eerste woorden zijn voor de niet-strijders vervan- 
gen door: VERDIENST UM DIE EXPEDITION NACH 

CHINA. De medailles, volgens de afbeelding 34 
m.M., zijn aan Vz. en Kz. omgeven door een lauwer- 
krans en geslagen door de Stuttgarter Metallwaaren- 
fabrik van WiLHELM Maijer en Franz Wilhelm. 
Ze worden gedragen aan 36 m.M. breed oranjelint 
met roode en zwarte streepen en witte randen. 

Red. 



Een zeer fraaien én tevens bizonder eigenaardigen 
penning vinden we afgebeeld in Sammlerdaheim 
{Daheim 1901 n". 40), geslagen ter herinnering aan 
de onthulling van professor E. Herter'S standbeeld 



38 1 



voor den grijzen heldenkeizer Wilhelm I te Potsdam, 
in de Berliner Medaillenmünze van L. OSTERMANN» 
voorheen G. Loos. De Vz. vertoont het ruiterbeeld 
des keizers met het omschrift: IHeine Briiftf geliörfn 
ber Pr It • bem üaterlanbe. In de afsnede : Penkmal ;u 
^otsbam. — ffrriclitft 1901. 

De Kz. vertoont de heerlijke ideale vrouwengestalte 
met het rijkszwaard, die het voetstuk van het stand- 
beeld siert, met het omschrift: IBflci|f S^enbung burcl) 
€ottf9 ^Uiirung. 

Het eigenaardige van dezen penning is, dat de schep- 
per van het fraaie standbeeld dien zelf heeft gemo- 
delleerd, een zeker zeldzaam voorkomend feit. 

Z. 



Wetgeving, 

N°. 130. Wet van 28 Mei \(^i , houdende bepalingen 
omtrent het toezicht en de zorg over de zaken 
der Munt, 

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin 
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., 
enz., enz. 

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut ! 
doen te weten: 

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat 
het wenschelijk is te herzien de wet van den isten 
Juni 1850 {Staatsblad n^ 25), gewijzigd bij de wet 
van 2 Januari 1899 {Staatsblad n°. 11), omtrent het 
toezicht en de zorg over de zaken der Munt; 

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, 
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben 



382 



goedgevonden en verstaan, gelijk wij goedvinden en 
verstaan bij deze: 

Art. I. Het toezicht en de zorg over de zaken 
der Munt zijn opgedragen aan Onzen Minister van 
Financiën. 

Art. 2. Alle munten van het Rijk en van zijne 
koloniën en bezittingen worden aan *s Rijks Munt ge- 
slagen. 

De voorwaarden, waaronder voor rekening van 
anderen dan het Rijk aan 's Rijks Munt kan worden 
gemunt en medailles kunnen worden geslagen, worden 
bij algemeenen maatregel van bestuur vastgesteld. 

Art. 3. Alle stempels voor de munten van het 
Rijk en van zijne koloniën en bezittingen worden aan 
's Rijks Munt vervaardigd. 

In bijzondere gevallen kan van deze bepaling worden 
afgeweken. 

De voorwaarden, waaronder voor rekening van 
anderen dan het Rijk stempels kunnen worden ver- 
vaardigd, worden bij algemeenen maatregel van bestuur 
vastgesteld. 

Art 4. Onder het opperbeheer van Onzen Minister 
van Financiën worden opgedragen: 

het bestuur van 's Rijks Munt aan den muntmeester; 

het toezicht op de stipte naleving aan 's Rijks 
Munt van de wettelijke bepalingen, het muntwezen 
betreffende, alsmede op het verbruik van muntmate- 
riaal aan 's Rijks Munt, aan den controleur-generaal. 

De muntmeester en de controleur-generaal worden 
door Ons benoemd. Zij mogen elkander niet bestaan 
in of binnen den vierden graad van bloedverwant- 



3«3 



schap of zwagerschap. Hunne instructiön worden 
vastgesteld bij algemeenen maatregel van bestuur. 

Bij afwezigheid van den muntmeester of van den 
controleur-generaal kan door Ons in de tijdelijke 
waarneming van de functiön van den afwezige worden 
voorzien. 

Art. 5. De uitvoering van het muntwerk en de 
vervaardiging der stempels mogen niet worden aan- 
besteed aan een of meer ambtenaren van het munt- 
wezen. 

Art. 6. Het is aan de ambtenaren van het munt- 
wezen verboden voor eigen rekening goud te doen 
aanmunten, handel in edele metalen of in voorwerpen, 
daarvan vervaardigd, te drijven of op eenige wijze 
daaraan deel te nemen. 

Art. 7. Geen nieuw vervaardigde munten mogen 
van 's Rijks Munt worden afgeleverd, tenzij van het 
onderzoek en de goedbevinding proces-verbaal door 
den controleur-generaal is opgemaakt. 

Art. 8. Behalve het reeds genoemde wordt den 
controleur-generaal opgedragen het onderzoek van alle 
munten die als verdacht van valschheid, vervalsching 
of schennis, aan hem zijn opgezonden, alsmede de 
uitspraak in geschillen v^an allooi en essaai, aan 's Rijks 
Munt geleverd muntmateriaal betreffende. 

De controleur-generaal onderzoekt jaarlijks eenaantal 
munten, die anders dan van 's Rijks Munt bij betaal- 
meesters zijn ingekomen. 

Art. 9. Vóór den i «ten April van elk jaar worden 
door den muntmeester en door den controleur-generaal 
verslagen opgemaakt, door den eersten van de munt- 



384 



werkzaamheden en wat daarmede samenhangt, door 
den laatsten van zijne verrichtingen, een en ander over 
het afgeloopen jaar. 

Deze verslagen worden voorzien van zoodanige 
opmerkingen als de aard der zaak zal vereischen, aan 
Onzen Minister van Financiën ingezonden om aan 
Ons te worden overgelegd, en door Ons aan de Staten- 
Generaal medegedeeld. 

Art. 10. Voor benoeming tot essaieur van 's Rijks 
Munt of van de controle bij 's Rijks Munt komen 
alleen in aanmerking zij die als essaieur zijn geëxa- 
mineerd en van eene akte van toelating zijn voorzien 
door eene commissie van drie leden, waarvan de 
controleur-generaal lid en voorzitter is. De beide 
andere leden dier commissie worden door Ons be- 
noemd. 

Deze bepaling geldt niet voor hen, die onder de 
werking van art. 7 der wet van i Juni iS^o {S(aa^s- 
blad n'. 25), gewijzigd bij de wet van 2 Januari 1890- 
{Staatsblad n". 1 1 ), het daarbedoeld examen met goed 
gevolg hebben afgelegd. 

Art. II. Er is eene commissie voor het muntwezen, 
bestaande uit drie leden, door Ons te benoemen. Bij 
de benoeming wordt tevens aangewezen wie der leden 
voorzitter en secretaris der commissie zijn. 

De benoeming geschiedt voor drie jaren. De af- 
tredenden kunnen herbenoemd worden. 

Aan het lidmaatschap is geen vaste bezoldiging 
verbonden. Aan de leden wordt door Ons, behalve 
vergoeding van reis- en verblijfkosten, vacatiegeld 
toegekend. 



385 



Art. 12. De commissie voor het muntwezen doet 
in Januari van elk jaar monsters onderzoeken, geno- 
men van iedere in den loop van het vorige jaar door 
den muntmeester opgebrachte en door den controleur- 
generaal goedgekeurde partij munten. 

De wijze, waarop de monsters genomen en onder- 
zocht worden, wordt geregeld bij algemeenen maat- 
regel van bestuur. 

De commissie brengt jaarlijks aan Ons verslag uit 
van hare bevindingen, en voegt daaraan zoodanige 
opmerkingen toe, als zij in het belang van het munt- 
wezen wenschelijk oordeelt. 

Art. 13. In alle burgerlijke en strafgedingen, waar- 
van de beslissing afhangt van die van een geschilpunt 
omtrent valschheid, vervalsching of schennis van mun- 
ten of omtrent allooi en essaai, moet de controleur- 
generaal als deskundige over dit geschilpunt gehoord 
worden. 

De berichten van den controleur-generaal moeten 
de gronden behelzen waarop zij rusten en onder- 
teekend zijn. 

Voor die berichten worden geene kosten berekend 
dan die van zegel en registratie, voor zoover die ver- 
schuldigd zijn. 

Art. 14. Wanneer de beslissing van een burgerlijk 
geding afhankelijk is van die van een geschilpunt als 
in het vorige artikel bedoeld, beveelt de rechter, hetzij 
op verzoek van een der partijen, hetzij ambtshalve, 
bij interlocutoir vonnis, dat het bericht van den 
controleur-generaal worde ingewonnen. 

Op dit deskundig onderzoek zijn de bepalingen der 



386 



achtste Afdeeling van den derden Titel van het eerste 
Boek, wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van 
toepassing, voor zooveel daarvan niet bij dit of het 
voorgaande artikel dezer wet is afgeweken. 

Art. 15. Deze wet treedt in werking op een nader 
door Ons te bepalen tijdstip. 

Op dit tijdstip treedt buiten werking de wet van 
I Juni 1850 (Staatsblad n". 25), gewijzigd bij de wet 
van 2 Januari 1899 {Staatsblad n". ii). 

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal 
worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departe- 
menten, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie 
zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand 
zullen houden. 

Gegeven te Raben-Steinfeld, den 28sten Mei 1901. 

De Minister van Financien, WILHELMINA. 

PlERSOX. 

Uitgegeven den vijftienden Juni 1901. 
De Minister van Justitie^ 
CoRT. V. D. Linden. 



N". 132. Wet van 28 Mei 1901, tot 7iadere regeling 
van het Neder landsche muntwezen. 

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin 
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., 
enz., enz. 

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut! 
doen te weten: 

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het 
wenschelijk is de wetten tot regeling van het Neder- 



38; 



landsche muntwezen door eene nieuwe wet te ver- 
vangen, 

Zoo is het dat Wij, den Raad van State ge- 
hoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, 
hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij goed- 
vinden en verstaan bij deze: 

Art. I. De rekeningseenheid van het Nederland- 
sche muntstelsel is de gulden. 

De gulden is verdeeld in honderd centen. 

Art. 2. 's Rijks munten zijn : 

A. met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel! 

I. tot ieder bedrag : 

a. in goud: 

het tienguldenstuk; 

b, in zilver: 

de rijksdaalder of twee en een halve gulden ; 

de gulden ; 

de halve gulden; 

II. tot beperkt bedrag, de volgende pasmunten: 

a. in zilver: 

het vijf en twintig-centstuk; 
het tien-centstuk; 
het vijf-centstuk; 

b. in brons : 

de twee en een halve cent ; 

de cent; 

de halve cent ; 

B. zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel : 
de gouden dukaat. 

Art. 3. Het staat ieder vrij gouden tiengulden- 
stukken en dukaten te doen slaan aan 's Rijks Munt 

26 



388 



wanneer werkzaamheden voor het Rijk het niet ver- 
hinderen. 

Rijksdaalders, guldens en halve guldens kunnen 
slechts worden aangemunt voor rekening van het Rijk, 
ter vervanging van zilveren munten, die van Rijks- 
wege aan den omloop worden of zijn onttrokken. 

De pasmunt wordt uitsluitend voor rekening van 
het Rijk geslagen. 

Voor de aanmunting van zilveren pasmunt mogen 
alleen Rijksmunten gebezigd worden. 

Art. 4. Onze Minister van Financiën is gemach- 
tigd om, wanneer en in zoover als hij het met het 
oog op den toestand van het Nederlandsche munt- 
wezen noodzakelijk acht, een bedrag van ten hoogste 
vijf en twintig millioen gulden in Nederlandsche 
rijksdaalders te doen versmelten tot baren en die 
baren, door tusschenkomst van de Nederlandsche 
Bank, te verkoopen. 

Alvorens van deze machtiging gebruik te maken, 
wint Onze voornoemde Minister de voorlichting in 
van de afdeeling van den Raad van State, die tot 
het Departement van dezen Minister in betrekking 
staat. 

Het advies door 's Raads afdeeling uitgebracht, 
wordt zoodra 's lands belang zulks toelaat, aan de 
Staten-Generaal medegedeeld. 

De op grond van dit artikel aan den omloop ont- 
trokken rijksdaalders kunnen niet door andere zilveren 
munten vervangen worden. 

Art. 5. Niemand is verplicht zilveren pasmunt tot 
een hooger bedrag dan van tien gulden of bronzen 



389 



pasmunt tot een hooger bedrag dan van vijf en twintig 
cents aan te nemen. 

Art. 6. De in artikel 2 genoemde munten hebben 
een gehalte, gewicht en middellijn, benevens eene op 
het gewicht toegestane ruimte, zoowel boven als 
onder, gelijk bepaald is als volgt: 







Gehalte. 


Gewicht. 


Middellijn. ; 


MUNTSOORT. 


wette- 
Ujk. 


ruimte. 


wette- 
Ujk. 


ruimte. 


Goud 


1 10 gulden. 
' dukaat. 


duizend- 
sten. 
900 

983 


{ duizend- 
sten. 

1.5 
1,0 


gram. 

6,720 
3»494 


duizend, 
sten. 
2 

2 


milli- 
meters. 

22,5 

21,0 



Zilver. 



Brons. 



I 



2l^ gulden, 
gulden. 
Vs gulden. 
25 cents. 
10 „ 

5 *> 

2 l/s cent. 

cent. 
l/g cent. 



945 



i»5 



25,000 
10,000 



2 
3 







5.000 


5 






3.575 


6 


640 


4,0 


1400 


10 






0,685 


12 


950 ko- 


10,0 ko- 






per. 


per. 


4,000 


één op 


40 tin. 


5,0 tin. 


2,500 


honderd 


10 zink. 


5,0 zink. 


1,250 


stukken. 



38.0 

28,0 
22,0 

19,0 
15,0 

'2.5 

«3.5 
19.0 
14.0 



Art. 7. De beeldenaar der gouden tiengulden- 
stukken is: 

op de voorzijde Ons borstbeeld, tot omschrift voe- 
rende : Onzen door het woord Koning {Koningin) 
voorafgeganen naam en de spreuk : God zij met ons ; 

op de keerzijde het wapen des Rijks met de Ko- 
ninklijke Kroon, tusschen de waarde-aanduiding 10 G., 
wijders het jaartal, het opschrift: Koningrijk der 
Nederlanden^ benevens het muntteeken en het munt- 
meestersteeken. 

Deze stukken worden in den ring gemunt en hebben 
een kartelrand. 



390 



Art. 8. De beeldenaar der rijksdaalders, guldens 
en halve guldens is: 

op de voorzijde Ons borstbeeld, tot omschrift voe- 
rende Onzen naam. met de woorden : Koning {Ko- 
ningin) der Neder landen \ 

op de keerzijde het wapen des Rijks met de 
Koninklijke Kroon, tusschen de waarde-aanduiding 
2 l/g G., I G., l/g G., tot omschrift voerende: Munt 
van het Koningrijk der Nederlanden^ benevens het 
jaartal, het muntteeken en het muntmeestersteeken. 

Deze stukken worden in den ring gemunt. 

De rijksdaalder en de gulden hebben tot rand- 
schrift: God zij met ons. 

De halve gulden heeft een kartelrand. 

Art. 9. De beeldenaar der zilveren pasmunt is: 

op de voorzijde Ons borstbeeld, met een omschrift 
gelijk aan dat der rijksdaalders, guldens en halve 
guldens ; 

op de keerzijde de waarde-aanduiding 25 cents, 10 
cents en 5 cents tusschen twee eikentakken. benevens 
het jaartal, het muntteeken en het muntmeestersteeken. 

De stukken worden in den ring gemunt en hebben 
een kartelrand. 

Art. 10. De beeldenaar der bronzen pasmunt is: 

op de voorzijde de gekroonde leeuw, houdende het 
zwaard en den pijlbundel, op een met blokken bezaaid 
veld, binnen een parelrand, daaromheen het omschrift ; 
Koningrijk der Nederlanden^ met het jaartal, benevens 
het muntteeken en het muntmeestersteeken; 

op de keerzijde de waarde-aanduiding 2I/2 cent, i 
cent, i/2 cent, tusschen twee oranjetakken. 



391 



Deze stukken worden in den ring gemunt en hebben 
een kartelrand. 

Art. II. De beeldenaar van den gouden dukaat is: 

op de voorzijde een geharnaste man tusschen de 
cijfers van het jaartal, met het omschrift: Concordia 
res parvae crescunt, benevens het muntteeken en het 
muntmeestersteeken. 

op de keerzijde binnen een versierd vierkant: Mo: 
aur : reg: Belgii ad legem imperii. 

De stukken worden gemunt op den vrijen stempel 
en hebben een kabelrand. 

Art. 12. Bij Koninklijk besluit worden de kantoren 
aangewezen, waar de pasmunt tegen rijksdaalders, 
guldens en halve guldens kan worden ingewisseld, 
mits het aangeboden bedrag niet minder zij dan vijftig 
gulden in zilveren, of tien gulden in bronzen pas- 
munt. 

Art. 13. 's Rijks munt is niet verplicht partijen 
goud aan te munten in tienguldenstukken beneden 
driehonderd kilogram en in dukaten beneden honderd 
kilogram. 

Art. i4. Het muntloon kan voor gouden tiengul- 
denstukken niet hooger worden gesteld dan op vijf 
gulden per kilogram werks. 

Art. 15. In de Staatscourant wordt door Onzen 
Minister van Financien jaarlijks medegedeeld hoeveel 
van elke muntsoort in het afgeloopen jaar: 

a, voor rekening zoowel van bijzondere personen 
als van het Rijk is aangemunt; 

b. van Rijkswege is ingetrokken. 

Art. 16. Munten, welke anders dan door slijting 



392 



in gewicht zijn verminderd, worden in 's Rijks schat- 
kist niet aangenomen. 

Niemand is gehouden ze aan te nemen. 

Art. 17. De munten, die vermoed worden valsch, 
vervalscht of opzettelijk geschonden te zijn, kunnen 
door eiken houder aan den controleur-generaal van 
's Rijks Munt ter beoordeeling worden opgezonden. 

De ambtenaren, met ontvangsten voor de kassen 
van openbare lichamen of instellingen belast, zijn tot 
de bedoelde opzending van dergelijke in hunne handen 
komende munten verplicht, nadat zij, desgevraagd, 
een ontvangbewijs aan den houder hebben uitgereikt. 

De genoemde met ontvangsten belaste ambtenaren 
geven van de aanhouding onverwijld kennis aan den 
officier van justitie, en gaan veertien dagen daarna 
tot de opzending aan den controleur-generaal over, 
tenzij het aangehouden muntstuk inmiddels door den 
officier van justitie ten behoeve van eenig strafrech- 
telijk onderzoek opgevorderd zij. 

In geval de uitspraak van den controleur-generaal 
het vermoeden bevestigd, worden de ter beoordeeling 
ontvangen munten door dien ambtenaar doorgesneden 
en aan den inzender teruggegeven. 

Op uitdrukkelijk verlangen van den justitie-ambte- 
naar door wien de inzending is geschied kan een munt, 
bedoeld in het vorige lid, ongeschonden worden terug- 
gegeven. 

Alleen tegen vergoeding van de nominale waarde 
kan de controleur-generaal, zoo hij dit wenschelijk 
acht en de officier van justitie er zich niet tegen 
verzet, een stuk terughouden. 



393 



Ingeval de uitspraak het vermoeden niet bevestigt, 
worden dezelfde of andere gave munten teruggegeven. 

Art. i8. Van Rijkswege worden ingetrokken en 
vermunt: 

a. alle gebrekkig bewerkte munten; 

b. alle munten, niet begrepen onder die, bedoeld 
bij artikel 17, vierde lid, welke door den omloop 
zoozeer zijn afgesleten, dat hun beeldenaar geheel of 
gedeeltelijk onzichtbaar is, of die door andere oor- 
zaken voor den omloop ongeschikt zijn geworden. 

c. de tienguldenstukken, rijksdaalders, guldens en 
halve guldens, die door slijting in den omloop in 
gewicht zijn gedaald: 

de tienguldenstukken 5 duizendsten of meer; 
^ rijksdaalders 15 ^ y» y» 

„ guldens 30 « « « 

„ halve guldens 40 „ v» n 

beneden hun wettelijk gewicht. 

De wijze van intrekking wordt bij algemeenen 
maatregel van bestuur geregeld. 

Art. 19. Het is verboden vreemde zilveren, nik- 
kelen, bronzen of koperen munten in betaling te 
geven. 

Deze bepaling geldt niet voor bij algemeenen maat- 
regel vaa bestuur aan te wijzen gemeenten. Onver- 
minderd echter blijft ook daar ieders bevoegdheid om 
wettige betaalmiddelen te eischen. 

Art 20. Het is aan de in artikel 17, 2dc Hd, be- 
doelde ambtenaren, alsook aan pachters en onder- 
pachters van inkomsten van openbare lichamen of 
instellingen, verboden bij ontvangsten, die zij als 



394 



zoodanig doen, vreemde munten in betaling aan te 
nemen. 

Deze bepaling geldt niet voor de gemeenten, be- 
doeld in art. 19, 2de lid. 

Art. 21. Overtreding van eene der verbodsbepa- 
lingen der twee laatstvoorgaande artikelen wordt 
gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en zeven- 
tig gulden. 

Indien tijdens het plegen der overtreding nog geen 
twee jaren zijn verloopen sedert eene vroegere ver- 
oordeeling van den schuldige wegens overtreding van 
een der bepalingen dezer wet onherroepelijk is ge- 
worden, wordt hij gestraft met geldboete van ten 
hoogste vijfhonderd gulden. 

Art. 22. De bij deze wet strafbaar gestelde feiten 
worden beschouwd als overtredingen. 

Overgangsbepaling. 

Art. 23. Ter verwisseling van munten, die in 
Duitschland, en van munten, die in België in de 
publieke kassen worden aangenomen, wordt, overeen- 
komstig bepalingen vast te stellen bij algemeenen 
maatregel van bestuur, in bij dien maatregel aan te 
wijzen gemeenten gelegenheid gegeven gedurende een 
tijdperk van ééne maand na het in werking treden 
dezer wet. 

De verwisseling geschiedt tot door Ons te bepalen 
koersen, doch op geen hoogeren voet dan van 59 cent 
voor de mark, 47V2 cent voor den frank. 

Slotbepalingen, 

Art. 24. Waar in wetten of Koninklijke besluiten 



395 



het woord „standpenningen** is gebezigd, worden daar- 
onder verstaan munten met de hoedanigheid van wettig 
betaalmiddel tot ieder bedrag. 

Art. 25. Deze wet kan worden aangehaald als „de 
Muntwet 1901*'. Zij treedt in werking op eennader 
door Ons te bepalen dag. 

Met dien dag worden buiten werking gesteld de 
wetten van 26 November 1847 {Staatsblad n**. 69), 
van 6 Juni 1875 {Staatsblad n°. 117), van 28 Maart 
1877 {Staatsblad n°. 43), van 9 December 1877 {Staats- 
blad n". 215), en van 27 April 1884 {Staatsblad n'', 97). 

De overeenkomstig die wetten geslagen munten, 
welke niet reeds buiten omloop zijn gesteld, blijven 
op den bestaanden voet gangbaar, zoolang hare buiten- 
omloopstelling niet bij de wet wordt bevolen. 

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal 
worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departe- 
menten, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie 
zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand 
zullen houden. 

Gegeven te Raben-Steinfeld, den 28st«n Mei 1901. 

De Minister van Financiën, WILHELMINA. 

PlERSON. 

Uitgegeven den vijftienden Juni 1901. 
De Minister van Justitie, 
CoRT V. D. Linden. 



Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genootschap 

in ruiling ontvangt. 



Revue Beige de numismatique. 
IQOI. 57* année. 3* livraison. 

I. Les monnaies de Ptolémée II, qui portent dates, 

par M. J. SVORONOS. 
II. Examen critique d'une nouvelle theorie de la 
monnaie romaine, par M. MiCHEL — C. SOUTZO. 

III. Deux monnaies luxembourgeoises inédites, par 

M. Ie V*^ B. DE JONGHE. 

IV. Remarques nouvelles sur les assignats du siège 
de Mayence de 1 793 et sur les méreaux de péage 
du pont, par M. P. BORDEAUX. 
Correspondance, Necrologie, Mélanges. 

Rivisti Italianadi Numismatica, 1901, fase. II. 

Gneccki (Francesco). Appunti di Numism. Romane. 
Dattari (G.) Appunti di Numism. Alessandrina. 
Cerrato (G.) Due mezze lire inedite de Emanuelc 
Filiberto. 

SpiGARDI (Arturo). Le Medaglie ai Gonfalonieri 



397 

Di un raro Gettone di Lodovico I re d'Etruria. 
Ambrosoli (Solone). Placchette italiane moderne. 
Cronaca: Bibliografia. Varieta. 

Vjesnik hrvatskoga arheoloskoga drustva, 

Deel 5 bevat o. a. Brunsmid, D'. Josip. — Eenigc 
muntvondsten in Kroatië en Slavonië. 

Bulletin uitgegeven door den Nederlandschen 
Oudheidkundigen bond, 1900 — 1901. 

Deel II bevat o. a.: Aankoop van een gegraveerden pen- 
ning van Baltzar LöliNCK, 1647, door het Kon. Ka- 
binet. Vz. Susanna in het bad. Kz. PyramusenThisbe. 
Muntvondsten te Wagenborgen, te Nietap, gem. Roden, 
te Rhedcn en nabij Leiden. IJzeren muntstempel van 
een onbekende munt van 1567, verm. voor de Kz. 
van een dubbelen schelling van Philips de Mont- 
MORENCY, graaf van Hoorn, te Weert gevonden. 
Schenking van munten van Lycia en Cyprus aan het 
Kon. Kab. 



VERGADERINGEN 

VAN HET 

Koninklijk Nederlandsch Genootschap 
voor Munt- en Penningkunde 

1901. 

{Uittreksel uit het Notulenboek) 



23* Bestuursvergadering 27 Januari 1901 te Am- 
sterdam uit onderscheidene brieven blijkt, dat Jhr. 

M. A. Snoeck bij zijn besluit volhardt het onder- 
voorzitterschap neer te leggen. Van den heer H. G. 
DU Crocq is mededeeling ontvangen, dat hij bij 
uitersten wil zijne verzameling penningen vrij van 
successierechten aan het genootschap vermaakt heeft. 

2^ Bestuursvergadering 2 Juni 1901 te Utrecht. 
Aangezien de grootc diploma's (voor gewone en 
buitenlandsche leden) verbruikt zijn, wordt de sekre- 
taris gemachtigd nieuwe te doen drukken. 

Tot buitenlandsch lid wordt benoemd de heer J.M. 
Faddegon, graveur te Montrouge s. S., voorgesteld 
door de hceren ZwiERZiNA en Stephanik. 
10^ Jaarlijksche vergadering 16 Juli 1901 te Leeuwarden. 
Zie vorige aflevering blz. 315. 



Verslag van den Sekretaris over 1900. 



Met genoegen kan ik u mededeelen, dat in het 
slot jaar van de XIX« eeuw ons ledental eindelijk het 
het cijfer loo overschreden heeft. 

Immers wij eindigden 1899 met eene ledenlijst van 
96 numismaten en tegen een verlies van 4 leden, 
mocht ik 16 nieuw benoemden in onze registers in- 
schrijven. 

Leden. Uit onzen kring traden de heeren A. C. M. VAN 
Etten, Mr. M. C. Nijland, P. J. van Dijk van 
Matenesse en Baron Félix BÉTHUNE. 

Uwe vergadering van 9 juni benoemde echter tot 
buitengewoon lid de heeren: 

Jhr. Mr. C. Beelaerts van Blokland, Utrecht,]. A. 
A. Gerritsen, Amsterdam, A. van der Hoop, Oud- 
Beierland, J. HouwiNK Gz., Sneek, H. LabouchèRE, 
Doorn, J. P. R. MENGER, Utrecht, J. W. Menso, 
's-Gravcnhage, J. C. P. E. Menso, Utrecht, Mr. S. 
Muller Fzn., Utrecht, Mr. J. A. Sillem, Amsterdam, 
jhr. mr. D. F. Teixeira de Mattos, 's-Gravenhage, 



400 



S. WiGERSMA, HzN, Leeuwarden en M. G. Wil- 
deman, 's-Gravenhage, en nam in het kader der ge- 
wone leden op: de heeren Anth. BEGEER, Utrecht 
en J. Ph. M. Menger, Utrecht 

Uw Bestuur benoemde tot buitenlandsche leden 
de heeren: Baron Philippe Prisse te Antwerpen, 
J. P. Moquette te Prambon, Ned. Indie, en J. C. 
WiENECKE te Parijs, zoodat op 31 dec. 1900 ons 
Genootschap bestond uit i eerelid, 29 gewone leden, 
45 buitengewone leden en 33 buitenlandsche leden, 
te zamen 108 leden. 

Bestuur, De bestuursplaatsen waren bezet door de 
heeren: AüG. SASSEN, Voorzitter (1904), jhr. M. A. 
Snoeck, Onder-voorzitter (1905), JOH. W. Stephanik, 
Sekretaris (1901), C. H. F. A. CORBELIJN Battaerd, 
Penningmeester (1902) en H. G. DU Crocq, Konser- 
vator (1903). 

Vergaderingen, De jaarvergadering werd dit jaar 
gehouden in de gemeente Haarzuylens op den 9^*" juni. 

Wel is waar wijst art. 10 H. Regl. den i6**«° juni 
aan, maar nu het Congres international de numis- 
matique te Parijs van 14 tot 16 juni vergaderde, 
meende het Bestuur, dat in deze eene vervroeging 
van een week niet alleen wenschelijk, maar ook 
noodzakelijk was. 

Vergunt mij een woord van dank te betuigen 
aan den heer Anth. Begeer, die door zijne vrien- 
delijke bemoeiingen ons dien dag zoo aangenaam 
wist te maken en aan de heeren Baron VAN ZUYLEN, 
VAN NVEVELT VAN DE Haar en Dr. P. J. H. 
CUVPERS, die ons toestonden het kasteel „de Haar" 



40I 



met zijne herstellingswerken en omgeving grondig te 
bezichtigen. 

Onze vergadering in 't Rechthuis van Haarzuylens, 
ons landelijk ontbijt in de dorpsherberg, hadden eene 
groote bekoring. 

Het Bestuur vergaderde den 22"*'^ mei te Utrecht 
en, door allerlei onstahdigheden, eerst den 27»**" 
januari 1901 te Amsterdam. Het aldaar verhan- 
delde zal u in de uittreksels der notulen worden mede- 
gedeeld. 

Rekening. De rekening van onzen penningmeester 
blijkt nog niet geheel afgewikkeld te zijn. De heeren 
Dr. Braakenburg van Backum en jhr. Speelman 
hebben zich bereid verklaard om die rekening, zoodra 
gereed, te onderzoeken en van hunne bevinding verslag 
uit te brengen. 

Ik moet u echter er op voorbereiden, dat die rekening 
niet door de zon beschenen wordt. Er zal n.l. een 
vermoedelijk tekort zijn van ƒ 250. — k ƒ 300. — , 
dat gelukkig door het batige saldo van vorige jaren, 
groot ƒ 357,33*. gedekt wordt. 

De oorzaak van dit tekort ligt in de uitgave der 
Beschrijving van de Inhuldigings-penningen, van welk 
werk nog ongeveer 200 exemplaren in voorraad zijn. 

Indien de grootste zuinigheid in *t beheer wordt 
in acht genomen, zullen wij dit echter in één, zeker 
in 2 jaren te boven zijn. 

Tijdschrift. Het Tijdschrift mocht zich in de alge- 
mcene sympathie onzer leden en onzer inteekenaren 
verheugen Hiertoe droeg zeker in groote mate bij : 
het opnemen van de beschrijving der nederlandsche 



402 



penningen na november 1863 geslagen, bewerkt door 
den heer W. K. F. ZwiERZiNA — als ook 't uit- 
breiden der populaire gemengde berichten. 

De kommissie van redaktie bestond uit: 

Mejuffrouw Marie de Man, (1902) en de heeren 
W. K. F. ZwiERZiNA (1901) en AuG. Sassen (1903), 
terwijl de verspreiding van- de afleveringen werd be- 
werkstelligd door de firma G. Theod. Bom &Z00N, 
te Amsterdam. 

Aan ons medelid, den heer Adriaan Bom, onzen 
bizönderen dank voor de moeite, die hij zich in deze 
geven wil. 

Op de vorige jaarvergadering verzocht de kommissie 
voor 't nazien der rekening verlenging van haar 
opdracht. In augustus 1900 was die kommissie met 
hare werkzaamheden gereed en adviseerde zij tot 
goedkeuring van de rekening. 

Moest ik reeds met een enkel woord wijzen op 
het belangrijke verlies, dat onze kas leed door de 
uitgave van de Beschrijving der Inhuldigings-penningen 
— van den anderen kant verheugt 't mij u te mogen 
wijzen op 't batig saldo, dat de uitgifte van den 
penning, op wijlen den heer ROEST geslagen, in die 
kas deed vloeien. 

Eene andere bate (doch dit is toekomstmuziek) 
zal zijn de verkoop van het vervolg op Mr. JACOB 
DiRKS — „Nederlandsche of op Nederlanders betrek- 
king hebbende penningen na november 1863 ge- 
slagen." 

Van dit werk worden 100 overdrukken gemaakt; 
de bewerker, de heer W. K. F. ZwiERZiNA, was zoo 



403 



welwillend aanspraak te maken op slechts lO dier 
overdrukken, zoodat later 90 ex. tot stijving van de 
kas kunnen verkocht worden. 

Zeide ik u reeds, dat 1900 voor ons Genootschap 
een gunstig jaar was, wat 't ledental betrof, — een 
groote aanwist viel ons te beurt in onze penningver- 
zameling. Het Bestuur mocht n.1. van den heer DU 
Crocq de mededeeling ontvangen, dat deze bij uitersten 
wil aan het Genootschap vermaakt zijne belangrijke 
verzameling penningen en wel vrij van successie- 
rechten. De heer DU Crocq voegde hierbij een 
ingebonden kwartijn met volledige beschrijving der 
stukken. Hier kan ik den vrijgcvigen schenker 
slechts den dank brengen van de leden voor dit 
vorstelijk legaat — in 't Tijdschrift zal op eenige 
der voornaamste stukken gewezen worden. 

Op initiatief van den heer ZwiERZiNA werd dit 
jaar getracht een leesgezelschap onder de leden op 
te richten, ten einde de vele vervolgwerken geregeld 
te doen rondgaan. Na onderzoek bleek echter de 
belangstelling zoo gering te zijn, dat van dit plan 
moest worden afgezien 

Evenals in vorige jaren werden gebonden exemplaren 
van den jaargang van ons tijdschrift aan H. M. de 
Koningin en aan H. M. de Koningin-Moeder aange- 
boden, die door Hare Majesteiten met belangstelling 
werden aanvaard. 

In augustus verzond 't Bestuur aan alle leden, 
een beknopt gidsje om in 3 uren tijds alle pen- 
ningen en munten, op de tentoonstelling te Parijs 
geëxposeerd, te kunnen bezichtigen. Blijkens ont- 

27 



404 



vangen brieven heeft deze zending aan de verwachtingen 
beantwoord. 

Ten slotte mijn dank aan mijne medebestuur- 
deren en aan alle leden, die mij in den loop des 
jaars mijne sekrctaris-plicbten hebben gemakkelijk 
gemaakt. 

Amsterdam, JOH. W. Stephanik. 

Juni 1901. 






Verslag van den Konservator 



Kon ik in mijn vorig verslag mededeelen, dat H. M. 
de Koningin ons Genootschap verleden jaar met een 
blijk van belangstelling vereerde, tot mijn leedwezen 
moet ik er nu op wijzen, dat de belangstelling voor 
onze verzamelingen achteruitgaande is. 

Behalve de periodiek verschijnende tijdschriften ont- 
ving het Genootschap enkele overdrukjes, nader in het 
verslag beschreven. 

Belangrijke boekwerken op numismatisch gebied 
werden niet in de Bibliotheek opgenomen. Onze munt- 
verzameling ontving ook geene uitbreiding. 

De kollektie gedenk- en draagpenningen vermeer- 
derde echter met 20 stuks. 

Moge een volgend verslag gunstiger luiden. 

De KonservatoTy 
Amsterdam, Juni 1901. H. G. DU Crocq. 



4o6 



Aanwinsten van de Bibliotheek. 

Verslag Kon. Kab. 's-Gravenhage, 1900. 

Geschenk van den Heer H. J. DE DOMPIERRE DE 
Chaufepié. 

Verslag Gemeente Museum Nijmegen 1899. 

Geschenk van den Heer Th. H. A. J. Abeleven. 

Verslag Museum van Oudheden te Groningen 1900. 

Geschenk van den Heer Mr. J. A. Feith. 

Aanvullingen van mijne „Zeeuwsche Loodjes". 
Overdr. 

Les dutes Zélandaises k la légende Luctor et Emen- 
tor. Extr. 

Munt vondst te Vlissingen. Overdr. 

Over gouden en zilveren munten versierd met de 
teekens van den dierenriem. Overdr. 

Iets over het Vettewariersgilde te Middelburg en 
over een tot nu toe onbekenden begrafenispenning van 
dit gilde. Overdr. 

Geschenk van Mej. M. DE Man. 

Een praatje over penningen. Overdruk tijdschrift 
van het Ned. Gymn. Verb. 

Een hulde aan Th. M. Roest. Overdr. 

Penningen 1897 — 1898. 

Aanvulling der Beschrijving van de Penningen na 
's Konings dood geslagen in de Kon. Fabriek van 
zilverwerken, firma C. J. Begeer. Overdr. 

Onze nieuwe guldens. Overdr. 

Geschenk van den Heer W. K. F. ZWIERZINA. 



407 



Eenige opmerkingen omtrent de Hindoe-munten 
van Java. Overdr. 

Geschenk van den Heer J. P. MOQUETTE. 

Vervolg der verschillende catalogi houdende de 
aanwinsten verkregen sedert het opmaken daarvan 
tot 1899. 

Geschenk Muntkabinet Utrecht. 

Levensbericht van jhr. mr. G. J. Th. Beelaerts 
VAN Blokland, door jhr. mr. J. H. Hora Siccama. 

Geschenk jhr. mr. J. H. HORA SicCAMA. 

Catalogus Tentoonstelling van Moderne Médailles 
en Plaquetten. Leeuwarden 1 900/1 901. 

Geschenk comité. 

Bulletin uitgegeven door den Nederlandschen Oud- 
heidkundigen Bond. N". 6. 

Geschenk idem. 

Tiers de blanc anonyme au lion frappe h Herpen. Extr. 

Un demi-gros k Técu aux quatrc lions, frappe a 
Schoonvorst. Extr. 

Les monnaies des derniers comtes de Reckheim, 
de la maison d'Aspremont- Lijnden. Extr. 

Geschenk V»« B. DE JONGHE. 

Numismatique Bruxelloise. Jetons de préscnce de 
la société de Medccine de Bruxellcs. Messidor au 
XII. Extr. 

ld. Rcctifications k Gkrard VAN LooN, relatives 
a certains jetons d'anciens Magistrats de Bruxelles. 
Extr. 

Geschenk van den Heer Edouard VANDEN Broeck. 

Classement de monnaies carolingicn nes inéditcs. Extr. 

Geschenk van den Heer Paul Bordeaux. 



4o8 



La médaille-décoration des francs-bouchers et des 
francs-poissonniers de Gand. 1793. 

Geschenk van den Heer A. DE WiTTE. 

La gazette numismatique. 

Geschenk van den Heer Ch. Dupriez. 

Instruction sur la maniere de classer et de conserver 
Ie répertoire de médaillistique N"*. i — 3CX). 

Geschenk van den Heer Paul Stroehlin. 

Congres international de numismatique réuni k 
Paris, en 1900. Proces- verbaux et mémoires. 

Contribution k la numismatique de Bijllis et d' Apol- 
lonia par C. Patsc». 

Twee platen met afbeeldingen van Keltische mun- 
ten, gevonden te Naggij-Biszterecz, Hongarije. 

Idem. Jetons du roi LouiS I, (d*Anjou) de Hongrie. 
Divinités accroupies, par Leon Maitre. 

Atlas des monnnaies de Gallienus (Valerianus, 
Mariniana, Salonina, SalonïNUS, Première partie. 
Rome et Tarraco, composé par Otto Voetter. 

Les systèmes monétaires. Histoire monetaire des 
principaux Etats du monde, anciens et modernes, par 
Alexander del Mar. 

Uitgave congres, Paris 1 900. (Het Genootschap was 
lid van het kongres). 

Congres international d'anthropologie et d*archéologie 
préhistoriques XII Session. Paris 1900. 

Geschenk Idem. 

Francesco Gnecchl Appunti di Numismatica Ro- 
mana. L — LUI. Extr. 

Geschenk van den Heer Francesco Gnecciii 



409 



Monatsblatt dei numismatischen Gesellschaft in Wien. 
N°. 201—214. 

Geschenk idem. 

Numismatischen Zeitschrift Wien. 31»" Band, IP** 
Semester. Idem 32»'*'' Band, i»**' u. 2*»'' Semester. 

Geschenk idem. 

Atlas der Münzen des Kaisers Gallienus und 
seiner Familie, i "^ Abtheilung. Roma et Tarraco. 

Geschenk Numismatische Zeitschrift, Wien. 

Numismatischcs Literatur-Blatt N°. 114 — 119. 

Geschenk van den Heer M. Bahrfeldt. 

Mittheilungen der Bayerischen Numismatischen Ge- 
sellschaft, XIX. Jahrgang, IV*"' Heft. XX. Jahrgang. 

Geschenk idem. 

Sitzungsberichte der Numismatischen Gesellschaft zu 
Berlin, 1900. 

Geschenk idem. 

Verschillende verkoopkatalogi. 

Varia. 



In ruiling met ons Tijdschrift. 

Numismatische Zeitschrift. Wien. 
Rivista Italiana di Numismatica. 
Revue suisse de numismatique. 
Revue beige de numismatique. 
Société archéologiquc Croatc. 

The American Nuniismatic and Archaeological So- 
ciety of New- York City, 1900. 



4IO 



Nederlandsche Oudheidkundige Bond. 

Algemeen Nederlandsch Familieblad, onder leiding 

van A. A. VORSTERMAN VAN OlJEN. 



Aanwinsten van de Numismatische Verzameling. 

1862 j^^ Nederl. taal en letterkundig Kongres. Brugge 
8—10 Sept. 1862. B. 50 m.M. DiRKS N. 879. 

1900 Bezoek H. M. de Koningin aan Utrecht. 

Geschenk van den Heer C. W. Bruinvis. 
1898 Overlijden Th. M. Roest. 

Uitgave van het Genootschap. 
19CX) Geschiedkundige tentoonstelling van het Neder- 
landsche zeewezen. 's-Gravenhage 1900. B. 
50 m.M. 

Geschenk van D'. H. J. DE DOMPIERRE DE 
Chaufepié. 
„ Jhr. ViCTOR DE Stuers. 25 j. Referendaris. B. 
66 m.M. 
Geschenk van den Heer A. BEGEER. 

1901 Huwelijk H. M. de Koningin met Hertog HEN- 
DRIK VAN Mecklenburg-Schwerin. 7 Fe- 
bruari 1901. B. 60-42.5 — 25 m.M. 

„ Plakket. Als voren. T. 42 X SO m.M. 

Geschenk van den Heer J. A. A. Gerritsen. 
„ Gedenkpenning aangeboden aan jhr. Ch. A. van 
DER WijCK, Oud-Gouverneur-Generaal van Ned.- 
Indië. 

Geschenk van den Heer M'. N. P. VAN DEN Berg. 



114 



igoi Boerenmedaille van WiENECKE. Z. B. 27 m.M. 
Geschenk van den Heer J. C. WiENECKE 



Draagpenningen en teekens bij het huwelijk van 
H. M. de Koningin met Hertog Hendrik van Meck- 

LENBURG-SCHWERIN. 

1901 Huwelijk H. M. de Koningin. Z. B. verz. K. 
„ 24.5 — 17 m.M. 
„ Als voren, draagspeld. Z. 24.5. 
„ y, „ persinsigne (A"'.) Z. 

Geschenk van den Heer J. A. A. Gerritsen. 
1894 4*** Uitvoering Ned. Gymn. Verb. Z. Gew 
Geschenk van den Heer D^ ScHOLS. 



Belastingpenningen. 

1893 1895-87 Hondenbelasting Gorincheni. 

Geschenk van den Heer G. van der Water. 
1899- 1900 Als voren 's-Gravenhage. 

Geschenk van den Heer M. G. Wildeman. 



1780 Zilveren Koppelplaat. (Engelsche wapen). 

Geschenk van den Heer M. G. Wildeman. 



LEDENLIJST 

(September 1901) 



. •>- ^- "— ->^-N,- 



Achter de namen der leden is vermeld welk gedeelte van de munt- 
en penningkunde door hen beoefend wordt. 

EERE-LEDEN. 

Dagteckening der benoeming 
Z. M. ViCTOR Emanuel III, Koning van Italië. i6 Juni 1901. 

Vicomte B. de Jonghe, Président de la Socicté royale 
de Numismatique de Belgique, riie du Tróne 60, 
Ixelles. 

(België, nederlandsche provinciën Limburg en 
Noord-Brabant, verder gallische, mcrovingische, 
karolingischc en oud-grieksche M.) i) 17 Juni 1894. 

GEWONE LEDEN 

* C. H. F. A. CoRBEUjN Battaerd, Notenboomstraat 83, 
Groenloo. 

♦Adriaan Bom, Keizersgracht 149, Amsterdam. 

♦Jhr. mr. J. M. H. J. de Grez, me Belliard 18, 
Bruxelles. 

♦Jhr. M. A. Snoeck, Kamerheer i. b. d. van H. M. 
de Koningin, Bestuurder van 't Prov. Genootschap 
van K. en W. in Noord-Brabant, C. 22, Hintham. 
(Prov. Noord-Brabant, M., G., noodmunten, lood- 
jes, draagteekens.) 

♦Joh. W. Stephanik, Konservator van 't Munt- en 
Penningkabinet van 't Kon. Oudheidk. Genootschap 
te Amsterdam, Keizersgracht 414. 
(Nederland en Koloniün, M.) 



I) De afkortingen bclcekcncn: M. -_ munten, G gedenkpenningen, 
li<l-oprichtcr. 



413 



Mr. L. W, A. Besier, Voorzitter van het MuntkoUege, 

Maliesingel 24, Utrecht. 12 Juni 1892. 

C. W. Bruinvis, Voorzitter der Kommissie voor 't 
Stedelijk Museum, Oudegracht 184, Alkmaar. 

(Stad Alkmaar en Alkmaarders, M., G.. nood- 
munten, loodjes, draagteekens.) — 

Chr. J. van Eeghen, Oud-burgemeester van Putten, 

Huize Aardenburg, Doom. — 

J. Geradts, Burgemeester, Kasteel Aerwinkel, Pos- 
terholt (L.) 

(Nederlandsche prov. Limburg, M., G.) — 

O. G. H. Heldring, Luit.-Kolonel der Infanterie, Lan- 
gestraat 30, Amersfoort 

(M., G. in *t Algemeen). — 

Mejuffrouw Marie de Man, Konservatrice van 't Munt- 
en Penningkabinet van 't Zeeuwsch Gen. der 
Wetenschappen, St. Pieterstraat 39, Middelburg. 
(Graafschapp. Holland, Zeeland en Vlaanderen 
M. — Prov. Zeeland, M., G., noodmunten, loodjes, 
draagteekens, muntvondsten — Nederland, loodjes.) — 

Jhr. C. H. C. A. VAN Sypksteyn, Parkstraat 87, 's-Gra- 
venhage. 

(Steden 's-Gravenhage en Haarlem, G., penningen 
en penningplaten uit 't oogpunt van kunst). — 

J. H. W. Unger, Gemeente- Archivaris, Schiekade 87, 

Rotte dam. — 

Mr. J. A. Feith, Rijks- Archivaris, Martiniplein 181, 
Groningen. 

(Nederland, in 't bizonder provincie en stad 
Groningen, M., G.) 18 Juni 1893. 

Dr. H. J. DK DOMPIEKRE DE Ch.vUFEPIÉ, DirekteuF 
van het Koninklijk Munt- en Penningkabinet van 
Penningen en Gesneden Steenen te 's-Gravenhagc, 
Javastraat 76. 17 Juni 1894. 

H. G. DU Croo^, Leidschegracht 11, Amsterdam 

(Nederland en Koloniën, Bclgic tot 1830, G.) — 

A. J. C. van Gemund, Assistent aan het Koninklijk 
Kabinet van Penningen en Gesneden Steenen te 



414 



's-Gravenhage, Konservator van 't Munt- en Pen- 
ningkabinet van Teyler's Genootschap, Kleine 
Houtstraat 48, Haarlem. 17 Juni 1894. 

Jhr. L. C. VAN DEN Brandeler, Kapitein bij 't Regi- 
ment Grenadiers en Jagers, S.weelinckstraat 34, 
*s-Gravenhagc. 
(Nederland na 1576, M., G.) 16 Juni 1895. 

W. I. Fredzess, Jur. cand., Jufferstraat i, Utrecht. — 

W. K. F. ZwiERZiNA, Ontvanger der registratie en 
domeinen, Hoorn 39, Alfen (Z.-H.). 

(Nederland. G. en draagteekens, in 't bizonder 
die geslagen nè 1863). — 

Mr. P. Deketh, Piet Heinstraat 3, 's-Gravenhage. 

(Nederland en Koloniën na 1576, M.) 16 Juni 1896 

Jhr. H. M. Ridder baronet Speelman, Oud-burge- 
meester van Harlingen, Kenaupark 13, Haarlem. 
(Nederlandsche koloniën, provinciën Friesland 
en Groningen, M.) — 

AuG. Sassen, Notaris, Steenweg, Helmond. 

(Nederland, muntstudie der middeneeuwen ; prov. 
Noord-Brabant, M. G.) '16 Juni 1897. 

Jhr. mr. M. W. Snoeck, Ambtenaar van 't Openb. 
Min. bij 't kantongerecht, Lindengracht, Hee- 
renveen. — 
Dr. L. J. A. Braakenburg van Backum, Hoogland- 
sche Kerkgracht 23, Leiden. 

(Bulzegels der pausen en der dogen, M. der 
Johanniter Orde). 16 Juni 1899 

J. E. ter Gouw, Oud-hoofd der school, Nassaulaan 8, 
Hilversum. 

(Nederland en Koloniën, België, M.) — 

Jhr. mr. P. L. van Meeuwen, Advokaat-prokurcur, 
Stationsweg, 's-Hertogenbosch. 

(Prov. Noord-Brabant, M., G.) — 

Anth. Begeer, Oudegracht 17, Utrecht. 9 Juni 190». 

J. Ph. M. Menger, Stempelsnijder aan 's-Rijks-Munt, 

Voorstraat 35, Utrecht. — 



4^5 



S. WiGERSMA HzN., BestuuTslid van *t Friesch Ge- 
nootschap, Nauw i8o, Leeuwarden. 

(Nederland, in *t bizonder Friesland, M., Fries- 
land en 8o-jarige oorlog, G. ; Huis Oranje-Nassau, 
M. G. met portretten.) i6 Juni 1901. 

BUITENGEWONE LEDEN 

D. C. Meijer Jr., Bestuurslid van het Kon. Oudheidk. 
Gen., Vondelstraat 81, Amsterdam. 

(Stad Amsterdam, G. tot 1800; G. der Luther- 
sche Kerk, huwelijkspenningen). 12 Juni 1892. 

Dr. L. P. H. ScHOLS, Breedestraat 23, Maastricht 

(Stad Maastricht, M. tot 1832, G. en loodjes.) — 

B. J. A. BRUYNESTEYN,Van Baerlestraat 13, Amsterdam 

(Nederland, in 't bizonder Holland, M.) 18 Juni 1893. 

Mr. W. M. VAN Lanschot, Ververstraat 299, 's-Her- 
togenbosch. 

(Prov. Noord-Brabant, M. en G.) — 

F. H. Baron VAN Verschuer, Willemsplein 2, Arnhem. — 

E. Ph. Erfmann, Binnenweg 112, Rotterdam. 17 Juni 1894. 

Mr. F. A. J. VAN Lanschot, Oud-Raadsheer in 't Ge- 
rechtshof te 's-Hertogenbo8ch, Peperstraat, 's-Her- 
togenbosch. — 

Jhr. H. E. Ram, Ingenieur, Engelen. 

(Prov. Utrecht, M. en G.) — 

Jhr. mr. W. C. G. van Evsinga, Wirdumerdijk 9, 

Leeuwarden. 16 Juni 1895 

Jan Hordijk Jaczh., Voorstraat 410, Dordrecht — 

Mr. C. G. J. Hijleveld, Konservator van het Stedelijk 

Museum, Nassausingcl 2, Nijmegen. 16 Juni 1896. 

Mr. H. J. D. D. Enschedé, Zijlstraat 27, Haarlem. — 

Ds. H. A. J. LüTGE, Keizersgracht 717, Amsterdam. — 

Jhr. mr. F. Beelaerts van Blokland, Koninginne- 
gracht 62, VGravenhage. 

(Nederland, G., in 't bizonder familiepenningen). 16 Juni 1897. 
H. van Rijckevorsel, Vughterstraat 49, 's-Hertogcn- 
bosch. 

(Prov. Noord-Brabant, M. en G.) — 



4i6 



Jhr. mr. A. F. O. van Sasse van Ysselt, van Tul- 
denstraat 48, *s-Hertogenbosch. 16 Juni 1897. 
H. D. DE WiTT Hamer, Lange Kerkstraat 30, Goes. 

(M. en G. in 't algemeen). — 

A. HoLLESTELLE, Lid van de Provinciale Staten van 

Zeeland, Oudelandsche straat 436, Tholen. 16 Juni 1898. 

C. L. J. Begeer, Maliesingel 53, Utrecht. 16 Juni 1899. 

Bernard J. M. de Bont, Konservator van *t Museum 

Amstelkring, Vondelstraat loi, Amsterdam. — 

Mr. R. Fruin Th.Az., Rijksarchivaris in Zeeland, 
Balans 6, Middelburg. 
(1'rov. Zeeland, Muntstudie.) — 

R. I. M. M. A. Graaf de Geloes, Kamerheer i. b. d. 

van H. M. de Koningin, Burgemeester, Eijsden. — 

Bart van Hove, Hoogleeraar, 2e Constantijn Huij- 

gensstraat 81, Amsterdam, 
f. Karreman, Hoofd der school, Kerkstraat 251, 
Oud-Beierland. 

(Nederland tot heden, België tot 1648, G.) — 

Mr. A. L. C. Kleyn, Laan Copes van Cattenburch 
54, 's-Gravenhage. 

(M. en G. in 't algemeen, in 't bizonder nieuwere 
G. en gedenkplaten.) — 

H. Oortman Gerungs, Kruisstraat 13, Utrecht. — 

Mr. N. G. PiERSON, Oud-minister van financiën, 's-Gra- 

venhage. — 

Jhr. mr. J. H. Hora Siccama, Oud-Referendaris bij 

B. Z., Bezuidenhout 13, 's-Gravenhage. — 

Jan de Waard, Poelestraat 14», Groningen. 

(Prov. en Stad Groningen, M. en G.) — 

J. van de Water, Hoogstraat 657, Gorkum. 

(Prov. Holland, M.; Huis Oranje-Nassau, G.) — 

C. A. van Woelderen, Luitenant der Artillerie. 
Dijkstraat 45, den Helder. 
(Nederland, M. en G,; Rome, M.) — 

Jhr. mr. C. Beelaerts van Blokland, Maliesingel 60, 
Utrecht. 

(M. in 't algemeen). 9 Juni 1900. 



417 

Mr. W. O. Gallois, Oiul-Vice-Presidcnt van den Raad 
van N. I., Kanaal 14, 's-Gravenhage. 

(Nederland na 1576, Nederlandsch-IndiC, M.). 9 Juni 1900. 

J. A. A. Gerritsen, N. Z Voorburgwal 252, Amsterdam. 

(Nieuwere penningen en draagteekcns.) — 

A. VAN DER Hoop, Grimhoek 206, Oud-Beierland. 

(Nederland, M. G. ridderorden en draagteekcns). — 

J. HouwiNK Gz., Lemmerweg 119, Sneek. — 

H. Labouchère, Villa Doomveld, Doom. — 

J. P. R. Menger, graveur, Utrecht. — 

I. W. Mensü, Koninginnegracht 25, 's-Gravenhage. — 

(Nederland en Koloniën na 1576, M. en G.) — 

J. C. F. E. Menso, Jur. cand., Schoutenstraat 12, Utrecht. — 
(Nederland, M.) — 

Mr. S. Muller Fz., Gemeente- Archivaris, Mattebaan 
17, Utrecht. 
(Prov. Utrecht, munt- en penningstudiCn.) — 

Mr. J. A. SiLLEM, Heerengracht 577, Amsterdam. 

(Nederland, muntstudien; Koopkracht der edele 
metalen, beteekenis der rekenmunten.) — 

Jhr. mr. D. F. Teixeira de Mattüs, Alexanderstraat 9, 

's-Gravenhage. — 

(Nederland, uitsluitend gouden M. der XIX* eeuw.j 
M. G. Wildeman, Archivaris van 't Hoogheemraad- 
schap Delfland, Sweelinckstraat 80, 's-Gravenhage. 

(Frankrijk na 1851, G.) — 

J. M. M. VAN Belle, Haarlemmerdijk 104, Amsterdam. 

(M. der Oud-Helleensche volken.) 16 Juni 1901. 

Mr. N. P. VAN den Berg, President der Nederland- 

sche Bank, Oude Turfmarkt 3, Amsterdam. — 

Mr. S. VAN Gijn, Dordrecht. — 

J. M. J. VAN Lis, Kandidaat-Notaris, Langestraat, 86, 

Hilversum. — 

Hidde Nyland, Dordrecht. — 

Prof. jhr. dr. J. Six, Heerengracht 511, Amsterdam. 16 Juni 1901. 
Jhr. mr. V. E. L. de Stuers, Parkstraat, 's-Gravenhage. — 

J. C. Wienecke, 2' Stempelsnijder aan 's-Rijks-Munt 
te Utrecht, Admiraal van Ghentstraat 9. 

(Onderzoekingen en siudiCn van technischen aard.) 



4i8 



BUITENLANDSCHE LEDEN 



E. Vanden Broeck, rue du Commerce 70, Bruxelles. 
(Stad Brussel, M., G., noodmunten, loodjes, 

draagteekens.) 12 Juni 1892. 

Mr. J. A. VAN DER Ch^s, Lands-Archivaris, Batavia. 
(Nederlandsch-Indie en omliggende landen en 

eilanden, M. en G.) — 

G. CuMONT, Advocat é. la cour d*appel, rue de l'A- 

queduc 19, Bruxelles. — 

Cav. Ercole Gnecchi, via Gesü 8, Milano. — 

Cav. Fco. Gnecchi, via Filodrammatici 10, Milano. — 

Comte Th. de Limburg-Stirum, rue de la Loi 166, 

Bruxelles. — 

Alph. de Witte, Ingénieur, rue du Tróne 49, Ixellcs. 
(Hertogdom Brabant, M. ; legpenningen der XVII 

Nederlanden en Frankrijk; muntgewichtjes.) — 

Baron Jean Bethune, Oost-Roosbeke. 

(Vlaanderen, in *t bizonder Brugge, M. en G.) 9 Aug. 1892. 
Arthur Engel, rue de l'Assomption 66, Paris-Passy. — 

V. DE Munter, Agent de la Banque nationale de 

Belgique, Lei 15, Louvain. — 

Camille Picqué, ConservateurduCabinetnumismatique 

é. la Bibliothèque royale, rue Dupont 70, Schaerbeek. — 

Dr. Hans Riggauer, Conservator des Kön. Manzkabi- 

nets, Neuhauserstrasse 5, Mtinchen. — 

Amédée de Roissart, Conseiller de la cour d'appel 

de Bruxelles, avenue de la Couronne 12, Ixelles. — 

Charles van Schoor, Avocat général prés la cour 

suprème è. Bruxelles, avenue Louise 93, Bruxelles. — 

P. L B. RüUS DE Perez, rue Joseph II 26, Bruxelles. 18 Juni 1893. 

(Noodmunten.) 
Chev. Fréd. Mayer van den Bergh, rue de THó- 

pital 21, Anvers. — 

Geoffrey Ch. Adams, Broadway 29, New- York. 8 SepL 1893. 

Maurice Barbey, Manoir de Valleyres, Valleyres, 

(Suisse). — 

RoGER Vallentin DU Cheylard, Officier de TIn- 



419 



struction publique, Receveur des Domaines, Sl Pé- 

ray (France). — 

P. Bordeaux, Advocat, i^ adjoint au maire, Bou- 
levard Maillot 98, Neuilly-sur-Seine. 24 Mei 1894. 
John Evans, Nash Mills, Hemel Hempstead, (England). — 
Paul Ch. Strcehlin, Président de la Société suisse 

de numismatique, route de Chêne 54, Genève. 17 Juni 1894. 

A. ViSART DE BocARNfÉ, nic St. Jean 16, Bruges. 5 Juli 1894. 

A. DE Meunynck, rue Masséna 23, Lille. 10 Okt. 1895. 

Juuus Meili, Alpenquai 36", Zorich. 14 Nov. 1897. 

Dr. HoRATio R. Storer, Washington-Street 58, New- 

port (R. I.) U. S. A. — 

FkÈd. Alvin, rue van Volsem 17, Ixelles. 26 Jan. 1898. 

AuG. HöHN, Königl. Polizeirath, Rheinstrasse 86, 

Wiesbaden. 8 Okt. 1899. 

Pier Pander, Beeldhouwer en Medaljeur, via No- 

mentana 143, Roma. — 

Paulin Tasset, graveur en médailles et monnaies, 

rue Séguier 3, Paris. — 

Baron Phiuppe Prisse, Ingénieur en chef, Directeur des 

Ponts et Chaussées, Boulevard Léopold 159. Anvers 22 Mei 1900. 
J. P. Moquette, Prambon (over Soerabaja). — 

J. M. Faddegon, Graveur, Villa du franc parleur, 

Montrouge sur Seine. 2 Juni 1901. 

SoLONE Ambrosoli, Conservatore del R. gabinctto 

numismatico di Brera, Milano 16 Juli 1901. 

L. Chr. Lauer, graveur, Nurnberg — 



28 



INHOUDSOPGAVE 



I. Artikelen. 

Bk. 

Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland 
en Nederlanders betrekking hebbende pennin- 
gen, geslagen na November 1863, door W. K. 
F. ZwiERZiNA (Met 2 platen) . . 5, 95, 203, 323 

Iets over het Vettewariersgilde te Middelburg en 
over een tot nu toe onbekenden begrafenis- 
penning van dit gilde, door mej. M. DE Man 37 

Onze nieuwe guldens, door Zw 55 

Penningen aanwezig op de geschiedkundige ten- 
toonstelling van het Nederlandsche 2^ewezen, 
door Dr H. J. DE Dompierre de Chaufepié 
(met 4 platen) 127 

Iets over de Spaansche pesos of piasters met 
ingestempeld borstbeeld van den Engelschen 
koning George III, door mej. M. DE Man. 150 

Monnaies et jetons inédits ou peu connus des 
évêques d' Utrecht, door G. A. HULSEBOS (met 
2 platen) 235 

Le président KrÜGER en Europe. Les médailles 
frappées en son honneur ou concernant les 
Boers, door mej. M. DE Man 243 



421 



2. Bouwstoffen voor een e geschiedenis van het 
Neder landsche Geld- of Muntwezen, 

BU. 

Brief aan de Kommissie van Redaktie .... 67 
Ordonnancie van den munten gepubliceerd in 

Octoory XIIIp LXVJ, door Fred. Caland . 68 
Muntwaarde te Rotterdam 1425 — 1427, door 

AuG. Sassen , . . 72 

Iets over het bepalen van ponden en munten, 

door A. HOLLESTELLE . . . 169 

Holland 1330. Enen ghoeden ghouden Halling van 
Florensche voir dertien grote, enen engelsche 
min, door JOH. W. S ... 185 

Ordonnancie up t stuck van der munten gemaickt 
in den jaere 1434, 13 in Julio, door F'RED. 
Caland 281, 355 

3. Gemengde Berichten, 

Opening der Munt te Dordrecht in 1485. — Hulde 
aan jhr. mr. ViCTOR DE Stuers. — Variëteiten 
en onuitgegeven nederlandsche munten. — Een 
voorbeeld ter navolging. — Een curiosum. — 
Nog een curiosum. - De zijderups op de 
penningen van de Stofjeswerkersgildebus te 
Utrecht. — Boek beoordeeling. — J. P. R. 
Menger. - Tentoonstelling van moderne pen- 
ningen en plakketten te Leeuwarden. . . . yy 

De nieuwe eeuw. — Resolutie van 8 Juli 1621. 
— Waalsche penningen. — Een plakket als 
levend beeld. — Aanvulling DiRKS 1813 — 
1863. — .„Elzevier" en de numismatiek. — 



422 

Bh. 

Prentbrief kaarten met penningafbeeldingen. — 
Tentoonstelling te Leeuwarden. — Uit de 

Pers. — Boekaankondiging i88 

Valsche realen van aghten in Middelburg uitge- 
geven. — Penningen ter eere van Petronella 
MOENS. — ld. van jhr. C. H. A. VAN Wyck. 

— De wapens van H. M. de Koningin en Z. 
K. H. prins Hendrik der Nederlanden, hertog 
van Mecklenburg. — Société internationale de 
Numismatique. — Nederlandsch-belgische vei- 
eeniging der vrienden van de medaille als 
kunstwerk. — Boekbeoordeeling. — Uit de 
Pers 297 

Penningen op den Zuid-Afrikaanschen Oorlog. 

— De verzameling DU Crocq, gelegateerd aan 

het Genootschap. — Uit de Pers. — Wetgeving. 367 

4. Inhoudsopgaaf van Tijdschriften, die het 
genootschap in ruiling ontvangt 92,201,319, 396 

5. Mededeelingen het genootschap betreffende. 

Handelingen van de jaarlij ksche vergadering, ge- 
houden 16 Juni 1901 te Leeuwarden. . . 315 

Vergaderingen in 190 1 398 

Verslag van den Sekretaris over 1900 .... 399 
Verslag van den Konservator over 1900 . . . 405 

Ledenlijst 412 

Inhoudsopgaaf 420 

Errata en addenda 423 

Verwijzing der platen 424